Overeenkomst inzake handel, ontwikkeling en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Zuid-Afrika, anderzijds

Type Verdrag
Publication 2016-03-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Het Koninkrijk België,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

Ierland,

de Italiaanse Republiek,

het Groothertogdom Luxemburg,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Portugese Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

hierna „lidstaten” te noemen, en

de Europese Gemeenschap, hierna „Gemeenschap” te noemen, enerzijds, en

de Republiek Zuid-Afrika, hierna „Zuid-Afrika” te noemen, anderzijds,

hierna „partijen” te noemen,

Gelet op het belang van de bestaande vriendschaps- en samenwerkingsbanden tussen de Gemeenschap, de lidstaten en Zuid-Afrika en de gemeenschappelijke waarden van de partijen;

Overwegende dat de Gemeenschap, de lidstaten en Zuid-Afrika deze banden wensen te versterken en nauwe en duurzame betrekkingen tot stand wensen te brengen, gebaseerd op wederkerigheid, partnerschap en gezamenlijke ontwikkeling;

Gelet op de historische verrichtingen van het Zuid-Afrikaanse volk, met name de afschaffing van het apartheidsstelsel en de opbouw van een nieuwe politieke orde, gebaseerd op de rechtsstaat, de mensenrechten en de democratie;

Zich bewust van de politieke en financiële steun van de Gemeenschap en de lidstaten voor dit proces van politieke verandering en overgang in Zuid-Afrika;

Herinnerende aan de sterke gehechtheid van de partijen aan de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties en aan de democratische beginselen en fundamentele mensenrechten, als omschreven in de Universele Verklaring van de rechten van de mens;

Verwijzende naar de op 10 oktober 1994 ondertekende Samenwerkingsovereenkomst tussen de Gemeenschap en Zuid-Afrika;

Herinnerende aan de wens van de partijen zo nauw mogelijke betrekkingen tot stand te brengen tussen Zuid-Afrika en de landen die partij zijn bij de ACS-EG-Overeenkomst van Lomé, ten blijke waarvan op 24 april 1997 het Protocol betreffende de toetreding van Zuid-Afrika tot de Vierde ACS-EG-Overeenkomst van Lomé, zoals gewijzigd bij de op 4 november 1995 te Mauritius ondertekende Overeenkomst, werd ondertekend;

Rekening houdende met de rechten en verplichtingen van de partijen in het kader van hun lidmaatschap van de Wereldhandelsorganisatie, de noodzaak bij te dragen tot de tenuitvoerlegging van de resultaten van de Uruguay-ronde, en de eerdere inspanningen van beide partijen in dit verband;

Herinnerende aan de gehechtheid van de partijen aan de beginselen en regels van het internationale handelsverkeer en aan hun streven deze op transparante en niet-discriminerende wijze toe te passen;

Bevestigende de steun en inspanningen van de Gemeenschap en de lidstaten ten gunste van het proces van handelsliberalisering en economische herstructurering in Zuid-Afrika;

Zich bewust van de inspanningen van de regering van Zuid-Afrika om zorg te dragen voor de economische en sociale ontwikkeling van de bevolking van Zuid-Afrika;

Met klem wijzende op het belang dat de Europese Unie en Zuid-Afrika hechten aan de succesvolle tenuitvoerlegging van het Zuid-Afrikaanse programma voor wederopbouw en ontwikkeling;

Bevestigende de verbintenis van beide partijen de regionale samenwerking en economische integratie tussen de landen in zuidelijk Afrika, alsmede de liberalisering van de handel tussen deze landen onderling te bevorderen;

Overwegende dat de partijen ervoor zorg dragen dat hun wederzijdse afspraken geen beletsel vormen voor het proces van herstructurering van de douane-unie van zuidelijk Afrika (SACU), in het kader waarvan Zuid-Afrika samenwerkt met vier ACS-landen;

Wijzende op het belang dat beide partijen hechten aan de waarden en beginselen die zijn opgenomen in de slotverklaringen van de Internationale Conferentie over bevolking en ontwikkeling in 1994 in Cairo, de Wereldtop voor sociale ontwikkeling in maart 1995 in Kopenhagen, en de Vierde Wereldvrouwenconferentie in 1995 in Peking;

Opnieuw bevestigende dat de partijen zich verbinden tot economische en sociale ontwikkeling en eerbiediging van de fundamentele rechten van werknemers, met name door toepassing van de IAO-verdragen over onderwerpen als de vrijheid van vakvereniging, het recht collectief te onderhandelen, non-discriminatie, afschaffing van dwangarbeid en kinderarbeid;

Herinnerende aan het belang van het tot stand brengen van een regelmatige politieke dialoog in bilateraal en multilateraal verband over zaken van wederzijds belang,

Zijn als volgt overeengekomen[Red: De oorspronkelijke Bijlagen bij de Overeenkomst en de Protocollen liggen ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en zijn gepubliceerd in PbEG 1999, L 311, PbEU 2005, L 68 en PbEU 2008, L 22.]:

TITEL I. ALGEMENE DOELSTELLINGEN EN BEGINSELEN

Artikel 1. Doelstellingen

De doelstellingen van deze Overeenkomst zijn:

Artikel 2. Essentieel onderdeel

De eerbiediging van de democratische beginselen en fundamentele mensenrechten die zijn opgenomen in de Universele Verklaring van de rechten van de mens, en de eerbiediging van de rechtsstaat vormen de grondslag van het binnen- en buitenlands beleid van de Gemeenschap en Zuid-Afrika en zijn een essentieel onderdeel van deze Overeenkomst.

De partijen bevestigen tevens hun gehechtheid aan de beginselen van behoorlijk bestuur.

Artikel 3. Niet-uitvoering
1.

Indien een van de partijen van mening is dat de andere partij haar verplichtingen in het kader van deze Overeenkomst niet is nagekomen, kan deze partij passende maatregelen nemen.

2.

Alvorens dit te doen verstrekt zij de andere partij binnen dertig dagen alle ter zake dienende informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, teneinde tot een voor beide partijen bevredigende oplossing te komen.

3.

In bijzonder dringende gevallen kunnen zonder voorafgaand overleg passende maatregelen worden genomen. Deze maatregelen worden onmiddellijk ter kennis gebracht van de andere partij. Op verzoek van deze partij kan overleg worden gepleegd. Dit overleg vindt plaats binnen dertig dagen na de kennisgeving van de maatregelen. Indien er geen bevredigende oplossing wordt gevonden, kan de betrokken partij gebruik maken van de procedure voor de beslechting van geschillen.

4.

De partijen komen voor de juiste interpretatie en de praktische toepassing van deze Overeenkomst overeen dat onder de in lid 3 bedoelde „bijzonder dringende gevallen” worden verstaan gevallen van wezenlijke inbreuk op de Overeenkomst door een der partijen. Als wezenlijke inbreuk op de Overeenkomst worden beschouwd:

5.

De partijen komen overeen dat zij onder de in lid 1 van dit artikel genoemde passende maatregelen verstaan maatregelen die in overeenstemming met het internationale recht zijn genomen. Bij het nemen van de maatregelen dient voorrang te worden gegeven aan die maatregelen die de werking van de Overeenkomst het minst verstoren.

Artikel 4. Politieke dialoog
1.

Er wordt een regelmatige politieke dialoog ingesteld tussen de partijen. Deze dialoog verloopt parallel met de samenwerking en draagt ertoe bij deze te consolideren. Tevens moet de dialoog bijdragen tot de totstandkoming van duurzame solidariteit en nieuwe vormen van samenwerking.

2.

De doelstellingen van de politieke dialoog en samenwerking zijn met name:

3.

De politieke dialoog heeft betrekking op alle onderwerpen van wederzijds belang.

4.

De politieke dialoog wordt regelmatig en telkens wanneer nodig gehouden:

5.

Behalve de in de voorgaande leden bedoelde bilaterale politieke dialoog, maken de partijen ook optimaal gebruik van en leveren zij een actieve bijdrage aan de regionale politieke dialoog tussen de Europese Unie en de landen van zuidelijk Afrika, met name met het oog op de bevordering van duurzame vrede en stabiliteit in de regio.

De partijen nemen tevens deel aan de politieke dialoog in breder ACS/EU-verband, als voorzien bij en vastgelegd in de desbetreffende ACS/EG-overeenkomsten.

TITEL II. HANDEL

AFDELING A. ALGEMEEN

Artikel 5. Vrijhandelszone
1.

De Gemeenschap en Zuid-Afrika komen overeen een vrijhandelszone tot stand te brengen overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst en met inachtneming van de voorschriften van de WTO.

2.

De vrijhandelszone wordt tijdens een overgangsperiode tot stand gebracht die van de kant van Zuid-Afrika ten hoogste twaalf jaar en van de kant van de Gemeenschap ten hoogste tien jaar zal duren vanaf de inwerkingtreding van de Overeenkomst.

3.

De vrijhandelszone omvat het vrije verkeer van goederen in alle sectoren. Deze Overeenkomst heeft eveneens betrekking op de liberalisering van de handel in diensten en het vrije verkeer van kapitaal.

Artikel 6. Goederenindeling

De Gemeenschap past de gecombineerde nomenclatuur toe bij de invoer van goederen uit Zuid-Afrika. Zuid-Afrika past het geharmoniseerd systeem toe bij de invoer van goederen uit de Gemeenschap.

Artikel 7. Basisrecht
1.

Voor elk product is het basisrecht waarop de in de Overeenkomst vermelde achtereenvolgende verminderingen worden toegepast, het recht dat op de dag van inwerkingtreding van de Overeenkomst daadwerkelijk van toepassing is.

2.

De Gemeenschap en Zuid-Afrika delen elkaar hun basisrechten mede overeenkomstig de tussen partijen overeengekomen „standstill”- en „rollback”-verbintenis en de in bijlage I vermelde overeengekomen afwijkingen op deze beginselen.

3.

Wanneer de geleidelijke afschaffing van de douanerechten niet bij de inwerkingtreding van de Overeenkomst aanvangt (met name voor de in bijlage II, lijsten 3, 4 en 5; bijlage III, lijsten 2, 3, 4 en 6; bijlage IV, lijsten 3, 4, 7 en 8; bijlage V; bijlage VI, lijsten 2, 3 en 5; en bijlage VII vermelde producten) is het recht waarop de in de Overeenkomst vermelde achtereenvolgende verminderingen van toepassing zijn het in lid 1 genoemde basisrecht of, indien dit lager is, het recht dat „erga omnes” van toepassing is op de dag waarop de geleidelijke afschaffing van de desbetreffende douanerechten een aanvang neemt.

Artikel 8. Douanerechten van fiscale aard

De bepalingen inzake de afschaffing van douanerechten bij invoer zijn ook van toepassing op douanerechten van fiscale aard, met uitzondering van niet-discriminerende accijnzen die overeenkomstig artikel 21 van deze Overeenkomst zowel op ingevoerde als van plaatselijk geproduceerde goederen worden geheven.

Artikel 9. Heffingen van gelijke werking als invoerrechten

Bij de inwerkingtreding van de Overeenkomst schaffen de Gemeenschap en Zuid-Afrika de heffingen van gelijke werking als douanerechten bij invoer af.

AFDELING B. INDUSTRIEPRODUCTEN

Artikel 10. Definitie

De bepalingen van deze afdeling zijn van toepassing op producten van oorsprong uit de Gemeenschap en Zuid-Afrika, met uitzondering van producten die volgens de in deze Overeenkomst opgenomen definitie landbouwproducten zijn.

Artikel 11. Afschaffing van de douanerechten door de Gemeenschap
1.

De douanerechten die bij invoer in de Gemeenschap van toepassing zijn op andere dan de in bijlage II vermelde industrieproducten van oorsprong uit Zuid-Afrika, worden afgeschaft bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst.

2.

De douanerechten die bij invoer in de Gemeenschap van toepassing zijn op de in bijlage II, lijst 1, vermelde producten van oorsprong uit Zuid-Afrika worden overeenkomstig het volgende tijdschema geleidelijk afgeschaft:

3.

De douanerechten die bij invoer in de Gemeenschap van toepassing zijn op de in bijlage II, lijst 2, vermelde producten van oorsprong uit Zuid-Afrika worden overeenkomstig het volgende tijdschema geleidelijk afgeschaft:

4.

De douanerechten die bij invoer in de Gemeenschap van toepassing zijn op de in bijlage II, lijst 3, vermelde producten van oorsprong uit Zuid-Afrika, worden overeenkomstig het volgende tijdschema geleidelijk afgeschaft:

Voor enkele in deze lijst vermelde producten vangt de afschaffing van de douanerechten vier jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst aan. De afschaffing geschiedt in drie gelijke jaarlijkse verminderingen, zodat deze rechten zes jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst geheel zullen zijn afgeschaft.

Voor enkele in de lijst vermelde ijzer- en staalproducten worden de rechten op meestbegunstigingsbasis verlaagd tot in 2004 het nulrecht zal zijn bereikt.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.