Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Federatieve Republiek Brazilië
Het Koninkrijk der Nederlanden
en
de Federatieve Republiek Brazilië,
hierna te noemen de Verdragsluitende Partijen,
Geleid door de wens bepalingen vast te stellen die de betrekkingen tussen de twee landen op het gebied van sociale zekerheid regelen,
Vastbesloten een Verdrag inzake sociale zekerheid te sluiten onder de hierna bepaalde voorwaarden:
TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit Verdrag, hebben de onderstaande termen de volgende betekenis:
- a. Onder „wetgeving" wordt verstaan: de wetgeving met betrekking tot de in artikel 2 bedoelde takken van sociale zekerheid;
- b. Onder „bevoegde autoriteit " wordt verstaan:
- –. in de Federatieve Republiek Brazilië: de Minister van Sociale Zekerheid en Sociale Bijstand;
- –. in het Koninkrijk der Nederlanden: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
- c. Onder „bevoegd ministerie" wordt verstaan: het orgaan dat verantwoordelijk is voor de formulering van het Verdrag in overeenstemming met zijn wetgeving:
- –. in de Federatieve Republiek Brazilië: het Ministerie van Sociale Zekerheid en Sociale Bijstand;
- –. in het Koninkrijk der Nederlanden: het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
- d. Onder „bevoegd orgaan" wordt verstaan: het orgaan dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van de wetgeving van de Verdragsluitende Partij:
- –. in de Federatieve Republiek Brazilië: het Nationale Instituut voor de Sociale Zekerheid – INSS;
- –. in het Koninkrijk der Nederlanden: het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen met betrekking tot de in artikel 2, sub-paragraaf B, onder a, b en c bedoelde wetgeving; en Sociale Verzekeringsbank met betrekking tot de in artikel 2, sub-paragraaf B, onder d, e en f bedoelde wetgeving;
- e. Onder „verbindingsorgaan" wordt verstaan: het orgaan dat verantwoordelijk is voor het informeren van de betrokken Verdragsluitende Partijen, alsmede voor de documenten- en berichtenstroom tussen de Verdragsluitende Partijen:
- –. in de Federatieve Republiek Brazilië: het Nationale Instituut voor Sociale Zekerheid - INSS;
- –. in het Koninkrijk der Nederlanden: het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen met betrekking tot de in artikel 2, sub-paragraaf B, onder a, b en c bedoelde wetgeving; en de Sociale Verzekeringsbank met betrekking tot de in artikel 2, sub-paragraaf B, onder d, e en f bedoelde wetgeving, en met betrekking tot de administratie van ingevolge artikel 8 en artikel 12 gedetacheerde werknemers;
- f. Onder „rechthebbende" wordt voor de toepassing van dit Verdrag verstaan: een persoon die sociale zekerheid geniet, de verzekerde of een gezinslid als zodanig omschreven in de toepasselijke wetgeving van elke Verdragsluitende Partij bij dit Verdrag;
- g. Onder „uitkering" wordt verstaan: betaling in geld, inkomen, subsidie of vergoeding voorzien in de wetgeving van de Verdragsluitende Partijen, met inbegrip van de aanvullingen en toeslagen hierop en aanpassingen hiervan op basis van deze wetgeving;
- h. Onder „socialeverzekeringstijdvak" wordt verstaan: een periode die als zodanig wordt aangemerkt in de wetgeving waaraan de persoon in elk van de Verdragsluitende Partijen onderworpen is of is geweest.
De overige termen of uitdrukkingen die in dit Verdrag worden gebruikt hebben de betekenis die daaraan in de wetgeving van de Verdragsluitende Partijen wordt toegekend.
Artikel 2. Materiële werkingssfeer
Dit Verdrag is van toepassing:
- A. – In de Federatieve Republiek Brazilië, op de wetgeving van het Algemene Regiem van Sociale Zekerheid met betrekking tot de volgende uitkeringen:
- a. uittreding vanwege: arbeidsongeschiktheid; leeftijd; jaren van betaling van premie of bijdrage (dienstjaren);
- b. uitkeringen wegens overlijden;
- c. ziekte-uitkeringen;
- d. gezinstoelage;
- e. moederschapstoelage.
- B. – In het Koninkrijk der Nederlanden, op de Nederlandse wetgeving inzake de volgende takken van sociale zekerheid:
- a. ziekte-uitkeringen (uitkeringen bij ziekte en moederschap);
- b. arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voor werknemers;
- c. arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voor zelfstandigen;
- d. ouderdomspensioenen;
- e. nabestaandenpensioenen;
- f. kinderbijslagen; en voor de toepassing van Titel II van het Verdrag tevens de wetgeving inzake:
- g. werkloosheidsuitkeringen.
Artikel 3. Personele werkingssfeer
Dit Verdrag is van toepassing op alle personen die aan de wetgeving van een van beide of beide Verdragsluitende Partijen onderworpen zijn of zijn geweest, alsmede op gezinsleden en nabestaanden van deze personen voor zover zij rechten aan die personen ontlenen.
Artikel 4. Gelijke behandeling
De volgende personen die wonen op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij hebben dezelfde rechten en verplichtingen uit hoofde van de wetgeving van die Verdragsluitende Partij als haar eigen onderdanen:
- a. onderdanen van de andere Verdragsluitende Partij;
- b. vluchtelingen en staatlozen;
- c. gezinsleden van de onder a of b bedoelde personen, ongeacht hun nationaliteit, wier rechten afhankelijk zijn van die van de verzekerde.
Artikel 5. Export van uitkeringen
Bepalingen van de wetgeving die uitsluitend omdat de rechthebbende of een lid van zijn gezin buiten het grondgebied van een Verdragsluitende Partij woont of verblijft, betaling van uitkeringen beperken, zijn niet van toepassing indien de rechthebbende of dit gezinslid woont of verblijft op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.
TITEL II. REGELINGEN INZAKE TOEPASSELIJKE WETGEVING
HOOFDSTUK I
Artikel 6. Algemene bepalingen inzake het grondbeginsel van verzekering
De personen op wie dit Verdrag van toepassing is zijn uitsluitend onderworpen aan de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan zij werkzaam zijn, tenzij anders bepaald in de artikelen 7 tot en met 11.
Een persoon die onderworpen is aan de wetgeving van een Verdragsluitende Partij behoudt de rechten die hij in overeenstemming met de bepalingen van de genoemde Verdragsluitende Partij heeft verworven, zelfs wanneer hij inwoner is van de andere Verdragsluitende Partij.
Het bepaalde in dit Verdrag laat de bepalingen van het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer van 18 april 1961, of van het Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen van 24 april 1963, onverlet.
De persoon die bij een regeringsorgaan of bij een officieel internationaal agentschap werkzaam is waarvan een van de Verdragsluitende Partijen regulier lid is, en die wordt uitgezonden naar de andere Verdragsluitende Partij, is onderworpen aan de wetgeving van de Verdragsluitende Partij die hem in dienst heeft genomen, tenzij hij valt onder het socialezekerheidsregiem van de genoemde organen of agentschappen.
HOOFDSTUK II. UITZONDERINGEN OP DE ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 7. Ambtenaren
De ambtenaren van een Verdragsluitende Partij, of andere als zodanig aangestelde personen die worden gedetacheerd op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, blijven onderworpen aan de wetgeving van de eerstgenoemde Verdragsluitende Partij, zelfs als zij inwoner zijn van de andere Verdragsluitende Partij. Wanneer echter een ambtenaar of een ander als zodanig aangesteld persoon een of meerdere activiteiten verricht waarop de sociale zekerheidswetgeving van de Verdragsluitende Partij waar hij woont van toepassing is, is hij ten aanzien van deze activiteiten onderworpen aan de wetgeving van de Verdragsluitende Partij waar hij woont.
Artikel 8. Werknemers
Een persoon die als werknemer werkzaam is op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij en die wordt gedetacheerd om voor zijn of haar werkgever werkzaamheden te verrichten op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij is voor die werkzaamheden alleen onderworpen aan de wetgeving van de eerstgenoemde Verdragsluitende Partij als zouden die werkzaamheden worden verricht op haar grondgebied en mits deze detachering niet langer duurt dan 24 maanden en de betrokkene niet tevens tewerk wordt gesteld op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij door een andere werkgever die zich op dat grondgebied bevindt.
Het in het eerste lid genoemde tijdvak kan voor een gelijke periode worden verlengd, mits dit wordt toegestaan door de bevoegde autoriteiten of door eenieder die op grond van een volmacht bevoegd is deze toestemming te verlenen.
Artikel 9. Personeel van internationale luchttransportondernemingen
Een persoon die deel uitmaakt van het vliegend personeel van een onderneming die tegen betaling of voor eigen rekening internationale vervoersdiensten exploiteert voor passagiers of goederen door de lucht en haar zetel heeft op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij is onderworpen aan de wetgeving van die Verdragsluitende Partij. Indien de genoemde onderneming evenwel een filiaal of een permanente vertegenwoordiging heeft op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij dan die waar zij haar zetel heeft, is een persoon die als werknemer werkzaam is bij een dergelijk filiaal of een dergelijke permanente vertegenwoordiging onderworpen aan de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan dit filiaal of deze permanente vertegenwoordiging zich bevindt.
Artikel 10. Bemanningsleden aan boord van schepen
Een persoon die als werknemer werkzaam is aan boord van een schip en op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij woont, is onderworpen aan de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan de werkgever zijn zetel of domicilie heeft.
Artikel 11. Personeel van diplomatieke en consulaire zendingen
Onderdanen van een Verdragsluitende Partij die door de regering van die Verdragsluitende Partij worden uitgezonden naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij als lid van een diplomatieke zending of consulaire post zijn onderworpen aan de wetgeving van de eerstgenoemde Verdragsluitende Partij.
Een persoon die als werknemer werkzaam is bij een diplomatieke zending of consulaire post van een van de Verdragsluitende Partijen op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij is onderworpen aan de wetgeving van de laatstgenoemde Verdragsluitende Partij.
Indien de diplomatieke zending of consulaire post van een van de Verdragsluitende Partijen personen in dienst heeft die overeenkomstig het tweede lid van dit artikel onderworpen zijn aan de wetgeving van de andere Verdragsluitende Partij, neemt de zending of post de verplichtingen die de wetgeving van deze Verdragsluitende Partij aan werkgevers oplegt in acht.
Het bepaalde in het tweede en derde lid van dit artikel is van overeenkomstige toepassing op particuliere bedienden die uitsluitend in dienst zijn bij een in het eerste lid van dit artikel bedoelde persoon. In dat geval neemt de natuurlijke persoon die deze particuliere bedienden in dienst heeft de verplichtingen in acht die de wetgeving van de Verdragsluitende Partij waar de dienstbetrekking wordt uitgeoefend aan werkgevers oplegt.
Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op honoraire leden van een consulaire post of op personen die als werknemer werkzaam zijn in persoonlijke dienst van dergelijke personen. Zij zijn onderworpen aan artikel 6.
Artikel 12. Uitzonderingen op de bepalingen van de artikelen 6 tot en met 11
De bevoegde autoriteiten van beide Verdragsluitende Partijen of de door de bevoegde autoriteiten aangewezen lichamen kunnen ten behoeve van de betrokkenen uitzonderingen op de bepalingen van de artikelen 6 tot en met 11 overeenkomen.
TITEL III. UITKERINGEN
HOOFDSTUK I. BEPALINGEN INZAKE BRAZILIË
Artikel 13. Samentelling van de verzekeringstijdvakken
Voor het verkrijgen, behouden of herstellen van het recht op betalingen onder de voorwaarden van de wetgeving van Brazilië worden, indien nodig, de op grond van deze wetgeving vervulde verzekeringstijdvakken samengeteld met de op grond van de Nederlandse wetgeving vervulde verzekeringstijdvakken, mits deze niet samenvallen, als was over het gehele tijdvak premie of bijdrage betaald ingevolge de wetgeving van Brazilië.
Wanneer de wetgeving van Brazilië het recht op een bijzondere uitkering ondergeschikt maakt aan de voorwaarde dat de verzekeringstijdvakken zijn vervuld onder bijzondere omstandigheden met gevaar voor de gezondheid of het lichamelijk welzijn, worden de in de andere Verdragsluitende Partij onder soortgelijke omstandigheden vervulde tijdvakken met deze tijdvakken samengeteld. Indien blootstelling aan deze bijzondere omstandigheden in de andere Verdragsluitende Partij evenwel niet kan worden aangetoond, worden de tijdvakken in aanmerking genomen voor gewone uitkeringen.
Artikel 14. Berekening van de betaling van uitkeringen
Het Braziliaanse bevoegde orgaan, gebruik makend van de samentelling van de in het vorige artikel bedoelde berekende tijdvakken, stelt de hoogte van de uitkering vast waarop de belanghebbenden recht zouden hebben krachtens de Braziliaanse wetgeving.
Voor het berekenen van het bedrag van de uitkering worden, met betrekking tot het basistijdvak voor de berekening, alleen aan premieheffing onderhevige lonen waarop inhoudingen hebben plaatsgevonden voor het algemene socialezekerheidsregiem van Brazilië in aanmerking genomen, waarbij als volgt te werk wordt gegaan:
- a. de waarde van de theoretische betaling wordt vastgesteld alsof alle in beide Verdragsluitende Partijen vervulde tijdvakken ingevolge de Braziliaanse wetgeving waren vervuld;
- b. op basis van de theoretische betaling wordt de waarde van het door Brazilië verschuldigde deel van de uitkering vastgesteld door middel van een „pro-rata temporis" berekening, waarvan het resultaat de verhouding is tussen het feitelijk in Brazilië vervulde verzekeringstijdvak en de samentelling van de in de twee Verdragsluitende Partijen vervulde verzekeringstijdvakken.
Artikel 15. Behoud van status
Indien de wetgeving van Brazilië vereist dat voor het toekennen van het recht op uitkeringen de aanvrager onderworpen dient te zijn aan haar wetgeving, wordt aan deze voorwaarde geacht voldaan te zijn indien de verzekerde onderworpen is aan de wetgeving van Nederland of recht heeft op uitkeringen, met uitzondering van uitkeringen wegens overlijden.
HOOFDSTUK II. Bepalingen met betrekking tot nederland
Artikel 16. Ouderdoms- en nabestaandenpensioenen en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen
Het bevoegde orgaan van Nederland stelt het ouderdomspensioen rechtstreeks en uitsluitend vast op basis van de ingevolge de Nederlandse Algemene Ouderdomswet vervulde verzekeringstijdvakken.
Het bevoegde orgaan van Nederland stelt het nabestaandenpensioen rechtstreeks en uitsluitend vast op basis van de Nederlandse Algemene Nabestaandenwet.
Het bevoegde orgaan van Nederland stelt de arbeidsongeschiktheidsuitkering rechtstreeks en uitsluitend vast op basis van de Nederlandse Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Nederlandse Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen.
TITEL IV. HANDHAVING
Artikel 17. Verificatie van aanvragen en betalingen
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder „inlichtingen": alle gegevens met betrekking tot identiteit, adres, gezinssituatie, werk, opleiding, inkomen, gezondheidstoestand, overlijden en detentie, of andere gegevens die van belang zijn voor de uitvoering van dit Verdrag.
Met betrekking tot de rechtmatigheid van betalingen van uitkeringen verstrekt het bevoegde orgaan van een Verdragsluitende Partij op verzoek van het bevoegde orgaan van de andere Verdragsluitende Partij de inlichtingen met betrekking tot de aanvrager, rechthebbende of een lid van zijn gezin, door een gewaarmerkte kopie van de documenten aan de desbetreffende formulieren te hechten.
Het bevoegde orgaan van een Verdragsluitende Partij stelt zich rechtstreeks met het bevoegde orgaan van de andere Verdragsluitende Partij in verbinding, alsmede met de rechthebbenden, de aanvragers en hun gezinsleden of hun vertegenwoordigers.
Onverminderd het bepaalde in het tweede lid, kunnen het bevoegde orgaan en de diplomatieke of consulaire vertegenwoordigers van een Verdragsluitende Partij zich rechtstreeks in verbinding stellen met het bevoegde orgaan van de andere Verdragsluitende Partij teneinde het recht op uitkeringen en de rechtmatigheid van de betaling van uitkeringen te verifiëren.
Onverminderd het tweede lid stelt het bevoegde orgaan van een Verdragsluitende Partij voor zover mogelijk en zonder voorafgaand verzoek, het bevoegde orgaan van de andere Verdragsluitende Partij in kennis van veranderingen in de in het eerste lid bedoelde inlichtingen.
Artikel 18. Verificatie van inlichtingen in geval van ziekte en arbeidsongeschiktheid
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.