Verdrag inzake sociale zekerheid tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Nieuw-Zeeland

Type Verdrag
Publication 2003-11-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van Nieuw-Zeeland,

Geleid door de wens de op 8 oktober 1990 te Wellington tot stand gekomen Overeenkomst inzake sociale zekerheid tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Nieuw-Zeeland uit te breiden en te wijzigen, en

Geleid door de wens de bestaande hartelijke en vriendschappelijke betrekkingen tussen de beide landen te handhaven en te versterken en de betaling van Nederlandse pensioenen in Nieuw-Zeeland en de betaling van Nieuw-Zeelandse pensioenen in Nederland mogelijk te maken ten aanzien van staatsburgers die zich permanent vestigen in het andere land,

Zijn als volgt overeengekomen:

DEEL I. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN EN WERKINGSSFEER

Artikel 1. Begripsomschrijvingen
1.

Tenzij het zinsverband anders vereist, wordt in dit Verdrag verstaan onder:

2.

Bij de toepassing van dit Verdrag door een Verdragsluitende Partij ten aanzien van een persoon, heeft elke term die niet in dit artikel is omschreven de betekenis die daaraan wordt toegekend in de wetten inzake sociale zekerheid van één van beide Verdragsluitende Partijen, tenzij het zinsverband anders vereist.

Artikel 2. Materiële werkingssfeer
1.

De wetgeving die binnen de werkingssfeer van dit Verdrag valt, is:

2.

Het Verdrag is slechts van toepassing op in het eerste lid omschreven wetgeving. Dit Verdrag is niet van toepassing op verdragen inzake sociale zekerheid die één van beide Verdragsluitende Partijen heeft gesloten met een derde Partij of op wetten of voorschriften tot wijziging van de in het eerste lid van dit artikel omschreven wetgeving om uitvoering te geven aan een dergelijk verdrag.

3.

De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen stellen elkaar in kennis van de wetgeving waardoor de wetten die binnen de werkingssfeer van dit Verdrag vallen, worden gewijzigd, aangevuld of vervangen, zulks onmiddellijk na de inwerkingtreding van bedoelde wetten.

4.

Wat Nederland betreft, is dit Verdrag niet van toepassing op regelingen inzake sociale en medische bijstand.

Artikel 3. Personele werkingssfeer

Tenzij anders is bepaald, is dit Verdrag van toepassing op alle personen op wie de wetten van één of van beide Verdragsluitende Partijen van toepassing zijn, dan wel zijn geweest, alsmede, wat Nederland betreft, op personen die rechten ontlenen aan bedoelde personen.

Artikel 4. Gelijkheid van behandeling
1.

In alle gevallen waarin recht op een uitkering krachtens de wetten inzake sociale zekerheid van Nieuw-Zeeland of Nederland geheel of ten dele afhangt van de nationaliteit van een Verdragsluitende Partij, wordt een persoon die onderdaan is van de andere Verdragsluitende Partij, met het oog op een aanspraak op die uitkering, beschouwd als onderdaan van eerstbedoelde Verdragsluitende Partij.

2.

De personen op wie dit Verdrag van toepassing is, worden door elk van de Verdragsluitende Partijen gelijk behandeld met betrekking tot de rechten en verplichtingen die uit hoofde van dit Verdrag ontstaan ten aanzien van elke Verdragsluitende Partij.

Artikel 5. Detachering
1.

Wanneer een persoon die onder de wetgeving van Nederland valt, in dienst van een werkgever wiens bedrijf op het grondgebied van Nederland is gevestigd, door deze werkgever van dit grondgebied wordt uitgezonden om gedurende een tijdvak dat vermoedelijk niet langer is dan 5 jaar op het grondgebied van Nieuw-Zeeland te werken, kan op die persoon de wetgeving van Nederland van toepassing blijven, alsof hij op het grondgebied van Nederland werkzaam was.

2.

Indien de duur van de werkzaamheden vermoedelijk bovengenoemde tijdsduur zal overschrijden, kan op een persoon die onder de wetgeving van Nederland valt en die, in dienst van een werkgever wiens bedrijf op het grondgebied van Nederland is gevestigd, door deze werkgever van dit grondgebied wordt uitgezonden om op het grondgebied van Nieuw-Zeeland te werken, de wetgeving van Nederland van toepassing blijven, alsof hij op het grondgebied van Nederland werkzaam was, indien bijzondere redenen dat rechtvaardigen.

3.

Indien de feitelijke duur van de werkzaamheden van de persoon omschreven in het eerste lid wegens onvoorzienbare omstandigheden langer is dan het verwachte tijdvak, kan op die persoon de wetgeving van Nederland van toepassing blijven, alsof hij op het grondgebied van Nederland werkzaam was.

4.

Voor de toepassing van de Nederlandse wetgeving wordt een persoon op wie de Nederlandse wetgeving van toepassing was overeenkomstig de bepalingen van dit artikel, geacht op het grondgebied van Nederland te wonen.

5.

Overeenkomstig de bepalingen van dit artikel is de Nederlandse wetgeving van toepassing indien de werkgever of de werknemer heeft verzocht om een verklaring van detachering binnen drie maanden na de eerste dag van uitzending of, in het geval bedoeld in het derde lid, vóór het einde van het verwachte tijdvak van uitzending, en deze verklaring aan de belanghebbende is afgegeven.

DEEL II

A. BEPALINGEN BETREFFENDE NIEUW-ZEELANDSE UITKERINGEN

Artikel 6. Woonplaats in Nederland
1.

Indien een persoon gerechtigd zou zijn een uitkering te ontvangen krachtens de Nieuw-Zeelandse wetgeving (met inbegrip van een persoon die hiertoe gerechtigd zou zijn ingevolge artikel 7), ware het niet dat hij of zij niet zijn of haar vaste woonplaats in Nieuw-Zeeland heeft op de datum van het aanvragen van die uitkering, wordt die persoon, ten behoeve van die aanvraag, geacht op die datum zijn of haar vaste woonplaats in Nieuw-Zeeland te hebben, mits hij of zij:

2.

Onder voorbehoud van dit Verdrag wordt, indien een persoon gerechtigd is een uitkering te ontvangen krachtens de wetgeving van Nieuw-Zeeland (met inbegrip van een persoon die daartoe gerechtigd is ingevolge het eerste lid, of ingevolge artikel 7, of beide), maar betaling van die uitkering afhankelijk is van verblijf in Nieuw-Zeeland, die persoon ten behoeve van de betaling van die uitkering geacht te verblijven in Nieuw-Zeeland, mits hij of zij:

3.

Voor de toepassing van dit Deel wordt:

4.

Indien een persoon die zijn of haar vaste woonplaats in Nederland heeft, de leeftijd bereikt voor aanspraak op een Nieuw-Zeelands pensioen of een veteranenpensioen, heeft die persoon geen aanspraak of, naar gelang van het geval, geen aanspraak meer op een invaliditeitsuitkering, weduwenuitkering of uitkering aan weduwnaars voor huishoudelijke doeleinden, indien die persoon voldoet aan de vereisten voor een Nieuw-Zeelands pensioen of een veteranenpensioen.

5.

Voor de toepassing van dit Verdrag is een persoon die niet de leeftijd heeft bereikt voor aanspraak op een Nieuw-Zeelands pensioen, niet gerechtigd een Nieuw-Zeelands pensioen of een veteranenpensioen te ontvangen op grond van het feit dat zijn of haar echtgenote of echtgenoot een Nieuw-Zeelands pensioen of een veteranenpensioen ontvangt.

Artikel 7. Optelling
1.

Om vast te stellen of een persoon voldoet aan de verblijfsvereisten voor een in de Nieuw-Zeelandse wetgeving omschreven uitkering, beschouwt het Nieuw-Zeelandse orgaan:

2.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt, indien een tijdvak van wonen in Nieuw-Zeeland en een Nederlands verzekeringstijdvak samenvallen, het tijdvak van samenvallen slechts een maal in aanmerking genomen als een tijdvak van wonen in Nieuw-Zeeland.

3.

Om vast te stellen of een persoon die een vaste woonplaats heeft in Nieuw-Zeeland of Nederland gerechtigd is een weduwenuitkering of een uitkering aan weduwnaars voor huishoudelijke doeleinden te ontvangen, wordt een ten laste van die persoon komend in Nederland geboren kind behandeld als was dat kind geboren in Nieuw-Zeeland, mits:

4.

Om vast te stellen of een weduwe die een vaste woonplaats heeft in Nieuw-Zeeland of in Nederland gerechtigd is een weduwenuitkering te ontvangen wordt:

Artikel 8. Hoogte van het Nieuw-Zeelandse pensioen en veteranenpensioen in Nederland

Indien een persoon die een vaste woonplaats heeft in Nederland gerechtigd is een Nieuw-Zeelands pensioen of veteranenpensioen te ontvangen ingevolge artikel 6, wordt het bedrag van die uitkering berekend overeenkomstig de volgende formule:

(aantal hele maanden van wonen in Nieuw-Zeeland / Y) x maximum uitkering

waarin ``Y" gelijk is aan:

480 indien de persoon is geboren vóór 1 april 1932;

492 indien de persoon is geboren tussen 1 april 1932 en 30 juni 1932;

495 indien de persoon is geboren tussen 1 juli 1932 en 30 september 1932;

498 indien de persoon is geboren tussen 1 oktober 1932 en 31 december 1932;

501 indien de persoon is geboren tussen 1 januari 1933 en 31 maart 1933;

504 indien de persoon is geboren tussen 1 april 1933 en 30 juni 1933;

507 indien de persoon is geboren tussen 1 juli 1933 en 30 september 1933;

510 indien de persoon is geboren tussen 1 oktober 1933 en 31 december 1933;

513 indien de persoon is geboren tussen 1 januari 1934 en 31 maart 1934;

516 indien de persoon is geboren tussen 1 april 1934 en 30 juni 1934;

519 indien de persoon is geboren tussen 1 juli 1934 en 30 september 1934;

522 indien de persoon is geboren tussen 1 oktober 1934 en 30 december 1934;

525 indien de persoon is geboren tussen 1 januari 1935 en 31 maart 1935;

528 indien de persoon is geboren tussen 1 april en 30 juni 1935;

531 indien de persoon is geboren tussen 1 juli 1935 en 30 september 1935;

534 indien de persoon is geboren tussen 1 oktober 1935 en 31 december 1935;

537 indien de persoon is geboren tussen 1 januari 1936 en 31 maart 1936;

540 indien de persoon is geboren na 31 maart 1936;

met inachtneming van de volgende bepalingen:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.