Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België en het Vlaams Gewest tot herziening van het Reglement ter uitvoering van artikel IX van het Tractaat van 19 april 1839 en van hoofdstuk II, afdelingen 1 en 2, van het Tractaat van 5 november 1842, zoals gewijzigd, voor wat betreft het loodswezen en het gemeenschappelijk toezicht daarop (Scheldereglement)
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden, enerzijds,
en
de Regering van het Koninkrijk België en de Vlaamse Regering, anderzijds;
Overwegende dat het, gezien de ontwikkeling van het scheepvaartverkeer op de Westerschelde en het kanaal van Gent naar Terneuzen, wenselijk is het Reglement van 20 mei 1843 ter uitvoering van artikel IX van het Tractaat van 19 april 1839 en van hoofdstuk II, afdelingen 1 en 2, van het Tractaat van 5 november 1842, zoals gewijzigd, voor wat betreft het loodswezen en het gemeenschappelijk toezicht daarop, te herzien;
Zijn overeengekomen als volgt:
Artikel 1
Het Reglement van 20 mei 1843 ter uitvoering van artikel IX van het Tractaat van 19 april 1839 en van hoofdstuk II, afdelingen 1 en 2, van het Tractaat van 5 november 1842, zoals gewijzigd, wordt vervangen door het reglement, zoals in de bijlage bij dit Verdrag gevoegd, verder te noemen het Scheldereglement.
Artikel 2
Dit Verdrag, alsmede het in de bijlage opgenomen Scheldereglement, kunnen in overeenstemming tussen de Verdragsluitende Partijen worden gewijzigd.
Artikel 3
Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de derde maand na die waarin de Verdragsluitende Partijen elkaar hebben meegedeeld dat aan de voor hen terzake geldende constitutionele vereisten is voldaan.
HOOFDSTUK I. DEFINITIES
Artikel 1
Voor de toepassing van dit reglement en de daarop gebaseerde uitvoeringsbesluiten wordt verstaan onder:
-
- Scheldevaarder: ieder schip dat de Schelde, haar mondingen of het kanaal van Gent naar Terneuzen bevaart, voor zover het geen haven dan wel anker- of ligplaats op het Nederlandse gedeelte van die wateren als bestemming of vertrekpunt heeft, en ieder schip dat de Schelde, haar mondingen of het kanaal van Gent naar Terneuzen bevaart en een op het Nederlandse gedeelte van die wateren gelegen haven dan wel anker- of ligplaats aandoet: met uitzondering van schepen die zowel hun vertrekpunt als hun bestemming op het Belgische gedeelte van de Schelde, haar mondingen of het kanaal van Gent naar Terneuzen hebben en tijdens de vaart de Belgisch/Nederlandse grens niet passeren;
- a. voor het lichten onderscheidenlijk bijladen van een schip, indien dit uitsluitend in verband met de diepgang vereist is ter waarborging van een veilige vaart naar onderscheidenlijk vanuit België, of
- b. zonder het doel aldaar een economische activiteit uit te voeren,
-
- bevoegde autoriteit: de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit, genoemd in artikel 5 van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vlaams Gewest inzake het gemeenschappelijk nautisch beheer in het Scheldegebied;
-
- loodsgeld: vergoeding voor de diensten van de loods en voor andere kosten van individuele dienstverlening aan de gezagvoerder;
-
- loodsvergoedingen: vergoedingen voor de onkosten samenhangende met de diensten van de loods;
-
- loodsprestatie: de diensten die een loods van de Vlaamse of Nederlandse loodsdienst verleent, van op een schip, vanaf de wal of van op een ander schip;
-
- de commissarissen: de met het gemeenschappelijk toezicht belaste commissarissen, bedoeld in artikel 31.
Artikel 2
Door de commissarissen zal nader worden bepaald wat wordt verstaan onder:
- a. het lichten onderscheidenlijk bijladen als bedoeld in artikel 1, onderdeel 1, onder a;
- b. een economische activiteit als bedoeld in artikel 1, onderdeel 1, onder b.
HOOFDSTUK II. LOODSDIENSTEN
Artikel 3
De Vlaamse en de Nederlandse loodsdienst zijn vrij zich langs de Schelde, haar mondingen en het kanaal van Gent naar Terneuzen te vestigen. Tot de inrichting van deze diensten zullen beide regeringen elkaar alle medewerking verlenen.
Door tussenkomst van de commissarissen stellen de Vlaamse en de Nederlandse regering elkaar in kennis van de vestigingen als bedoeld in het eerste lid.
De Vlaamse en de Nederlandse regering treffen zodanige voorzieningen dat de door de Vlaamse en de Nederlandse loodsdiensten te verzorgen loodsprestaties daadwerkelijk kunnen worden verricht en verlenen elkaar alle medewerking op dit gebied.
Artikel 4
Het loodsen van Scheldevaarders wordt op zodanige wijze tussen de Vlaamse en de Nederlandse loodsdiensten verdeeld, dat van het totaal der loodsprestaties 72,5 % door loodsen van de Vlaamse loodsdienst en 27,5 % door loodsen van de Nederlandse loodsdienst wordt verricht. Deze verdeling is niet van toepassing op de loodsprestaties die uitsluitend betrekking hebben op het loodsen vanaf de wal.
Voor de bepaling van de loodsprestaties en een doelmatige uitvoering van het bepaalde in het eerste lid stellen de commissarissen nadere regels vast.
Voor zover de door de loodsen van een der beide landen te verzorgen loodsprestaties als bedoeld in het eerste lid niet kunnen worden verricht, worden deze zo mogelijk door de loodsen van het andere land verricht. Deze loodsprestaties vallen niet onder de verdeling, bedoeld in het eerste lid.
In afwijking van de verdeling als voorzien in het eerste lid, wordt het loodsen van een Scheldevaarder, anders dan vanaf de wal, die van een Belgische haven dan wel een anker- of ligplaats aan het Belgische gedeelte van het kanaal van Gent naar Terneuzen, naar Antwerpen of een bovenwaarts gelegen haven, dan wel omgekeerd, vaart, uitsluitend door loodsen van de Vlaamse loodsdienst verricht.
Het loodsen, anders dan vanaf de wal, van een schip dat van een Belgische haven dan wel anker- of ligplaats aan het kanaal van Gent naar Terneuzen of aan de Schelde naar een Nederlandse haven aan de Schelde of het kanaal van Gent naar Terneuzen, dan wel omgekeerd, vaart, wordt uitsluitend door loodsen van de Nederlandse loodsdienst verricht.
Artikel 5
Van de opbrengst van de loodsgelden, welke van Scheldevaarders worden geheven, komt 72,5 % toe aan het Vlaamse Gewest en 27,5 % aan de Nederlandse staat, met uitzondering van de opbrengst van de loodsgelden uitsluitend geheven voor het loodsen vanaf de wal, waarvan 80 % toekomt aan het Vlaamse Gewest en 20 % aan de Nederlandse staat.
Uit de opbrengst van de verdeling als bedoeld in het eerste lid, worden de loodsprestaties als bedoeld in artikel 4, derde lid, door het land waartoe de loodsdienst behoort waarvoor de betreffende prestaties zijn verricht, vergoed aan het land waartoe de loodsdienst behoort die de betreffende prestaties feitelijk heeft verricht.
De uit de loodsprestaties als bedoeld in artikel 4, vierde en vijfde lid, voortvloeiende loodsgelden komen toe aan het land waartoe de loodsdienst behoort die de betreffende prestaties heeft verricht.
De loodsvergoedingen komen toe aan het land waartoe de loodsdienst behoort die de betreffende loodsprestaties feitelijk heeft verricht.
Het loodsgeld en de loodsvergoedingen zijn verschuldigd aan de autoriteit of organisatie die daartoe bij wettelijk voorschrift van het betreffende land is aangewezen. Bij een dergelijke aanwijzing kan onderscheid gemaakt worden tussen verschillende componenten van het loodsgeld.
Voor wat betreft de inning en de betaalwijze van de loodsgelden en de loodsvergoedingen, alsmede de wijze van de verrekening van de loodsgelden, worden door de commissarissen nadere regels vastgesteld.
Artikel 6
Onverminderd het bepaalde bij of krachtens dit reglement, gelden voor de toelating tot de functie van loods, zijn bevoegdheden en de verplichtingen met betrekking tot de beroepsuitoefening, de wettelijke voorschriften van het land waarin de hoofdzetel van de betrokken loodsdienst is gevestigd.
Artikel 7
De vaartuigen die worden gebruikt voor de uitoefening van de loodsdienst zijn vrij van alle havengelden en andere rechten, hoe ook genaamd, die van de scheepvaart in beide landen worden geheven.
Noch de Vlaamse, noch de Nederlandse regering zal een borgstelling verlangen in het geval van schadevaringen met deze vaartuigen.
Deze vaartuigen kunnen zonder enige beperkingen de wateren genoemd in artikel 1, onderdeel 1, op- of afvaren.
De vaartuigen van de onderscheiden loodsdiensten zijn als zodanig herkenbaar en voeren hun nationale vlag.
Artikel 8
De Vlaamse en de Nederlandse loodsdiensten zijn bevoegd om alle goederen voor het materieel van de loodsdienst in hun wederzijdse standplaatsen in te voeren. Deze invoer is vrij van alle douane- of andere rechten.
Het bepaalde in het eerste lid is van overeenkomstige toepassing voor goederen ten behoeve van de objecten als bedoeld in artikel 31, eerste lid.
HOOFDSTUK III. HET LOODSEN
Artikel 9
De gezagvoerder van een zeeschip is verplicht gebruik te maken van de diensten van een loods. De gezagvoerder van een Scheldevaarder is verplicht gebruik te maken van een tot de Vlaamse of de Nederlandse loodsdienst behorende loods. De gezagvoerder van een zeeschip dat geen Scheldevaarder is, is verplicht gebruik te maken van de diensten van een tot de Nederlandse loodsdienst behorende loods.
Van de in het eerste lid bedoelde verplichting bestaat vrijstelling indien:
- a. het schip behoort tot een der door de Vlaamse en Nederlandse ministers die de loodsdiensten in hun bevoegdheid hebben, in onderlinge overeenstemming aangewezen categorieën zeeschepen, of
- b. de gezagvoerder of een bevoegd officier, die feitelijk de navigatie leidt, voldoet aan de door de commissarissen, in onderlinge overeenstemming voor het traject waarvoor de vrijstelling is aangevraagd, te stellen eisen.
De commissarissen kunnen regels stellen met betrekking tot de autoriteit of organisatie die is belast met de examinering van de gezagvoerders en officieren, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, de voorwaarden waaronder en de vergoeding waartegen deze examinering plaatsvindt.
De commissarissen kunnen ontheffing verlenen van de in het eerste lid bedoelde verplichting. Aan een dergelijke ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. De commissarissen kunnen deze bevoegdheid ook toekennen aan de bevoegde autoriteit en kunnen daartoe regels stellen.
Bij de toepassing van het bepaalde in het tweede en vierde lid, wordt rekening gehouden met de in artikel 18, tweede lid, genoemde belangen.
Artikel 10
De loods adviseert aan boord de gezagvoerder over de te voeren navigatie en verricht in verband met deze navigatie alle door de gezagvoerder nuttig of nodig geachte en desgevallend zelfs stilzwijgend gedoogde intellectuele en materiële handelingen.
Indien weersomstandigheden, omstandigheden met betrekking tot de aard of de inrichting van het te loodsen schip of bijzondere omstandigheden als gevolg van oorzaken buiten de normale bedrijfsvoering met betrekking tot het loodsen, het de loods verhinderen aan boord te komen van een schip, verstrekt de loods, in afwijking van het eerste lid, adviezen van op een ander schip of vanaf de wal.
De commissarissen kunnen de omstandigheden waaronder en de gevallen waarin gebruik gemaakt moet worden van adviezen door een loods van op een ander schip of vanaf de wal, de wijze waarop en de plaatsen van waaruit dit geschiedt, nader bepalen.
De commissarissen kunnen tevens bij het aanwijzen van de plaatsen van waaruit adviezen vanaf de wal worden gegeven, bepalen tot welke loodsdienst of loodsdiensten de daar werkzame loodsen dienen te behoren. De commissarissen kunnen de bevoegde autoriteiten de bevoegdheid verlenen in onderlinge overeenstemming van deze bepaalde verdeling af te wijken.
Artikel 11
In omstandigheden of gevallen en op een wijze als door de commissarissen nader bepaald, kan:
- a. de gezagvoerder die krachtens artikel 9, tweede lid, is vrijgesteld van de loodsplicht, niettemin door de bevoegde autoriteit worden verplicht om gebruik te maken van de diensten van een loods;
- b. de gezagvoerder worden verplicht ten behoeve van het loodsen aanwijzingen van de bevoegde autoriteit op te volgen met betrekking tot:
- i. het gebruik van meer dan één loods;
- ii. het gebruik maken van de diensten van een loods van op een ander schip of vanaf de wal.
Bij de toepassing van het bepaalde in het eerste lid, wordt rekening gehouden met de in artikel 18, tweede lid, genoemde belangen.
HOOFDSTUK IV. VERPLICHTINGEN VAN LOODSEN EN GEZAGVOERDERS
Artikel 12
De loodsen en het personeel van de loodsdiensten onthouden zich van ieder handelen dat de uitvoering van dit reglement of elkaars taakuitoefening zou kunnen belemmeren.
Waar redelijkerwijs noodzakelijk verlenen zij elkaar hulp en bijstand.
Artikel 13
De gezagvoerder van een Scheldevaarder die ingevolge artikel 9 verplicht is gebruik te maken van de diensten van een loods, is verplicht om het verwachte tijdstip van aankomst bij de loodskruispost tijdig aan te kondigen op de door de commissarissen vast te stellen wijze. De gezagvoerder wordt voorzien van een loods in een volgorde bepaald volgens door de commissarissen vast te stellen regels.
De gezagvoerder van een zeeschip dat geen Scheldevaarder is moet het verwachte tijdstip van aankomst bij de loodskruispost melden overeenkomstig de geldende nationale wettelijke voorschriften.
Artikel 14
De gezagvoerder van een Scheldevaarder die ingevolge artikel 9 verplicht is gebruik te maken van de diensten van een loods, is verplicht om het verwachte tijdstip van vertrek uit een haven of van een anker- of ligplaats tijdig aan te kondigen op de door de commissarissen vast te stellen wijze. De gezagvoerder wordt voorzien van een loods in een volgorde bepaald volgens door de commissarissen vast te stellen regels.
De gezagvoerder van een zeeschip dat geen Scheldevaarder is moet het verwachte tijdstip van vertrek uit een haven of van een anker- of ligplaats melden overeenkomstig de geldende nationale wettelijke voorschriften.
Artikel 15
De loods is verplicht zich op de hoogte te stellen van alle gegevens, die voor het verlenen van zijn diensten aan het betreffende schip noodzakelijk zijn, om de navigatie volgens de beginselen van goed zeemanschap uit te voeren, alsmede van de gegevens die krachtens wettelijk voorschrift in beide landen vereist zijn.
De gezagvoerder is verplicht de loods de gegevens als bedoeld in het eerste lid ter beschikking te stellen.
Ten aanzien van de aard van de gegevens als bedoeld in het eerste lid, de vorm waarin deze door de gezagvoerder moeten worden verstrekt en de administratieve verwerking daarvan, kunnen de commissarissen voorschriften vaststellen.
De Vlaamse en de Nederlandse regering informeren de beide loodsdiensten over de inhoud van en eventuele wijzigingen van de in het eerste lid bedoelde wettelijke voorschriften.
Artikel 16
De Vlaamse en Nederlandse loodsdiensten stellen gezamenlijk voorschriften op met betrekking tot:
- a. de door de loodsen bij de uitoefening van hun taak te gebruiken navigatie- en communicatiemiddelen;
- b. de wijze van loodswisseling;
- c. de wijze van beëindiging van de loodsreis;
- d. overige onderwerpen van operationele aard.
De voorschriften bedoeld in het eerste lid, zijn uitsluitend gericht tot de loodsen die deel uitmaken van de bevoegde Vlaamse en Nederlandse loodsdiensten. De voorschriften behoeven de goedkeuring van de bevoegde autoriteit.
Artikel 17
Vervallen
Artikel 18
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.