Verdrag inzake de erkenning van de internationale rechtspersoonlijkheid van het Internationaal Aardappelcentrum (CIP)
Overwegende dat:
de Peruaanse regering bij Hoog Decreet aangenomen in 1967 het Internationaal Aardappelcentrum heeft opgericht (hierna te noemen het CIP of het Centrum) met de status van internationale instantie binnen Peru;
het CIP sinds 1972 een integrerend deel vormt van de internationale adviesgroep inzake landbouwonderzoek (hierna te noemen de IAL), een consortium van de nationale regeringen, multilaterale agentschappen voor technische bijstand, privé-stichtingen en andere instellingen die uiteenlopende internationale onderzoekscentra ondersteunen teneinde de landbouwproductie van de ontwikkelingslanden te verbeteren en te vergroten; en
ondanks het feit dat de Peruaanse regering aan het CIP de status van internationale instantie binnen Peru heeft toegekend, het algemene mandaat van het Centrum vereist dat het CIP formeel door de staten waarmee het samenwerkt wordt erkend als zijnde een instelling met een internationale juridische status;
Komen de Partijen bij dit Verdrag overeen de internationale rechtspersoonlijkheid van het Internationaal Aardappelcentrum te erkennen, overeenkomstig de bepalingen van het internationaal recht en de overige noodzakelijke voorwaarden die het Centrum in staat stellen doeltreffend te werken en aldus zijn doelstellingen te bereiken.
De Partijen bij dit Verdrag zijn, derhalve, het volgende overeengekomen:
Artikel 1. Erkenning van de internationale rechtspersoonlijkheid
Bij deze wordt de internationale rechtspersoonlijkheid van het Internationaal Aardappelcentrum erkend. Als internationale organisatie voert het CIP zijn taken uit en streeft het zijn doelen en doelstellingen na in overeenstemming met de wetten van de landen waarop zijn activiteiten zijn gericht.
Het CIP verricht zijn activiteiten in overeenstemming met de bijgevoegde statuten, die eventueel kunnen worden gewijzigd in overeenstemming met de bepalingen inzake wijziging die opgenomen zijn in de statuten.
Artikel 2. Beperkingen
Het enige doel van dit Verdrag is het toekennen van internationale rechtspersoonlijkheid aan het CIP. Het Verdrag kan evenwel als basis dienen voor de toekenning aan het CIP van de voorrechten en immuniteiten die nodig zijn voor de uitvoering van zijn werkzaamheden.
Dit Verdrag verplicht de Partijen er geenszins toe enige bijdrage of financiële steun aan het CIP te verstrekken, noch te aanvaarden of borg te staan voor financiële verplichtingen, schulden of andere verplichtingen van het CIP.
Dit Verdrag doet geen afbreuk aan de rechten en verplichtingen van het CIP die voortvloeien uit contractuele bepalingen tussen het CIP en derde partijen. Op dezelfde wijze doet het Verdrag geen afbreuk aan de rechten en verplichtingen van het CIP die voortvloeien uit eventuele overeenkomsten die het Centrum met een regering of regeringen heeft gesloten, tenzij de betrokken regeringen en het CIP besluiten de overeenkomsten opnieuw te bezien teneinde hierin rekening te houden met de internationale status van het CIP.
Artikel 3. Ondertekening en toetreding
Dit Verdrag staat voor ondertekening open voor de Staten bij het ministerie van buitenlandse zaken van de Republiek Peru. Het Verdrag blijft openstaan voor ondertekening gedurende een tijdvak van twee jaar, te rekenen vanaf 26 november 1999.
Na het verstrijken van het in het eerste lid bedoelde tijdvak, staat dit Verdrag, na voorafgaande goedkeuring door de Raad van Toezicht van het CIP, open voor toetreding door elke Staat.
De akten van toetreding dienen te worden nedergelegd bij de Depositaris van dit Verdrag.
De regering van de Republiek Peru is de Depositaris van dit Verdrag en zij:
- a. brengt alle Staten die dit Verdrag hebben ondertekend of hiertoe zijn toegetreden op de hoogte van:
- i. elke nieuwe ondertekening of van elke nederlegging van een akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, met de overeenkomstige datum;
- ii. de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag;
- iii. de nederlegging van elke akte van opzegging van dit Verdrag, alsmede van de datum van deze nederlegging en van de datum waarop de opzegging van kracht wordt.
- b. doet gewaarmerkte afschriften van dit Verdrag toekomen aan alle ondertekenende en toetredende Staten;
- c. houdt in bewaring de oorspronkelijke tekst van dit Verdrag alsmede van de aan haar verleende volmacht.
Artikel 4. Inwerkingtreding
Dit Verdrag treedt in werking nadat drie Staten het hebben ondertekend.
Ten aanzien van elke Staat die een akte van toetreding nederlegt na de datum van inwerkingtreding van het Verdrag, treedt het Verdrag in werking op de eerste dag van de maand volgend op de datum van ontvangst van deze akte door de Depositaris.
Artikel 5. Wijzigingen
Elke Partij kan voorstellen doen tot wijziging van dit Verdrag. De wijziging dient te worden goedgekeurd door de meerderheid van de Partijen.
Een aldus goedgekeurde wijziging wordt ten aanzien van de Staten die partij zijn, en die de wijziging hebben aanvaard, van kracht 30 dagen na het tijdstip van de nederlegging bij de Depositaris van de akten van aanvaarding door een meerderheid van de Staten die partij zijn bij dit Verdrag. Daarna wordt de wijziging ten aanzien van elke tot dit Verdrag toegetreden Staat dertig dagen na de nederlegging door die Staat van zijn akte van aanvaarding van kracht.
Artikel 6. Opzegging
Elke Partij kan dit Verdrag opzeggen door een schriftelijke kennisgeving van dit voornemen aan de Depositaris, die hiervan mededeling doet aan de overige Partijen. De opzegging wordt drie maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de Depositaris van kracht.
Artikel 7. Beëindiging van het Verdrag
Dit Verdrag wordt beëindigd door de opheffing van het CIP of wanneer, als gevolg van opzeggingen, minder dan drie tot het Verdrag toegetreden Partijen overblijven.
Artikel 8. Beslechting van geschillen
Elk geschil tussen de Partijen betreffende de uitlegging of toepassing van dit Verdrag dat niet kan worden opgelost in onderlinge overeenstemming, wordt, op verzoek van een van de partijen bij het geschil, voorgelegd aan een uit drie leden samengesteld scheidsgerecht. Elke partij benoemt een lid van het scheidsgerecht en de twee aldus benoemde leden benoemen tezamen een derde lid van het scheidsgerecht, dat optreedt als voorzitter van het scheidsgerecht.
Indien een van de Partijen verzuimt een lid te benoemen en indien zij daar geen gevolg aan heeft gegeven binnen twee maanden na de datum van het verzoek van de andere Partij tot deze benoeming over te gaan, kan de laatstgenoemde Partij de President van het Internationale Gerechtshof verzoeken de desbetreffende benoeming te verrichten. Indien de twee leden binnen twee maanden na hun benoeming geen overeenstemming bereiken over de keuze van het derde lid, kan elk van de Partijen bij het geschil de President van het Internationale Gerechtshof verzoeken de desbetreffende benoeming te verrichten.
Indien de functie van President van het Internationale Gerechtshof vacant is of indien de President verhinderd is zijn functie uit te oefenen, of indien de President de nationaliteit heeft van een van de Partijen bij het geschil, kan de in dit artikel bedoelde benoeming van het derde lid van het scheidsgerecht worden verricht door de Vice-President van het Internationale Gerechtshof of, indien deze verhinderd is, door een lid van het Gerechtshof dat na hem de hoogste anciënniteit heeft.
Tenzij de Partijen anders beslissen, stelt het scheidsgerecht zijn eigen procedure vast.
Het scheidsgerecht neemt zijn beslissing bij meerderheid van stemmen. Deze beslissing is onherroepelijk en bindend voor de Partijen bij het geschil.
Artikel 9. Authentieke teksten
Dit Verdrag is opgesteld in de Franse, de Engelse en de Spaanse taal, waarbij de drie teksten gelijkelijk authentiek zijn.
Hierbij worden de statuten van het Internationaal Aardappelcentrum vastgesteld, waarvan de internationale rechtspersoonlijkheid is erkend door middel van het te Lima op 26 november 1999 gesloten internationaal Verdrag; de statuten vormen een integrerend deel van het Verdrag, overeenkomstig het gestelde in artikel 1 van het Verdrag.
STATUTEN
TITEL I. NAAM, RECHTSPERSOONLIJKHEID, ZETEL, BESTAANSDUUR, DOEL, ACTIVITEITEN EN RECHTSBEVOEGDHEID VAN HET CIP
Artikel 1. Naam en juridische status
Het „Internationaal Aardappelcentrum" (hierna te noemen het CIP), is een onafhankelijke internationale organisatie, zonder winstoogmerk, met uitsluitend wetenschappelijke en educatieve doeleinden, en met volledige autonomie ten aanzien van haar beheer en activiteiten.
Het CIP beschikt over volledige internationale rechtspersoonlijkheid uit hoofde van het Verdrag waarbij het is opgericht en ingevolge de internationale aard van zijn leden en van zijn activiteiten. Het CIP beschikt over alle rechtsbevoegdheid die noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn functies en de verwezenlijking van zijn doeleinden.
Artikel 2. Zetel
De zetel van het CIP is gevestigd in de Republiek Peru; het hoofdkantoor is gevestigd te Lima. Onverminderd het voorgaande kan de Raad van Toezicht van het CIP in elke andere plaats in Peru of in andere landen kantoren vestigen indien zulks noodzakelijk is ter ondersteuning van het programma van het CIP.
Artikel 3. Bestaansduur
De bestaansduur van het CIP is onbepaald, maar de Raad van Toezicht kan zijn ontbinding goedkeuren overeenkomstig het gestelde in Titel VII van deze Statuten.
Artikel 4. Doel
Het doel van het CIP is omschreven in het mandaat dat aan het Centrum is toegekend en in de opdracht waarmee het is belast, zoals bepaald in de volgende leden van dit artikel.
De doelstelling van het CIP is de volgende:
- a. het nodige onderzoek verrichten teneinde de belangrijkste problemen op te lossen die de productie en consumptie van aardappelen en zoete aardappelen in de ontwikkelingslanden beperken;
- b. een bijdrage leveren aan het behoud van de genetische verscheidenheid van de wortel- en knolgewassen van de Andes en andere;
- c. het nodige onderzoek coördineren en uitvoeren teneinde duurzame beheersystemen te ontwikkelen voor hooggelegen regio's, waarbij voorrang wordt gegeven aan de Andes-regio.
Deze activiteiten omvatten het toepasbaar maken van de verzamelde kennis van de industrielanden alsmede relevant onderzoek na de oogst.
De „missie" van het CIP is een bijdrage te leveren aan de vergroting van de voedselproductie, aan de instelling van duurzame en milieuvriendelijke landbouwsystemen en aan de verbetering van het welzijn van de mensheid, door:
- a. het organiseren van multidisciplinaire en gecoördineerde onderzoeksprogramma's;
- b. het uitvoeren van uitgebreide onderzoeks- en trainingsactiviteiten in een samenwerkingsverband, bedoeld ter vergroting van de capaciteit van nationale onderzoeksprogramma's gericht op de vaststelling en het gebruik van het unieke potentieel aan producten die in uiteenlopende voedselsystemen binnen het Mandaat van het CIP vallen;
- c. het bewerkstelligen en bevorderen van samenwerking tussen landen ten behoeve van wederzijds begrip en interdependentie bij het oplossen van gemeenschappelijke problemen; en
- d. het helpen van de wetenschappers overal ter wereld bij het vinden van flexibele en doeltreffende antwoorden op de veranderende eisen binnen de landbouw.
Het CIP beschikt over alle bevoegdheden die nodig zijn en kan alle door het Centrum nodig geachte verplichtingen aangaan voor de verwezenlijking van zijn doel. Derhalve voert het CIP de volgende activiteiten uit of laat het deze uitvoeren door derden, zonder dat deze opsomming, die bij wijze van voorbeeld wordt gegeven, limitatief is:
- a. het uitvoeren van onderzoeksprogramma's teneinde bij te dragen aan de verbetering van de productie van aardappelen, zoete aardappelen en andere knolgewassen in het gastland of in elk ander land ter wereld;
- b. het oogsten, handhaven en distribueren van kiemplasma zodat dit kan worden gebruikt in het gastland of in elk ander land ter wereld;
- c. het verlenen van ondersteuning bij de ontwikkeling van soortgelijke instanties gevestigd in het gastland of in elk ander land ter wereld;
- d. het opleiden van onderzoekers die werkzaam zijn op de terreinen waarvoor het CIP verantwoordelijk is;
- e. het openbaar maken en verspreiden van de resultaten van de onderzoeken;
- f. het instellen van een geautomatiseerd informatiecentrum en het oprichten van een gespecialiseerde bibliotheek alsmede een herbarium;
- g. het organiseren van lezingen, vergaderingen, ronde-tafelconferenties en seminars, zowel nationaal als internationaal, met betrekking tot de verbetering van producten die behoren tot het mandaat van het CIP;
- h. het deelnemen aan alle activiteiten die verband houden met de doelstelling van het CIP.
Artikel 5. Rechtsbevoegdheid
Bij de uitvoering van zijn activiteiten kan het CIP zonder enige beperking of restrictie alle handelingen verrichten en alle contracten sluiten en, in het algemeen, alle handelingen verrichten die relevant of noodzakelijk zijn voor het voldoen aan zijn sociale doelstelling.
Onder voorbehoud dat de navolgende opsomming niet limitatief, doch slechts illustratief is, heeft het CIP in het bijzonder de volgende bevoegdheden:
- a. het ontvangen, aanschaffen of op enigerlei wijze rechtmatig verkrijgen van franchises, licenties, rechten, concessies en andere vergelijkbare rechten alsmede financiële hulp of hulp van elke andere aard, verleend door een publieke of particuliere instantie, zoals een autoriteit, instelling of gouvernementele organisatie, privé-onderneming, bedrijf, vereniging, stichting, universiteit, natuurlijke persoon of rechtspersoon, en, in het algemeen, door elke internationale, regionale of nationale entiteit, ongeacht de aard hiervan;
- b. het door middel van donatie, aankoop, concessie, ruilhandel, huur, in volle eigendom of door erfstelling over de hand of in vruchtgebruik, of op elke andere rechtmatige titel ontvangen, aanschaffen of verkrijgen van elke soort zakelijke eigendommen of contractuele posities, fondsen, aandelen, waardeobjecten en andere rechten, alsmede het in het algemeen bezitten, houden, beheren, gebruiken, in vruchtgebruik hebben, verkopen, overdragen of vervreemden van dergelijke rechten en eigendommen;
- c. het sluiten van contracten met de Regeringen of met andere volkenrechtelijke instanties en het sluiten van contracten met publiekrechtelijke personen alsmede met privaatrechtelijke natuurlijke en rechtspersonen;
- d. het aannemen van werknemers, onafhankelijke consultants, auditors en andere medewerkers en het vaststellen van hun salarissen en vergoedingen, zonder enige beperking of restrictie, voor zover deze noodzakelijk of nuttig zijn voor het bereiken van de doelen van het Centrum;
- e. het op zijn naam laten registreren van octrooien voor uitvindingen, handelsmerken en intellectuele en industriële eigendomsrechten, alsmede het uitvoeren van de bijbehorende handelingen die uit genoemde rechten voortvloeien;
- f. het nemen van alle soorten gerechtelijke stappen om zijn rechten te beschermen, op te eisen en in het algemeen te behartigen, en het vertegenwoordigen van het CIP in gerechtelijke acties tegen het Centrum.
TITEL II. BEHEER VAN HET CIP
Artikel 6. Beheersorganen
Het beheer van het CIP berust bij:
- a. de Raad van Toezicht;
- b. de Comités van de Raad van Toezicht;
- c. de Directeur-Generaal;
- d. het Secretariaat.
TITEL III. ECONOMISCH STELSEL
Artikel 7. Institutioneel kapitaal
Het startkapitaal van het CIP bedraagt USD13.973.000. Echter, hierna is het institutionele kapitaal het kapitaal zoals op de balans weergegeven.
Artikel 8. Financiering
De basisbegroting van het CIP wordt gefinancierd door de leden van de internationale adviesgroep inzake landbouwonderzoek (IAL). Hiertoe keurt de Raad van Toezicht de jaarlijkse begroting van het CIP goed, die zal worden voorgelegd aan de internationale adviesgroep inzake landbouwonderzoek (IAL).
Daarnaast kan het CIP bijdragen ontvangen uit andere bronnen voor financiering van werkzaamheden, programma's of uitgaven die niet vallen onder de basisbegroting.
Artikel 9. Beheer van fondsen
De economische en financiële activiteiten van het CIP worden beheerst door de desbetreffende door de Raad van Toezicht aangenomen reglementen, in overeenstemming met de door de internationale adviesgroep inzake landbouwonderzoek (IAL) vastgelegde beginselen.
Artikel 10. Jaarlijkse audit
Op voorstel van de Directeur-Generaal wijst de Raad van Toezicht een internationaal en onafhankelijk accountantskantoor aan dat jaarlijks een volledige controle van de rekeningen en de activiteiten van het CIP uitvoert.
De Directeur-Generaal legt de uitkomst van deze controle ter bestudering en goedkeuring voor aan de Raad van Toezicht en aan de internationale adviesgroep inzake landbouwonderzoek (IAL).
Artikel 11. Overschotten en activa
De economische overschotten van de activiteiten van het CIP kunnen onder geen enkele voorwaarde, rechtstreeks noch indirect, geheel noch ten dele worden verdeeld onder de leden, de Raad van Toezicht of andere functionarissen of privé-personen. De bedragen die het CIP aan zijn functionarissen, consultants, werknemers, arbeiders en, in het algemeen, aan diegenen die het Centrum daadwerkelijk diensten verlenen, uitkeert als vergoeding voor deze diensten, vallen uiteraard buiten deze beperking.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.