Protocol van Torremolinos van 1993 inzake het Internationaal Verdrag van Torremolinos voor de beveiliging van vissersvaartuigen, 1977
De Partijen bij dit Protocol,
Erkennend de aanzienlijke bijdrage die kan worden geleverd door het Internationaal Verdrag van Torremolinos voor de beveiliging van vissersvaartuigen, 1977, aan de veiligheid van schepen in het algemeen en aan de veiligheid van vissersvaartuigen in het bijzonder,
Erkennend evenwel dat sommige bepalingen van het Internationaal Verdrag van Torremolinos voor de beveiliging van vissersvaartuigen, 1977, aanleiding hebben gegeven tot problemen bij de uitvoering van die bepalingen door een aantal Staten met omvangrijke vissersvloten die hun vlag voeren en dat dit de inwerkingtreding van het Internationaal Verdrag van Torremolinos voor de beveiliging van vissersvaartuigen, 1977, en daarmee de uitvoering van de daarin vervatte voorschriften heeft verhinderd,
Geleid door de wens in onderlinge overeenstemming de strengst mogelijke praktisch uitvoerbare normen vast te stellen voor de beveiliging van vissersvaartuigen die kunnen worden nageleefd door alle betrokken Staten,
Overwegend dat dit doel het beste kan worden bereikt door het sluiten van een Protocol inzake het Internationaal Verdrag van Torremolinos voor de beveiliging van vissersvaartuigen, 1977,
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1. Algemene verplichtingen
De Partijen bij dit Protocol geven uitvoering aan de bepalingen van:
- a. de artikelen van dit Protocol; en
- b. de voorschriften vervat in de Bijlage bij het Internationaal Verdrag van Torremolinos voor de beveiliging van vissersvaartuigen, 1977 (hierna te noemen „het Verdrag"), onverminderd de wijzigingen vervat in de Bijlage bij dit Protocol.
De artikelen van dit Protocol en de voorschriften van de Bijlage bij het Verdrag worden, onverminderd de wijzigingen vervat in de Bijlage bij dit Protocol, gelezen en uitgelegd als een enkel instrument.
De Bijlage bij dit Protocol vormt een integrerend deel van het Protocol en een verwijzing naar dit Protocol houdt terzelfdertijd een verwijzing in naar de Bijlage hierbij.
Artikel 2. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit Protocol wordt, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald, verstaan onder:
- a. „Partij", een Staat waarvoor dit Protocol in werking is getreden;
- b. „Vissersvaartuig" of „vaartuig", elk vaartuig dat gebruikt wordt voor het bedrijfsmatig vangen van vis, walvissen, zeehonden, walrussen of andere levende rijkdommen van de zee;
- c. „Organisatie", de Internationale Maritieme Organisatie;
- d. „Secretaris-Generaal", de Secretaris-Generaal van de Organisatie;
- e. „Administratie", de Regering van de Staat wiens vlag het vaartuig gerechtigd is te voeren;
- f. „Voorschriften", de voorschriften vervat in de Bijlage bij het Verdrag zoals gewijzigd door dit Protocol.
Artikel 3. Toepassing
Dit Protocol is van toepassing op zeegaande vissersvaartuigen, met inbegrip van vaartuigen waarop de vangst tevens wordt verwerkt, die gerechtigd zijn de vlag van een Partij te voeren.
De bepalingen van de Bijlage zijn niet van toepassing op vaartuigen die uitsluitend worden gebruikt:
- a. voor sport of recreatie;
- b. voor de verwerking van vis of andere levende rijkdommen van de zee;
- c. voor wetenschappelijk onderzoek en opleiding; of
- d. als vrachtschepen voor het vervoer van vis.
De bepalingen van deze Bijlage zijn, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald, van toepassing op vissersvaartuigen waarvan de lengte 24 meter of meer bedraagt.
In het geval in een hoofdstuk voor de toepassing van dat hoofdstuk een limiet van de lengte van het vaartuig groter dan 24 meter wordt voorgeschreven, bepaalt de Administratie welke voorschriften van dat hoofdstuk, geheel of ten dele, van toepassing dienen te zijn op een vissersvaartuig waarvan de lengte 24 meter of meer bedraagt, maar minder dan de in dat hoofdstuk voorgeschreven limiet van de lengte, en dat gerechtigd is de vlag van die staat te voeren, met inachtneming van het type, de afmetingen en de wijze van exploitatie van een dergelijk vaartuig.
De Partijen spannen zich in om, bij hoge voorrang, uniforme normen in te stellen die door de Administraties moeten worden toegepast op de in het vierde lid bedoelde vissersvaartuigen, die in dezelfde regio worden geëxploiteerd, rekening houdend met de wijze van exploitatie, de beschutte aard en de klimatologische omstandigheden in die regio. Deze regionale uniforme normen worden medegedeeld aan de Organisatie, die deze ter kennisneming mededeelt aan de andere Partijen.
Artikel 4. Afgifte van certificaten en controle door de havenstaat
Elk vaartuig dat in overeenstemming met de bepalingen van de voorschriften in het bezit van een certificaat moet zijn, is, wanneer het zich in een haven van een andere Partij bevindt, onderworpen aan de controle door door de Regering van die Partij naar behoren bevoegd verklaarde ambtenaren, voorzover deze controle erop gericht is zekerheid te verkrijgen dat het krachtens de bepalingen van de desbetreffende voorschriften afgegeven certificaat geldig is.
Een zodanig certificaat wordt, indien het geldig is, aanvaard, tenzij er duidelijke redenen bestaan om aan te nemen dat de toestand van het vaartuig of van zijn uitrusting in belangrijke mate afwijkt van de gegevens van dat certificaat of dat het vaartuig en zijn uitrusting niet voldoen aan de bepalingen van de desbetreffende voorschriften.
In de in het tweede lid genoemde omstandigheden of wanneer het certificaat verlopen is of niet langer geldig is, moet de controlerende ambtenaar stappen ondernemen om te verzekeren dat het vaartuig niet vertrekt voordat het zonder gevaar voor vaartuig of opvarenden zee kan kiezen of de haven kan verlaten om zich naar de passende reparatiewerf te begeven.
In het geval dat deze controle aanleiding geeft tot enige vorm van ingrijpen, stelt de controlerende ambtenaar de consul of, bij diens afwezigheid, de dichtstbijzijnde diplomatieke vertegenwoordiger van de staat wiens vlag het vaartuig gerechtigd is te voeren terstond schriftelijk in kennis van alle omstandigheden die ertoe hebben geleid dat deze ingreep noodzakelijk werd geacht. Bovendien worden de aangewezen inspecteurs of de erkende organisaties die verantwoordelijk zijn voor de afgifte van de certificaten eveneens op de hoogte gebracht. De feiten met betrekking tot de ingreep worden aan de Organisatie gerapporteerd.
Indien de betrokken autoriteit van de havenstaat de in het derde lid bedoelde stappen niet kan ondernemen of indien het het vaartuig is toegestaan naar de volgende aanloophaven te varen, stelt de betrokken autoriteit van de havenstaat de in het vierde lid bedoelde Partij en de autoriteiten van de volgende aanloophaven in kennis van alle relevante informatie met betrekking tot het vaartuig.
Bij de uitvoering van een controle krachtens dit artikel wordt al het mogelijke in het werk gesteld om het onnodig vasthouden of vertragen van het vaartuig te voorkomen. Elk vaartuig dat onnodig is vastgehouden of vertraagd als gevolg van de uitvoering van een controle, heeft recht op vergoeding van de geleden verliezen of schade.
Ten aanzien van vaartuigen van Staten die geen Partij zijn bij dit Protocol, passen de Partijen de eisen van dit Protocol toe voorzover zulks noodzakelijk is om ervoor zorg te dragen dat deze vaartuigen geen gunstiger behandeling genieten.
Artikel 5. Overmacht
Een vaartuig dat bij de aanvang van een reis niet is onderworpen aan de bepalingen van dit Protocol of niet verplicht is een certificaat aan boord te hebben overeenkomstig de bepalingen van dit Protocol, wordt hieraan ook niet onderworpen wegens een afwijking van zijn voorgenomen route die te wijten is aan slecht weer of aan enige andere vorm van overmacht.
Personen die aan boord van een vaartuig zijn door overmacht of tengevolge van de verplichting schipbreukelingen of andere personen te vervoeren, worden niet in aanmerking genomen bij de vraag of het vaartuig voldoet aan de bepalingen van dit Protocol.
Artikel 6. Verstrekking van inlichtingen
De Partijen zenden aan de Organisatie:
- a. de tekst van de terzake van de verschillende onderwerpen binnen de werkingssfeer van dit Protocol uitgevaardigde wetten, besluiten, beschikkingen, voorschriften en andere akten;
- b. een lijst van niet-gouvernementele organisaties die gemachtigd zijn namens hen op te treden in aangelegenheden betreffende ontwerp, constructie en uitrusting van vaartuigen overeenkomstig de bepalingen van dit Protocol; en
- c. een voldoende aantal exemplaren van de certificaten die overeenkomstig de bepalingen van dit Protocol door hen worden afgegeven.
De Organisatie stelt alle Partijen in kennis van de ontvangst van elke mededeling die op grond van het eerste lid, letter a), is gedaan en stelt hen in kennis van alle inlichtingen die haar op grond van het eerste lid, letters b) en c) zijn verstrekt.
Artikel 7. Ongevallen aan vissersvaartuigen overkomen
Elke Partij stelt een onderzoek in naar elk ongeval dat haar vaartuigen waarop de bepalingen van dit Protocol van toepassing zijn, mocht overkomen, wanneer zij van oordeel is dat een zodanig onderzoek kan bijdragen tot het doen vaststellen van wijzigingen die in dit Protocol wenselijk zouden kunnen zijn.
Elke Partij verstrekt de Organisatie, ter kennisgeving aan alle Partijen, relevante inlichtingen betreffende de resultaten van een zodanig onderzoek. Rapporten of aanbevelingen van de Organisatie die gebaseerd zijn op dergelijke inlichtingen, mogen niet de identiteit of nationaliteit van de betrokken vaartuigen onthullen, of op enigerlei wijze een vaartuig of een persoon verantwoordelijk stellen of de verantwoordelijkheid daarvan veronderstellen.
Artikel 8. Andere verdragen en interpretatie
Geen enkele bepaling van dit Protocol doet afbreuk aan de huidige of toekomstige aanspraken en juridische opvattingen van een Staat met betrekking tot het zeerecht en de aard en omvang van de rechtsmacht van kuststaten en vlaggenstaten.
Artikel 9. Ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring en toetreding
Dit Protocol blijft open voor ondertekening op het Hoofdkantoor van de Organisatie van 1 juli 1993 tot en met 30 juni 1994 en blijft daarna open voor toetreding. Alle Staten kunnen partij bij dit Protocol worden door:
- a. ondertekening zonder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring; of
- b. ondertekening onder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, gevolgd door bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring; of
- c. toetreding.
Bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding geschiedt door de nederlegging van een hiertoe strekkende akte bij de Secretaris-Generaal.
Elke Staat die hetzij dit Protocol heeft ondertekend zonder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring hetzij de vereiste akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding overeenkomstig dit artikel heeft nedergelegd, verstrekt de Secretaris-Generaal, op het tijdstip van de nederlegging van de bovengenoemde akte en aan het einde van elk jaar, inlichtingen over het totale aantal vissersvaartuigen met een lengte van 24 meter of meer die gerechtigd zijn de vlag van die Staat te voeren.
Artikel 10. Inwerkingtreding
Dit Protocol treedt in werking twaalf maanden na de datum waarop niet minder dan 15 Staten, waarvan het totale aantal vissersvaartuigen met een lengte van 24 meter of meer niet minder dan 14.000 bedraagt, dit hetzij hebben ondertekend zonder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, hetzij overeenkomstig artikel 9 de vereiste akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding hebben nedergelegd.
Voor Staten die een akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring van of toetreding tot dit Protocol hebben nedergelegd nadat aan de voorwaarden voor inwerkingtreding is voldaan, doch vóór de datum van inwerkingtreding, wordt de bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding van kracht op de datum van inwerkingtreding van dit Protocol, dan wel drie maanden na de datum van nederlegging van de akte, indien deze datum later valt.
Voor Staten die een akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding hebben nedergelegd na de datum waarop dit Protocol in werking is getreden, treedt dit Protocol in werking drie maanden na de datum waarop de akte is nedergelegd.
Na de datum waarop een wijziging van dit Protocol geacht wordt te zijn aanvaard ingevolge artikel 11, heeft elke akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding betrekking op dit Protocol, zoals gewijzigd.
Artikel 11. Wijzigingen
Dit Protocol kan worden gewijzigd door middel van een van de twee der in dit artikel genoemde procedures.
Wijzigingen na bestudering binnen de Organisatie:
- a. Elke door een Partij voorgestelde wijziging wordt ingediend bij de Secretaris-Generaal, die deze ten minste zes maanden vóór de behandeling ervan verspreidt onder alle Leden van de Organisatie en alle Partijen;
- b. Elke aldus voorgestelde en verspreide wijziging wordt voor behandeling voorgelegd aan de Maritieme Veiligheidscommissie van de Organisatie.
- c. Partijen, ongeacht of zij Lid zijn van de Organisatie, zijn gerechtigd deel te nemen aan de besprekingen van de Maritieme Veiligheidscommissie voor de bestudering en aanneming van wijzigingen.
- d. Wijzigingen worden aangenomen met een twee derde meerderheid van de Partijen die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen in de Maritieme Veiligheidscommissie, die is uitgebreid zoals bepaald in het tweede lid, onderdeel c (hierna te noemen „de uitgebreide Maritieme Veiligheidscommissie"), op voorwaarde dat ten minste een derde van de Partijen aanwezig is op het tijdstip van stemming.
- e. Overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid, letter d, aangenomen wijzigingen worden door de Secretaris-Generaal ter kennis gebracht van alle Partijen.
- f.
- i. Een wijziging van een artikel wordt geacht te zijn aanvaard op de datum waarop zij is aanvaard door twee derde van de Partijen.
- ii. Een wijziging van de Bijlage wordt geacht te zijn aanvaard: Indien evenwel binnen de aangegeven periode hetzij meer dan een derde van de Partijen, hetzij Partijen waarvan het gezamenlijke aantal vissersvaartuigen niet minder dan 65 procent vormt van het aantal vissersvaartuigen met een lengte van 24 meter en meer van alle Partijen, de Secretaris-Generaal ervan in kennis stellen dat zij bezwaar hebben tegen de wijziging, wordt deze wijziging geacht niet te zijn aanvaard.
- aa. na afloop van twee jaar na de datum van aanneming; of
- bb. aan het einde van een andere periode, die niet korter mag zijn dan een jaar, indien zulks is bepaald op het tijdstip van aanneming ervan met een twee derde meerderheid van de Partijen die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen in de uitgebreide Maritieme Veiligheidscommissie.
- g.
- i. Een wijziging van een artikel treedt in werking ten aanzien van die Partijen die haar hebben aanvaard, zes maanden na de datum waarop zij geacht wordt te zijn aanvaard, en ten aanzien van elke Partij die haar na die datum aanvaardt, zes maanden na de datum van aanvaarding door die Partij.
- ii. Een wijziging van de Bijlage treedt in werking ten aanzien van alle Partijen, behalve die welke bezwaar tegen de wijziging hebben gemaakt krachtens het bepaalde in het tweede lid, letter f, onder ii, en die dit bezwaar niet hebben ingetrokken, zes maanden na de datum waarop zij wordt geacht te zijn aanvaard. Echter, vóór de datum die is vastgesteld voor de inwerkingtreding kan elke Partij de Secretaris-Generaal ervan in kennis stellen dat zij zich onthoudt van het geven van uitvoering aan deze wijziging voor een periode van niet langer dan een jaar te rekenen vanaf de datum van de inwerkingtreding ervan, of voor een langere periode, vast te stellen met een twee derde meerderheid van de Partijen die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen in de uitgebreide Maritieme Veiligheidscommissie op het tijdstip van aanneming van de wijziging.
Wijzigingen door een Conferentie:
- a. op verzoek van een Partij waarmee door ten minste een derde van de Partijen wordt ingestemd, wordt door de Organisatie een Conferentie van Partijen bijeengeroepen ten einde wijzigingen van dit Verdrag te bestuderen.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.