Statuut betreffende de Groep van Staten tegen Corruptie (GRECO)

Type Verdrag
Publication 2001-12-18
State In force
Source BWB
artikelen 21
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Artikel 1. Doel van de GRECO

Het doel van de Groep van Staten tegen Corruptie (hierna te noemen de „GRECO") is het vermogen van zijn leden het bestrijden van corruptie te vergroten door toe te zien, via een dynamisch proces van wederzijdse evaluatie en groepsdwang op de nakoming van de verplichtingen op dit gebied.

Artikel 2. Taken van de GRECO

Ter verwezenlijking van het doel genoemd in artikel 1 is de GRECO belast met het houden van toezicht op:

Artikel 3. Zetel

De zetel van de GRECO is Straatsburg.

Artikel 4. Procedure inzake lidmaatschap van de GRECO

1.

Andere lidstaten van de Raad van Europa dan die genoemd in de Resolutie tot oprichting van de GRECO, kunnen te allen tijde tot de GRECO toetreden door middel van een daartoe strekkende kennisgeving aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

2.

Niet-lidstaten die aan de opstelling van dit gedeeltelijke en uitgebreide akkoord hebben deelgenomen,1)Het betreft de volgende Staten: Wit-Rusland (10), Canada (11), de Staat Vaticaanstad (10), Japan (10), Mexico (10) en de Verenigde Staten van Amerika (11). Bosnië-Herzegowina heeft tweemaal deelgenomen aan de vergaderingen van de GMC. kunnen te allen tijde tot de GRECO toetreden door middel van een daartoe strekkende kennisgeving aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa. De kennisgeving dient vergezeld te gaan van een verklaring dat de niet-lidstaat zich ertoe verbindt de Richtsnoeren voor de bestrijding van Corruptie, aangenomen door het Comité van Ministers van de Raad van Europa op 6 november 1997, toe te passen. kunnen te allen tijde tot de GRECO toetreden door middel van een daartoe strekkende kennisgeving aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa. De kennisgeving dient vergezeld te gaan van een verklaring dat de niet-lidstaat zich ertoe verbindt de Richtsnoeren voor de bestrijding van Corruptie, aangenomen door het Comité van Ministers van de Raad van Europa op 6 november 1997, toe te passen.

3.

Staten die partij worden bij de internationale juridische instrumenten, aangenomen door het Comité van Ministers van de Raad van Europa ingevolge het Actieprogramma tegen Corruptie, die het lidmaatschap van de GRECO verplicht stellen, worden ipso facto lid van de GRECO in overeenstemming met de in deze instrumenten vervatte bepalingen.

4.

Het Comité van Ministers van de Raad van Europa, in zijn samenstelling beperkt tot de lidstaten van het gedeeltelijk en uitgebreide Akkoord, kan, na raadpleging van de niet-lidstaten die er al aan deelnemen, niet-lidstaten, andere dan die bedoeld in het tweede lid, uitnodigen toe te treden tot de GRECO. De niet-lidstaat die een dergelijke uitnodiging heeft ontvangen, stelt de Secretaris-Generaal in kennis van zijn voornemen lid te worden van de GRECO, vergezeld van een verklaring waarin hij zich verbindt tot inachtneming van de Richtsnoeren voor de bestrijding van Corruptie.

Artikel 5. Deelname van de Europese Gemeenschap

De Europese Gemeenschap kan door het Comité van Ministers worden uitgenodigd deel te nemen aan het werk van de GRECO. De wijze van deelname wordt vastgesteld in de resolutie met de uitnodiging tot deelname.

Artikel 6. Samenstelling van de GRECO

1.

Elk lid benoemt een delegatie voor de GRECO bestaande uit ten hoogste twee vertegenwoordigers. Een vertegenwoordiger wordt benoemd tot hoofd van de delegatie.

2.

De reis- en verblijfkosten van een van de vertegenwoordigers van de delegatie komen ten laste van de begroting van het gedeeltelijke en uitgebreide Akkoord.

3.

De voor de GRECO benoemde vertegenwoordigers genieten de voorrechten en immuniteiten die van toepassing zijn uit hoofde van artikel 2 van het Protocol bij het Algemene Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa.

Artikel 7. Andere vertegenwoordigers

1.

Het Europees Comité Juridische Samenwerking (CDJC) en de Europese Commissie inzake Strafrechtelijke Vraagstukken (CDPC) benoemen elk een vertegenwoordiger voor de GRECO.

2.

Na overleg met de GRECO kan het Comité van Ministers andere organen van de Raad van Europa uitnodigen een vertegenwoordiger voor de GRECO te benoemen.

3.

Het Statutair Comité, ingesteld ingevolge artikel 18, benoemt een vertegenwoordiger voor de GRECO.

4.

Vertegenwoordigers benoemd krachtens het eerste tot en met het derde lid nemen zonder stemrecht deel aan de plenaire vergaderingen van de GRECO. Hun reis- en verblijfkosten komen niet ten laste van de begroting van het gedeeltelijke en uitgebreide Akkoord.

Artikel 8. Functioneren van de GRECO

1.

De GRECO neemt de nodige besluiten voor zijn functioneren. In het bijzonder

2.

De GRECO houdt ten minste twee plenaire vergaderingen per jaar en kan besluiten werkgroepen in te stellen wanneer dat noodzakelijk en in overeenstemming is met zijn Reglement van Orde.

3.

Ieder jaar publiceert de GRECO zijn jaarverslag van activiteiten met inbegrip van zijn jaarrekening zodra deze is goedgekeurd door de bevoegde organen uit hoofde van artikel 18.

4.

De GRECO stelt zijn eigen Reglement van Orde vast. Elke Staat of de Europese Gemeenschap wordt, wanneer hij lid wordt van de GRECO, geacht het Statuut en het Reglement van Orde van de GRECO te hebben aanvaard.

5.

De GRECO komt bijeen in besloten vergaderingen.

6.

Leden van de GRECO die deelnemen aan de wederzijdse evaluatie hebben stemrecht. Elk van hen heeft het recht een stem uit te brengen. Tenzij anders wordt besloten door het Statutair Comité, neemt een lid dat voor een tijdvak van twee jaar verzuimd heeft zijn volledige verplichte bijdrage of een aanzienlijk deel ervan aan de begroting van het gedeeltelijke en uitgebreide Partiële Akkoord te betalen, echter niet langer deel aan het besluitvormingsproces.

7.

Besluiten van de GRECO worden genomen met twee derde van de uitgebrachte stemmen1)Alleen stemmen „voor" of „tegen" worden in aanmerking genomen bij het tellen van de uitgebrachte stemmen (artikel 10, vijfde lid, van het reglement van orde van de plaatsvervangers van de Ministers). en de meerderheid van de stemgerechtigden. Procedurele besluiten worden echter genomen bij een meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

8.

De GRECO kiest zijn Voorzitter en Vice-voorzitter uit de vertegenwoordigers van de leden die stemrecht hebben.

Artikel 9. Bureau

1.

Er is een Bureau bestaande uit de Voorzitter en de Vice-voorzitter genoemd in artikel 8, achtste lid, van dit Statuut, en vijf andere personen gekozen door de GRECO uit de vertegenwoordigers van de leden met stemrecht, die, voor zover mogelijk, partij zijn bij ten minste een van de internationale juridische instrumenten aangenomen ingevolge het Actieprogramma tegen Corruptie.

2.

Het Bureau vervult de volgende taken:

3.

Het bureau voert daarnaast iedere andere taak uit die de GRECO hem opdraagt.

4.

Het Bureau vervult zijn taken onder het algemene toezicht van de GRECO.

Artikel 10. Evaluatieprocedure

1.

De GRECO voert ingevolge artikel 2 evaluatieprocedures uit ten aanzien van elk van zijn leden.

2.

De evaluatie wordt verdeeld in ronden. Een evaluatieronde is een tijdvak vastgesteld door de GRECO, waarin een evaluatieprocedure moet worden uitgevoerd om de naleving door de leden van geselecteerde bepalingen vervat in de Richtsnoeren en in andere internationale juridische instrumenten, aangenomen ingevolge het Actieprogramma tegen Corruptie, te beoordelen.

3.

Aan het begin van iedere ronde selecteert de GRECO de specifieke bepalingen waarover de evaluatieprocedure zal gaan.

4.

Elk lid overlegt een lijst van ten hoogste vijf deskundigen die in staat zijn de taken als bedoeld in de artikelen 12 tot en met 14 uit te voeren.

5.

Elk lid verzekert dat zijn autoriteiten zo volledig mogelijk meewerken aan de evaluatieprocedure binnen de grenzen van zijn nationale wetgeving.

Artikel 11. Vragenlijst

1.

De GRECO neemt voor iedere evaluatieronde een vragenlijst aan die gericht is aan alle leden die bij de evaluatie betrokken zijn.

2.

De vragenlijst vormt het kader van de evaluatieprocedure.

3.

Leden richten hun antwoorden aan het Secretariaat binnen de door de GRECO vastgestelde termijnen.

Artikel 12. Evaluatieteams

1.

De GRECO benoemt uit de deskundigen bedoeld in artikel 10, vierde lid, een team voor de evaluatie van elk lid (hierna te noemen „het team”). Indien de evaluatie de uitvoering van bepalingen van een van de internationale juridische instrumenten betreft, aangenomen ingevolge het Actieprogramma tegen Corruptie, benoemt de GRECO teams die uitsluitend zijn samengesteld uit deskundigen voorgesteld door leden die partij zijn bij het desbetreffende instrument.

2.

Het team onderzoekt de antwoorden die zijn gegeven op de vragenlijst en kan, wanneer nodig, het lid dat de evaluatie ondergaat, verzoeken om aanvullende informatie, die mondeling of schriftelijk moet worden verstrekt.

3.

De reis- en verblijfkosten van de deskundigen die deel uitmaken van de teams komen ten laste van de begroting van het gedeeltelijke en uitgebreide Partiële Akkoord.

Artikel 13. Bezoeken aan landen

1.

De GRECO kan het team opdragen een lid te bezoeken ten behoeve van het verkrijgen van aanvullende informatie betreffende zijn recht of praktijk die nuttig is voor de evaluatie.

2.

De GRECO stelt het betrokken lid ten minste twee maanden van te voren op de hoogte van zijn voornemen een bezoek af te leggen.

3.

Het bezoek vindt plaats overeenkomstig een door het betrokken lid opgesteld programma, waarbij rekening is gehouden met de door het team geuite wensen.

4.

De leden van het team genieten de voorrechten en immuniteiten die van toepassing zijn ingevolge artikel 2 van het Protocol bij het Algemene Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa.

5.

De reis- en verblijfkosten die nodig zijn voor het afleggen van de bezoeken aan de landen komen ten laste van de begroting van het gedeeltelijke en uitgebreide Partiële Akkoord.

Artikel 14. Evaluatierapporten

1.

Op basis van de verzamelde informatie stelt het team een voorlopig ontwerp-evaluatierapport op over het recht en de praktijk ten aanzien van de bepalingen die zijn geselecteerd voor de evaluatieronde.

2.

Het voorlopige ontwerp-rapport wordt voor commentaar gezonden naar het lid dat de evaluatie ondergaat. Met diens commentaar wordt rekening gehouden bij de afronding van het ontwerp-rapport.

3.

Het ontwerp-rapport wordt ingediend bij de GRECO.

Artikel 15. Bespreking en aanneming van rapporten

1.

De GRECO bespreekt het door het team ingediende ontwerp-rapport in een plenaire vergadering.

2.

Het lid dat de evaluatie ondergaat heeft het recht mondeling en/of schriftelijk opmerkingen in te dienen tijdens de plenaire vergadering.

3.

Bij de afronding van het debat neemt de GRECO het rapport inzake het lid dat de evaluatie ondergaat met of zonder wijzigingen aan.

4.

Alle leden hebben het recht deel te nemen aan de stemming betreffende aanneming van evaluatierapporten die betrekking hebben op de toepassing van de Richtsnoeren. Alleen leden die partij zijn bij een internationaal juridisch instrument aangenomen ingevolge het Actieprogramma tegen Corruptie hebben het recht deel te nemen aan de stemming betreffende aanneming van evaluatierapporten inzake de uitvoering van het desbetreffende instrument.

5.

Evaluatierapporten zijn vertrouwelijk. Tenzij anderszins besloten, is toegang tot deze rapporten beperkt tot de leden van het team dat de evaluatie heeft uitgevoerd, de leden van de GRECO, het Statutair Comité en het Secretariaat van deze organen.

6.

Het rapport van de GRECO kan aanbevelingen bevatten voor het lid dat de evaluatie ondergaat teneinde zijn nationale wetten en praktijk inzake de bestrijding van corruptie te verbeteren. De GRECO nodigt het lid uit te rapporteren over de maatregelen die zijn getroffen om deze aanbevelingen op te volgen.

Artikel 16. Publieke verklaringen

1.

Het Statutair Comité kan een publieke verklaring uitgeven wanneer het van oordeel is dat een lid passief blijft of onvoldoende maatregelen treft met betrekking tot de hem gedane aanbevelingen ten aanzien van de toepassing van de Richtsnoeren.

2.

Het Statutair Comité, in zijn samenstelling beperkt tot de leden die partij zijn bij het in het geding zijnde instrument, kan een publieke verklaring uitgeven wanneer het van oordeel is dat een lid passief blijft of onvoldoende maatregelen treft met betrekking tot de hem gedane aanbevelingen ten aanzien van de uitvoering van een instrument, aangenomen ingevolge het Actieprogramma tegen Corruptie.

3.

Het Statutair Comité informeert het betrokken lid en stelt het in de gelegenheid aanvullend commentaar in te dienen alvorens zijn besluit te bevestigen tot het uitgeven van een publieke verklaring zoals bedoeld in het eerste en/of tweede lid van dit artikel.

Artikel 17. Financiële middelen van de GRECO

1.

De begroting van de GRECO wordt gefinancierd uit de jaarlijkse verplichte bijdragen van zijn leden.

2.

De GRECO kan aanvullende, vrijwillige bijdragen ontvangen van zijn leden.

3.

De GRECO kan tevens vrijwillige bijdragen ontvangen van belanghebbende internationale instellingen.

4.

Financiële middelen, vallend onder het derde lid van dit artikel, zijn afhankelijk van de goedkeuring van het Statutair Comité alvorens te worden aanvaard.

5.

De vermogensbestanddelen van de GRECO worden verworven en beheerd namens de Raad van Europa en genieten als zodanig de voorrechten en immuniteiten die ingevolge bestaande verdragen van toepassing zijn op de vermogensbestanddelen van de Raad.

Artikel 18. Statutair Comité

1.

Het Statutair Comité bestaat uit de vertegenwoordigers in het Comité van Ministers van de lidstaten van de Raad van Europa die tevens lid zijn van de GRECO en speciaal voor dat doel door de andere leden van de GRECO aangewezen vertegenwoordigers.

2.

Het Statutair Comité stelt ieder jaar het bedrag van de verplichte bijdragen van de leden aan de GRECO vast. De schaal op basis waarvan de bijdragen van de niet-leden van de Raad van Europa worden berekend, wordt bepaald in overleg met laatstgenoemden; in het algemeen voldoet de schaal aan de criteria voor vaststelling van de schaal van bijdragen aan de algemene begroting van de Raad van Europa.

3.

Het Statutair Comité keurt ieder jaar de begroting van de GRECO goed inzake uitgaven met betrekking tot de uitvoering van het activiteitenprogramma en algemene uitgaven voor het secretariaat.

4.

Het Statutair Comité keurt ieder jaar de jaarrekening van de GRECO goed die wordt opgesteld door de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa in overeenstemming met het Financieel Reglement van de Raad van Europa en ingediend bij het Statutair Comité vergezeld van het rapport van de Controlecommissie. Teneinde de Secretaris-Generaal kwijting te verlenen voor het desbetreffende begrotingsjaar, zendt het Statutair Comité de jaarrekening, tezamen met zijn goedkeuring of enig commentaar en het rapport opgesteld door de Controlecommissie, naar het Comité van Ministers.

5.

Het Financieel Reglement van de Raad van Europa is van overeenkomstige toepassing op de aanneming en het beheer van de begroting.

Artikel 19. Secretariaat

1.

De GRECO wordt ondersteund door een Secretariaat dat beschikbaar wordt gesteld door de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

2.

Het Secretariaat van de GRECO wordt geleid door een Uitvoerend Secretaris benoemd door de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

Artikel 20. Wijzigingen

1.

De GRECO of elk van zijn leden kan aan het Statutair Comité wijzigingen voorstellen op dit Statuut.

2.

Het Statutair Comité kan wijzigingen van dit Statuut aannemen bij eenparig besluit. Indien de wijziging niet is voorgesteld door de GRECO, wordt deze geraadpleegd door het Statutair Comité.

Artikel 21. Opzegging

1.

Behoudens de toepasselijke bepalingen van de internationale juridische instrumenten bedoeld in artikel 2, tweede lid, kan elk lid zijn lidmaatschap van de GRECO opzeggen door middel van een verklaring van de minister van Buitenlandse Zaken of een diplomatiek vertegenwoordiger die daarvoor specifieke bevoegdheden worden verleend, gericht aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

2.

De Secretaris-Generaal bevestigt de ontvangst van de verklaring en deelt het betrokken lid mee dat deze wordt ingediend bij het Statutair Comité.

3.

Naar analogie van artikel 7 van het Statuut van de Raad van Europa, wordt de opzegging van kracht:

4.

Overeenkomstig artikel 18 van het Financieel Reglement van de Raad van Europa onderzoekt het Statutair Comité de financiële gevolgen van de opzegging en treft het gepaste maatregelen.

5.

De Secretaris-Generaal stelt het betrokken lid onverwijld in kennis van de gevolgen van zijn opzegging en houdt het Statutair Comité op de hoogte van de uitkomst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)