Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Australië inzake sociale zekerheid
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden
en
de Regering van Australië,
Geleid door de wens de bestaande vriendschappelijke betrekkingen tussen hun beide landen te versterken,
Vastbesloten de samenwerking op het gebied van sociale zekerheid voort te zetten, en
Geleid door de wens de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Australië inzake sociale zekerheid van 4 januari 1991 (de Overeenkomst van 1991) uit te breiden en te wijzigen;
Zijn het volgende overeengekomen:
DEEL I. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Tenzij het zinsverband anders vereist, wordt in dit Verdrag verstaan onder:
„uitkering”: met betrekking tot een Partij, een uitkering, pensioen of bijslag waarin de wetgeving van die Partij voorziet, met inbegrip van ieder bijkomend bedrag, iedere bijkomende verhoging of aanvulling waarvoor een rechthebbende in aanmerking komt ingevolge de wetgeving van die Partij, maar voor Australië omvat deze begripsomschrijving niet een uitkering, betaling of recht ingevolge de wet betreffende pensioengaranties en voor Nederland niet een uitkering, betaling of recht ingevolge de Toeslagenwet (TW);
„bevoegde autoriteit”: wat Australië betreft, de Secretary to the Commonwealth Department die verantwoordelijk is voor de in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder i, bedoelde wetgeving behalve wat betreft de toepassing van Deel II, Afdeling A van het Verdrag (met inbegrip van de toepassing van andere Delen van het Verdrag waar zij van invloed zijn op de toepassing van dat Deel) indien het de Commissioner of Taxation of een bevoegde vertegenwoordiger van de Commissioner betreft, en wat Nederland betreft, de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
„bevoegd orgaan”: wat Australië betreft, het orgaan dat tot taak heeft de toepasselijke Australische wetgeving uit te voeren en wat Nederland betreft, het orgaan dat belast is met de uitvoering van de wetgeving van Nederland genoemd in artikel 2 en dat bevoegd is ingevolge die wetgeving;
„wetgeving”: wat Australië betreft, de in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, onder i, genoemde wetten behalve wat betreft de toepassing van Deel II, Afdeling A van het Verdrag (met inbegrip van de toepassing van andere delen van het Verdrag waar zij van invloed zijn op de toepassing van dat Deel) indien het de wet genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, onder ii, betreft en wat Nederland betreft, de wetten, voorschriften en administratieve regelingen betreffende de stelsels en takken van sociale zekerheid genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel b;
„verzekeringstijdvak”: een tijdvak dat in de wetgeving van Nederland als zodanig wordt omschreven;
„woonwerktijdvak in Australië”: met betrekking tot een persoon, een tijdvak dat in de wetgeving van Australië als zodanig wordt omschreven, met uitzondering van een tijdvak dat ingevolge artikel 10 wordt beschouwd als een tijdvak waarin die persoon inwoner van Australië was;
„grondgebied”: wat Australië betreft, het Gemenebest van Australië, het Territorium Cocos- (of Keeling-)eilanden en het Territorium Christmas Eiland, en wat Nederland betreft, het grondgebied van het Koninkrijk in Europa; en
„weduwe/weduwnaar”: wat Australië betreft, een weduwe of weduwnaar de jure, met uitzondering van weduwen of weduwnaren die een partner hebben.
Voor de toepassing van dit Verdrag door een Partij ten aanzien van een persoon heeft ieder begrip dat in dit artikel niet wordt omschreven de betekenis die eraan wordt gegeven in de wetgeving van één van beide Partijen, tenzij het zinsverband anders vereist.
Artikel 2. Materiële werkingssfeer
Onder voorbehoud van het bepaalde in het tweede lid, is dit Verdrag van toepassing op de volgende wetten, zoals gewijzigd op de datum van ondertekening van dit Verdrag, en op alle wetten die daarna worden aangenomen ter wijziging, consolidatie, aanvulling of vervanging van die wetten:
- a. met betrekking tot Australië:
- i. de wetten die het socialezekerheidsrecht vormen, voor zover het recht voorziet in, of van toepassing of van invloed is op de volgende uitkeringen:
- A. ouderdomspensioenen;
- B. invaliditeitspensioen voor ernstig gehandicapten; en
- ii. de wetgeving inzake pensioengaranties (die ten tijde van de ondertekening van dit Verdrag is opgenomen in de Superannuation Guarantee (Administration) Act 1992, de Superannuation Guarantee Charge Act 1992 en de Superannuation Guarantee (Administration) Regulations);
- b. wat Nederland betreft, zijn wetgeving inzake:
- i. algemene ouderdomsverzekering;
- ii. arbeidsongeschiktheidsverzekering van werknemers en zelfstandigen;
- iii. algemene nabestaandenverzekering;
- iv. kinderbijslagen;
- v. ziekteverzekering (met inbegrip van de aansprakelijkheid van werkgevers voor doorbetaling tijdens ziekte); en voor de toepassing van Deel II van het Verdrag tevens zijn wetgeving inzake:
- vi. werkloosheidsverzekering.
Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid, onderdeel a, blijft dit Verdrag van toepassing op vrouwen die het Australische pensioen voor echtgenotes ontvangen en gehuwd zijn met personen die een Australisch ouderdomspensioen ontvangen en het is eveneens van toepassing op vrouwen die het Australische pensioen voor echtgenotes ontvangen en gehuwd zijn met personen die het Australische invaliditeitspensioen voor ernstig gehandicapten ontvangen.
Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid, onderdeel a, omvat de term „uitkering" voor de toepassing van artikel 5 mede Australische pensioenen die verschuldigd zijn aan weduwen en weduwnaren en pensioenen voor wezen van wie beide ouders overleden zijn.
Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid, onderdeel a, van dit artikel, omvat de term „uitkering" voor de toepassing van het artikel 15, eerste en tweede lid, wanneer verwezen wordt naar een Australische uitkering, mede pensioenen die verschuldigd zijn aan weduwen en weduwnaren.
Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid, onderdeel a, omvat de wetgeving van Australië geen wetten die voor of na de datum van ondertekening van dit Verdrag zijn uitgevaardigd om uitvoering te geven aan verdragen inzake sociale zekerheid die door Australië met andere staten worden gesloten.
Dit Verdrag is alleen van toepassing op wetten die de wetgeving van een van beide Partijen uitbreiden tot nieuwe categorieën rechthebbenden of tot nieuwe takken of stelsels van sociale zekerheid, indien beide Partijen dit overeenkomen in een Protocol bij dit Verdrag.
Tenzij in dit Verdrag anders is bepaald, is dit Verdrag niet van toepassing op regelingen inzake sociale en medische bijstand, noch op bijzondere regelingen voor ambtenaren of met hen gelijkgestelden, noch op regelingen betreffende toekenning van uitkeringen aan slachtoffers van oorlogshandelingen of van de gevolgen van oorlog.
Dit Verdrag laat onverlet de bepalingen van het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer van 18 april 1961 of van het Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen van 24 april 1963.
Artikel 3. Personele werkingssfeer
Onder voorbehoud van het bepaalde in andere artikelen van dit Verdrag, is het van toepassing op iedere persoon:
- a. die inwoner van Australië is of is geweest, of
- b. op wie de wetgeving van Nederland van toepassing is of is geweest,
en, indien van toepassing, op andere personen voor zover zij rechten ontlenen aan een persoon zoals hierboven bedoeld.
Artikel 4. Gelijkheid van behandeling
De staatsburgers van elk van de Partijen worden bij de toepassing van de wetgeving inzake sociale zekerheid van Australië en Nederland met betrekking tot uitkeringen op gelijke wijze behandeld.
Onder voorbehoud van het bepaalde in dit Verdrag en tenzij anders bepaald, worden alle personen op wie dit Verdrag van toepassing is door een Partij op gelijke wijze behandeld wat betreft de rechten en verplichtingen met betrekking tot uitkeringen die uit hoofde van dit Verdrag ontstaan.
Artikel 5. Betaling van uitkeringen in het buitenland
Uitkeringen, verschuldigd hetzij uit hoofde van dit Verdrag of anderszins, worden niet verminderd, gewijzigd, opgeschort of ingetrokken op grond van het feit dat de rechthebbende of leden van zijn of haar gezin woont of wonen op het grondgebied van de andere Partij.
Wanneer tijdsbeperkingen gelden ten aanzien van het voortbestaan van het recht op of de betaalbaarheid van een uitkering, worden verwijzingen in die beperkingen naar het grondgebied van een Partij tevens opgevat als verwijzingen naar het grondgebied van de andere Partij.
Wanneer ten aanzien van het voortbestaan van het recht op of het verschuldigd zijn van een uitkering vereist wordt dat men voor een Australische uitkering inwoner van Australië is of, voor een Nederlandse uitkering, inwoner van Nederland en/of tevens aanwezig dient te zijn in respectievelijk Australië of Nederland, wordt ten aanzien van die vereisten een verwijzing naar een inwoner van Australië tevens opgevat als een verwijzing naar een inwoner van Nederland en vice versa en wordt een verwijzing naar aanwezigheid in Australië tevens opgevat als aanwezigheid in Nederland en vice versa.
Indien een pensioen voor wezen van wie beide ouders overleden zijn verschuldigd zou zijn aan een persoon ingevolge de wetgeving van Australië ten aanzien van een jongere wiens enige nog levende ouder overleed terwijl die jongere inwoner was van Australië, indien die persoon en de jongere in Australië woonden, is dat pensioen, ingevolge die wetgeving, verschuldigd wanneer die persoon en die jongere in Nederland wonen.
DEEL II. BEPALINGEN INZAKE TOEPASSELIJKHEID
AFDELING A. BEPALINGEN MET BETREKKING TOT DE AUSTRALISCHE WETGEVING INZAKE PENSIOENGARANTIES EN TOT DE NEDERLANDSE WETGEVING
Artikel 6. Doel van Afdeling A
Het doel van Afdeling A is te waarborgen dat werkgevers en werknemers op wie de wetgeving van Nederland of Australië van toepassing is geen dubbele verplichtingen hebben ingevolge de wetgeving van Nederland en Australië ten aanzien van hetzelfde werk van een werknemer.
Artikel 7. Toepassing van Afdeling A
Afdeling A is alleen van toepassing wanneer:
- a. op een werknemer en/of de werkgever van de werknemer zonder de toepassing van Afdeling A zowel de wetgeving van Nederland als die van Australië van toepassing zou zijn; of
- b. op een werknemer uit Nederland en/of de werkgever van die werknemer zonder de toepassing van artikel 8, tweede, derde, vijfde of zesde lid, de wetgeving van Australië van toepassing zou zijn en niet langer de wetgeving van Nederland.
Artikel 8. Bepalingen inzake toepasselijkheid
Tenzij anders voorzien in het tweede, derde of vierde lid, kan wanneer een werknemer werkzaam is op het grondgebied van een Partij, op de werkgever van de werknemer en op de werknemer ten aanzien van het werk en de beloning betaald voor het werk alleen de wetgeving van die Partij van toepassing zijn.
Wanneer:
- a. op een werknemer de wetgeving van een Partij („de eerste Partij") van toepassing is; en
- b. de werknemer hetzij voor, tijdens of na de inwerkingtreding van dit Deel, door de Regering van de eerste Partij is uitgezonden om te werken op het grondgebied van de andere Partij („de tweede Partij"); en
- c. de werknemer werkzaam is op het grondgebied van de tweede Partij in dienst van de Regering van de eerste Partij; en
- d. de werknemer niet permanent werkzaam is op het grondgebied van de tweede Partij;
is op de werkgever en werknemer alleen de wetgeving van de eerste Partij van toepassing ten aanzien van het werk en de beloning betaald voor het werk.
Wanneer:
- a. op een werknemer de wetgeving van een Partij („de eerste Partij") van toepassing is; en
- b. de werknemer voor, tijdens of na de inwerkingtreding van dit Deel is uitgezonden door een werkgever op wie de wetgeving van de eerste Partij van toepassing is om te werken op het grondgebied van de andere Partij („de tweede Partij"); en
- c. de werknemer op het grondgebied van de tweede Partij werkzaam is in dienst van de werkgever of een aan die werkgever gelieerde entiteit; en
- d. de werknemer uitgezonden is om werkzaam te zijn op het grondgebied van de tweede Partij en sedertdien nog geen tijdvak van vijf jaren is verstreken; en
- e. de werknemer niet permanent werkzaam is op het grondgebied van de tweede Partij;
is op de werkgever en werknemer alleen de wetgeving van de eerste Partij van toepassing ten aanzien van het werk en de beloning betaald voor het werk. Een entiteit is een aan een werkgever gelieerde entiteit wanneer de entiteit en de werkgever behoren tot een groep die in zijn geheel of in meerderheid in bezit is van dezelfde handen.
Wanneer een werknemer in dienst van een werkgever werkzaam is aan boord van een schip of luchtvaartuig in internationaal verkeer, is op de werkgever en de werknemer ten aanzien van de werkzaamheden en de beloning betaald voor die werkzaamheden alleen de wetgeving van de Partij waar de werknemer woont van toepassing.
Voor de toepassing van de Nederlandse wetgeving wordt een persoon op wie in overeenstemming met het bepaalde in dit artikel de Nederlandse wetgeving van toepassing is beschouwd als woonachtig op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden.
Overeenkomstig de bepalingen van dit artikel is de Nederlandse wetgeving van toepassing indien de werkgever of werknemer binnen drie maanden na de eerste dag van de uitzending ingevolge het tweede of derde lid een verklaring van toepasselijkheid heeft aangevraagd bij de Nederlandse autoriteit en deze verklaring is afgegeven aan de betrokkene.
Artikel 9. Uitzonderingsbepalingen
De bevoegde autoriteit voor Australië en het bevoegde orgaan voor Nederland kunnen ten behoeve van Deel A schriftelijk overeenkomen:
- a. het tijdvak van 5 jaar bedoeld in artikel 8, derde lid, onderdeel d, voor een werknemer te verlengen; of
- b. dat een werknemer wordt beschouwd als zijnde werkzaam op het grondgebied van een bepaalde Partij of aan boord van een schip of luchtvaartuig in internationaal verkeer ingevolge de wetgeving van een bepaalde Partij en alleen valt onder de wetgeving van die Partij.
Een overeenkomst ingevolge het eerste lid kan van toepassing zijn op:
- a. een categorie werknemers; en/of
- b. bepaalde werkzaamheden of een bepaald soort werkzaamheden (met inbegrip van werkzaamheden die niet voorkwamen op het tijdstip waarop de overeenkomst werd aangegaan).
AFDELING B. BEPALINGEN BETREFFENDE DE AUSTRALISCHE WETGEVING (ANDERS DAN MET BETREKKING TOT PENSIOENGARANTIES) EN BETREFFENDE DE NEDERLANDSE WETGEVING
Artikel 10. Tijdelijke afwezigheid uit Australië van partner of kinderen van uitgezonden werknemers
Een inwoner van Australië, die de partner of het kind is van een werknemer waarop artikel 8, tweede of derde lid, van toepassing is en die deze werknemer naar Nederland vergezelt, wordt onverminderd beschouwd als een inwoner van Australië, ongeacht het feit dat hij of zij tijdelijk in Nederland is tijdens het gehele tijdvak of een deel daarvan gedurende welk dat lid van toepassing is op die werknemer.
Artikel 11. Toepassing van de Nederlandse wetgeving op de partner of kinderen van uitgezonden werknemers
Op de partner die of het kind dat een werknemer op wie artikel 8, tweede of derde lid, van toepassing is, naar Australië vergezelt gedurende een tijdvak waarin hij of zij niet werkzaam is op het grondgebied van Australië, is de Nederlandse wetgeving van toepassing en die partner of dat kind wordt beschouwd als inwoner van het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden.
Op de partner die of het kind dat een werknemer op wie artikel 8, tweede of derde lid van toepassing is, naar Nederland vergezelt, is de Nederlandse wetgeving niet van toepassing gedurende een tijdvak waarin hij of zij niet werkzaam is op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden.
DEEL III. BEPALINGEN BETREFFENDE AUSTRALISCHE UITKERINGEN
Artikel 12. Wonen of verblijf in Nederland of in een derde staat
Wanneer een persoon krachtens de wetgeving van Australië of uit hoofde van dit Verdrag recht zou hebben op een uitkering, ware het niet dat hij of zij niet zowel in Australië woont als in Australië verblijft op de datum waarop hij of zij een aanvraag voor die uitkering indient, maar:
- a. in Australië woont, dan wel in Nederland of in een derde staat waarmee Australië een verdrag inzake sociale zekerheid heeft gesloten waarin bepalingen zijn opgenomen voor samenwerking bij de beoordeling van en beslissing over aanvragen van uitkeringen, en
- b. in Australië of in Nederland of in die derde staat verblijft,
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.