Verdrag tot oprichting van het Adviescentrum voor WTO-recht

Type Verdrag
Publication 2001-07-15
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Partijen bij dit Verdrag

Vaststellend dat de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (hierna te noemen de „WTO”) een complex juridisch stelsel en uitvoerige procedures voor geschillenregeling tot stand heeft gebracht;

Voorts vaststellend dat ontwikkelingslanden, in het bijzonder de minstontwikkelde landen, en de landen met overgangseconomieën beperkte deskundigheid inzake WTO-recht en het behandelen van complexe handelsgeschillen bezitten en dat hun vermogen om zulke deskundigheid te verwerven onderhevig is aan aanzienlijke financiële en institutionele beperkingen;

Erkennend dat een juist evenwicht tussen rechten en verplichtingen uit hoofde van de Overeenkomst tot oprichting van de WTO slechts gehandhaafd kan worden indien alle Leden van de WTO volledig inzicht hebben in hun daaruit voortvloeiende rechten en plichten en gelijke mogelijkheden om gebruik te maken van de WTO-procedures voor geschillenbeslechting;

Voorts erkennend dat de geloofwaardigheid en aanvaardbaarheid van de WTO-procedures voor geschillenbeslechting slechts kunnen worden gewaarborgd indien alle Leden van de WTO daadwerkelijk daaraan kunnen deelnemen;

Derhalve vastbesloten een bron te scheppen voor rechtskundig onderricht, deskundigheid en advies inzake WTO-recht die eenvoudig toegankelijk is voor ontwikkelingslanden, in het bijzonder de minstontwikkelde landen, en landen met overgangseconomieën;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Oprichting van het Adviescentrum voor WTO-recht

Het Adviescentrum voor WTO-recht (hierna te noemen het „Centrum") wordt hierbij opgericht.

Artikel 2. Doelstellingen en taken van het Centrum
1.

Doel van het Centrum is het geven van rechtskundig onderricht, bijstand en advies inzake WTO-recht en -procedures voor geschillenbeslechting aan ontwikkelingslanden, in het bijzonder de minstontwikkelde landen, en aan landen met overgangseconomieën.

2.

Hiertoe:

Artikel 3. Structuur van het Centrum
1.

Het Centrum heeft een Algemene Vergadering, een Bestuur en een Uitvoerend Directeur.

2.

De Algemene Vergadering bestaat uit de vertegenwoordigers van de Leden van het Centrum en de vertegenwoordigers van de minstontwikkelde landen vermeld in Bijlage III bij dit Verdrag. De Algemene Vergadering komt ten minste tweemaal per jaar bijeen om:

De Algemene Vergadering neemt haar procedureregels aan.

3.

Het Bestuur bestaat uit vier leden, een vertegenwoordiger van de minstontwikkelde landen en de Uitvoerend Directeur. De personen die zitting hebben in het Bestuur doen dit op persoonlijke titel en worden gekozen op grond van hun beroepskwalificaties op het gebied van WTO-recht of internationale handelsbetrekkingen en ontwikkeling.

4.

De leden van het Bestuur en de vertegenwoordiger van de minstontwikkelde landen in het Bestuur worden benoemd door de Algemene Vergadering. De Uitvoerend Directeur maakt ex officio deel uit van het Bestuur. De groep van Leden vermeld in Bijlage I bij dit Verdrag en de drie groepen Leden vermeld in Bijlage II bij dit Verdrag kunnen elk een lid van het Bestuur voordragen voor benoeming door de Algemene Vergadering. De minstontwikkelde landen vermeld in Bijlage III bij dit Verdrag kunnen hun vertegenwoordiger in het Bestuur voordragen voor benoeming door de Algemene Vergadering.

5.

Het Bestuur legt verantwoording af aan de Algemene Vergadering. Het Bestuur vergadert zo dikwijls als nodig om:

6.

De Uitvoerend Directeur legt verantwoording af aan het Bestuur en wordt uitgenodigd deel te nemen aan alle vergaderingen daarvan. De Uitvoerend Directeur:

Artikel 4. Besluitvorming
1.

De Algemene Vergadering besluit bij consensus. Een voorstel waarvan aanneming wordt overwogen tijdens een vergadering van de Algemene Vergadering wordt geacht bij consensus te zijn aangenomen indien er tijdens de vergadering geen formele bezwaren tegen zijn ingebracht door een Lid van het Centrum. Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing op besluiten van het Bestuur.

2.

Indien de Voorzitter van de Algemene Vergadering of het Bestuur vaststelt dat geen beslissing kan worden genomen bij consensus, kan de Voorzitter besluiten de zaak in stemming te brengen in de Algemene Vergadering. In een dergelijk geval neemt de Algemene Vergadering haar beslissing met een meerderheid van vier vijfde van de aanwezige Leden die hun stem uitbrengen. Elk Lid heeft één stem. Een enkelvoudige meerderheid van de Leden van het Centrum vormt het quorum voor elke vergadering van de Algemene Vergadering waarin een zaak in stemming wordt gebracht.

3.

In het geval van beslissingen over wijzigingen zijn de procedures weergegeven in artikel 11, eerste lid, van dit Verdrag van toepassing.

Artikel 5. Financiële structuur van het Centrum
1.

Een dotatiefonds wordt opgericht van de door Leden in overeenstemming met Artikel 6, tweede lid, van dit Verdrag betaalde bijdragen.

2.

Het Centrum brengt vergoedingen in rekening voor rechtskundige diensten in overeenstemming met het vergoedingenschema weergegeven in Bijlage IV bij dit Verdrag.

3.

De jaarlijkse begroting van het Centrum wordt gefinancierd uit de inkomsten uit het dotatiefonds van het Centrum, de vergoedingen voor door het Centrum verleende diensten en alle vrijwillige bijdragen van regeringen, internationale organisaties of particuliere sponsors.

4.

Het Centrum heeft een externe accountant.

Artikel 6. Rechten en verplichtingen van de Leden
1.

Elk ontwikkelingsland dat Lid is en elk Lid met een overgangseconomie vermeld in Bijlage II bij dit Verdrag heeft recht op de diensten van het Centrum in overeenstemming met de voorschriften aangenomen door de Algemene Vergadering en het vergoedingenschema weergegeven in Bijlage IV. Elk Lid kan verzoeken om bijstand bij WTO-procedures voor geschillenbeslechting in een der drie officiële talen van de WTO.

2.

Elk Lid dat dit Verdrag heeft aanvaard betaalt terstond een eenmalige bijdrage aan het dotatiefonds van het Centrum en/of jaarlijkse bijdragen gedurende de eerste vijf jaar waarin het Centrum werkzaam is in overeenstemming met de schaal van bijdragen weergegeven in de Bijlagen I en II bij dit Verdrag. Elk Lid dat is toegetreden tot dit Verdrag betaalt bijdragen in overeenstemming met zijn akte van toetreding.

3.

Elk Lid betaalt terstond de vergoedingen voor de door het Centrum verleende diensten.

4.

Indien het Bestuur bepaalt dat een Lid in gebreke is inzake een van zijn verplichtingen ingevolge het tweede of derde lid van dit artikel, kan hij besluiten dat Lid uit te sluiten van de uitoefening van zijn rechten ingevolge het eerste lid van dit artikel.

5.

Niets in dit Verdrag wordt zo uitgelegd dat het enige financiële aansprakelijkheid inhoudt voor enig Lid buiten de aansprakelijkheden voortvloeiend uit het tweede of derde lid van dit artikel.

Artikel 7. Rechten van de minstontwikkelde landen

Aan de minstontwikkelde landen vermeld in Bijlage III worden op hun verzoek de diensten van het Centrum verleend in overeenstemming met de voorschriften aangenomen door de Algemene Vergadering en het in Bijlage IV weergegeven vergoedingenschema. Elk van deze landen kan verzoeken om bijstand bij WTO-procedures voor geschillenbeslechting in een der drie officiële talen van de WTO.

Artikel 8. Voorrang bij het toewijzen van bijstand bij WTO-procedures voor geschillenbeslechting

Indien twee landen die recht hebben op bijstand bij WTO-procedures voor geschillenbeslechting betrokken zijn bij dezelfde procedure, wordt bijstand toegekend in overeenstemming met de volgende voorrangsregel: Ten eerste, de minstontwikkelde landen; ten tweede, Leden die dit Verdrag hebben aanvaard; ten derde, Leden die tot dit Verdrag zijn toegetreden. De Algemene Vergadering neemt voorschriften aan inzake het toekennen van bijstand bij WTO-procedures voor geschillenbeslechting overeenkomstig deze voorrangsregel.

Artikel 9. Samenwerking met andere internationale organisaties

Het Centrum werkt samen met de Wereldhandelsorganisatie en andere internationale organisaties ten behoeve van de realisatie van de doelstellingen van dit Verdrag.

Artikel 10. Rechtspositie van het Centrum
1.

Het Centrum heeft rechtspersoonlijkheid. Het heeft met name de bevoegdheid overeenkomsten te sluiten, onroerende en roerende zaken te verkrijgen en te vervreemden en rechtsvorderingen in te stellen.

2.

Het Centrum is gevestigd in Genève, Zwitserland.

3.

Het Centrum streeft naar het sluiten van een akkoord met de Zwitserse Bondsstaat inzake de status, voorrechten en immuniteiten van het Centrum. Het akkoord kan worden ondertekend door de Voorzitter van de Algemene Vergadering onder voorbehoud van goedkeuring door de Algemene Vergadering. Het akkoord kan bepalen dat de Zwitserse Bondsstaat aan het Centrum, zijn Uitvoerend Directeur en zijn personeel de status, voorrechten en immuniteiten verleent die de Zwitserse Bondsstaat verleent aan permanente diplomatieke vertegenwoordigingen en hun leden of aan internationale organisaties en hun personeel.

Artikel 11. Herziening, terugtrekking en beëindiging
1.

Elk lid van het Centrum en het Bestuur kan aan de Algemene Vergadering een voorstel voorleggen tot wijziging van een bepaling van dit Verdrag. Van het voorstel wordt terstond kennisgeving gedaan aan alle Leden. De Algemene Vergadering kan besluiten het voorstel ter aanneming voor te leggen aan de Leden. De wijziging wordt van kracht op de dertigste dag volgend op de datum waarop de depositaris de akten van aanvaarding van alle Leden heeft ontvangen.

2.

Indien de financiële situatie van het Centrum dit vereist, kan elk Lid van het Centrum en het Bestuur aan de Algemene Vergadering een voorstel voorleggen tot wijziging van de schaal van bijdragen weergegeven in de Bijlagen I en II en het vergoedingenschema weergegeven in Bijlage IV bij dit Verdrag. De wijziging wordt van kracht op de dertigste dag volgend op de datum waarop de Algemene Vergadering haar heeft aangenomen bij eenparig besluit.

3.

Het eerste en tweede lid van dit artikel laten onverlet de verplichting van het Bestuur de Bijlagen II en IV te wijzigen in overeenstemming met de daarin opgenomen Noten.

4.

Elk Lid kan zich te allen tijde uit dit Verdrag terugtrekken bij schriftelijke kennisgeving gedaan aan de Depositaris. De Depositaris doet aan de Uitvoerend Directeur van het Centrum en de Leden van het Centrum mededeling van een dergelijke kennisgeving. De terugtrekking wordt van kracht op de dertigste dag volgend op de datum waarop de kennisgeving door de Depositaris is ontvangen. De verplichting tot betaling van de vergoedingen voor door het Centrum verleende diensten in overeenstemming met artikel 6, derde lid, van dit Verdrag blijft bij terugtrekking in stand. Het zich terugtrekkende Lid heeft geen recht op terugbetaling van zijn bijdragen aan het dotatiefonds van het Centrum.

5.

De Algemene Vergadering kan besluiten dit Verdrag te beëindigen. Bij de beëindiging worden de vermogensbestanddelen van het Centrum verdeeld onder de Leden van dat tijdstip en voormalige Leden van het Centrum naar evenredigheid van het totaal van de bijdragen van elk Lid aan het doteringsfonds en/of de jaarlijkse begroting van het Centrum.

Artikel 12. Overgangsregelingen

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.