Overeenkomst tussen de Regeringen van het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België en het Groothertogdom Luxemburg en de Regering van de Republiek Kroatië betreffende de overname van onregelmatig binnengekomen of verblijvende personen

Type Verdrag
Publication 2005-02-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regeringen van het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België en het Groothertogdom Luxemburg, die op grond van de op 11 april 1960 tussen hen gesloten Overeenkomst inzake de verlegging van de personencontrole naar de buitengrenzen van het Benelux-gebied gemeenschappelijk optreden, enerzijds, en de Regering van de Republiek Kroatië, anderzijds,

ter compensatie van in het bijzonder de belasting welke uit een visumvrij reizigersverkeer van de onderdanen van de bij deze Overeenkomst Partij zijnde Staten kan voortvloeien,

ernaar strevend de overname van onregelmatig binnengekomen of verblijvende personen in een geest van samenwerking en op basis van wederkerigheid te vergemakkelijken,

zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1

In deze Overeenkomst dient onder „de Benelux-landen" te worden verstaan: het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, hierna te noemen België, Luxemburg en Nederland.

Artikel 2
1.

De Kroatische Regering neemt op verzoek van de Belgische, van de Luxemburgse of van de Nederlandse Regering, zonder formaliteiten, de persoon over die niet of niet meer voldoet aan de op het grondgebied van België, Luxemburg of Nederland geldende voorwaarden voor binnenkomst of verblijf, voor zover vaststaat of aangenomen kan worden dat hij de Kroatische nationaliteit heeft.

2.

Het bezit van de Kroatische nationaliteit kan worden vastgesteld of verondersteld aan de hand van één der documenten vermeld in aanhangsel I van deze Overeenkomst.

3.

De Belgische, de Luxemburgse of de Nederlandse Regering neemt deze persoon onder dezelfde voorwaarden terug, indien uit een later onderzoek blijkt, dat deze op het moment van de verwijdering van het Belgische, Luxemburgse of Nederlandse grondgebied niet de Kroatische nationaliteit had, voorzover voor de Kroatische Regering geen verplichting tot overname op grond van artikel 4 bestaat.

Artikel 3
1.

De Belgische, de Luxemburgse of de Nederlandse Regering neemt op verzoek van de Kroatische Regering, zonder formaliteiten, de persoon over die niet of niet meer voldoet aan de op het grondgebied van Kroatië geldende voorwaarden voor binnenkomst of verblijf, voor zover vaststaat of aangenomen kan worden dat hij de Belgische, Luxemburgse of Nederlandse nationaliteit heeft.

2.

Het bezit van de nationaliteit van één der Benelux-landen kan worden vastgesteld of verondersteld aan de hand van één der documenten vermeld in aanhangsel II van deze Overeenkomst.

3.

De Kroatische Regering neemt deze persoon onder dezelfde voorwaarden terug, indien uit een later onderzoek blijkt, dat deze op het moment van de verwijdering van het Kroatische grondgebied niet de Belgische, Luxemburgse of Nederlandse nationaliteit had, voorzover voor de Belgische, voor de Luxemburgse of voor de Nederlandse Regering geen verplichting tot overname op grond van artikel 5 bestaat.

Artikel 4
1.

De Kroatische Regering neemt op verzoek van de Belgische, van de Luxemburgse of van de Nederlandse Regering, de persoon die geen onderdaan is van één der bij deze Overeenkomst Partij zijnde Staten over, indien deze persoon:

2.

Verzoeken tot overname worden ingediend bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken van Kroatië en worden beantwoord binnen een termijn van ten hoogste veertien dagen na de indiening van het verzoek. Het antwoord wordt schriftelijk verstrekt. Elke weigering wordt met redenen omkleed.

3.

De Kroatische Regering neemt de persoon wiens overname werd aanvaard, zonder formaliteiten, binnen een termijn van ten hoogste één maand over. Deze termijn kan onder opgave van redenen door respectievelijk de Belgische, de Luxemburgse of de Nederlandse Regering worden verlengd.

4.

De verplichting tot overname bestaat niet:

Artikel 5
1.

De Belgische, de Luxemburgse of de Nederlandse Regering neemt op verzoek van de Kroatische Regering, de persoon die geen onderdaan is van één der bij deze Overeenkomst Partij zijnde Staten over, indien deze persoon:

2.

Verzoeken tot overname worden respectievelijk ingediend bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken van België en het Ministerie van Justitie van Luxemburg en Nederland en worden beantwoord binnen een termijn van ten hoogste veertien dagen na de indiening van het verzoek. Het antwoord wordt schriftelijk verstrekt. Elke weigering wordt met redenen omkleed.

3.

De Belgische, de Luxemburgse of de Nederlandse Regering neemt de persoon wiens overname werd aanvaard, zonder formaliteiten, binnen een termijn van ten hoogste één maand over. Deze termijn kan onder opgave van redenen door de Kroatische Regering worden verlengd.

4.

De verplichting tot overname bestaat niet:

Artikel 6
1.

De Kroatische Regering, enerzijds, en de Belgische, de Luxemburgse of de Nederlandse Regering, anderzijds, verklaren zich bereid te voldoen aan verzoeken van de Regering van een van de bij deze Overeenkomst Partij zijnde Staten tot doorgeleiding van personen die niet de nationaliteit van één der bij deze Overeenkomst Partij zijnde Staten bezitten en ten aanzien van wie een administratieve maatregel tot verwijdering wordt toegepast, indien toegang door de Staat van bestemming en, in voorkomende gevallen, de doorreis door andere Staten verzekerd is.

2.

Doorgeleiding kan worden geweigerd:

3.

Een verzoek tot doorgeleiding wordt door de bevoegde diplomatieke vertegenwoordiging van de verzoekende Staat ingediend bij de bevoegde autoriteit van de aangezochte Staat. Voor België is het Ministerie van Binnenlandse Zaken de bevoegde autoriteit, voor Luxemburg en Nederland het Ministerie van Justitie en voor Kroatië het Ministerie van Binnenlandse Zaken.

4.

De voor de doorgeleiding overgenomen persoon kan te allen tijde aan de autoriteiten van de verzoekende Staat worden teruggegeven, indien later feiten bekend worden of zich voordoen, die doorgeleiding in de weg staan of indien een andere Staat van doorreis of de Staat van bestemming weigert de betrokkene over te nemen.

Artikel 7

De kosten van verwijdering tot aan de grens van de Staat van bestemming, daarbij inbegrepen de kosten verbonden aan de doorgeleiding door derde Staten, alsmede de kosten verbonden aan een eventuele terugwijzing, worden gedragen door de verzoekende Partij.

Artikel 8
1.

De bepalingen van deze Overeenkomst doen geen afbreuk aan de verplichtingen voortvloeiend uit het Verdrag van Genève van 28 juli 1951 betreffende de status van vluchtelingen, zoals gewijzigd bij het Protocol van New York van 31 januari 1967.

2.

De bepalingen van deze Overeenkomst doen geen afbreuk aan de verplichtingen welke voor België, Luxemburg en Nederland voortvloeien uit het Gemeenschapsrecht.

3.

De bepalingen van deze Overeenkomst doen geen afbreuk aan de toepassing van het Akkoord van Schengen van 14 juni 1985 betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen en van de Overeenkomst van Schengen van 19 juni 1990 ter uitvoering van dit Akkoord.

Artikel 9

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft kan de toepassing van deze Overeenkomst tot de Nederlandse Antillen en/of Aruba worden uitgebreid door kennisgeving van de Nederlandse Regering aan de Belgische Regering die de overige Overeenkomstsluitende Partijen hiervan in kennis stelt.

Artikel 10
1.

Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de datum van ontvangst van de Nota waarbij de laatste van de vier Overeenkomstsluitende Partijen de Belgische Regering te kennis heeft gegeven de voor de inwerkingtreding vereiste interne juridische formaliteiten te hebben nageleefd.

2.

De Belgische Regering stelt ieder der Overeenkomstsluitende Partijen in kennis van de in lid 1 bedoelde notificaties en van de datum van de inwerkingtreding van deze Overeenkomst.

Artikel 11
1.

Wijzigingen van deze Overeenkomst, overeengekomen door de Overeenkomstsluitende Partijen, treden in werking op een in een diplomatieke notawisseling te bepalen datum.

2.

Wijzigingen van het in artikel 2, tweede lid, en artikel 3, tweede lid, genoemde aanhangsel worden schriftelijk overeengekomen tussen de bevoegde autoriteiten en treden onmiddellijk in werking.

Artikel 12
1.

De Republiek Kroatië en de Benelux-landen kunnen, na onderling overleg, deze Overeenkomst om ernstige redenen door middel van een aan de depositaris gerichte schriftelijke kennisgeving schorsen of opzeggen.

2.

De schorsing of opzegging treedt in werking op de eerste dag van de maand volgend op de ontvangst van de kennisgeving door de depositaris.

Artikel 13

De Regering van België is depositaris van deze Overeenkomst.

TEN BLIJKE WAARVAN de vertegenwoordigers van de Overeenkomstsluitende Partijen, daartoe naar behoren gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te Zagreb, op 11 juni 1999, in de Nederlandse, Franse en Kroatische taal, in vier originelen, zijnde de drie teksten gelijkelijk authentiek.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,

(w.g.) I. L. VAN VELDHUIZEN-ROTHENBÜCHER

Voor de Regering van het Koninkrijk België,

(w.g.) F. HINTJENS

Voor de Regering van het Groothertogdom Luxemburg,

(w.g.) I. L. VAN VELDHUIZEN-ROTHENBÜCHER

voor de Regering van de Republiek Kroatië,

(w.g.) M. GRANIC

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.