Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen

Type Verdrag
Publication 2020-12-15
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

de Europese Gemeenschap,

het Koninkrijk België,

de Republiek Bulgarije,

de Tsjechische Republiek,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Republiek Estland,

Ierland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

de Italiaanse Republiek,

de Republiek Cyprus,

de Republiek Letland,

de Republiek Litouwen,

het Groothertogdom Luxemburg,

de Republiek Hongarije,

Kroatië,

Malta,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Republiek Polen,

de Portugese Republiek,

Roemenië,

de Republiek Slovenië,

de Slowaakse Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

enerzijds, en

de Zwitserse Bondsstaat,

anderzijds,

Hierna genoemd „de overeenkomstsluitende partijen",

Ervan overtuigd zijnde dat het vrije verkeer van personen op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij een belangrijke voorwaarde is voor de harmonieuze ontwikkeling van hun betrekkingen;

Vastbesloten het vrije onderlinge verkeer van personen tot stand te brengen, daarbij uitgaande van de bepalingen die in de Europese Gemeenschap worden toegepast,

Hebben overeenstemming bereikt over het volgende:

Art. 3 van Trb. 2017/8 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.

TITEL I. BASISBEPALINGEN

Artikel 1. Doel

Deze Overeenkomst beoogt met betrekking tot onderdanen van de lidstaten van de Europese Gemeenschap en van Zwitserland het volgende:

Artikel 2. Non-discriminatie

Onderdanen van een der overeenkomstsluitende partijen die legaal verblijven op het grondgebied van een andere overeenkomstsluitende partij ondervinden bij de toepassing van deze overeenkomst en overeenkomstig het bepaalde in de bijlagen I, II en III, geen discriminatie op grond van hun nationaliteit.

Artikel 3. Recht op toegang tot het grondgebied

Het recht op toegang van de onderdanen van een der overeenkomstsluitende partijen tot het grondgebied van een andere overeenkomstsluitende partij wordt gewaarborgd overeenkomstig het bepaalde in bijlage I.

Artikel 4. Recht op verblijf en op toegang tot een economische activiteit

Het recht op verblijf en op toegang tot een economische activiteit wordt gewaarborgd, onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 10 en overeenkomstig het bepaalde in bijlage I.

Artikel 5. Dienstverleners
1.

Onverminderd het bepaalde in andere specifieke overeenkomsten tussen de overeenkomstsluitende partijen inzake het verlenen van diensten (onder andere de overeenkomst betreffende overheidsopdrachten, voorzover deze betrekking heeft op het verlenen van diensten), hebben dienstverleners, met inbegrip van vennootschappen, overeenkomstig het bepaalde in bijlage I het recht op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij een dienst te verlenen, mits de daadwerkelijke arbeidsduur niet meer dan negentig dagen per kalenderjaar bedraagt.

2.

Dienstverleners hebben recht op toegang tot en verblijf op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij,

3.

Natuurlijke personen die onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Gemeenschap of van Zwitserland en zich uitsluitend als ontvanger van diensten op het grondgebied van een der overeenkomstsluitende partijen begeven, hebben het recht op toegang en verblijf.

4.

De in dit artikel bedoelde rechten worden gewaarborgd overeenkomstig het bepaalde in de bijlagen I, II en III. Op de in dit artikel bedoelde personen zijn de kwantitatieve beperkingen bedoeld in artikel 10 niet van toepassing.

Artikel 6. Verblijfsrecht voor personen die geen economische activiteit uitoefenen

Het recht op verblijf op het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij wordt toegekend aan personen die geen economische activiteit uitoefenen, overeenkomstig het bepaalde in bijlage I betreffende de niet-actieve leden van de beroepsbevolking.

Artikel 7. Andere rechten

Overeenkomstig bijlage I regelen de overeenkomstsluitende partijen met name de hierna genoemde rechten met betrekking tot het vrije verkeer van personen:

Artikel 8. Coördinatie van de stelsels voor sociale zekerheid

De overeenkomstsluitende partijen coördineren overeenkomstig bijlage II hun stelsels voor sociale zekerheid, met name met het oog op:

Artikel 9. Diploma's, certificaten en andere getuigschriften

Teneinde voor onderdanen van de lidstaten van de Europese Gemeenschap en van Zwitserland de toegang tot en het uitoefenen van werkzaamheden in loondienst en als zelfstandige, alsmede het verlenen van diensten, te vereenvoudigen, nemen de overeenkomstsluitende partijen overeenkomstig bijlage III de nodige maatregelen met betrekking tot de wederzijdse erkenning van diploma's, en andere getuigschriften en de coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de overeenkomstsluitende partijen betreffende de toegang tot en het verrichten van werkzaamheden, al dan niet in loondienst, en het verlenen van diensten.

TITEL II. ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 10. Overgangsbepalingen en ontwikkeling van de Overeenkomst
1.

Gedurende vijf jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst kan Zwitserland kwantitatieve beperkingen handhaven op de toegang tot een economische activiteit voor de volgende categorieën verblijf: verblijf van meer dan vier maanden, doch minder dan één jaar, en verblijf van één jaar of meer. Voor verblijf van minder dan vier maanden gelden geen beperkingen.

Vanaf het begin van het zesde jaar worden alle kwantitatieve beperkingen ten aanzien van onderdanen van de lidstaten van de Europese Gemeenschap afgeschaft.

1bis. Zwitserland kan tot en met 31 mei 2007 kwantitatieve beperkingen handhaven op de toegang in Zwitserland van werknemers en zelfstandigen die onderdaan zijn van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek en zulks voor de volgende categorieën verblijf: verblijf van meer dan vier maanden, doch minder dan één jaar, en verblijf van één jaar of meer. Voor verblijf van minder dan vier maanden gelden geen beperkingen.

Vóór het einde van de hierboven vermelde overgangsperiode onderzoekt het Gemengd Comité op basis van een verslag van Zwitserland de werking van de overgangsperiode die geldt voor onderdanen van de nieuwe lidstaten. Na dit onderzoek en vóór het einde van de hierboven vermelde periode stelt Zwitserland het Gemengd Comité ervan in kennis of het de kwantitatieve beperkingen ten aanzien van in Zwitserland werkzame werknemers zal blijven toepassen. Zwitserland kan dergelijke maatregelen blijven toepassen tot en met 31 mei 2009. Bij gebreke van dergelijke kennisgeving verstrijkt de overgangsperiode op 31 mei 2007.

Aan het einde van de in dit lid omschreven overgangsperiode worden alle kwantitatieve beperkingen ten aanzien van onderdanen van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek afgeschaft. Deze lidstaten kunnen voor dezelfde perioden dezelfde kwantitatieve beperkingen ten aanzien van Zwitserse onderdanen invoeren.

1ter. Zwitserland kan gedurende twee jaar na de inwerkingtreding van het Protocol bij deze Overeenkomst betreffende de deelname, als overeenkomstsluitende partijen, van de Republiek Bulgarije en Roemenië, kwantitatieve beperkingen handhaven op de toegang in Zwitserland van werknemers en zelfstandigen die onderdaan zijn van de Republiek Bulgarije en Roemenië en zulks voor de volgende twee categorieën verblijf: verblijf van meer dan vier maanden, doch minder dan één jaar, en verblijf van één jaar of meer. Voor verblijf van minder dan vier maanden gelden geen kwantitatieve beperkingen.

Vóór het einde van de hierboven vermelde overgangsperiode onderzoekt het Gemengd Comité op basis van een verslag van Zwitserland de werking van de overgangsperiode die geldt voor onderdanen van de nieuwe lidstaten. Na dit onderzoek en vóór het einde van de hierboven vermelde periode stelt Zwitserland het Gemengd Comité ervan in kennis of het de kwantitatieve beperkingen ten aanzien van in Zwitserland werkzame werknemers zal blijven toepassen. Zwitserland kan dergelijke maatregelen blijven toepassen gedurende vijf jaar na de inwerkingtreding van voornoemd Protocol. Bij gebreke van dergelijke kennisgeving verstrijkt de overgangsperiode op het einde van de in de eerste alinea bedoelde termijn van twee jaar.

Aan het einde van de in dit lid omschreven overgangsperiode worden alle kwantitatieve beperkingen ten aanzien van onderdanen van de Republiek Bulgarije en Roemenië afgeschaft. Deze lidstaten kunnen voor dezelfde perioden dezelfde kwantitatieve beperkingen ten aanzien van Zwitserse onderdanen invoeren.

1quater. Zwitserland kan gedurende twee jaar na de inwerkingtreding van het protocol bij deze overeenkomst betreffende de deelname, als overeenkomstsluitende partij, van de Republiek Kroatië, kwantitatieve beperkingen handhaven op de toegang van werknemers in loondienst en zelfstandigen die onderdaan zijn van Kroatië en zulks voor de volgende twee categorieën verblijf: verblijf van meer dan vier maanden, doch minder dan één jaar, en verblijf van één jaar of meer. Voor verblijf van minder dan vier maanden gelden geen beperkingen.

Vóór het einde van de hierboven vermelde overgangsperiode onderzoekt het Gemengd Comité op basis van een verslag van Zwitserland de werking van de overgangsperiode die geldt voor onderdanen van Kroatië. Na dit onderzoek en vóór het einde van de hierboven vermelde periode stelt Zwitserland het Gemengd Comité ervan in kennis of het de kwantitatieve beperkingen ten aanzien van werknemers die in Zwitserland in loondienst zijn zal blijven toepassen. Zwitserland kan dergelijke maatregelen blijven toepassen gedurende vijf jaar na de inwerkingtreding van voornoemd protocol. Bij gebreke van dergelijke kennisgeving verstrijkt de overgangsperiode aan het einde van de in de eerste alinea bedoelde termijn van twee jaar.

Aan het einde van de in dit lid omschreven overgangsperiode worden alle kwantitatieve beperkingen ten aanzien van onderdanen van Kroatië afgeschaft. Kroatië kan voor dezelfde perioden dezelfde kwantitatieve beperkingen ten aanzien van onderdanen van Zwitserland invoeren.

2.

Gedurende ten hoogste twee jaar kunnen de overeenkomstsluitende partijen de controle handhaven op de voorrang voor werknemers die in de reguliere arbeidsmarkt zijn geïntegreerd en op de salariërings- en arbeidsvoorwaarden voor onderdanen van de andere overeenkomstsluitende partij, waaronder de in artikel 5 bedoelde personen die dienstverleners zijn. Vóór het einde van het eerste jaar onderzoekt het Gemengd Comité of het noodzakelijk is deze beperkingen te handhaven. Het Gemengd Comité kan de maximale periode van twee jaar verkorten. De controle op de voorrang voor werknemers die in de reguliere arbeidsmarkt zijn geïntegreerd is niet van toepassing op verleners van diensten die op grond van een specifieke overeenkomst tussen de overeenkomstsluitende partijen betreffende het verlenen van diensten (onder andere de overeenkomst inzake de sector overheidsopdrachten, voorzover deze betrekking heeft op het verlenen van diensten) zijn geliberaliseerd.

2bis. Zwitserland en de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek kunnen tot en met 31 mei 2007 voor werknemers van een van die andere overeenkomstsluitende partij die op hun eigen grondgebied werkzaam zijn, de controle handhaven op de voorrang voor werknemers die in de reguliere arbeidsmarkt zijn geïntegreerd en op de salariërings- en arbeidsvoorwaarden voor onderdanen van de betrokken overeenkomstsluitende partij. Dezelfde controles kunnen worden gehandhaafd voor personen die diensten verlenen in de volgende vier sectoren: diensten in verband met de tuinbouw, bouwnijverheid en aanverwante activiteiten, beveiligingsdiensten, reiniging van gebouwen (respectievelijk NACENACE: Verordening (EEG) nr. 3037/90 van de Raad van 9 oktober 1990 betreffende de statistische nomenclatuur van de economische activiteiten in de Europese Gemeenschap (PB L 293 van 24.10.1990, blz. 1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 29/2002 van de Commissie van 19 december 2001 (PB L 6 van 10.1.2002, blz. 3).-codes 01.41, 45.1 tot en met 4, 74.60 en 74.70), waarnaar wordt verwezen in artikel 5, lid 1, van de Overeenkomst. Zwitserland geeft, wat de toegang tot zijn arbeidsmarkt betreft, gedurende de in de leden 1 bis, 2 bis, 3 bis en 4 bis vermelde overgangsperioden voorrang aan werknemers die onderdaan van de nieuwe lidstaten zijn boven werknemers uit niet-EU- en niet-EVA-landen. De controle op de voorrang voor werknemers die in de reguliere arbeidsmarkt zijn geïntegreerd is niet van toepassing op verleners van diensten die zijn geliberaliseerd op grond van een specifieke overeenkomst tussen de overeenkomstsluitende partijen inzake het verlenen van diensten (onder andere de Overeenkomst betreffende sommige aspecten van overheidsopdrachten, voorzover deze betrekking heeft op het verlenen van diensten). Voor dezelfde periode kunnen kwalificatie-eisen worden gehandhaafd voor het verstrekken van verblijfsvergunningen van minder dan vier maandenWerknemers kunnen verzoeken om verblijfsvergunningen met een korte geldigheidsduur in het kader van de in lid 3 bis vermelde contigenten, zelfs voor een periode van minder dan vier maanden. en voor personen die diensten verlenen in de vier hierboven vermelde sectoren, waarnaar in artikel 5, lid 1, van de Overeenkomst wordt verwezen.

Vóór 31 mei 2007 onderzoekt het Gemengd Comité de werking van de in dit lid vervatte overgangsregeling op basis van een verslag dat door één van de overeenkomstsluitende partijen die deze regeling toepassen, wordt opgesteld. Na dit onderzoek en uiterlijk op 31 mei 2007 kan de overeenkomstsluitende partij die de in dit lid vervatte overgangsregeling heeft toegepast en het Gemengd Comité in kennis heeft gesteld van haar voornemen om deze regeling te blijven toepassen, dat blijven doen tot 31 mei 2009. Bij gebreke van dergelijke kennisgeving verstrijkt de overgangsperiode op 31 mei 2007.

Aan het einde van de in dit lid omschreven overgangsperiode worden alle in dit lid vermelde beperkingen afgeschaft.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.