Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake sociale zekerheid ter aanvulling van communautaire regelingen
Het Koninkrijk der Nederlanden
en
de Bondsrepubliek Duitsland
wensende, de op het gebied van de sociale zekerheid tussen de Verdragsluitende Staten naast de Verordeningen (EEG) nr.1408/71 en nr. 574/72 bestaande regelingen samen te vatten en aan te vullen,
overwegende, dat de bestaande procedures voor het verkrijgen van verstrekkingen en uitkeringen in geval van wonen buiten het grondgebied van de bevoegde Verdragsluitende Staat van elkaar afwijken,
verlangende, ook de niet onder de personele werkingssfeer van Verordening (EEG) nr. 1408/71 vallende personen, die op het grondgebied van de Verdragsluitende Staten wonen en die ingevolge de wetgeving van een Verdragsluitende Staat aanspraak kunnen maken op prestaties van genoemde aard, tegen het desbetreffende risico een bescherming te bieden, die overeenkomt met de bescherming die op grond van de genoemde Verordening wordt geboden,
zijn het volgende overeengekomen:
TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
Vervallen
Artikel 2
Vervallen
Artikel 3
Vervallen
Artikel 4
Vervallen
Artikel 5
Vervallen
TITEL II. BIJZONDERE BEPALINGEN
Artikel 6
Vervallen
Artikel 7
Vervallen
Artikel 9
Vervallen
Artikel 12
Vervallen
Artikel 8
Vervallen
Artikel 11
De bevoegde autoriteiten van beide Verdragsluitende Staten stellen de akkoorden vast die voor de uitvoering van dit Verdrag nodig zijn. Zij kunnen in het bijzonder overeenkomen, dat, teneinde de uitvoering van dit Verdrag te vergemakkelijken, van beide zijden verbindingsorganen worden ingesteld, die rechtstreeks in contact met elkaar staan.
TITEL III. SLOTBEPALINGEN
Artikel 12
Aanspraken van personen, van wie het pensioen of de rente vóór de inwerkingtreding van dit Verdrag is vastgesteld, worden niet opnieuw vastgesteld. Voor aanspraken die op het tijdstip van inwerkingtreding van het Verdrag nog niet zijn vastgesteld, volgt vaststelling ook voor tijdvakken die liggen vóór de inwerkingtreding van het Verdrag uitsluitend volgens de bepalingen van dit Verdrag.
Artikel 13
Vervallen
Artikel 14
Vervallen
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden
en
de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland
op grond van artikel 11 van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake sociale zekerheid ter aanvulling van communautaire regelingen van 18 april 2001, – hierna aangeduid als het Verdrag – en op grond van de artikelen 20, 36, derde lid, 63, derde lid en 70 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 en de artikelen 93, zesde lid, 94, zesde lid, 95, zesde lid en 105, tweede lid van Verordening (EEG) nr. 574/72,
wensende, de op het gebied van de sociale zekerheid tussen de Verdragsluitende Partijen naast de Verordeningen (EEG) nr. 1408/71 en nr. 574/72 geldende regelingen samen te vatten en aan te vullen,
wensende, door uniformering van de procedures inzake toekenning, vergoeding en uitvoering van de administratieve werkzaamheden van de Duitse en Nederlandse verzekeringsorganen te vereenvoudigen en de betrokken personen overzichtelijkere informatie over hun rechten en verplichtingen te verstrekken,
overwegende, dat afrekening en vergoeding van verleende verstrekkingen en uitkeringen dienen te worden aangepast aan de in de Verdragsluitende Partijen geldende regelingen,
zijn het volgende overeengekomen:
TITEL II. VERGOEDING TUSSEN DE ORGANEN
Artikel 1
Voor de toepassing van dit Akkoord gelden de begripsbepalingen van artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, in de te eniger tijd tussen de beide Verdragsluitende Partijen van kracht zijnde redactie (hierna aangeduid als Verordening), en van artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 574/72 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, in de te eniger tijd tussen de beide Verdragsluitende Partijen van kracht zijnde redactie (hierna aangeduid als Toepassingsverordening).
TITEL II. VERGOEDING TUSSEN DE ORGANEN
Artikel 2
In afwijking van artikel 93 van de Toepassingsverordening vergoedt het bevoegde Nederlandse orgaan de kosten van verstrekkingen die aan de in de Bondsrepubliek Duitsland wonende grensarbeiders en hun gezinsleden krachtens artikel 19 en artikel 52 van de Verordening worden verleend, op basis van een vast bedrag dat berekend wordt aan de hand van de gemiddelde jaarlijkse uitgaven per persoon van het orgaan dat genoemde verstrekkingen heeft verleend.
Het eerste lid vindt geen toepassing ten aanzien van kosten die voor de Duitse organen als gevolg van het verlenen van verstrekkingen wegens zorgbehoevendheid ingevolge het „Sozialgesetzbuch XI" ontstaan.
Artikel 3
In afwijking van artikel 93 van de Toepassingsverordening vergoedt het bevoegde Duitse orgaan de kosten van verstrekkingen, die aan
- a. de in Nederland wonende grensarbeiders en hun gezinsleden krachtens artikel 19 en artikel 52 van de Verordening worden verleend, op basis van een vast bedrag dat berekend wordt aan de hand van: Bij de berekening van de gemiddelde uitgaven voor verstrekkingen ingevolge de AWBZ wordt een bedrag ter grootte van 50% van de voor het desbetreffende jaar geldende Rijksbijdrage AWBZ buiten beschouwing gelaten;
- –. de gemiddelde jaarlijkse uitgaven per persoon jonger dan 65 jaar voor verstrekkingen ingevolge de Ziekenfondswet van het orgaan dat de verstrekkingen heeft verleend en
- –. de landelijke jaarlijkse gemiddelde uitgaven per persoon jonger dan 65 jaar voor verstrekkingen ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ).
- b. de in Nederland wonende gezinsleden van eveneens in Nederland wonende zeelieden krachtens artikel 19, tweede lid van de Verordening worden verleend, op basis van een vast bedrag ter grootte van 80% van de gemiddelde jaarlijkse kosten per persoon;
- c. de in Nederland wonende aanvragers van een pensioen of rente, hun gezinsleden of nagelaten betrekkingen krachtens artikel 26 van de Verordening worden verleend, op basis van een vast bedrag ter grootte van 80% van de gemiddelde jaarlijkse kosten per persoon;
- d. de in Nederland wonende gezinsleden van een rechthebbende op een pensioen of rente krachtens artikel 29, eerste lid van de Verordening worden verleend, op basis van een vast bedrag ter grootte van 80% van de gemiddelde jaarlijkse kosten per persoon;
- e. de in Nederland wonende gezinsleden van een werkloze krachtens artikel 25, derde lid van de Verordening worden verleend, op basis van een vast bedrag ter grootte van 80% van de gemiddelde jaarlijkse kosten per persoon.
Artikel 4
Het orgaan van de woonplaats vergoedt aan het bevoegde orgaan de uitgaven voor verstrekkingen, die dit orgaan in de gevallen van artikel 20 en van artikel 53 van de Verordening verleent, op basis van het werkelijke bedrag zoals dit uit de boekhouding van laatstgenoemd orgaan blijkt.
Artikel 5
Verstrekkingen, die aan de in artikel 2 en artikel 3 genoemde personen buiten het grondgebied van de Verdragsluitende Partij waar zij wonen, worden verleend, zijn voor rekening van het orgaan van de woonplaats. Dit orgaan geldt als het bevoegde orgaan.
Artikel 6
In afwijking van artikel 94, eerste lid van de Toepassingsverordening vergoedt het bevoegde Nederlandse orgaan de kosten van de verstrekkingen die aan de in de Bondsrepubliek Duitsland wonende gezinsleden krachtens artikel 19, tweede lid van de Verordening worden verleend, op basis van het werkelijke bedrag, zoals dit uit de boekhouding van het Duitse orgaan blijkt.
Artikel 7
In afwijking van artikel 94, tweede tot en met het vierde lid van de Toepassingsverordening vergoedt het bevoegde Duitse orgaan de kosten van verstrekkingen, die aan in Nederland wonende gezinsleden worden verleend krachtens artikel 19, tweede lid van de Verordening, op basis van 80% van de gemiddelde jaarlijkse kosten per persoon.
Artikel 8
Vervallen
TITEL III. DIVERSE BEPALINGEN
Artikel 9
Vervallen
Artikel 10
De aanvullende administratieve regelingen die voor de toepassing van dit Akkoord noodzakelijk zijn worden door de desbetreffende verbindingsorganen met toestemming van de bevoegde autoriteiten vastgesteld.
Artikel 11
De Nederlandse en de Duitse organen van de pensioen- en rentenverzekering, de werkloosheidsverzekering en betreffende de kinderbijslag zien wederzijds af van vergoeding van de in artikel 105, eerste lid van de Toepassingsverordening genoemde kosten van administratieve controle alsmede van geneeskundig onderzoek, observaties, reizen van artsen en van allerlei verificaties.
Artikel 12
De Nederlandse en de Duitse organen zien wederzijds af van vergoeding van uitkeringen, die een orgaan van de werkloosheidsverzekering van een der beide Verdragsluitende Partijen overeenkomstig artikel 70, eerste lid, juncto artikel 69 van de Verordening voor rekening van een orgaan van de andere Verdragsluitende Partij aan werklozen heeft verleend. Wanneer aanleiding bestaat tot het vermoeden, dat er een verschil in de wederzijdse uitgaven is ontstaan, zijn de bevoegde autoriteiten gemachtigd overeen te komen dat de kosten overeenkomstig de bepalingen van de Verordening worden afgerekend.
TITEL IV. SLOTBEPALINGEN
Artikel 13
Dit Akkoord treedt tegelijkertijd in werking met het Verdrag. Artikel 9 treedt echter eerst in werking op het tijdstip van opneming in Bijlage 5 van de Toepassingsverordening. Het blijft van kracht zolang het Verdrag van kracht is.
Artikel 14
Op de dag van de inwerkingtreding van dit Akkoord treden buiten werking:
- –. het Eerste Technisch Akkoord van 18 juni 1954 bij het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake sociale verzekering, met uitzondering van de artikelen 17, 18, 19 en 21, die tot de inwerkingtreding van artikel 9 van dit Akkoord van kracht blijven;
- –. het Tweede Technisch Akkoord van 10 januari 1956 bij het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake sociale verzekering;
- –. de Overeenkomst tussen de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid van het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsminister van Arbeid en Sociale Zaken van de Bondsrepubliek Duitsland van 27 mei 1964 inzake het afzien van vergoeding van kosten van administratieve en medische controle met betrekking tot de verzekering in geval van invaliditeit, ouderdom en vroegtijdige dood (renteverzekeringen).
GEDAAN te Berlijn op 18 april 2001 in tweevoud, elk in de Nederlandse en de Duitse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.
Voor het Koninkrijk der Nederlanden
(w.g.) NIKOLAOS VAN DAM
Dr. Nikolaos van Dam
Voor de Bondsrepubliek Duitsland
(w.g.) GERHARD WESTDICKENBERG
Dr. Gerhard Westdickenberg
TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN
TITEL II. BIJZONDERE BEPALINGEN
Artikel 10
Vervallen
Artikel 11
Vervallen
TITEL III. SLOTBEPALINGEN
TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
Vervallen
Artikel 2
Vervallen
Artikel 3
Vervallen
Artikel 4
Vervallen
Artikel 5
Vervallen
Artikel 6
Vervallen
Artikel 7
Vervallen
TITEL III. DIVERSE BEPALINGEN
Artikel 9
Vervallen
Artikel 10
Vervallen
Artikel 11
Vervallen
Artikel 12
Vervallen
TITEL IV. SLOTBEPALINGEN
Artikel 13
Vervallen
Artikel 14
Vervallen
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.