Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika inzake de geldendmaking van verplichtingen tot levensonderhoud
De Regering van de Verenigde Staten van Amerika
en
de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden
(hierna te noemen: de Partijen),
Hebbende besloten een eenvormig beleidskader te scheppen voor de geldendmaking van verplichtingen tot levensonderhoud en de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen over levensonderhoud,
In overeenstemming met de procedures voor de totstandkoming van overeenkomsten inzake wederzijdse geldendmaking van verplichtingen tot levensonderhoud, neergelegd in de wet van het Koninkrijk der Nederlanden, en met machtiging van het Parlement van de Verenigde Staten, als voorzien in artikel 459A van de Social Security Act (Wet op de Sociale Verzekering), Titel 42, United States Code (Wetboek van de Verenigde Staten), artikel 659A,
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel I. Doelstelling
De Partijen bij dit Verdrag beogen, met inachtneming van de daarin opgenomen bepalingen, voorzieningen te treffen voor:
- a. de inning of het verhaal van levensonderhoud dat een onderhoudsgerechtigde dan wel een openbaar lichaam dat uitkeringen heeft gedaan aan een onderhoudsgerechtigde die onderwerpen is aan de rechtsmacht van de ene Partij (hierna te noemen de schuldeiser) gerechtigd is te ontvangen van een onderhoudsplichtige die onderworpen is aan de rechtsmacht van de andere Partij (hierna te noemen de schuldenaar), en
- b. de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen houdende oplegging of verhaal van levensonderhoud alsmede schikkingen inzake levensonderhoud (hierna te noemen onderhoudsbeslissingen) welke tot stand zijn gebracht op het grondgebied van een Partij of aldaar zijn erkend.
Artikel II. Toepassingsgebied
Dit Verdrag heeft betrekking op verplichtingen tot levensonderhoud voortvloeiend uit familierechtelijke betrekkingen of verwantschap, met inbegrip van de verplichting tot levensonderhoud jegens een buiten huwelijk geboren kind. Verplichtingen tot levensonderhoud jegens een echtgenoot of vroegere echtgenoot ingeval er geen minderjarige kinderen zijn, worden op grond van dit Verdrag echter uitsluitend geldend gemaakt in staten en andere territoriale eenheden van de Verenigde Staten die verkiezen zulks te doen.
Dit Verdrag is van toepassing op de inning van achterstallige bedragen, verschuldigd uit hoofde van een geldige verplichting tot levensonderhoud, en de eventueel over zodanige achterstallige bedragen verschuldigde rente, alsmede op de wijziging daarvan of de wijziging van rechtswege van bedragen die op grond van een bestaande beslissing inzake levensonderhoud verschuldigd zijn.
De in dit Verdrag voorziene rechtsmiddelen treden niet in de plaats van en laten onverlet eventuele andere rechtsmiddelen ter geldendmaking van een geldige verplichting tot levensonderhoud.
Artikel III. Centrale autoriteiten
De Partijen wijzen elk een lichaam aan als centrale autoriteit die tot taak heeft de naleving van de bepalingen van dit Verdrag te bevorderen.
De centrale autoriteit voor het Koninkrijk der Nederlanden is de verzendende en ontvangende instelling, bedoeld in het op 20 juni 1956 te New York tot stand gekomen verdrag inzake het verhaal in het buitenland van uitkeringen tot onderhoud, als aangewezen in de Nederlandse wetgeving ter uitvoering van dat verdrag. De rechten en de verplichtingen van de Nederlandse centrale autoriteit uit hoofde van dit Verdrag omvatten mede die welke in die wetgeving zijn neergelegd
De centrale autoriteit voor de Verenigde Staten van Amerika is het Office of Child Support Enforcement (Bureau Inning Levensonderhoud Kinderen) van het Department of Health and Human Services) (Ministerie van Volksgezondheid en Sociale Voorzieningen), als gemachtigd door Titel IV-D van de Social Security Act (Wet op de sociale verzekering). De rechten en de verplichtingen van de centrale autoriteit van de Verenigde Staten uit hoofde van dit Verdrag omvatten mede die welke in die wetgeving zijn neergelegd.
De Partijen kunnen andere openbare lichamen aanwijzen ter uitvoering van de bepalingen van dit Verdrag in samenwerking met de centrale autoriteit.
Wijzigingen met betrekking tot de aanwijzing van de centrale autoriteit of andere openbare lichamen door de ene Partij zullen onverwijld ter kennis worden gebracht van de centrale autoriteit van de andere Partij.
Kennisgevingen worden door de centrale autoriteit of een ander openbaar lichaam van de ene Partij rechtstreeks gericht aan de centrale autoriteit of het andere verantwoordelijke openbare lichaam van de andere Partij, als aangewezen door die Partij.
Artikel IV. Verzoeken, toezending van stukken en rechtshulp
Een verzoek om inning of verhaal van levensonderhoud van een schuldenaar die onderworpen is aan de rechtsmacht van de ene Partij (hierna te noemen de Aangezochte Partij) wordt gedaan door de centrale autoriteit of een ander daartoe aangewezen openbaar lichaam van de andere Partij (hierna te noemen de Verzoekende Partij) overeenkomstig de geldende procedurevoorschriften van de Verzoekende Partij.
Het verzoek wordt gedaan op een in overeenstemming tussen de centrale autoriteiten van beide Partijen vastgesteld standaardformulier in de Engelse taal, vergezeld van alle ter zake dienende stukken. Alle stukken worden in het Engels vertaald, of, indien de centrale autoriteit van het Koninkrijk der Nederlanden zulks mocht verlangen, in het Nederlands.
De centrale autoriteit of het andere daartoe aangewezen openbare lichaam van de Verzoekende Partij zendt de in het tweede en vijfde lid van dit artikel bedoelde stukken toe aan de centrale autoriteit of het andere daartoe aangewezen openbare lichaam van de Aangezochte Partij.
Alvorens de stukken aan de Aangezochte Partij toe te zenden, vergewist de centrale autoriteit of het andere aangewezen openbare lichaam van de Verzoekende Partij zich ervan dat deze in overeenstemming zijn met het recht van de Verzoekende Partij en met de vereisten van dit Verdrag.
Indien het verzoek is gegrond op, dan wel indien de stukken mede omvatten een beslissing, gegeven door een bevoegde gerechtelijke instantie of overheidslichaam, houdende vaststelling van het vaderschap of oplegging van een verplichting tot levensonderhoud:
- a. zendt de centrale autoriteit van de Verzoekende Partij een overeenkomstig de voorschriften van de Aangezochte Partij gewaarmerkte kopie van de desbetreffende beslissing toe;
- b. gaat de beslissing vergezeld van een verklaring dat deze kracht van gewijsde heeft of, indien zulks niet het geval is, van een uitvoerbaarverklaring, alsmede van stukken waaruit blijkt dat de schuldenaar in de procedure is verschenen dan wel is opgeroepen of in de gelegenheid is gesteld te verschijnen;
- c. stelt de centrale autoriteit of het andere daartoe aangewezen openbare lichaam van de Verzoekende Partij de centrale autoriteit of het andere daartoe aangewezen openbare lichaam van de Aangezochte Partij in kennis van eventuele wijzigingen van rechtswege van het bedrag van de verplichting die op grond van de beslissing geldend moet worden gemaakt;
Bij de uitvoering van hun taken op grond van dit Verdrag zullen Partijen elkaar hulp en informatie verstrekken binnen de grenzen van het recht van elke Partij en in overeenstemming met tussen Partijen geldende verdragen op het gebied van rechtshulp.
Alle stukken die op grond van dit Verdrag worden overgelegd, zijn vrijgesteld van legalisatie.
Artikel V. Taken van de centrale autoriteit van de Aangezochte Partij
De centrale autoriteit of het andere daartoe aangewezen openbare lichaam van de Aangezochte Partij neemt namens de schuldeiser alle passende maatregelen met het oog op de inning of het verhaal van levensonderhoud, met inbegrip van het instellen en het voeren van procedures inzake levensonderhoud, waar nodig de vaststelling van het vaderschap, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen inzake levensonderhoud alsmede de incasso en de overdracht van ontvangen bedragen.
Artikel VI. Kosten van dienstverlening
Alle in dit Verdrag beschreven procedures, met inbegrip van de dienstverlening van de centrale autoriteit en eventueel vereiste juridische en administratieve bijstand, worden door de Aangezochte Partij gevoerd onderscheidenlijk verleend zonder kosten voor de schuldeiser. De kosten van bloed- of weefselonderzoek ter vaststelling van het vaderschap zullen worden gedragen door de Partij voor wier gerechtelijke instanties de procedure plaatsvindt. Een Partij is gerechtigd een raming te maken van kosten van een procedure tegen de schuldenaar die voor de gerechtelijke instanties van die Partij verschijnt.
Artikel VII. Erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen inzake levensonderhoud
Beslissingen inzake levensonderhoud, met inbegrip van zodanige beslissingen die zijn gebaseerd op een vaststelling van het vaderschap, afkomstig uit de Verenigde Staten, worden in het Koninkrijk der Nederlanden erkend en ten uitvoer gelegd voor zover de feiten van de zaak grond opleveren voor erkenning en tenuitvoerlegging overeenkomstig het op 2 oktober 1973 te 's-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag inzake de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen over onderhoudsverplichtingen, als ware dit verdrag van kracht tussen de Partijen.
Beslissingen inzake levensonderhoud, met inbegrip van zodanige beslissingen die zijn gebaseerd op een vaststelling van het vaderschap, afkomstig uit het Koninkrijk der Nederlanden, worden in de Verenigde Staten erkend en ten uitvoer gelegd voor zover de feiten van de zaak grond opleveren voor erkenning en tenuitvoerlegging overeenkomstig de Uniform Interstate Family Support Act (Eenvormige wet inzake de inning van levensonderhoud tussen staten van de Verenigde Staten), als ware deze wet van kracht tussen de Partijen.
Artikel VIII. Toepasselijk recht
Alle uit hoofde van dit Verdrag door een Partij te nemen maatregelen en in acht te nemen procedures zullen worden uitgevoerd met toepassing van het recht, met inbegrip van het internationaal privaatrecht alsmede de procedurevoorschriften van die Partij.
De fysieke aanwezigheid van het kind of de ouder die het gezag over hem heeft, is niet vereist in procedures uit hoofde van dit Verdrag voor de gerechtelijke instanties van de Aangezochte Partij.
Artikel IX. Territoriale toepassing
Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, geldt dit Verdrag voor het grondgebied van het Koninkrijk in Europa. De toepasselijkheid van dit Verdrag kan, in zijn geheel of met de eventueel noodzakelijke wijzigingen, door middel van een schriftelijke overeenkomst tussen de Partijen worden uitgebreid tot de Nederlandse Antillen of Aruba.
In geval van een uitbreiding van de toepasselijkheid van dit Verdrag tot de Nederlandse Antillen en/of Aruba, is elke Partij gerechtigd de toepassing van dit Verdrag voor enig deel van het Koninkrijk te beëindigen in overeenstemming met de procedures voor beëindigen van artikel 11.
Wat de Verenigde Staten van Amerika betreft, geldt dit Verdrag voor de vijftig staten van de Verenigde Staten, Amerikaans Samoa, het District Columbia, Guam, Porto Rico, de Maagdeneilanden van de Verenigde Staten en enige andere territoriale eenheid van de Verenigde Staten die Titel IV-D van de Social Security Act (Wet op de Sociale Verzekering) uitvoert.
Artikel X. Inwerkingtreding
Dit Verdrag treedt in werking op de dag waarop de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden aan de Regering van de Verenigde Staten van Amerika kennis geeft dat aan de grondwettelijke vereisten van het Koninkrijk der Nederlanden voor de inwerkingtreding is voldaan.
Dit Verdrag is van toepassing op een eventueel reeds gegeven beslissing over levensonderhoud alsmede op levensonderhoud dat op grond van een zodanige beslissing verschuldigd is, ongeacht het tijdstip waarop die beslissing is gegeven.
Artikel XI. Beëindiging
Elk der Partijen kan dit Verdrag beëindigen door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de andere Partij langs diplomatieke weg. De beëindiging wordt van kracht op de eerste dag van de derde maand na de ontvangst van de kennisgeving.
Ingeval een partij op grond van zijn interne recht in de onmogelijkheid verkeert om zijn verplichtingen uit hoofde van dit Verdrag na te komen, kan die Partij overgaan tot opschorting van de toepassing van het Verdrag of, met instemming van de andere Partij, van enig deel van dit Verdrag dan wel van de toepassing van het Verdrag op een deel van zijn grondgebied. Van de opschorting en, in voorkomend geval, de instemming van de andere Partij met de gedeeltelijke opschorting, wordt schriftelijk langs diplomatieke weg kennis gegeven.
De opschorting wordt van kracht op de dag van ontvangst van de kennisgeving van opschorting, met dien verstande echter dat zij niet eerder van kracht wordt dan dertig dagen nadat ingevolge het vierde lid kennis is gegeven van de omstandigheid dat er een gerede aanleiding is om aan te nemen dat zich een situatie als bedoeld in het tweede lid zal voordoen. Een gedeeltelijke opschorting wordt van kracht op het tijdtip van ontvangst van de kennisgeving van de instemming van de andere Partij met een gedeeltelijke opschorting.
Ingeval een partij oordeelt dat er een gerede aanleiding is om aan te nemen dat zich een situatie als bedoeld in het tweede lid zal voordoen, stelt die Partij de andere Partij daarvan in kennis zo lang mogelijk voordat zij kennis geeft van de opschorting. In dat geval treden de Partijen met elkaar in overleg over de wijze waarop eventuele ongunstige gevolgen voor de voortgezette erkenning en geldendmaking van onder dit Verdrag vallende verplichtingen tot levensonderhoud tot een minimum kunnen worden beperkt.
In geval van opschorting of beëindiging trachten de Partijen, voor zoveel mogelijk op grond van het interne recht, ongunstige gevolgen voor de voortgezette erkenning en geldendmaking van onder dit Verdrag vallende verplichtingen tot levensonderhoud tot een minimum te beperken.
De beëindiging of de opschorting ingevolge dit artikel heeft geen gevolgen voor de juridische status van enige beslissing inzake levensonderhoud die reeds is geregistreerd of uitvoerbaar verklaard op grond van het interne recht van een Partij.
IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorized by their respective Governments, have signed this Agreement.
DONE at Washington, in duplicate, this thirthieth day of May, 2001, in the English language.
For the Government of the Kingdom of the Netherlands:
(s.) J. M. VOS
For the Government of the United States of America:
(s.) WILLIAM H. TAFT
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.