Protocol van Cartagena inzake bioveiligheid bij het Verdrag inzake biologische diversiteit
De Partijen bij dit Protocol,
Partijen bij het Verdrag inzake biologische diversiteit, hierna „het Verdrag” te noemen,
Herinnerend aan artikel 19, derde en vierde lid, artikel 8, onder g, en artikel 17 van het Verdrag,
Tevens herinnerend aan besluit II/5 van 17 november 1995 van de Conferentie van de Partijen bij het Verdrag betreffende de ontwikkeling van een Protocol inzake bioveiligheid, waarbij met name de nadruk ligt op de grensoverschrijdende verplaatsing van gemodificeerde levende organismen, voortgekomen uit de moderne biotechnologie, die nadelige gevolgen kunnen hebben voor het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit en waarin met name wordt gestreefd naar passende procedures voor voorafgaande geïnformeerde instemming,
Opnieuw bevestigende de voorzorgbenadering die is opgenomen in Beginsel 15 van de Verklaring van Rio inzake milieu en ontwikkeling,
Zich bewust van de snelle expansie van de moderne biotechnologie en de toenemende bezorgdheid bij het publiek over de mogelijke schadelijke gevolgen daarvan voor de biologische diversiteit, mede rekening houdend met de risico's voor de gezondheid van de mens,
Erkennende dat de moderne biotechnologie grote mogelijkheden voor het welzijn van de mens biedt, mits deze met afdoende veiligheidsmaatregelen voor het milieu en de gezondheid van de mens wordt ontwikkeld en gebruikt,
Tevens erkennende de cruciale betekenis voor de mensheid van centra van oorsprong en centra van genetische diversiteit,
Rekening houdende met de beperkte mogelijkheden van veel landen, met name ontwikkelingslanden, om het hoofd te bieden aan de aard en de omvang van de bekende en potentiële risico's geassocieerd met gemodificeerde levende organismen,
Erkennende dat overeenkomsten inzake handel en milieu elkaar moeten ondersteunen teneinde tot een duurzame ontwikkeling te komen,
Benadrukkende dat dit Protocol niet mag worden geïnterpreteerd als een verandering in de rechten en verplichtingen van een Partij krachtens bestaande internationale overeenkomsten,
Overwegende dat deze preambule niet bedoeld is om dit Protocol ondergeschikt te maken aan andere internationale overeenkomsten,
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1. Doel
Overeenkomstig de voorzorgbenadering die is opgenomen in Beginsel 15 van de Verklaring van Rio inzake milieu en ontwikkeling heeft dit Protocol als doel bij te dragen tot een afdoend beschermingsniveau op het gebied van de veilige overdracht, de veilige behandeling en het veilige gebruik van gemodificeerde levende organismen, voortgekomen uit de moderne biotechnologie, die nadelige gevolgen kunnen hebben voor het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit, waarbij ook rekening wordt gehouden met de risico's voor de gezondheid van de mens en specifiek de nadruk ligt op grensoverschrijdende verplaatsingen.
Artikel 2. Algemene bepalingen
Elke Partij neemt de nodige en passende wettelijke, bestuursrechtelijke en andere maatregelen om aan haar verplichtingen krachtens dit Protocol te voldoen.
De Partijen waarborgen dat de ontwikkeling, de behandeling, het vervoer, het gebruik, de overdracht en de introductie van gemodificeerde levende organismen op zodanige wijze gebeuren dat risico's voor de biologische diversiteit, mede rekening houdend met de risico's voor de gezondheid van de mens, worden voorkomen of beperkt.
Niets in dit Protocol doet op enigerlei wijze afbreuk aan de soevereiniteit van Staten over hun territoriale wateren, vastgesteld overeenkomstig het internationale recht, aan de soevereine rechten en de jurisdictie die de Staten overeenkomstig het internationale recht in hun exclusieve economische zone en op hun continentale plat hebben, of aan de uitoefening door schepen en luchtvaartuigen van alle Staten van het recht op en de vrijheid van navigatie, zoals bepaald in het internationale recht en neergelegd in de desbetreffende internationale instrumenten.
Niets in dit Protocol wordt geïnterpreteerd als een beperking van het recht van een Partij om maatregelen te nemen die het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit meer beschermen dan in dit Protocol wordt bepaald, mits deze maatregelen verenigbaar zijn met het doel en de bepalingen van dit Protocol en in overeenstemming zijn met andere verplichtingen van die Partij krachtens het internationale recht.
De Partijen worden aangemoedigd waar mogelijk rekening te houden met de beschikbare deskundigheid, instrumenten en werkzaamheden in het kader van internationale organen met bevoegdheden op het gebied van risico's voor de gezondheid van de mens.
Artikel 3. Gebruikte termen
Voor de toepassing van dit Protocol wordt verstaan onder:
- a. „Conferentie van de Partijen”: de Conferentie van de Partijen bij het Verdrag;
- b. „ingeperkt gebruik”: elke activiteit, uitgevoerd binnen een inrichting, een installatie of een andere fysieke constructie, waarbij gemodificeerde levende organismen betrokken zijn die worden beheerst door specifieke maatregelen waardoor hun contact met en effecten op het buitenmilieu op effectieve wijze worden beperkt;
- c. „uitvoer”: een doelbewuste grensoverschrijdende verplaatsing vanuit een Partij naar een andere Partij;
- d. „uitvoerder”: een natuurlijke of rechtspersoon, onder jurisdictie van de Partij van uitvoer, die de uitvoer van een veranderd levend organisme regelt;
- e. „invoer”: een doelbewuste grensoverschrijdende verplaatsing naar een Partij vanuit een andere Partij;
- f. „invoerder”: een natuurlijke of rechtspersoon, onder de jurisdictie van de Partij van invoer, die de invoer van een veranderd levend organisme regelt;
- g. „veranderd levend organisme”: een levend organisme dat een nieuwe combinatie van genetisch materiaal bezit, die is verkregen door het gebruik van moderne biotechnologie;
- h. „levend organisme”: een biologische entiteit die in staat is genetisch materiaal over te dragen of te repliceren, met inbegrip van steriele organismen, virussen en viroïden;
- i. „moderne biotechnologie”: de toepassing van:
- a. in-vitro technieken met nucleïnezuur, met inbegrip van recombinant deoxyribonucleïnezuur (DNA) en de directe injectie van nucleïnezuur in cellen of organellen, of
- b. fusie van cellen die niet tot dezelfde taxonomische familie behoren, waardoor natuurlijke fysiologische barrières voor reproductie of recombinatie worden overwonnen en die niet behoren tot de technieken die bij traditionele kweek en selectie worden gebruikt;
- j. „regionale organisatie voor economische integratie”: een door soevereine Staten in een bepaalde regio opgerichte organisatie, waaraan haar lidstaten bevoegdheden hebben overgedragen ten aanzien van de in dit Protocol geregelde aangelegenheden en die, in overeenstemming met haar interne procedures, naar behoren gemachtigd is dit Protocol te ondertekenen, te bekrachtigen, te aanvaarden, goed te keuren dan wel hiertoe toe te treden;
- k. „grensoverschrijdende verplaatsing”: de verplaatsing van een veranderd levend organisme vanuit een Partij naar een andere Partij, met uitzondering van grensoverschrijdende verplaatsing in de zin van de artikelen 17 en 24 waaronder tevens verplaatsingen tussen Partijen en Staten die geen Partij zijn vallen.
Artikel 4. Werkingssfeer
Dit Protocol is van toepassing op de grensoverschrijdende verplaatsing, de doorvoer, de behandeling en het gebruik van alle gemodificeerde levende organismen die nadelige gevolgen kunnen hebben voor het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit, waarbij ook rekening wordt gehouden met de risico's voor de gezondheid van de mens.
Artikel 5. Geneesmiddelen
Niettegenstaande artikel 4 en onverminderd enig recht van een Partij om alle gemodificeerde levende organismen aan een risicobeoordeling te onderwerpen alvorens een besluit over invoer te nemen, is dit Protocol niet van toepassing op de grensoverschrijdende verplaatsing van gemodificeerde levende organismen die geneesmiddelen voor de mens zijn die onder andere relevante internationale overeenkomsten of organisaties vallen.
Artikel 6. Doorvoer en ingeperkt gebruik
Niettegenstaande artikel 4 en onverminderd enig recht van een Partij van doorvoer om het vervoer van gemodificeerde levende organismen over haar grondgebied te reguleren en om een besluit van deze Partij met inachtneming van artikel 2, derde lid, inzake de doorvoer van een specifiek veranderd levend organisme over haar grondgebied ter beschikking te stellen van het uitwisselingcentrum voor bioveiligheid, zijn de bepalingen van dit Protocol ten aanzien van de procedure voor voorafgaande geïnformeerde instemming niet van toepassing op gemodificeerde levende organismen in doorvoer.
Niettegenstaande artikel 4 en onverminderd enig recht van een Partij om alle gemodificeerde levende organismen aan een risicobeoordeling te onderwerpen alvorens een besluit over invoer te nemen en normen voor ingeperkt gebruik binnen haar jurisdictie vast te stellen, zijn de bepalingen van dit Protocol ten aanzien van de procedure voor voorafgaande geïnformeerde instemming niet van toepassing op de grensoverschrijdende verplaatsing van gemodificeerde levende organismen die bestemd zijn voor ingeperkt gebruik dat in overeenstemming met de normen van de Partij van invoer plaatsvindt.
Artikel 7. Toepassing van de procedure voor voorafgaande geïnformeerde instemming
Met inachtneming van de artikelen 5 en 6 is de procedure voor voorafgaande geïnformeerde instemming in de artikelen 8 tot en met 10 en artikel 12 van toepassing vóór de eerste doelbewuste grensoverschrijdende verplaatsing van gemodificeerde levende organismen voor de doelbewuste introductie in het milieu van de Partij van invoer.
Onder „doelbewuste introductie in het milieu” in het eerste lid vallen niet gemodificeerde levende organismen die bedoeld zijn om rechtstreeks als voedingsmiddel of diervoeder of voor be- of verwerking te worden gebruikt.
Artikel 11 is van toepassing vóór de eerste doelbewuste grensoverschrijdende verplaatsing van gemodificeerde levende organismen die bedoeld zijn om rechtstreeks als voedingsmiddel of diervoeder of voor be- of verwerking te worden gebruikt.
De procedure voor voorafgaande geïnformeerde instemming is niet van toepassing op de doelbewuste grensoverschrijdende verplaatsing van gemodificeerde levende organismen waarvan in een besluit van de Conferentie van de Partijen die als Vergadering van de Partijen bij dit Protocol fungeert wordt gespecificeerd dat het niet waarschijnlijk is dat ze nadelige gevolgen hebben voor het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit, waarbij ook rekening wordt gehouden met de risico's voor de gezondheid van de mens.
Artikel 8. Kennisgeving
De Partij van uitvoer zorgt voor of verplicht de uitvoerder te zorgen voor een schriftelijke kennisgeving aan de bevoegde nationale instantie van de Partij van invoer alvorens een binnen het toepassingsgebied van artikel 7, eerste lid, vallende doelbewuste grensoverschrijdende verplaatsing van een veranderd levend organisme plaatsvindt. De kennisgeving bevat minimaal de in Bijlage I gespecificeerde informatie.
De Partij van uitvoer zorgt ervoor dat de uitvoerder wettelijk verplicht is de juiste informatie te verstrekken.
Artikel 9. Bevestiging van de ontvangst van een kennisgeving
De Partij van invoer bevestigt binnen negentig dagen na ontvangst schriftelijk de ontvangst van de kennisgeving aan de kennisgever.
In de ontvangstbevestiging worden vermeld:
- a. de datum waarop de kennisgeving ontvangen is;
- b. of de kennisgeving op het eerste gezicht de in artikel 8 bedoelde informatie bevat;
- c. of de procedure volgens het nationale regelgevende kader van de Partij van invoer of de in artikel 10 vermelde procedure wordt gevolgd.
Het in het tweede lid, onder c, bedoelde nationale regelgevende kader dient verenigbaar te zijn met dit Protocol.
Wanneer de Partij van invoer verzuimt de ontvangst van een kennisgeving te bevestigen, houdt dit niet in dat zij met een doelbewuste grensoverschrijdende verplaatsing instemt.
Artikel 10. Besluitvormingsprocedure
Besluiten van de Partij van invoer worden overeenkomstig artikel 15 genomen.
De Partij van invoer deelt de kennisgever binnen de in artikel 9 bedoelde termijn schriftelijk mee of de doelbewuste grensoverschrijdende verplaatsing mag plaatsvinden:
- a. uitsluitend nadat de Partij van invoer schriftelijk toestemming heeft verleend; of
- b. na minimaal negentig dagen zonder verdere schriftelijke toestemming.
Binnen tweehonderdzeventig dagen na de datum waarop de kennisgeving is ontvangen, deelt de Partij van invoer de kennisgever en het uitwisselingcentrum voor bioveiligheid schriftelijk het in het tweede lid, onder a, bedoelde besluit mee:
- a. waarbij de invoer al dan niet onder voorwaarden wordt goedgekeurd, terwijl tevens de wijze wordt vermeld waarop het besluit van toepassing is op de latere invoer van hetzelfde gemodificeerde levende organisme;
- b. waarbij de invoer wordt verboden;
- c. waarbij om aanvullende relevante informatie overeenkomstig het nationale regelgevende kader of Bijlage I wordt gevraagd; bij de berekening van de termijn waarbinnen de Partij van invoer moet reageren, wordt het aantal dagen dat zij op aanvullende relevante informatie moet wachten niet meegerekend; of
- d. waarbij de kennisgever wordt meegedeeld dat de in dit lid gespecificeerde termijn met een bepaalde periode wordt verlengd.
Behalve wanneer onvoorwaardelijke toestemming wordt verleend, worden bij een besluit krachtens het derde lid de redenen vermeld waarop het is gebaseerd.
Wanneer de Partij van invoer verzuimt haar besluit binnen tweehonderdzeventig dagen na de datum waarop de kennisgeving is ontvangen mee te delen, houdt dit niet in dat zij met een doelbewuste grensoverschrijdende verplaatsing instemt.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.