Statuut en Verdrag van de Internationale Unie voor Telecommunicatie

Type Verdrag
Publication 2013-07-19
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Preambule*Noot van het Algemeen Secretariaat: In overeenstemming met Resolutie 70 (Minneapolis 1998) inzake het opnemen van genderaspecten in het werk van de ITU, dient de in de tekst van het Statuut gebruikte taal te worden beschouwd als genderneutraal.

1Met volledige erkenning van de soevereine rechten van elke Staat om zijn telecommunicatie te reglementeren en gelet op het groeiende belang van telecommunicatie voor het behoud van de vrede en de economische en sociale ontwikkeling van alle Staten, zijn de Staten die Partij zijn bij dit Statuut, als basisakte van de Internationale Unie voor Telecommunicatie, en bij het Verdrag van de Internationale Unie voor Telecommunicatie (hierna te noemen „het Verdrag") dat dit Statuut aanvult, met het doel de vreedzame betrekkingen, de internationale samenwerking tussen volkeren alsmede de economische en sociale ontwikkeling te vergemakkelijken door middel van efficiënte telecommunicatiediensten, het volgende overeengekomen:

Betreft de Nederlandse tekst van het Statuut en het Verdrag van de Internationale Unie voor Telecommunicatie van 1992, zoals gewijzigd bij de Akten van Kyoto (1994) en Minneapolis (1998), Trb. 2001,90.

HOOFDSTUK I. BASISBEPALINGEN

Artikel 1. Doel van de Unie

2 1. Het doel van de Unie is:

3 PP-98 a. het instandhouden en uitbreiden van de internationale samenwerking tussen al haar Lidstaten voor de verbetering en het rationele gebruik van alle vormen van telecommunicatie;

3A PP-98 abis. het bevorderen en uitbreiden van de deelname van entiteiten en organisaties aan de activiteiten van de Unie en het aanmoedigen van een vruchtbare samenwerking alsmede partnerschap tussen hen en de Lidstaten voor het verwezen- lijken van de algemene doelstellingen zoals neergelegd in de doelen van de Unie;

4 PP-98 b. het bevorderen en bieden van technische bijstand aan ontwikkelingslanden op het gebied van telecommunicatie, en het bevorderen van de mobilisatie van materiële, personele en financiële middelen die nodig zijn voor de uitvoering hiervan, alsmede toegang tot informatie;

5 c. het bevorderen van de ontwikkeling van technische faciliteiten en de meest efficiënte exploitatie hiervan teneinde de doelmatigheid van telecommunicatiediensten te verbeteren, het nut ervan te vergroten en deze, zoveel mogelijk, algemeen voor het publiek beschikbaar te maken;

6 d. het bevorderen van de verspreiding van de voordelen van nieuwe telecommunicatietechnologieën onder alle bewoners van de wereld;

7 e. het bevorderen van het gebruik van telecommunicatiediensten ter bevordering van vreedzame betrekkingen;

8 PP-98 f. het harmoniseren van de maatregelen van de Lidstaten en het bevorderen van een vruchtbare en constructieve samenwerking alsmede partnerschap tussen de Lidstaten en Sectorleden voor het bereiken van deze doelen;

9 g. het op internationaal niveau bevorderen van een bredere benadering van telecommunicatievraagstukken in de mondiale informatie-economie en -samenleving, door samenwerking met andere mondiale en regionale intergouvernementele organisaties alsmede met niet-gouvernementele organisaties die zich met telecommunicatie bezighouden.

10 2. Hiertoe onderneemt de Unie in het bijzonder de volgende activiteiten:

11 PP-98 a. het toewijzen van banden in het radiofrequentiespectrum, het toekennen van radiofrequenties en het registreren van toegekende radiofrequenties en, voor ruimtediensten, van elke bijbehorende omlooppositie in geostationaire satellietomloopposities of van verwante kenmerken van satellieten in andere omloopposities, teneinde schadelijke interferentie tussen radiostations van verschillende landen te voorkomen;

12 PP-98 b. het coördineren van inspanningen ten behoeve van het elimineren van schadelijke interferentie tussen radiostations van verschillende landen en voor het verbeteren van het gebruik dat wordt gemaakt van het radiofrequentiespectrum voor radiocommunicatiediensten en van de geostationaire satellietbanen en andere satellietbanen;

13 c. het bevorderen van de wereldwijde standaardisatie van telecommunicatie, met een behoorlijke kwaliteit van de diensten;

14 PP-98 d. het bevorderen van internationale samenwerking en solidariteit bij het verlenen van technische bijstand aan ontwikkelingslanden alsmede het vervaardigen, ontwikkelen en verbeteren van telecommunicatie-apparatuur en -netwerken in ontwikkelingslanden met behulp van alle tot haar beschikking staande middelen, met inbegrip van deelname door de Unie aan de desbetreffende programma's van de Verenigde Naties en gebruikmaking van haar eigen middelen, al naargelang van toepassing is;

15 e. het coördineren van inspanningen ten behoeve van de harmonisatie van de ontwikkeling van telecommunicatiemiddelen, met name die waarbij gebruik wordt gemaakt van ruimtetechnieken, teneinde de mogelijkheden hiervan ten volle te benutten;

16 PP-98 f. het bevorderen van samenwerking tussen de Lidstaten en Sectorleden teneinde tarieven van een zo laag mogelijk niveau vast te stellen dat in overeenstemming is met een efficiënte dienstverlening en met inachtneming van de noodzaak voor de handhaving van een onafhankelijk en gezond financieel beheer van telecommunicatie te handhaven;

17 g. het bevorderen van de aanneming van maatregelen voor het waarborgen van de veiligheid van mensenlevens door samenwerking tussen de telecommunicatiediensten;

18 h. het verrichten van studies, het maken van voorschriften, het aannemen van resoluties, het formuleren van aanbevelingen en opinies, en het verzamelen en publiceren van informatie inzake telecommunicatie-aangelegenheden;

19 i. het bevorderen, met internationale financiële instanties en ontwikkelingsorganisaties, van de instelling van preferente en gunstige kredietfaciliteiten voor de ontwikkeling van sociale projecten die onder meer gericht zijn op de uitbreiding van de telecommunicatiediensten naar de meest afgelegen gebieden in landen;

19A PP-98 j. het bevorderen van de participatie van de betrokken entiteiten bij de activiteiten van de Unie en van de samenwerking met regionale en andere organisaties teneinde het doel van de Unie te verwezenlijken.

Artikel 2. Samenstelling van de Unie

20 PP-98 De Internationale Unie voor Telecommunicatie is een intergouvernementele organisatie waarin de Lidstaten en Sectorleden, met duidelijk omschreven rechten en verplichtingen, samenwerken teneinde het doel van de Unie te verwezenlijken. Met inachtneming van het beginsel van universaliteit en de wenselijkheid van universele participatie in de Unie, is deze samengesteld uit:

21 PP-98 a. elke Staat die een Lidstaat is van de Internationale Unie voor Telecommunicatie als partij bij een verdrag inzake internationale telecommunicatie, voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit Statuut en van het Verdrag;

22 b. elke andere Staat, die lid is van de Verenigde Naties, die in overeenstemming met artikel 53 van dit Statuut tot dit Statuut en tot het Verdrag toetreedt;

23 PP-98 c. elke andere Staat, die geen lid is van de Verenigde Naties, die een aanvraag indient voor lidmaatschap van de Unie en die, na goedkeuring van deze aanvraag door tweederde van de Lidstaten van de Unie, in overeenstemming met artikel 53 van dit Statuut tot dit Statuut en tot het Verdrag toetreedt. Indien een dergelijke aanvraag voor het lidmaatschap wordt gedaan gedurende de periode tussen twee Plenipotentiaire Conferenties, raadpleegt de Secretaris-Generaal de Lidstaten van de Unie; een Lidstaat wordt geacht zich te hebben onthouden wanneer deze niet binnen vier maanden nadat om zijn mening is verzocht, heeft geantwoord.

Artikel 3. PP-98 Rechten en verplichtingen van de Lidstaten en Sectorleden

24 PP-98 1. De Lidstaten en Sectorleden hebben de in dit Statuut en in het Verdrag genoemde rechten en verplichtingen.

25 PP-98 2. De rechten van de Lidstaten ten aanzien van hun deelname aan conferenties, vergaderingen en overleg van de Unie, zijn:

26 PP-98 a. alle Lidstaten hebben het recht deel te nemen aan conferenties, zijn verkiesbaar in de Raad en hebben het recht kandidaten voor te dragen voor verkiezing tot functionaris van de Unie of tot leden van de Radioreguleringsraad;

27 PP-98 b. onverminderd de bepalingen van de nummers 169 en 210 van dit Statuut heeft elke Lidstaat één stem bij alle Plenipotentiaire Conferenties, alle wereldconferenties en alle Sectorassemblees en studiegroepvergaderingen en, indien hij een Lidstaat van de Raad is, bij alle zittingen van die Raad. Bij de regionale conferenties hebben uitsluitend de Lidstaten van de desbetreffende regio stemrecht;

28 PP-98 c. onverminderd de bepalingen van de nummers 169 en 210 van dit Statuut heeft elke Lidstaat tevens één stem bij al het schriftelijk overleg. In geval van overleg inzake regionale conferenties, hebben uitsluitend de Lidstaten van de desbetreffende regio stemrecht.

28A PP-98 3. Ten aanzien van hun deelname aan de activiteiten van de Unie zijn de Sectorleden bevoegd volledig aan de activiteiten van de Sector waarvan zij lid zijn, deel te nemen, onverminderd de relevante bepalingen van dit Statuut en van het Verdrag:

28B PP-98 a. zij kunnen voorzitters en vice-voorzitters van Sectorassemblees en -vergaderingen en van wereldconferenties voor de ontwikkeling van telecommunicatie leveren;

28C PP-98 b. zij zijn bevoegd, met inachtneming van de desbetreffende bepalingen van het Verdrag en van de in dit verband door de Plenipotentiaire Conferentie aangenomen relevante besluiten, deel te nemen aan de aanneming van Vraagstukken en Aanbevelingen en bij besluiten inzake de werkmethoden en -procedures van de desbetreffende Sector.

Artikel 4. Akten van de Unie

29 1. De Akten van de Unie zijn:

30 2. Dit Statuut, waarvan de bepalingen worden aangevuld door die van het Verdrag, is de basisakte van de Unie.

31 PP-98 3. De bepalingen van zowel dit Statuut als van het Verdrag worden verder aangevuld door die van de hierna genoemde Administratieve Reglementen, die het gebruik van de telecommunicatie reglementeren en bindend zijn voor alle Lidstaten:

32 4. In geval van verschillen tussen een bepaling van dit Statuut en een bepaling van het Verdrag of van de Administratieve Reglementen, is het Statuut doorslaggevend. In geval van verschillen tussen een bepaling van het Verdrag en een bepaling van de Administratieve Reglementen, is het Verdrag doorslaggevend.

Artikel 5. Begripsomschrijvingen

33 Tenzij de context anders vereist:

34 a. hebben de termen die in dit Statuut worden gebruikt en worden omschreven in de Bijlage daarbij, die een integrerend bestanddeel van dit Statuut vormt, de betekenis die daaraan in die Bijlage wordt toegekend;

35 b. hebben de termen – anders dan die omschreven in de Bijlage bij dit Statuut – die in het Verdrag worden gebruikt en worden omschreven in de Bijlage daarbij, die een integrerend bestanddeel van het Verdrag vormt, de betekenis die daaraan in die Bijlage wordt toegekend;

36 c. hebben de andere in de Administratieve Reglementen omschreven termen de betekenis die daaraan in die Reglementen wordt toegekend.

Artikel 6. Uitvoering van de Akten van de Unie

37 PP-98 1. De Lidstaten zijn gehouden zich aan de bepalingen van dit Statuut, van het Verdrag en van de Administratieve Reglementen te houden in alle telecommunicatiebureaus en -stations die door hen zijn opgericht of worden geëxploiteerd en die internationale diensten verzorgen of schadelijke interferentie kunnen veroorzaken aan de radiodiensten van andere landen, behoudens ten aanzien van diensten die in overeenstemming met de bepalingen van artikel 48 van dit Statuut van deze verplichtingen zijn vrijgesteld.

38 PP-98 2. De Lidstaten zijn tevens gehouden de nodige maatregelen te nemen teneinde de naleving van de bepalingen van dit Statuut, van het Verdrag en van de Administratieve Reglementen af te dwingen bij exploitatiemaatschappijen die zij de bevoegdheid hebben verleend telecommunicatie tot stand te brengen en te exploiteren en die internationale diensten verzorgen of die stations exploiteren die schadelijke interferentie kunnen veroorzaken aan de radiodiensten van andere landen.

Artikel 7. Structuur van de Unie

39 De Unie bestaat uit:

40 a. de Plenipotentiaire Conferentie, die het hoogste orgaan van de Unie is;

41 b. de Raad, die optreedt namens de Plenipotentiaire Conferentie;

42 c. wereldconferenties voor internationale telecommunicatie;

43 d. de Radiocommunicatiesector, met inbegrip van mondiale en regionale radiocommunicatieconferenties, radiocommunicatie-assemblees en de Radioreguleringsraad;

44 PP-98 e. de Telecommunicatiestandaardisatiesector, met inbegrip van mondiale telecommunicatiestandaardisatie-assemblees;

45 f. de Telecommunicatie-ontwikkelingssector, met inbegrip van mondiale en regionale telecommunicatie-ontwikkelingsconferenties;

46 g. het Algemeen Secretariaat.

Artikel 8. Plenipotentiaire Conferentie

47 PP-98 1. De Plenipotentiaire Conferentie is samengesteld uit delegaties die Lidstaten vertegenwoordigen. De Plenipotentiaire Conferentie wordt elke vier jaar bijeengeroepen.

48 PP-98 2. Op basis van voorstellen van de Lidstaten en met inachtneming van de rapporten van de Raad, is de Plenipotentiaire Conferentie belast met:

49 a. het vaststellen van het algemene beleid voor de verwezenlijking van de in artikel 1 van dit Statuut genoemde doelen van de Unie;

50 PP-94 PP-98 b. het bestuderen van de rapporten van de Raad betreffende de activiteiten van de Unie sinds de laatste Plenipotentiaire Conferentie en betreffende het beleid en de strategische planning van de Unie;

51 PP-98 c. het vaststellen, met inachtneming van de op basis van de in nummer 50 genoemde rapporten genomen beslissingen, van het strategisch plan voor de Unie en het leggen van de basis voor de begroting van de Unie, en het vaststellen van de desbetreffende financiële grenzen tot de volgende Plenipotentiaire Conferentie, na bestudering van alle relevante aspecten van de werkzaamheden van de Unie in het desbetreffende tijdvak;

51A PP-98 cbis. het vaststellen, met gebruikmaking van de in de nummers 161D tot en met 161G van dit Statuut beschreven procedures, van het totale aantal contributie-eenheden voor het tijdvak tot de volgende Plenipotentiaire Conferentie, op basis van de door de Lidstaten aangekondigde contributieklassen;

52 d. het formuleren van algemene richtlijnen terzake van de personele bezetting van de Unie en, indien nodig, het vaststellen van de basissalarissen, de salarisschalen en het stelsel van vergoedingen en pensioenen voor alle functionarissen van de Unie;

53 e. het beoordelen van de rekeningen van de Unie en deze in voorkomend geval goedkeuren;

54 PP-98 f. het kiezen van de Lidstaten die in de Raad zitting zullen hebben;

55 g. het kiezen van de Secretaris-Generaal, de plaatsvervangend Secretaris-Generaal en de directeuren van de Bureaus van de Sectoren in hun hoedanigheid van gekozen functionarissen van de Unie;

56 h. het kiezen van de leden van de Radioreguleringsraad;

57 PP-94 PP-98 i. het bestuderen en, in voorkomend geval, aannemen van door de Lidstaten gedane voorstellen tot wijziging van dit Statuut en van het Verdrag, in overeenstemming met respectievelijk de bepalingen van artikel 55 van dit Statuut en de desbetreffende bepalingen van het Verdrag;

58 j. het sluiten of herzien, indien nodig, van overeenkomsten tussen de Unie en andere internationale organisaties, het bestuderen van namens de Unie door de Raad met deze organisaties gesloten voorlopige overeenkomsten, en het nemen van de door haar in dit verband nodig geachte maatregelen;

58A PP-98 jbis. het aannemen en wijzigen van de algemene regels voor conferenties, assemblees een vergaderingen van de Unie;

59 k. het voor zover nodig behandelen van andere telecommunicatievraagstukken.

59A PP-94 3. In uitzonderlijke gevallen kan in het tijdvak tussen twee gewone Plenipotentiaire Conferenties een buitengewone Plenipotentiaire Conferentie worden bijeengeroepen met een beperkte agenda, teneinde specifieke onderwerpen te behandelen:

59B PP-94 a. door middel van een besluit van de voorgaande gewone Plenipotentiaire Conferentie;

59C PP-94 PP-98 b. op individueel verzoek daartoe aan de Secretaris-Generaal door tweederde van de Lidstaten;

59PP-94 PP-98 c. op voorstel van de Raad, met instemming van ten minste tweederde van de Lidstaten.

Artikel 9. Beginselen inzake verkiezingen en aanverwante aangelegenheden

60 1. De Plenipotentiaire Conferentie ziet er bij de in de nummers 54 tot en met 56 genoemde verkiezingen op toe dat:

61 a. de Lidstaten van de Raad worden verkozen met inachtneming van de behoefte aan een billijke verdeling van de zetels van de Raad over alle regio’s van de wereld;

62 PP-94 PP-98 b. de Secretaris-Generaal, de plaatsvervangend Secretaris-Generaal en de directeuren van de Bureaus worden gekozen uit de door de Lidstaten voorgedragen kandidaten als zijnde hun ingezetenen, dat deze allen ingezetenen zijn van verschillende Lidstaten, en dat bij hun verkiezing naar behoren rekening wordt gehouden met een billijke geografische verdeling over de regio’s van de wereld; eveneens moet naar behoren rekening worden gehouden met de in nummer 154 van dit Statuut vervatte beginselen;

63 PP-94 PP-98 c. de leden van de Radioreguleringsraad worden gekozen in hun individuele hoedanigheid uit de door de Lidstaten als zijnde hun ingezetenen voorgedragen kandidaten. Elke Lidstaat kan slechts één kandidaat voordragen. De leden van de Radioreguleringsraad mogen geen ingezetenen zijn van dezelfde Lidstaat als de directeur van het Radiocommunicatiebureau; bij hun verkiezing moet naar behoren rekening worden gehouden met een billijke geografische verdeling over de regio’s van de wereld en met de in nummer 93 van dit Statuut vervatte beginselen.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.