Verdrag van Tampere inzake de levering van telecommunicatievoorzieningen voor rampenmitigatie en noodhulpoperaties

Type Verdrag
Publication 2005-01-08
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Staten die Partij zijn bij dit Verdrag,

In het besef dat de omvang, de complexiteit, de frequentie en de gevolgen van rampen sterk toenemen en in ontwikkelingslanden buitengewoon ernstige consequenties hebben,

In herinnering brengend dat humanitaire hulpverleningsorganisaties betrouwbare en flexibele telecommunicatievoorzieningen nodig hebben voor de uitvoering van hun vitale taken,

Voorts in herinnering brengend de essentiële rol van telecommunicatievoorzieningen bij het faciliteren van de veiligheid van het personeel dat de humanitaire noodhulp en bijstand verleent,

Voorts in herinnering brengend de vitale rol van radio-uitzendingen bij het verspreiden van nauwkeurige informatie over rampen onder in gevaar verkerende bevolkingsgroepen,

Ervan overtuigd dat de doelmatige en tijdige inzet van telecommunicatievoorzieningen en de snelle en efficiënte uitwisseling van nauwkeurige en betrouwbare informatie van wezenlijk belang zijn om het verlies aan mensenlevens, het menselijk lijden en de schade aan eigendommen en leefomgeving als gevolg van rampen te beperken,

Bezorgd over de gevolgen van rampen voor communicatiefaciliteiten en informatiestromen,

Zich bewust van de bijzondere behoefte aan technische bijstand van de minst ontwikkelde, rampgevoelige landen, teneinde telecommunicatievoorzieningen te ontwikkelen voor rampenmitigatie en noodhulpoperaties,

Opnieuw bevestigend de absolute prioriteit die wordt toegekend aan levensreddende communicatie in noodsituaties in meer dan vijftig internationale regelgevende kaders, waaronder het Statuut van de Internationale Telecommunicatie Unie,

Gelet op de geschiedenis van de internationale samenwerking en coördinatie bij rampenmitigatie en noodhulp, met inbegrip van de aangetoonde levensreddende rol van de tijdige inzet en het gebruik van telecommunicatievoorzieningen,

Voorts gelet op het verslag van de Internationale Conferentie over communicatie bij rampen (Genève, 1990) betreffende de mogelijkheden van telecommunicatiesystemen bij de reactie op en het herstel na rampen,

Voorts gelet op de dringende roep in de Verklaring van Tampere inzake communicatie bij rampen (Tampere, 1991) om betrouwbare telecommunicatiesystemen voor rampenmitigatie en noodhulpoperaties, en om een internationaal verdrag inzake communicatie bij rampen teneinde deze systemen te bevorderen,

Voorts gelet op Resolutie 44/236 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, die het tijdvak 1990–2000 uitroept tot Internationaal Decennium voor de beperking van natuurrampen, en Resolutie 46/182, waarin wordt opgeroepen tot versterking van de coördinatie van humanitaire noodhulp,

Voorts gelet op de prominente rol die wordt toegekend aan communicatievoorzieningen in de strategie en het actieplan van Yokohama voor een veiliger wereld, aangenomen door de Wereldconferentie inzake het beperken van natuurrampen (Yokohama, 1994),

Voorts gelet op Resolutie 7 van de Wereldconferentie inzake de ontwikkeling van telecommunicatie (Buenos Aires, 1994), bekrachtigd bij Resolutie 36 van de Conferentie van gevolmachtigden van de Internationale Telecommunicatie Unie (Kyoto, 1994), die regeringen aanspoort alle praktische maatregelen te nemen om de snelle ingebruikneming en het doelmatige gebruik van telecommunicatie-apparatuur voor rampenmitigatie en noodhulpoperaties te vergemakkelijken door reglementaire belemmeringen te beperken en waar mogelijk weg te nemen en de samenwerking tussen Staten te intensiveren,

Voorts gelet op Resolutie 644 van de Wereld Radiocommunicatie Conferentie (Genève, 1997), die regeringen aanspoort de aanneming van dit Verdrag en de uitvoering ervan op nationaal niveau volledig te steunen,

Voorts gelet op Resolutie 19 van de Wereldconferentie inzake de ontwikkeling van telecommunicatie (Valletta, 1998), die regeringen aanspoort de bestudering van dit Verdrag voort te zetten teneinde te overwegen de aanneming ervan volledig te steunen,

Voorts gelet op Resolutie 51/94 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, die de ontwikkeling aanmoedigt van een transparante en tijdige procedure voor het instellen van doelmatige regelingen voor de coördinatie van noodhulp bij rampen, alsmede van ReliefWeb als het wereldwijde informatiesysteem voor het verspreiden van betrouwbare en tijdige informatie inzake noodsituaties en natuurgeweld,

Onder verwijzing naar de conclusies van de Werkgroep voor telecommunicatie in noodsituaties ten aanzien van de cruciale rol van telecommunicatie bij rampenmitigatie en noodhulp,

Ondersteund door het werk van vele Staten, organen van de Verenigde Naties, gouvernementele, intergouvernementele en niet-gouvernementele organisaties, humanitaire organisaties, aanbieders van telecommunicatie-apparatuur en telecommunicatiediensten, media, universiteiten en organisaties die actief zijn op het gebied van communicatie en rampen, om de communicatie bij rampen te verbeteren en te vergemakkelijken,

Geleid door de wens de betrouwbare en snelle beschikbaarheid van telecommunicatievoorzieningen voor rampenmitigatie en noodhulpoperaties te waarborgen, en

Voorts geleid door de wens internationale samenwerking te vergemakkelijken teneinde de gevolgen van rampen te beperken,

Zijn als volgt overeengekomen:

Artikel 1. Begripsbepalingen

Voor de toepassing van dit Verdrag hebben onderstaande termen, tenzij uit de context waarin zij worden gebruikt anderszins blijkt, de volgende betekenis:

Artikel 2. Coördinatie
1.

De Coördinator van de Verenigde Naties voor Rampenhulp is de uitvoerende coördinator voor dit Verdrag en kwijt zich van de verantwoordelijkheden van de uitvoerende coördinator als omschreven in de artikelen 3, 4, 6, 7, 8 en 9.

2.

De uitvoerende coördinator verzoekt om de medewerking van andere bevoegde organisaties van de Verenigde Naties, in het bijzonder de Internationale Telecommunicatie Unie, teneinde hem bij te staan bij het verwezenlijken van de doelstellingen van dit Verdrag en, in het bijzonder, van de verantwoordelijkheden als omschreven in de artikelen 8 en 9, en de nodige technische ondersteuning te verlenen die strookt met de doelstellingen van de desbetreffende organisaties.

3.

De verantwoordelijkheden van de uitvoerende coördinator ingevolge dit Verdrag beperken zich tot coördinerende activiteiten met een internationaal karakter.

Artikel 3. Algemene bepalingen
1.

De Staten die Partij zijn werken, in overeenstemming met het bepaalde in dit Verdrag, onderling en met organen anders dan Staten en intergouvernementele organisaties samen, teneinde het gebruik van telecommunicatievoorzieningen voor rampenmitigatie en noodhulp te vergemakkelijken.

2.

Dit gebruik omvat, doch is niet beperkt tot:

3.

Teneinde dit gebruik te vergemakkelijken, kunnen Staten die Partij zijn aanvullende multinationale of bilaterale verdragen of regelingen sluiten.

4.

De Staten die Partij zijn verzoeken de uitvoerende coördinator, in overleg met de Internationale Telecommunicatie Unie, de depositaris en andere betrokken organen van de Verenigde Naties en intergouvernementele en niet-gouvernementele organisaties alles in het werk te stellen, in overeenstemming met het bepaalde in dit Verdrag, teneinde:

5.

De Staten die Partij zijn werken onderling samen teneinde de mogelijkheden van gouvernementele organisaties, organen anders dan Staten en intergouvernementele organisaties te vergroten, opdat deze opleidingsstelsels kunnen opzetten voor de behandeling en de bediening van apparatuur, alsmede cursussen voor het ontwikkelen, ontwerpen en bouwen van noodtelecommunicatiefaciliteiten voor het voorkomen, volgen en mitigeren van rampen.

Artikel 4. Het verlenen van bijstand op het gebied van telecommunicatie
1.

Een Staat die Partij is die bijstand op het gebied van telecommunicatie voor rampenmitigatie en noodhulp behoeft, kan elk van de Staten die Partij zijn daarom verzoeken, hetzij rechtstreeks hetzij door tussenkomst van de uitvoerende coördinator. Indien het verzoek wordt gedaan door tussenkomst van de uitvoerende coördinator, verspreidt de uitvoerende coördinator deze informatie onmiddellijk onder alle andere betrokken Staten die Partij zijn. Indien het verzoek rechtstreeks aan een andere Staat die Partij is wordt gedaan, stelt de verzoekende Staat die Partij is de uitvoerende coördinator zo spoedig mogelijk hiervan in kennis.

2.

Een Staat die Partij is die om bijstand op het gebied van telecommunicatie verzoekt, omschrijft de reikwijdte en de aard van de benodigde bijstand en de ingevolge de artikelen 5 en 9 van dit Verdrag genomen maatregelen, en verschaft, indien mogelijk, de Staat die Partij is waaraan het verzoek is gericht en/of de uitvoerende coördinator alle overige informatie die noodzakelijk is om vast te stellen in hoeverre de betreffende Staat aan het verzoek kan voldoen.

3.

Elke Staat die Partij is waaraan hetzij rechtstreeks hetzij door tussenkomst van de uitvoerende coördinator een verzoek om bijstand op het gebied van telecommunicatie wordt gericht, besluit onverwijld of hij de bijstand waarom wordt verzocht, hetzij rechtstreeks hetzij anderszins, zal verlenen en bepaalt de reikwijdte en de eventueel aan de bijstand verbonden voorwaarden, beperkingen en kosten, en doet de verzoekende Staat die Partij is daarvan mededeling.

4.

Elke Staat die Partij is die besluit bijstand op het gebied van telecommunicatie te verlenen, stelt de uitvoerende coördinator zo spoedig mogelijk hiervan in kennis.

5.

Ingevolge dit Verdrag wordt geen bijstand op het gebied van telecommunicatie verleend zonder de instemming van de verzoekende Staat die Partij is. De verzoekende Staat die Partij is behoudt het recht de bijstand op het gebied van telecommunicatie die ingevolge dit Verdrag wordt aangeboden, geheel of gedeeltelijk te weigeren overeenkomstig de bestaande nationale wetgeving en het bestaande nationale beleid van de verzoekende Staat die Partij is.

6.

De Staten die Partij zijn erkennen het recht van verzoekende Staten die Partij zijn, organen anders dan Staten en intergouvernementele organisaties rechtstreeks te verzoeken om bijstand op het gebied van telecommunicatie, alsmede het recht van organen anders dan Staten en intergouvernementele organisaties, overeenkomstig de wetgeving waaraan zij zijn onderworpen, bijstand op het gebied van telecommunicatie te verlenen aan verzoekende Staten die Partij zijn op grond van dit artikel.

7.

Een orgaan anders dan een Staat of een intergouvernementele organisatie kan geen „verzoekende Staat die Partij is" zijn en kan niet verzoeken om bijstand op het gebied van telecommunicatie ingevolge dit Verdrag.

8.

Niets in dit Verdrag doet afbreuk aan het recht van een Staat die Partij is overeenkomstig zijn nationale wetgeving toezicht te houden op de overeenkomstig dit Verdrag op zijn grondgebied verleende bijstand op het gebied van telecommunicatie en deze te leiden, te controleren en te coördineren.

Artikel 5. Voorrechten, immuniteiten en faciliteiten

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.