Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake de wederzijdse administratieve bijstand bij de invordering van belastingschulden en de uitreiking van documenten

Type Verdrag
Publication 2001-06-23
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Bondsrepubliek Duitsland

Geleid door de wens om elkaar bij de invordering van belastingvorderingen en bij de uitreiking van documenten administratieve bijstand te verlenen,

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK I. REIKWIJDTE VAN HET VERDRAG

Artikel 1. Onderwerp van het Verdrag en personen waarop het Verdrag van toepassing is
1.

De Verdragsluitende Staten verlenen elkaar administratieve bijstand bij de invordering van belastingvorderingen en bij de uitreiking van documenten.

2.

Een Verdragsluitende Staat verleent administratieve bijstand ongeacht of de betrokken persoon inwoner van een van de Verdragsluitende Staten is of de nationaliteit daarvan bezit.

3.

Dit Verdrag heeft voorrang boven de bepalingen van andere bilaterale regelingen tussen de Bondsrepubliek Duitsland en het Koninkrijk der Nederlanden over de wederzijdse administratieve bijstand bij de invordering van belastingvorderingen en de uitreiking van documenten, die een beperktere reikwijdte hebben.

Artikel 2. Belastingen waarop het Verdrag van toepassing is
1.

De bestaande belastingen waarop het Verdrag van toepassing is, zijn

2.

Het Verdrag is ook van toepassing op alle gelijke of in wezen gelijksoortige belastingen die na de ondertekening van het Verdrag naast of in de plaats van de bestaande belastingen worden geheven. De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten doen elkaar mededeling van alle van betekenis zijnde wijzigingen die in hun respectievelijke belastingwetgevingen zijn aangebracht.

3.

De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten kunnen overeenkomen dat dit Verdrag ook van toepassing is op andere belastingen die door een Verdragsluitende Staat worden geheven. Daaronder zijn ook belastingen te verstaan die door publiekrechtelijke lichamen van een Verdragsluitende Staat worden geheven.

HOOFDSTUK II

Artikel 3. Begripsbepalingen
1.

Voor de toepassing van dit Verdrag, tenzij de context anders vereist:

2.

Voor de toepassing van het Verdrag door een Verdragsluitende Staat heeft, tenzij het zinsverband anders vereist, elke in het Verdrag niet omschreven uitdrukking de betekenis die die uitdrukking heeft volgens de wetgeving van die Verdragsluitende Staat met betrekking tot de belastingen waarop het Verdrag van toepassing is. Tot de wetgeving van de Verdragsluitende Staten behoort ook de tussen de beide Staten bestaande Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland tot het vermijden van dubbele belasting op het gebied van belastingen van het inkomen en van het vermogen alsmede van verscheidene andere belastingen en tot het regelen van andere aangelegenheden op belastinggebied of een verdrag dat daarvoor in de plaats treedt.

HOOFDSTUK III. ADMINISTRATIEVE BIJSTAND BIJ DE INVORDERING

Artikel 4. Invordering van belastingvorderingen
1.

Behoudens het bepaalde in de artikelen 5 en 6, vordert een Verdragsluitende Staat op verzoek van de andere Verdragsluitende Staat belastingvorderingen van de eerstgenoemde Verdragsluitende Staat in als betrof het zijn eigen belastingvorderingen.

2.

Het eerste lid is slechts van toepassing op belastingvorderingen die onderwerp zijn van een geldige executoriale titel in de verzoekende Staat en die, tenzij de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten iets anders overeenkomen, niet meer kunnen worden bestreden.

3.

Het verzoek om administratieve bijstand bij de invordering kan betrekking hebben op de schuldenaar of op elke andere persoon die op grond van de wetgeving van de verzoekende Staat voor de belastingschuld aansprakelijk is.

4.

De verplichting om bijstand te verlenen bij het invorderen van belastingvorderingen betreffende een overledene of zijn nalatenschap is beperkt tot de waarde van de nalatenschap of dat deel van het vermogen dat door iedere begunstigde tot de nalatenschap wordt verkregen, afhankelijk van de vraag of de vorderingen dienen te worden ingevorderd uit de nalatenschap of bij de begunstigden daartoe.

Artikel 5. Verjaringstermijnen
1.

Verjaringstermijnen van belastingvorderingen worden beheerst door het recht van de verzoekende Staat. Het verzoek om invordering bevat gegevens over de verjaringstermijnen die voor de belastingvorderingen gelden.

2.

Handelingen betreffende invordering, die ingevolge een verzoek door de aangezochte Staat worden verricht en die overeenkomstig het recht van deze Staat de in het eerste lid vermelde verjaringstermijn zouden schorsen of stuiten, hebben hetzelfde gevolg voor het recht van de verzoekende Staat. De aangezochte Staat doet de verzoekende Staat mededeling van zodanige daden.

3.

De aangezochte Staat is niet verplicht een verzoek om administratieve bijstand in te willigen dat wordt gedaan na het verstrijken van een tijdvak van 15 jaren vanaf de datum van de oorspronkelijke executoriale titel.

Artikel 6. Prioriteit

De belastingvorderingen waarvoor bijstand bij invordering wordt verleend, genieten in de aangezochte Verdragsluitende Staat niet de voorrang die speciaal geldt voor belastingvorderingen van deze Staat.

Artikel 7. Uitstel van betaling

De aangezochte Verdragsluitende Staat kan uitstel van betaling of betaling in termijnen toestaan, indien zijn wetgeving of zijn administratieve praktijk dit in soortgelijke omstandigheden toestaat; hij doet hiervan mededeling aan de andere Verdragsluitende Staat.

Artikel 8. Conservatoire maatregelen
1.

Op verzoek van een Verdragsluitende Staat neemt de andere Verdragsluitende Staat met het oog op de invordering van belastingvorderingen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen een maand na ontvangst van het verzoek, conservatoire maatregelen, zelfs als de belastingvorderingen worden bestreden of als slechts een voorlopige, dan wel een met het oog op beslaglegging tot zekerheid uitgevaardigde, executoriale titel uitgevaardigd is.

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op personen die op grond van de wetgeving van de verzoekende Staat voor de belastingschuld aansprakelijk zijn.

HOOFDSTUK IV

Artikel 9. Uitreiking van documenten
1.

Elke Verdragsluitende Staat kan een persoon op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Staat documenten met betrekking tot belastingvorderingen rechtstreeks per post uitreiken, ook voorzover die betrekking hebben op andere belastingen dan waarop het Verdrag van toepassing is.

2.

Op verzoek van een Verdragsluitende Staat reikt de andere Verdragsluitende Staat documenten uit aan de geadresseerde, met inbegrip van documenten betreffende rechterlijke beslissingen, die afkomstig zijn van de verzoekende Staat en verband houden met belastingen waarop het Verdrag van toepassing is. Voorzover de verzoekende Staat aantoont dat de in het eerste lid vermelde procedure niet mogelijk of niet doelmatig is, zullen de Verdragsluitende Staten handelen overeenkomstig het gestelde in de eerste volzin.

3.

De aangezochte Staat reikt documenten zodanig uit als betrof het zijn eigen documenten:

4.

Geen enkele bepaling van dit Verdrag mag zodanig worden uitgelegd dat deze de uitreiking van documenten door een Verdragsluitende Staat in overeenstemming met zijn wetgeving ongeldig maakt, als deze in tegenspraak is met de bepalingen van dit artikel.

5.

Als een document wordt uitgereikt in overeenstemming met dit artikel, behoeft het niet vergezeld te gaan van een vertaling.

HOOFDSTUK V. BEPALINGEN BETREFFENDE ALLE VORMEN VAN ADMINISTRATIEVE BIJSTAND

Artikel 10. Inhoud, omzetting en beantwoording van een verzoek
1.

Voor zover nodig wordt in het verzoek vermeld

2.

Een verzoek als bedoeld in artikel 4 of artikel 8 gaat vergezeld van

3.

Zodra de verzoekende Staat andere inlichtingen verkrijgt die verband houden met het verzoek, doet hij daarvan mededeling aan de aangezochte Staat.

4.

Indien ten gevolge van de voldoening of ten gevolge van het ongeldig worden van de vordering of om andere redenen de grond ontvalt aan een verzoek om invordering of het nemen van conservatoire maatregelen, doet de verzoekende Staat daarvan onverwijld mededeling aan de aangezochte Staat.

5.

De aangezochte Staat bevestigt zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen 7 dagen, schriftelijk de ontvangst van het verzoek om administratieve bijstand. Indien het verzoek wordt ingewilligd, doet de aangezochte Staat zo spoedig mogelijk, doch in elk geval voor het verstrijken van een termijn van zes maanden na de datum van de bevestiging van de ontvangst van het verzoek, mededeling van de genomen maatregelen en over het resultaat van de administratieve bijstand.

6.

De in de verzoekende Staat geldige executoriale titel wordt, indien noodzakelijk in overeenstemming met de in de aangezochte Staat van kracht zijnde bepalingen, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen twee maanden na de datum van ontvangst van het verzoek om administratieve bijstand, erkend, aangevuld dan wel vervangen door een in de laatstgenoemde Staat geldige executoriale titel.

Artikel 11. Grenzen aan de verplichting tot het verlenen van bijstand
1.

Geen enkele bepaling van dit Verdrag tast de rechten en waarborgen aan die personen hebben volgens de wetgeving of de administratieve praktijk van de aangezochte Staat.

2.

De aangezochte Staat is niet verplicht een belastingvordering in te vorderen door middel van inhechtenisneming.

3.

Behalve in het geval van artikel 5, worden de bepalingen van dit Verdrag niet zodanig uitgelegd dat zij de aangezochte Staat de verplichting opleggen

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.