Protocol bij het Verdrag van 1979 betreffende grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand, inzake zware metalen
De Partijen,
Vastbesloten het Verdrag betreffende grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand uit te voeren,
Verontrust vanwege het feit dat emissies van bepaalde zware metalen over nationale grenzen heen worden meegevoerd en schade kunnen veroorzaken aan ecosystemen die voor het milieu en de economie van belang zijn, en schadelijke gevolgen voor de gezondheid van de mens kunnen hebben,
Overwegende dat verbranding en industriële processen de voornaamste antropogene bronnen vormen van emissies van zware metalen in de lucht,
Erkennend dat zware metalen natuurlijke bestanddelen van de aardkorst vormen en dat veel zware metalen in bepaalde vormen en geschikte concentraties voor het leven van essentieel belang zijn,
In overweging nemend de bestaande wetenschappelijke en technische gegevens inzake emissies, geochemische processen, atmosferische bewegingen en effecten van zware metalen op de volksgezondheid en het milieu alsook inzake de kosten en technieken van bestrijding,
Zich ervan bewust dat technieken en beheerspraktijken beschikbaar zijn om door de emissies van zware metalen veroorzaakte luchtverontreiniging te beperken,
Erkennend dat de economische omstandigheden van de landen in de regio van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) verschillen en dat in bepaalde landen de economie zich in een overgangsfase bevindt,
Met het vaste voornemen voorzorgsmaatregelen te treffen teneinde emissies van bepaalde zware metalen en verbindingen ervan voor te zijn, deze te vermijden of tot een minimum terug te brengen, rekening houdend met de toepassing van de aanpak volgens het voorzorgsbeginsel, zoals bedoeld in beginsel 15 van de Verklaring van Rio inzake milieu en ontwikkeling,
Nogmaals bevestigend dat de Staten, overeenkomstig het Handvest van de Verenigde Naties en de beginselen van internationaal recht, het soevereine recht hebben hun eigen hulpbronnen te exploiteren volgens hun eigen milieu- en ontwikkelingsbeleid alsmede ervoor verantwoordelijk zijn dat activiteiten die onder hun rechtsmacht of toezicht worden verricht, geen schade veroorzaken aan het milieu van andere Staten of van gebieden die buiten de grenzen van de nationale rechtsmacht vallen,
Indachtig het feit dat maatregelen ter beheersing van emissies van zware metalen tevens zouden bijdragen tot de bescherming van het milieu en de volksgezondheid in gebieden buiten de VN/ECE-regio, met inbegrip van de arctische en internationale wateren,
Erop wijzend dat bestrijding van de emissies van specifieke zware metalen extra voordelen voor de bestrijding van emissies van andere verontreinigende stoffen kan opleveren,
In het besef dat verdergaande en doeltreffendere maatregelen ter beheersing en vermindering van de emissies van bepaalde zware metalen noodzakelijk kunnen zijn en dat bijvoorbeeld effectstudies een grondslag voor verdere maatregelen kunnen verschaffen,
Wijzend op de belangrijke bijdrage van de particuliere en de niet-gouvernementele sector aan de kennis van de effecten van zware metalen, beschikbare alternatieven en bestrijdingstechnieken alsook op de rol die zij mede spelen bij de vermindering van emissies van zware metalen,
Indachtig de activiteiten in verband met de beheersing van zware metalen op nationaal niveau en in internationale forums,
Zijn overeengekomen als volgt:
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit Protocol wordt verstaan onder:
-
- „Verdrag” het Verdrag betreffende grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand, aangenomen te Genève op 13 november 1979;
-
- „EMEP” het programma voor samenwerking inzake de bewaking en evaluatie van het transport van luchtverontreinigende stoffen over lange afstand in Europa;
-
- „Uitvoerend orgaan” het uitvoerend orgaan voor het Verdrag, opgericht ingevolge artikel 10, eerste lid, van het Verdrag;
-
- „Commissie” de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties;
-
- „Partijen” tenzij in de context anders bedoeld, de Partijen bij dit Protocol;
-
- „Geografische reikwijdte van het EMEP” het gebied, als omschreven in artikel 1, vierde punt, van het Protocol bij het Verdrag van 1979 betreffende grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand aangaande de langlopende financiering van het programma voor samenwerking inzake de bewaking en evaluatie van het transport van luchtverontreinigende stoffen over lange afstand in Europa (EMEP), aangenomen te Genève op 28 september 1984;
-
- „Zware metalen” alle metalen of, in bepaalde gevallen, metalloïden die stabiel zijn en waarvan de dichtheid meer bedraagt dan 4.5 g/cm3, en verbindingen daarvan;
-
- „Emissie” uitstoot in de atmosfeer vanuit een punt of een diffuse bron;
-
- „Stationaire bron” alle vaste gebouwen, constructies, inrichtingen, installaties of apparaten die een in bijlage I vermeld zwaar metaal direct of indirect in de atmosfeer uitstoten of kunnen uitstoten;
-
- „Nieuwe stationaire bron” een stationaire bron met de bouw of ingrijpende wijziging waarvan een aanvang is gemaakt na het verstrijken van twee jaar na de datum van inwerkingtreding van onderhavig Protocol voor een Partij. Een Partij kan besluiten een stationaire bron niet als nieuwe stationaire bron te behandelen indien voor deze bron reeds toestemming is gegeven door de desbetreffende bevoegde nationale autoriteit ten tijde van de inwerkingtreding van het Protocol voor die Partij en op voorwaarde dat binnen vijf jaar na die datum is begonnen met de bouw of ingrijpende wijziging. Het is aan de bevoegde nationale autoriteiten om te beslissen of een wijziging al dan niet ingrijpend is, rekening houdend met factoren als de voordelen van de wijziging in milieuopzicht;
-
- „Belangrijke categorie van stationaire bronnen” een in bijlage II vermelde categorie van stationaire bronnen die ten minste 1% bijdraagt aan de totale nationale emissies van een in bijlage I vermeld zwaar metaal uit stationaire bronnen, overeenkomstig het in bijlage I opgegeven referentiejaar;
-
- „dit Protocol”, „het Protocol” en „het onderhavige Protocol”: het Protocol van 1998 inzake zware metalen, zoals van tijd tot tijd gewijzigd.
Artikel 2. Doel
Het doel van dit Protocol is het beheersen van door antropogene activiteiten veroorzaakte emissies van zware metalen die voor grensoverschrijdend atmosferisch transport over lange afstand vatbaar zijn en die belangrijke schadelijke gevolgen voor de volksgezondheid of het milieu kunnen hebben, in overeenstemming met het bepaalde in de volgende artikelen.
Artikel 3. Basisverplichtingen
De Partijen nemen doeltreffende maatregelen, die aan hun bijzondere omstandigheden zijn aangepast, ter vermindering van hun totale jaarlijkse emissies in de atmosfeer van elk in bijlage I vermeld zwaar metaal ten opzichte van het emissieniveau in het overeenkomstig die bijlage vastgestelde referentiejaar.
Met inachtneming van de leden 2 bis en ter passen de Partijen uiterlijk op de in bijlage IV vermelde tijdstippen het volgende toe:
- a. De beste beschikbare technieken, rekening houdend met bijlage III, op elke nieuwe stationaire bron binnen een belangrijke categorie van stationaire bronnen waarvoor de leidraad aangenomen door de Partijen tijdens een zitting van het uitvoerend orgaan de beste beschikbare technieken vermeldt;
- b. De in bijlage V vermelde grenswaarden op elke nieuwe stationaire bron binnen een belangrijke categorie van stationaire bronnen. Bij wijze van alternatief kan een partij verschillende strategieën ter vermindering van emissies toepassen die in totaal equivalente emissieniveaus opleveren;
- c. De beste beschikbare technieken, rekening houdend met bijlage III, op elke bestaande stationaire bron binnen een belangrijke categorie van stationaire bronnen waarvoor de leidraad aangenomen door de Partijen tijdens een zitting van het uitvoerend orgaan de beste beschikbare technieken vermeldt. Bij wijze van alternatief kan een partij andere strategieën voor emissievermindering toepassen die in totaal gelijkwaardige emissie-verminderingen opleveren;
- d. De in bijlage V vermelde grenswaarden op elke bestaande stationaire bron binnen een belangrijke categorie van stationaire bronnen, voor zover dit technisch uitvoerbaar en economisch verantwoord is. Bij wijze van alternatief kan een partij andere strategieën voor emissievermindering toepassen die in totaal gelijkwaardige emissieverminderingen opleveren.
2 bis. Een Partij die reeds Partij was bij het onderhavige Protocol voor de inwerkingtreding van een wijziging waarmee nieuwe broncategorieën werden ingevoerd mag de grenswaarden die van toepassing zijn op een „bestaande stationaire bron” toepassen op elke bron in een nieuwe broncategorie met de bouw of ingrijpende wijziging waarvan een aanvang is gemaakt voor het verstrijken van twee jaar na de datum van inwerkingtreding van die wijziging voor die Partij, tenzij en totdat die bron nadien een ingrijpende wijziging ondergaat.
2 ter. Een Partij die reeds Partij was bij het onderhavige Protocol voor de inwerkingtreding van een wijziging waarmee nieuwe grenswaarden werden ingevoerd die van toepassing zijn op een „nieuwe stationaire bron” mag de daarvoor reeds van toepassing zijnde grenswaarden blijven toepassen op elke bron met de bouw of ingrijpende wijziging waarvan een aanvang is gemaakt voor het verstrijken van twee jaar na de datum van inwerkingtreding van die wijziging voor die Partij, tenzij en totdat die bron nadien een ingrijpende wijziging ondergaat.
De Partijen passen maatregelen voor productbeheersing toe in overeenstemming met de in bijlage VI vermelde voorwaarden en tijdschema's.
De Partijen nemen de toepassing van aanvullende maatregelen inzake productbeheer in overweging, rekening houdend met bijlage VII.
De Partijen maken voor de in bijlage I vermelde zware metalen emissie-inventarisaties op en houden deze bij. Partijen binnen de geografische reikwijdte van het EMEP gebruiken de methoden die omschreven staan in de leidraad die is opgesteld door het bestuursorgaan van het EMEP en aangenomen door de Partijen tijdens een zitting van het uitvoerend orgaan. Partijen in gebieden buiten de geografische reikwijdte van het EMEP gebruiken de methoden die op basis van het werkplan van het uitvoerend orgaan zijn ontwikkeld, als richtlijn.
Een Partij die na toepassing van de leden 2 en 3 voor een in bijlage I vermeld zwaar metaal niet aan het in lid 1 vereiste kan voldoen, wordt vrijgesteld van de in lid 1 bedoelde verplichtingen voor dat zware metaal.
Een Partij waarvan het totale grondoppervlak groter is dan 6.000.000 km2, wordt vrijgesteld van de verplichtingen in lid 2, onder b, c, en d, indien zij kan aantonen dat uiterlijk acht jaar na de datum van inwerkingtreding van dit Protocol zij haar totale jaarlijkse emissies van elk van de in bijlage I vermelde zware metalen uit de in bijlage II vermelde broncategorieën met ten minste 50% zal hebben verminderd ten opzichte van het emissieniveau van deze categorieën in het overeenkomstig bijlage I opgegeven referentiejaar. Een partij die voornemens is in overeenstemming met het bepaalde in dit lid te handelen, geeft dit te kennen bij de ondertekening van of toetreding tot dit Protocol.
Elke Partij dient actief deel te nemen aan programma’s uit hoofde van het Verdrag over de gevolgen van luchtverontreiniging voor de menselijke gezondheid en het milieu en programma’s voor luchtmonitoring en atmosferische modellering.
Artikel 4. Uitwisseling van informatie en technologie
De Partijen vergemakkelijken, in overeenstemming met hun nationale wetten, voorschriften en gewoonten, de uitwisseling van technologieën en technieken ter vermindering van emissies van zware metalen, met inbegrip van, maar niet beperkt tot uitwisselingen die de ontwikkeling van maatregelen inzake productbeheer en de toepassing van de beste beschikbare technieken aanmoedigen, met name door het bevorderen van:
- a. Commerciële uitwisseling van beschikbare technologie;
- b. Rechtstreekse contacten en samenwerking tussen industrieën, met inbegrip van gezamenlijke ondernemingen (joint ventures);
- c. Uitwisseling van informatie en ervaring;
- d. Verlening van technische bijstand.
Ter bevordering van de in het eerste lid van dit artikel genoemde activiteiten scheppen de Partijen gunstige voorwaarden door contacten en samenwerking te vergemakkelijken tussen daarvoor in aanmerking komende organisaties en personen in de particuliere en de openbare sector die technologie, ontwerp- en constructiediensten, apparatuur of financiële middelen kunnen verschaffen.
Artikel 5. Strategieën, beleidslijnen, programma's en maatregelen
De Partijen stellen zonder onnodig uitstel strategieën, beleidslijnen en programma's op, teneinde hun verplichtingen ingevolge dit Protocol na te komen.
Een partij kan bovendien:
- a. Economische instrumenten hanteren ter stimulering van een kosteneffectieve aanpak voor de vermindering van emissies van zware metalen;
- b. Convenanten en vrijwillige overeenkomsten tussen regering en bedrijfsleven tot stand brengen;
- c. Efficiënter gebruik van hulpbronnen en grondstoffen stimuleren;
- d. Het gebruik van minder vervuilende energiebronnen aanmoedigen;
- e. Maatregelen nemen om minder vervuilende transportsystemen tot ontwikkeling te brengen en in te voeren;
- f. Maatregelen nemen met het oog op het geleidelijk uitfaseren van processen waarbij zware metalen worden uitgestoten en waarvoor vervangingsprocessen op industriële schaal beschikbaar zijn;
- g. Maatregelen nemen om schonere processen voor de preventie en beheersing van verontreiniging te ontwikkelen en toe te passen.
De Partijen kunnen strengere maatregelen nemen dan die welke in dit Protocol zijn voorgeschreven.
Artikel 6. Onderzoek, ontwikkeling en monitoring
De Partijen stimuleren onderzoek, ontwikkeling, monitoring en samenwerking, die vooral worden toegespitst op de in bijlage I vermelde zware metalen, met betrekking maar niet beperkt tot:
- a. Emissies, transport over lange afstand en depositieniveaus en hun modellering daarvan, bestaande niveaus in het biotische en abiotische milieu, formulering van procedures voor harmonisatie van desbetreffende methodologieën;
- b. Verspreiding en inventarisatie van verontreinigende stoffen in representatieve ecosystemen;
- c. Relevante effecten op de volksgezondheid en het milieu, met kwantificering van die effecten;
- d. Beste beschikbare technieken en praktijken en momenteel door de Partijen toegepaste of ontwikkelde technieken voor emissiebeperking;
- e. Inzameling, recycling en, indien nodig, verwijdering van producten of afvalstoffen die één of meer zware metalen bevatten;
- f. Methoden die het mogelijk maken bij de beoordeling van alternatieve beheersingsstrategieën rekening te houden met sociaal-economische factoren;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.