Verdrag inzake de bescherming van de Rijn

Type Verdrag
Publication 2003-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regeringen

van de Bondsrepubliek Duitsland,

van de Franse Republiek,

van het Groothertogdom Luxemburg,

van het Koninkrijk der Nederlanden,

van de Zwitserse Bondsstaat

en de Europese Gemeenschap,

geleid door de wens om vanuit een integrale visie te werken aan een duurzame ontwikkeling van het ecosysteem van de Rijn die recht doet aan het waardevolle karakter van de rivier, oevers en oevergebieden,

met de bedoeling hun samenwerking tot behoud en verbetering van het ecosysteem Rijn te versterken,

onder verwijzing naar het Verdrag van 17 maart 1992 inzake de bescherming en het gebruik van grensoverschrijdende waterlopen en internationale meren alsmede naar het Verdrag van 22 september 1992 inzake de bescherming van het marine milieu in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan,

rekening houdend met de in het kader van de Overeenkomst van 29 april 1963 nopens de Internationale Commissie ter bescherming van de Rijn tegen verontreiniging en de Aanvullende Overeenkomst van 3 december 1976 uitgevoerde werkzaamheden,

overwegende dat de door de Overeenkomst van 3 december 1976 inzake de bescherming van de Rijn tegen chemische verontreiniging en door het actieprogramma „Rijn” van 30 september 1987 bereikte verbeteringen van de waterkwaliteit dienen te worden voortgezet,

zich bewust van het feit dat de sanering van de Rijn ook noodzakelijk is om het ecosysteem van de Noordzee in stand te houden en te verbeteren,

zich bewust van het feit dat de Rijn een belangrijke Europese vaarweg is en voor uiteenlopende doelen wordt gebruikt,

zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit Verdrag wordt verstaan onder

Artikel 2. Toepassingsgebied

Het toepassingsgebied van dit Verdrag omvat

Artikel 3. Doelstellingen

Met dit Verdrag streven de Verdragspartijen de volgende doelstellingen na:

1.

duurzame ontwikkeling van het ecosysteem van de Rijn, met name door

2.

veiligstellen van het gebruik van Rijnwater voor de drinkwatervoorziening;

3.

verbetering van de sedimentkwaliteit ten behoeve van het zonder schade storten of verspreiden van baggerspecie;

4.

geïntegreerde voorzorgsmaatregelen en beschermingsmaatregelen tegen hoogwater met inachtneming van de ecologische randvoorwaarden;

5.

vermindering van de belasting van de Noordzee afgestemd op de andere maatregelen ter bescherming van dit zeegebied.

Artikel 4. Principes

De Verdragspartijen laten zich daarbij leiden door de volgende principes:

Artikel 5. Plichten van de Verdragspartijen

Teneinde de in artikel 3 genoemde doelstellingen te verwezenlijken en met inachtneming van de in artikel 4 genoemde beginselen verplichten de Verdragspartijen zich tot het volgende:

1.

Zij versterken hun samenwerking en informeren elkaar wederzijds in het bijzonder over de op hun grondgebied ter bescherming van de Rijn uitgevoerde maatregelen.

2.

Zij voeren de door de Commissie vastgestelde internationale meetprogramma's en onderzoekprojekten betreffende het ecosysteem Rijn op hun grondgebied uit en informeren de Commissie over de resultaten daarvan.

3.

Zij verrichten onderzoek met het doel de oorzaken en de veroorzakers van verontreinigingen vast te stellen.

4.

Zij nemen de autonome maatregelen die zij voor hun grondgebied noodzakelijk achten en garanderen in elk geval dat

5.

Zij treffen de voor hun grondgebied vereiste maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de besluiten van de Commissie overeenkomstig artikel 11.

6.

Zij informeren bij bedrijfsstoringen of ongevallen waarvan de gevolgen de waterkwaliteit van de Rijn kunnen bedreigen, of bij naderend hoogwater onverwijld de Commissie en de Verdragspartijen die daardoor getroffen kunnen worden overeenkomstig de door de Commissie gecoördineerde waarschuwings- en alarmplannen.

Artikel 6. Commissie
1.

Voor de tenuitvoerlegging van dit Verdrag blijven de Verdragspartijen in de Commissie samenwerken.

2.

De Commissie bezit rechtspersoonlijkheid. In het bijzonder bezit zij op het grondgebied van de Verdragspartijen de rechtsbevoegdheid en handelingsbekwaamheid die naar nationaal recht wordt toegekend aan rechtspersonen. Zij wordt vertegenwoordigd door de voorzitter.

3.

Op vraagstukken met betrekking tot het arbeidsrecht en op sociale vraagstukken is het recht van het land van de zetel van toepassing.

Artikel 7. Organisatie van de Commissie
1.

De Commissie bestaat uit de delegaties van de Verdragspartijen. Iedere Verdragspartij benoemt afgevaardigden, van wie er een als delegatieleider wordt aangewezen.

2.

De delegaties kunnen zich laten bijstaan door deskundigen.

3.

Het voorzitterschap van de Commissie wordt afwisselend door iedere delegatie voor de duur van drie jaar uitgeoefend volgens de in de preambule vermelde volgorde van de Verdragspartijen. De delegatie die het voorzitterschap bekleedt wijst de voorzitter van de Commissie aan. De voorzitter treedt niet op als woordvoerder van zijn delegatie.

Indien een Verdragspartij afziet van uitoefening van het voorzitterschap, wordt dit bekleed door de eerstvolgende Verdragspartij.

4.

De Commissie stelt een huishoudelijk en financieel reglement vast.

5.

De Commissie neemt besluiten over maatregelen met betrekking tot de interne organisatie, de noodzakelijk geachte werkstructuur en de jaarlijkse begroting.

Artikel 8. Taken van de Commissie
1.

Teneinde de in artikel 3 omschreven doelstellingen te verwezenlijken vervult de Commissie de volgende taken:

2.

Hiertoe neemt de Commissie besluiten overeenkomstig de artikelen 10 en 11.

3.

De Commissie brengt jaarlijks aan de Verdragspartijen verslag uit van haar activiteiten.

4.

De Commissie informeert het publiek over de toestand van de Rijn en over de resultaten van haar werkzaamheden. Zij kan rapporten opstellen en openbaar maken.

Artikel 9. Plenaire vergaderingen van de Commissie
1.

De Commissie komt eenmaal per jaar op uitnodiging van de voorzitter in plenaire vergadering bijeen.

2.

Buitengewone plenaire vergaderingen worden door de voorzitter op zijn initiatief of op verzoek van tenminste twee delegaties bijeengeroepen.

3.

De voorzitter stelt de agenda voor. Iedere delegatie heeft het recht die onderwerpen op de agenda te doen plaatsen die zij behandeld wenst te zien.

Artikel 10. Besluitvorming van de Commissie
1.

Besluiten van de Commissie worden genomen met eenparigheid van stemmen.

2.

Iedere delegatie heeft één stem.

3.

Indien in artikel 8, eerste lid, onder b, bedoelde maatregelen die door de Verdragspartijen dienen te worden uitgevoerd, onder de bevoegdheid vallen van de Europese Gemeenschap, oefent de Europese Gemeenschap, in afwijking van het tweede lid, haar stemrecht uit met een aantal stemmen dat gelijk is aan het aantal van haar Lidstaten die Partij zijn bij dit Verdrag. De Europese Gemeenschap oefent haar stemrecht niet uit wanneer de Lidstaten hun stemrecht uitoefenen en omgekeerd.

4.

Stemonthouding door niet meer dan één delegatie staat eenparigheid van stemmen niet in de weg. Dit geldt niet voor de delegatie van de Europese Gemeenschap. De afwezigheid van een delegatie geldt als stemonthouding.

5.

Het huishoudelijk reglement kan voorzien in een schriftelijke procedure.

Artikel 11. Tenuitvoerlegging van de besluiten van de Commissie
1.

De Commissie richt haar besluiten over maatregelen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder b, in de vorm van aanbevelingen aan de Verdragspartijen. De tenuitvoerlegging geschiedt overeenkomstig het nationale recht van de Verdragspartijen.

2.

De Commissie kan bepalen dat deze besluiten

3.

De Verdragspartijen brengen regelmatig aan de Commissie verslag uit over

4.

Indien een Verdragspartij de besluiten van de Commissie niet of slechts gedeeltelijk kan uitvoeren, stelt zij de Commissie daarvan binnen een bepaalde, door de Commissie per geval te bepalen termijn, in kennis en zet haar redenen uiteen. Elke delegatie kan om overleg verzoeken; aan dit verzoek dient binnen een termijn van twee maanden te worden voldaan.

De Commissie kan op grond van de verslagen van de Verdragspartijen of op grond van het overleg besluiten tot maatregelen om de tenuitvoerlegging van de besluiten te bevorderen.

5.

De Commissie houdt een lijst bij van haar aan de Verdragspartijen gerichte besluiten. De Verdragspartijen vullen jaarlijks, uiterlijk twee maanden voor de plenaire vergadering van de Commissie, de lijst van de Commissie aan door de stand van zaken aan te geven met betrekking tot de uitvoering van de besluiten van de Commissie.

Artikel 12. Secretariaat van de Commissie
1.

De Commissie heeft een permanent secretariaat, dat de hem door de Commissie gedelegeerde taken uitoefent en dat wordt geleid door een hoofd.

2.

De Verdragspartijen leggen de zetel van het secretariaat vast.

3.

De Commissie benoemt het hoofd van het secretariaat.

Artikel 13. Verdeling van de kosten

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.