Verdrag van Rotterdam inzake de procedure met betrekking tot voorafgaande geïnformeerde toestemming ten aanzien van bepaalde gevaarlijke chemische stoffen en pesticiden in de internationale handel
De Verdragsluitende Partijen,
Zich bewust van de schadelijke gevolgen voor de gezondheid van de mens en voor het milieu van bepaalde gevaarlijke chemische stoffen en pesticiden in de internationale handel,
Wijzende op de ter zake geldende bepalingen van de Verklaring van Rio inzake Milieu en Ontwikkeling en van Hoofdstuk 19 van Agenda 21 betreffende „Milieuverantwoord beheer van toxische stoffen, met inbegrip van de voorkoming van internationale handel in toxische en gevaarlijke producten”,
Indachtig de werkzaamheden van het Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) en van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) met betrekking tot de procedure van „Voorafgaande Geïnformeerde Toestemming” op vrijwillige basis, als bepaald in de gewijzigde „Richtlijnen van Londen voor de uitwisseling van gegevens over chemische stoffen in de internationale handel van de UNEP” (hierna „Gewijzigde Richtlijnen van Londen” genoemd) en de „Internationale Gedragscode voor de distributie en het gebruik van pesticiden” van de FAO (hierna „Internationale Gedragscode” genoemd),
Rekening houdende met de omstandigheden en specifieke behoeften van de ontwikkelingslanden en de landen met een overgangseconomie, en met name met de noodzaak de nationale deskundigheid en capaciteit op het gebied van het beheer van chemische stoffen, met inbegrip van de overdracht van technologie, te vergroten door financiële en technische bijstand te verlenen en de samenwerking tussen de Partijen te bevorderen,
Vaststellende dat in bepaalde landen een specifieke behoefte aan informatie over grensoverschrijdend vervoer bestaat,
Erkennende dat de toepassing van goede praktijken voor het beheer van chemische stoffen in alle landen moet worden aangemoedigd, waarbij, onder meer, rekening moet worden gehouden met de vrijwillig toegepaste normen die zijn vervat in de „Internationale Gedragscode” en in de „Ethische Code van UNEP betreffende de internationale handel in chemische stoffen”,
Wensende ervoor te zorgen dat gevaarlijke chemische stoffen die hun grondgebied verlaten, zodanig worden verpakt en geëtiketteerd dat de gezondheid van de mens en het milieu adequaat worden beschermd, in overeenstemming met de principes van de Gewijzigde Richtlijnen van Londen en de Internationale Gedragscode,
Erkennende dat handels- en milieubeleid elkaar moeten ondersteunen, wil men duurzame ontwikkeling realiseren,
Onderstrepende dat niets in dit Verdrag zo mag worden geïnterpreteerd dat het een wijziging van de rechten en verplichtingen van een Partij in het kader van een andere internationale overeenkomst betreffende chemische stoffen in de internationale handel of betreffende milieubescherming zou inhouden,
Aannemende dat de vorenstaande overweging niet bedoeld is om tussen dit Verdrag en andere internationale overeenkomsten een hiërarchische verhouding te creëren,
Vastbesloten de gezondheid van de mens, die de gezondheid van consumenten en werknemers omvat, en het milieu te beschermen tegen mogelijk schadelijke effecten van bepaalde gevaarlijke chemische stoffen en pesticiden in de internationale handel,
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1. Doelstelling
De doelstelling van dit Verdrag is de Partijen aan te zetten tot gedeelde verantwoordelijkheid en gezamenlijke inspanningen in de internationale handel in bepaalde gevaarlijke chemische stoffen teneinde de gezondheid van de mens en het milieu tegen mogelijke schade te beschermen en bij te dragen aan een milieu verantwoord gebruik van deze stoffen door de uitwisseling van gegevens over hun eigenschappen te vergemakkelijken, door te voorzien in een nationale besluitvormingsprocedure betreffende de in- en uitvoer ervan en door de betrokken besluiten aan de andere Partijen mede te delen.
Artikel 2. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:
- a. „Chemische stof”, een vervaardigde of uit de natuur gewonnen stof afzonderlijk of in een mengsel of preparaat, die geen levend organisme bevat. Het betreft een stof die onder één van de volgende categorieën valt: pesticiden (met inbegrip van zeer gevaarlijke pesticideformuleringen) en industriële chemicaliën;
- b. „Verboden chemische stof”, een chemische stof waarvan, ter bescherming van de gezondheid van de mens of het milieu, alle toepassingen in één of meer categorieën verboden zijn op grond van definitieve regelgeving. Het betreft ook chemische stoffen die zijn geweigerd bij de eerste toelatingsaanvraag of die door de sector hetzij van de binnenlandse markt zijn gehaald, hetzij in de loop van de binnenlandse toelatingsprocedure zijn geschrapt, en waarbij duidelijk kan worden aangetoond dat deze maatregel is genomen ter bescherming van de gezondheid van de mens of het milieu;
- c. „Aan strenge beperkingen onderworpen chemische stof”, een chemische stof waarvan, ter bescherming van de gezondheid van de mens of het milieu, nagenoeg alle toepassingen in één of meer categorieën verboden zijn op grond van definitieve regelgeving, maar waarvan bepaalde specifieke toepassingen nog toegestaan zijn. Het betreft ook chemische stoffen die voor nagenoeg alle toepassingen zijn geweigerd, dan wel door de sector van de binnenlandse markt zijn gehaald of in de loop van de binnenlandse toelatingsprocedure zijn geschrapt, en waarbij duidelijk kan worden aangetoond dat deze maatregel is genomen ter bescherming van de gezondheid van de mens of het milieu;
- d. „Zeer gevaarlijke pesticideformulering”, een voor gebruik als pesticide geformuleerde chemische stof waarvan het gebruik ernstige gevolgen voor de gezondheid van de mens of voor het milieu heeft die op korte termijn kunnen worden geconstateerd na eenmalige of herhaalde blootstelling onder de gewone gebruiksomstandigheden;
- e. „Definitieve regelgeving”, door een Partij vastgestelde regelgeving die geen verdere regelgeving van die Partij behoeft, met als doel een chemische stof te verbieden of het gebruik ervan aan strenge beperkingen te onderwerpen;
- f. „Uitvoer” en „invoer”, met hun respectieve connotaties, het vervoer van een chemische stof van een Partij naar een andere Partij, met uitzondering van zuivere doorvoeractiviteiten;
- g. „Partij”, een Staat of een regionale organisatie voor economische integratie die ermee heeft ingestemd door dit Verdrag gebonden te zijn en waarvoor dit Verdrag van kracht is;
- h. „Regionale organisatie voor economische integratie”, een door soevereine Staten in een bepaalde regio opgerichte organisatie, waaraan door haar lidstaten bevoegdheden zijn overgedragen ten aanzien van de in dit Verdrag geregelde aangelegenheden en die, in overeenstemming met haar interne procedures, gemachtigd is dit Verdrag te ondertekenen, te bekrachtigen, te aanvaarden, goed te keuren dan wel daartoe toe te treden;
- i. „Commissie ter beoordeling van chemische stoffen”, het in artikel 18, zesde lid, bedoelde hulporgaan.
Artikel 3. Toepassingsgebied van het Verdrag
Dit Verdrag geldt voor:
- a. Verboden of aan strenge beperkingen onderworpen chemische stoffen; en
- b. Zeer gevaarlijke pesticideformuleringen.
Dit Verdrag geldt niet voor:
- a. Verdovende middelen en psychotrope stoffen;
- b. Radioactief materiaal;
- c. Afvalstoffen;
- d. Chemische wapens;
- e. Geneesmiddelen, zowel voor menselijk als voor diergeneeskundig gebruik;
- f. Als voedingsmiddelenadditief gebruikte chemische stoffen;
- g. Voedingsmiddelen;
- h. Chemische stoffen in dermate kleine hoeveelheden dat een gevaar voor de gezondheid van de mens of voor het milieu onwaarschijnlijk is, voor zover deze worden ingevoerd:
- i. voor onderzoeks- of analysedoeleinden; of
- ii. door een privé-persoon voor persoonlijk gebruik in een voor dergelijk gebruik redelijk geachte hoeveelheid.
Artikel 4. Aangewezen nationale autoriteiten
Elke Partij wijst één of meer nationale autoriteiten aan die bevoegd zijn om namens haar de bij dit Verdrag vereiste administratieve taken te vervullen.
Elke Partij zorgt ervoor dat deze autoriteit respectievelijk deze autoriteiten over voldoende middelen beschikt respectievelijk beschikken om haar respectievelijk hun taken efficiënt te kunnen vervullen.
Elke Partij deelt het Secretariaat uiterlijk op de voor haar geldende datum van inwerkingtreding van dit Verdrag de naam en het adres van de aangewezen autoriteit respectievelijk autoriteiten mee. Zij stelt het Secretariaat onverwijld in kennis van elke wijziging van de naam of het adres van deze autoriteit respectievelijk deze autoriteiten.
Het Secretariaat stelt de Partijen onverwijld in kennis van de op grond van het derde lid ontvangen kennisgevingen.
Artikel 5. Procedures voor verboden of aan strenge beperkingen onderworpen chemische stoffen
Elke Partij die definitieve regelgeving heeft vastgesteld, stelt het Secretariaat daarvan schriftelijk in kennis. Deze kennisgeving dient zo snel mogelijk te geschieden en in elk geval binnen 90 dagen na de datum waarop de definitieve regelgeving van kracht is geworden, en zij bevat, indien beschikbaar, de in Bijlage I bedoelde informatie.
Elke Partij stelt het Secretariaat uiterlijk op de voor haar geldende datum van inwerkingtreding van dit Verdrag schriftelijk in kennis van de definitieve regelgeving die op dat ogenblik van kracht is, uitgezonderd de Partijen die de geldende definitieve regelgeving reeds hebben meegedeeld in het kader van de Gewijzigde Richtlijnen van Londen of van de Internationale Gedragscode en dus geen nieuwe kennisgeving hoeven in te dienen.
Zo spoedig mogelijk en in elk geval binnen zes maanden na ontvangst van een kennisgeving op grond van het eerste en het tweede lid onderzoekt het Secretariaat of de kennisgeving de volgens Bijlage I vereiste gegevens bevat. Indien de kennisgeving de vereiste informatie bevat, stuurt het Secretariaat onverwijld aan alle Partijen een samenvatting van de ontvangen informatie. Indien de kennisgeving niet de vereiste informatie bevat, brengt het de kennisgevende Partij daarvan op de hoogte.
Om de zes maanden geeft het Secretariaat aan de Partijen een overzicht van de op grond van het eerste en tweede lid ontvangen informatie, met inbegrip van de kennisgevingen die niet alle in Bijlage I bedoelde gegevens bevatten.
Als het Secretariaat voor een bepaalde chemische stof ten minste één kennisgeving heeft ontvangen van minstens twee regio's waarvoor de procedure van Voorafgaande Geïnformeerde Toestemming geldt, en heeft nagegaan of deze kennisgevingen aan het vereiste van Bijlage I beantwoorden, stuurt het Secretariaat deze kennisgevingen door aan de Commissie ter beoordeling van chemische stoffen. De gebieden waarvoor de procedure van Voorafgaande Geïnformeerde Toestemming geldt, worden bij besluit vastgesteld, welk besluit door de Conferentie van de Partijen op haar eerste vergadering bij consensus moet worden goedgekeurd.
De Commissie ter beoordeling van chemische stoffen beoordeelt de in die kennisgevingen meegedeelde informatie en doet, met inachtneming van de in Bijlage II vermelde criteria, een aanbeveling aan de Conferentie van de Partijen betreffende de vraag of voor de chemische stof de procedure van Voorafgaande Geïnformeerde Toestemming moet worden toegepast en deze bijgevolg in Bijlage III moet worden opgenomen.
Artikel 6. Procedures voor zeer gevaarlijke pesticideformuleringen
Een ontwikkelingsland of een land met een overgangseconomie dat Partij is bij het Verdrag en dat als gevolg van het gebruik op zijn grondgebied, onder de gewone gebruiksvoorwaarden, van een zeer gevaarlijke pesticideformulering problemen ondervindt, kan aan het Secretariaat voorstellen de zeer gevaarlijke pesticideformulering in Bijlage III op te nemen. Bij het opstellen van haar voorstel kan de Partij een beroep doen op technische expertise uit alle mogelijke bronnen. In het voorstel wordt de in deel 1 van Bijlage IV bedoelde informatie opgenomen.
Zo spoedig mogelijk, en uiterlijk zes maanden na ontvangst van een voorstel op grond van het eerste lid, verifieert het Secretariaat of het betrokken voorstel de in deel 1 van Bijlage IV bedoelde vereiste gegevens bevat. Indien het voorstel de vereiste informatie bevat, stuurt het Secretariaat onverwijld aan alle Partijen een samenvatting van de ontvangen informatie. Indien het voorstel niet de vereiste informatie bevat, stelt het de Partij die het voorstel heeft ingediend, daarvan in kennis.
Ten aanzien van het op grond van het tweede lid ingediende voorstel verzamelt het Secretariaat de in deel 2 van Bijlage IV bedoelde aanvullende informatie.
Als met betrekking tot een bepaalde zeer gevaarlijke pesticideformulering aan de in het tweede en derde lid vermelde voorwaarden is voldaan, geeft het Secretariaat het voorstel en de betreffende informatie door aan de Commissie ter beoordeling van chemische stoffen.
De Commissie ter beoordeling van chemische stoffen beoordeelt de in het voorstel vervatte informatie en de verzamelde aanvullende informatie en doet met inachtneming van de in deel 3 van Bijlage IV vermelde criteria een aanbeveling aan de Conferentie van de Partijen betreffende de vraag of voor de zeer gevaarlijke pesticideformulering de procedure van Voorafgaande Geïnformeerde Toestemming moet worden toegepast en bijgevolg in Bijlage III moet worden opgenomen.
Artikel 7. Lijst van chemische stoffen in Bijlage III
Voor elke chemische stof waarvoor de Commissie ter beoordeling van chemische stoffen heeft besloten opneming in Bijlage III aan te bevelen, stelt deze Commissie een ontwerpleidraad voor een besluit op. Dit ontwerp behoort ten minste gebaseerd te zijn op de in Bijlage I of, naar gelang van het geval, in Bijlage IV bedoelde gegevens, en bevat informatie over de toepassingen van de chemische stof in een andere categorie dan die waarvoor de definitieve regelgeving geldt.
De in het eerste lid bedoelde aanbeveling en het daarin bedoelde ontwerp, leidraad voor een besluit, worden aan de Conferentie van de Partijen toegezonden. De Conferentie van de Partijen beslist of voor de chemische stof de procedure van Voorafgaande Geïnformeerde Toestemming moet worden toegepast en of deze bijgevolg in Bijlage III moet worden opgenomen, en keurt de ontwerpleidraad voor een besluit goed.
Wanneer is besloten een chemische stof in Bijlage III op te nemen en de bijbehorende ontwerpleidraad voor een besluit door de Conferentie van de Partijen is goedgekeurd, geeft het Secretariaat deze informatie onmiddellijk aan alle Partijen door.
Artikel 8. Chemische stoffen in het kader van de vrijwillig toegepaste procedure van Voorafgaande Geïnformeerde Toestemming
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.