Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Cyprus
Het Koninkrijk der Nederlanden
en
de Republiek Cyprus,
hierna te noemen de Verdragsluitende Staten,
vastbesloten de wederzijdse betrekkingen tussen de twee Staten op het gebied van sociale zekerheid te regelen,
zijn het volgende overeengekomen:
DEEL I. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit Verdrag
- a. wordt verstaan onder „grondgebied" , met betrekking tot de Republiek Cyprus: het eiland Cyprus, met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden: het grondgebied van het Koninkrijk in Europa;
- b. wordt verstaan onder „wetgeving": de wetgeving die betrekking heeft op de in artikel 2, eerste lid, bedoelde takken van sociale zekerheid;
- c. wordt verstaan onder „onderdaan", met betrekking tot de Republiek Cyprus: een staatsburger van de Republiek Cyprus, met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden: een persoon met de Nederlandse nationaliteit;
- d. wordt verstaan onder „bevoegde autoriteit", met betrekking tot de Republiek Cyprus: de minister van Arbeid en Sociale Verzekering, met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden: de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van Nederland;
- e. wordt verstaan onder „bevoegd orgaan": het orgaan dat uit hoofde van de toepasselijke wetgeving bevoegd is;
- f. wordt verstaan onder „verzekeringstijdvak": het tijdvak van betaling van premie of bijdrage of een vergelijkbaar tijdvak dat als zodanig is omschreven uit hoofde van de wetgeving van een Verdragsluitende Staat;
- g. wordt verstaan onder „uitkering": een uitkering of pensioen krachtens de wetgeving, en waarin zijn begrepen alle aanvullingen op of verhogingen van die uitkering uit hoofde van de wetgeving;
- h. wordt verstaan onder „rechthebbende": een persoon die recht heeft op een uitkering;
- i. wordt verstaan onder „gezinslid": een persoon die als zodanig wordt omschreven of aangemerkt in de toepasselijke wetgeving;
- j. wordt verstaan onder „woonplaats" of een vorm daarvan: gewoonlijke woonplaats;
- k. wordt verstaan onder „verblijfplaats" of een vorm daarvan: tijdelijke verblijfplaats;
- l. wordt verstaan onder „vluchteling": een persoon zoals omschreven in artikel 1 van het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen, ondertekend te Genève op 28 juli 1951 en in artikel 1, tweede lid, van het protocol betreffende de status van vluchtelingen, ondertekend te New York op 31 januari 1967;
- m. wordt verstaan onder „staatloze": een persoon zoals omschreven in artikel 1 van het Verdrag inzake staatlozen, ondertekend te New York op 28 september 1954.
Andere woorden en uitdrukkingen die in dit Verdrag worden gebruikt hebben de betekenis die daaraan krachtens de wetgeving wordt toegekend.
Artikel 2. Materiële werkingssfeer
Dit Verdrag is van toepassing:
- a. met betrekking tot de Republiek Cyprus, op de wetgeving inzake de sociale verzekeringswetten van 1980 tot 2001 betreffende
- i. moederschapsuitkering, met inbegrip van moederschapstoelage;
- ii. ziekte-uitkering;
- iii. werkloosheidsuitkering;
- iv. uitkeringen voor arbeidsongevallen;
- v. ouderdomspensioen;
- vi. invaliditeitspensioen;
- vii. weduwenpensioen;
- viii. wezenpensioen;
- ix. uitvaarttoelage.
- b. met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden, op de wetgeving inzake de volgende takken van sociale verzekering:
- i. ziekte-uitkering (uitkering bij ziekte en moederschap);
- ii. arbeidsongeschiktheidsuitkering voor werknemers;
- iii. arbeidsongeschiktheidsuitkering voor zelfstandigen;
- iv. werkloosheidsuitkering;
- v. ouderdomspensioen;
- vi. nabestaandenpensioen;
- vii. kinderbijslag.
Dit Verdrag is ook van toepassing op alle wetgeving die de in het eerste lid van dit artikel bedoelde wetgeving vervangt, wijzigt, aanvult, consolideert of daarvoor in de plaats treedt.
Artikel 3. Personele werkingssfeer
Tenzij anders bepaald, is dit Verdrag ook van toepassing op:
- a. personen op wie de wetgeving van een van beide of beide Verdragsluitende Staten van toepassing is of is geweest;
- b. personen die rechten ontlenen aan personen vermeld onder letter a.
Artikel 4. Gelijke behandeling
Tenzij anders bepaald in dit Verdrag, hebben een onderdaan van een Verdragsluitende Staat, een vluchteling en een staatloze, wanneer zij wonen of verblijven op het grondgebied van een van de Verdragsluitende Staten, dezelfde rechten en verplichtingen als een onderdaan van die Verdragsluitende Staat inzake de toepassing van diens wetgeving.
Artikel 5. Uitvoer van uitkeringen
Tenzij anders bepaald in dit Verdrag, zijn bepalingen van de wetgeving van een Verdragsluitende Staat die uitsluitend omdat een rechthebbende of een lid van zijn gezin buiten het grondgebied van die Verdragsluitende Staat woont of verblijft, betaling van een uitkering beperken, niet van toepassing op een rechthebbende die of een lid van zijn gezin dat op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Staat woont of verblijft.
Het eerste lid is niet van toepassing op de wetgeving inzake werkloosheidsuitkeringen.
Tenzij anders bepaald in dit Verdrag, worden uitkeringen die uit hoofde van de wetgeving van een van de Verdragsluitende Staten verschuldigd zijn, aan onderdanen van de andere Verdragsluitende Staat die op het grondgebied van een derde staat wonen of verblijven, betaald onder dezelfde voorwaarden en in dezelfde mate als aan onderdanen van de eerste Verdragsluitende Staat die op het grondgebied van een derde staat wonen of verblijven.
DEEL II. TOEPASSELIJKE WETGEVING
Artikel 6. Algemene regels
Personen op wie de bepalingen van dit deel van toepassing zijn, zijn onderworpen aan de wetgeving van slechts één Verdragsluitende Staat. Die wetgeving wordt vastgesteld in overeenstemming met de bepalingen van de artikelen 7 tot en met 13.
Een persoon die in overeenstemming met de bepalingen van dit deel onderworpen is aan de wetgeving van één Verdragsluitende Staat wordt beschouwd als wonend op het grondgebied van die Verdragsluitende Staat.
Artikel 7. Werknemers en zelfstandigen
Een persoon die als werknemer werkzaam is op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat, is onderworpen aan de wetgeving van die Verdragsluitende Staat, zelfs indien hij op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Staat woont of indien zijn werkgever zijn zetel heeft op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Staat.
Een zelfstandige die zijn beroep op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat uitoefent, is onderworpen aan de wetgeving van die Verdragsluitende Staat, zelfs indien hij op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Staat woont.
Artikel 8. Gedetacheerde werknemers
Een persoon die als werknemer werkzaam is op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat en die door zijn werkgever gedetacheerd wordt op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Staat om aldaar voor die werkgever bepaalde werkzaamheden te verrichten, terwijl de betaalde dienstbetrekking met dezelfde werkgever wordt gehandhaafd, blijft voor de duur van die werkzaamheden onderworpen aan de wetgeving van de eerste Verdragsluitende Staat alsof hij nog op het grondgebied van die Verdragsluitende Staat werkzaam was, mits deze werkzaamheden niet meer belopen dan een periode van 24 maanden en een verklaring van detachering is ingediend binnen de eerste drie maanden van die periode. Achtereenvolgende detacheringen van dezelfde werknemer door dezelfde werkgever gelden als één detachering, tenzij zij door perioden van ten minste drie maanden onderbroken zijn.
Artikel 9. Ambtenaren
Een persoon die in dienst is van de regering of van een overheidsinstelling van een Verdragsluitende Staat en die door die regering of overheidsinstelling wordt uitgezonden naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Staat, blijft onderworpen aan de wetgeving van de eerste Verdragsluitende Staat als ware die persoon als werknemer werkzaam in die Verdragsluitende Staat.
Artikel 10. Personeel van diplomatieke en consulaire zendingen
Onderdanen van een Verdragsluitende Staat die door de regering van die Verdragsluitende Staat worden uitgezonden naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Staat als lid van een diplomatieke zending of consulaire post zijn onderworpen aan de wetgeving van de eerstgenoemde Verdragsluitende Staat.
Indien een persoon ingevolge het eerste lid onderworpen blijft aan de wetgeving van een Verdragsluitende Staat vanuit het grondgebied waarvan hij is gezonden naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Staat, is dat lid van overeenkomstige toepassing op de gezinsleden van die persoon die hem vergezellen, tenzij zij zelf tewerk zijn gesteld of zelfstandige zijn op het grondgebied van de laatstgenoemde Verdragsluitende Staat.
Personen die als werknemer werkzaam zijn bij een diplomatieke zending of consulaire post van een van de Verdragsluitende Staten op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Staat zijn onderworpen aan de wetgeving van de laatstgenoemde Verdragsluitende Staat.
Indien de diplomatieke zending of consulaire post van een van de Verdragsluitende Staten personen in dienst heeft die overeenkomstig het derde lid van dit artikel onderworpen zijn aan de wetgeving van de andere Verdragsluitende Staat, neemt de zending of post de verplichtingen die de wetgeving van deze Verdragsluitende Staat aan werkgevers oplegt, in acht.
Het bepaalde in het derde en vierde lid van dit artikel is ook van toepassing op personen die als werknemer werkzaam zijn als persoonlijk bediende of als lid van de persoonlijke staf van een in het eerste lid van dit artikel bedoelde persoon. In dat geval neemt de natuurlijke persoon die andere personen in dienst heeft, de verplichtingen in acht die de wetgeving van de Verdragsluitende Staat waar de dienstbetrekking wordt uitgeoefend aan werkgevers oplegt.
Het bepaalde in het eerste tot en met het vijfde lid van dit artikel is niet van toepassing op honoraire leden van een consulaire post of op personen in persoonlijke dienst van dergelijke personen.
Artikel 11. Personeel van internationale vervoersondernemingen
Een persoon die deel uitmaakt van het reizend of vliegend personeel van een onderneming die tegen betaling of vergoeding of voor eigen rekening internationale vervoersdiensten exploiteert voor passagiers of goederen over de weg of door de lucht en haar zetel heeft op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat, is onderworpen aan de wetgeving van die Verdragsluitende Staat.
Artikel 12. Bemanningsleden aan boord van schepen
Een onderdaan die als werknemer werkzaam is aan boord van een schip en op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat woont, is onderworpen aan de wetgeving van de Verdragsluitende Staat op het grondgebied waarvan de werkgever zijn zetel heeft.
Artikel 13. Uitzonderingen
De bevoegde autoriteiten van beide Verdragsluitende Staten of de door de bevoegde autoriteiten aangewezen lichamen kunnen uitzonderingen op het bepaalde van de artikelen 7 tot en met 12 overeenkomen ten behoeve van een persoon of categorie personen.
De toepassing van het bepaalde in het eerste lid is onderworpen aan een verzoek door de betrokken werknemer en door zijn werkgever.
DEEL III. BIJZONDERE BEPALINGEN INZAKE UITKERINGEN
AFDELING I. BEPALINGEN VOOR DE TOEPASSING VAN DE WETGEVING VAN DE REPUBLIEK CYPRUS
Artikel 14. Berekening van verzekeringstijdvakken
Voor de berekening van een verzekeringstijdvak voor aanspraak op een uitkering waarin de wetgeving van de Republiek Cyprus voorziet, wordt een persoon voor elke door hem krachtens de wetgeving van het Koninkrijk der Nederlanden vervulde verzekeringsdag, behandeld alsof hij verzekerbare inkomsten had krachtens de wetgeving van de Republiek Cyprus gelijk aan een zevende van het weekbedrag van de verzekerbare basisinkomsten en daartoe is een verzekeringsjaar krachtens de wetgeving van het Koninkrijk der Nederlanden gelijk aan 364 dagen.
Voor de berekening van een verzekeringstijdvak voor aanspraak op een uitkering waarin de wetgeving bedoeld in het eerste lid onder (a) van artikel 2 voorziet:
- a. wordt elke vóór 6 oktober 1980 krachtens de wetgeving van de Republiek Cyprus vervulde verzekeringsweek gelijkgesteld aan een verzekeringstijdvak van 7 dagen krachtens de wetgeving van het Koninkrijk der Nederlanden;
- b. worden de verzekerbare inkomsten voor een na 5 oktober 1980 krachtens de wetgeving van de Republiek Cyprus vervuld verzekeringstijdvak, gedeeld door het weekbedrag van de verzekerbare basisinkomsten in het desbetreffende jaar van betaling van premie of bijdrage. Het aldus berekende bedrag dat afhankelijk is van het maximale aantal weken gedurende welke de persoon onderworpen was aan die wetgeving in dat jaar, wordt gelijkgesteld aan het aantal weken in het verzekeringstijdvak. Elk van dergelijke weken wordt gelijkgesteld aan zeven verzekeringsdagen krachtens de wetgeving van het Koninkrijk der Nederlanden;
- c. wordt elk verzekeringstijdvak van 364 dagen krachtens de wetgeving van de Republiek Cyprus gelijkgesteld aan een verzekeringsjaar krachtens de wetgeving van het Koninkrijk der Nederlanden.
Wanneer het niet mogelijk is de tijdvakken nauwkeurig vast te stellen waarin bepaalde verzekeringstijdvakken krachtens de wetgeving van het Koninkrijk der Nederlanden zijn vervuld, worden dergelijke tijdvakken geacht niet samen te vallen met verzekeringstijdvakken die krachtens de wetgeving van de Republiek Cyprus zijn vervuld.
Artikel 15. Ziekte en moederschap
Wanneer een persoon sinds zijn laatste aankomst op het grondgebied van de Republiek Cyprus een verzekeringstijdvak heeft vervuld krachtens de wetgeving van de Republiek Cyprus, wordt, in verband met de aanspraak op een ziekte- of moederschapsuitkering krachtens de wetgeving van de Republiek Cyprus, een verzekeringstijdvak vervuld krachtens de wetgeving van het Koninkrijk der Nederlanden gelijkgesteld aan een verzekeringstijdvak vervuld krachtens de wetgeving van de Republiek Cyprus.
Wanneer een persoon recht zou hebben op een ziekte-uitkering krachtens de wetgeving van beide Verdragsluitende Staten voor hetzelfde tijdvak van arbeidsongeschiktheid, hetzij op grond van het bepaalde in dit Verdrag of anderszins, heeft hij recht op een ziekte-uitkering krachtens de wetgeving waaronder hij laatstelijk was verzekerd.
Wanneer een vrouw recht zou hebben op een moederschapsuitkering krachtens de wetgeving van beide Verdragsluitende Staten voor dezelfde bevalling en voor hetzelfde tijdvak, hetzij op grond van het bepaalde in dit Verdrag of anderszins, heeft zij recht op de uitkering krachtens de wetgeving waaronder zij laatstelijk was verzekerd.
Artikel 16. Werkloosheid
Indien een persoon sinds zijn laatste aankomst op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat werkzaam is geweest in een dienstverband waarvoor een werkloosheidsverzekering geldt, wordt in verband met de aanspraak op een werkloosheidsuitkering krachtens de wetgeving van deze Verdragsluitende Staat een krachtens de wetgeving van de andere Verdragsluitende Staat vervuld tijdvak van betaling van premie of bijdrage behandeld als een krachtens de wetgeving van de eerste Verdragsluitende Staat vervuld tijdvak van betaling van premie of bijdrage.
Wanneer een persoon ingevolge het eerste lid van dit artikel een werkloosheidsuitkering krachtens de wetgeving van de Republiek Cyprus aanvraagt, worden alle tijdvakken waarvoor hij een dergelijke uitkering ontving krachtens de wetgeving van het Koninkrijk der Nederlanden in aanmerking genomen, als ware het een tijdvak gedurende welke hij een werkloosheidsuitkering ontving krachtens de wetgeving van de Republiek Cyprus, mits dat tijdvak valt binnen de laatste 12 maanden vóór de eerste dag waarvoor een werkloosheidsuitkering krachtens de wetgeving van de Republiek Cyprus verschuldigd is.
Artikel 17. Arbeidsongevallen en beroepsziekten
Wanneer een persoon als werknemer werkzaam is op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden en de wetgeving van de Republiek Cyprus op hem van toepassing is overeenkomstig een bepaling in de artikelen 7 tot en met 13, wordt hij krachtens die wetgeving in verband met een aanvraag om een uitkering ter zake van een arbeidsongeval dat zich heeft voorgedaan of een beroepsziekte die hij heeft opgelopen gedurende dit dienstverband behandeld als had het ongeval zich voorgedaan dan wel had hij de ziekte opgelopen op het grondgebied van de Republiek Cyprus.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.