Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Staat Koeweit inzake de bevordering en de wederzijdse bescherming van investeringen

Type Verdrag
Publication 2002-05-31
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van de Staat Koeweit, hun Staten hierna te noemen de Verdragsluitende Partijen,

Geleid door de wens de van oudsher bestaande vriendschapsbanden tussen hun landen te versterken en de economische betrekkingen tussen hen uit te breiden en te intensiveren, met name wat betreft investeringen door investeerders van de ene Verdragsluitende Partij op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij,

In het besef dat overeenstemming omtrent de aan dergelijke investeringen toe te kennen behandeling het kapitaalverkeer en de overdracht van technologie tussen, alsmede de economische ontwikkeling van beide Verdragsluitende Partijen zal stimuleren, en dat een eerlijke en rechtvaardige behandeling van investeringen wenselijk is,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag:

1.

wordt onder de term „investering” verstaan alle soorten vermogensbestanddelen of rechten op het grondgebied van de ene Verdragsluitende Partij die eigendom zijn van of al dan niet rechtstreeks onder zeggenschap staan van een investeerder van de andere Verdragsluitende Partij met inbegrip van vermogensbestanddelen of rechten bestaande uit of in de vorm van:

De term „investering” is ook van toepassing op „opbrengsten” gereserveerd ten behoeve van herinvestering en op opbrengsten uit „liquidatie”.

2.

omvat de term „investeerders” met betrekking tot een Verdragsluitende Partij:

3.

wordt onder de term „grondgebied” verstaan het grondgebied van de betrokken Verdragsluitende Partij en alle aan de territoriale zee grenzende gebieden die, krachtens het recht van de betrokken Verdragsluitende Partij en overeenkomstig het internationale recht, tot de exclusieve economische zone of het continentaal plat van de betrokken Verdragsluitende Partij behoren, en waarin deze Verdragsluitende Partij rechtsmacht of soevereine rechten uitoefent.

4.

wordt onder de term „opbrengsten” verstaan bedragen die een investering heeft opgebracht, ongeacht de vorm waarin zij worden betaald, en die in het bijzonder, doch niet uitsluitend winsten, interest, vermogenswinsten, dividenden, royalty's en betalingen of vergoedingen voor management en technische assistentie en betalingen in natura omvatten, ongeacht de aard ervan.

5.

wordt onder de term „vrij inwisselbare valuta” verstaan valuta die op uitgebreide schaal wordt verhandeld op de internationale wisselmarkten en die veel wordt gebruikt bij internationale transacties.

Artikel 2. Toelating en bevordering van investeringen

Elke Verdragsluitende Partij bevordert, binnen het kader van haar wetten en voorschriften, investeringen en economische samenwerking door middel van de bescherming op haar grondgebied van investeringen door investeerders van de andere Verdragsluitende Partij. Met inachtneming van het recht van elke Verdragsluitende Partij de door haar wetten of voorschriften verleende bevoegdheden uit te oefenen, laat elke Verdragsluitende Partij dergelijke investeringen toe.

Artikel 3. Bescherming van investeringen
1.

Elke Verdragsluitende Partij waarborgt een eerlijke en rechtvaardige behandeling van investeringen door investeerders van de andere Verdragsluitende Partij en belemmert niet, door onredelijke of discriminatoire maatregelen, de werking, het beheer, de instandhouding, het gebruik, het genot of de vervreemding daarvan door deze investeerders. Elke Verdragsluitende Partij kent aan die investeringen volledige zekerheid en bescherming toe.

2.

In het bijzonder kent elke Verdragsluitende Partij aan die investeringen een behandeling toe die in ieder geval niet minder gunstig is dan die welke wordt toegekend aan investeringen van haar eigen investeerders of aan investeringen van investeerders van een derde staat, naar gelang van wat het gunstigst is voor de betrokken investeerder.

3.

Indien een Verdragsluitende Partij investeerders van een derde staat bijzondere voordelen heeft toegekend uit hoofde van overeenkomsten tot oprichting van douane-unies, economische unies, monetaire unies of soortgelijke instellingen, dan wel op grond van interim-overeenkomsten die tot zodanige unies of instellingen leiden, is die Verdragsluitende Partij niet verplicht zodanige voordelen toe te kennen aan investeerders van de andere Verdragsluitende Partij.

4.

Elke Verdragsluitende Partij komt alle verplichtingen na die zij is aangegaan met betrekking tot de behandeling van investeringen van investeerders van de andere Verdragsluitende Partij.

5.

Indien naast dit Verdrag de wettelijke bepalingen van één van beide Verdragsluitende Partijen of verplichtingen krachtens internationaal recht die thans tussen de Verdragsluitende Partijen bestaan of op een later tijdstip onderling worden aangegaan, een algemene of bijzondere regeling bevatten op grond waarvan investeringen door investeerders van de andere Verdragsluitende Partij aanspraak kunnen maken op een behandeling die gunstiger is dan in dit Verdrag is voorzien, heeft een dergelijke regeling, in zoverre zij gunstiger is, voorrang boven dit Verdrag.

Artikel 4. Belastingen en andere fiscale aangelegenheden

Met betrekking tot belastingen, heffingen, lasten en verminderingen en vrijstellingen van belasting kent de ene Verdragsluitende Partij aan investeerders van de andere Verdragsluitende Partij die zich op haar grondgebied met economische activiteiten bezighouden, een behandeling toe die niet minder gunstig is dan die welke wordt toegekend aan haar eigen investeerders of aan die van een derde staat die zich in dezelfde omstandigheden bevinden, naar gelang van wat het gunstigst is voor de betrokken investeerders. Hierbij wordt evenwel geen rekening gehouden met bijzondere belastingvoordelen, met inbegrip van belastingen, heffingen, lasten en vrijstellingen, door de eerste Verdragsluitende Partij toegekend krachtens een verdrag ter vermijding van dubbele belasting, uit hoofde van haar deelneming aan een douane-unie, economische unie of soortgelijke instelling, of op basis van wederkerigheid met een derde staat.

In geval van verschil in interpretatie tussen dit artikel en de bepaling inzake non-discriminatie, zoals neergelegd in het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Staat Koeweit tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, hebben, zodra dit Verdrag van kracht is, de laatste bepalingen voorrang.

Artikel 5. Overmaking van betalingen die verband houden met investeringen
1.

Iedere Verdragsluitende Partij waarborgt investeerders van de andere Verdragsluitende Partij de vrije overmaking van betalingen die verband houden met een investering op en vanuit haar grondgebied, met inbegrip van de overmaking van:

2.

Overmakingen van betalingen op grond van het eerste lid vinden plaats zonder vertraging of beperkingen en, behalve in het geval van betalingen in natura, in vrij inwisselbare valuta. In geval van vertraging bij de uitvoering van de benodigde overmakingen, heeft de getroffen investeerder het recht passende rente over de periode van deze vertraging te ontvangen.

3.

Overmakingen geschieden tegen de wisselkoers die op de datum van overmaking op het grondgebied van de investeringsontvangende Verdragsluitende Partij geldt voor de over te maken valuta. Bij het ontbreken van een wisselmarkt voor buitenlandse valuta wordt de meest recente koers gehanteerd die geldt voor inkomende investeringen of de wisselkoers die overeenkomstig de voorschriften van het Internationaal Monetair Fonds is vastgesteld of de wisselkoers voor het converteren van valuta in speciale trekkingsrechten of Amerikaanse dollars, al naar gelang van wat het gunstigst is voor de investeerder.

Artikel 6. Onteigening
2.

Voor de toepassing van dit Verdrag, omvat de term „onteigening” tevens de interventies of regulerende maatregelen door een Verdragsluitende Partij die de facto een in beslagnemend of onteigenend effect hebben, in die zin dat het gevolg is dat aan de investeerder feitelijk zijn eigendom van, zeggenschap over of aanzienlijke voordelen van zijn investering worden ontnomen of die kunnen resulteren in verlies of aantasting van de economische waarde van de investering, zoals bevriezing of blokkering van de investering, het heffen van willekeurige of buitensporig hoge belasting over de investering, gedwongen gehele of gedeeltelijke verkoop van de investering of andere, vergelijkbare handelingen of maatregelen.

Artikel 7. Schadeloosstelling voor verliezen

Aan investeerders van de ene Verdragsluitende Partij die verliezen lijden met betrekking tot hun investeringen op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij wegens oorlog of een ander gewapend conflict, revolutie, een nationale noodtoestand, opstand, oproer of ongeregeldheden, wordt door de laatstgenoemde Verdragsluitende Partij wat restitutie, schadevergoeding, schadeloosstelling of een andere regeling betreft, geen minder gunstige behandeling toegekend dan die welke die Verdragsluitende Partij toekent aan haar eigen investeerders of aan investeerders van een derde staat, naar gelang van wat het gunstigst is voor de betrokken investeerders.

Artikel 8. Subrogatie

Indien de investeringen van een investeerder van een Verdragsluitende Partij verzekerd zijn tegen niet-commerciële risico's of anderszins aanleiding geven tot de betaling van schadevergoeding krachtens een bij wet, voorschrift of overheidscontract ingesteld stelsel, wordt de subrogatie van de verzekeraar of de herverzekeraar of een door deze Verdragsluitende Partij aangewezen instantie in de rechten van deze investeerder, ingevolge de voorwaarden van deze verzekering of krachtens een ander stelsel van schadeloosstelling, door de andere Verdragsluitende Partij erkend.

Artikel 9. Beslechting van geschillen tussen een Verdragsluitende Partij en een investeerder
1.

Geschillen tussen een Verdragsluitende Partij en een investeerder van de andere Verdragsluitende Partij met betrekking tot een investering van laatstgenoemde op het grondgebied van eerstgenoemde worden, voor zover mogelijk, in der minne geschikt.

2.

Indien dergelijke geschillen niet kunnen worden beslecht binnen een periode van zes maanden na de datum waarop een van beide partijen bij het geschil door middel van een schriftelijke mededeling aan de andere partij om minnelijke schikking heeft verzocht, wordt het geschil, naar keuze van de investeerder, partij bij het geschil, ter beslechting voorgelegd volgens een van de volgende methoden:

3.

Indien een investeerder het geschil ter beslechting wenst voor te leggen aan internationale arbitrage, verleent de investeerder voorts schriftelijk toestemming voor indiening van het geschil langs een van de volgende wegen:

4.

Niettegenstaande het feit dat de investeerder een geschil heeft voorgelegd voor bindende arbitrage krachtens het derde lid, kan hij, voorafgaand aan de instelling van de arbitrageprocedure of tijdens de procedure, een gerechtelijke of administratiefrechtelijke scheidsgerecht van de Verdragsluitende Partij die partij is bij het geschil, verzoeken om een voorlopige gerechtelijke voorziening ter waarborging van zijn rechten en belangen, mits dit geen verzoek om betaling van schadevergoeding inhoudt.

5.

Elke Verdragsluitende Partij stemt er bij dezen onvoorwaardelijk mee in een geschil inzake investeringen voor te leggen ter beslechting door bindende arbitrage overeenkomstig de keuze van de investeerder op grond van het derde lid, letters a en b.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.