Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Federatieve Republiek Brazilië inzake wederzijdse administratieve bijstand ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving en de voorkoming, opsporing en bestrijding van inbreuken op de douanewetgeving

Type Verdrag
Publication 2006-06-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van de Federatieve Republiek Brazilië,

hun Staten hierna te noemen de Verdragsluitende Partijen,

Gelet op het belang van een juiste vaststelling van de douanerechten en andere belastingen die bij invoer of uitvoer worden geïnd en van het waarborgen van een juiste handhaving van verboden, beperkingen en controlemaatregelen;

Overwegende dat inbreuken op de douanewetgeving hun economische, fiscale, sociale, culturele belangen en handelsbelangen schaden;

Overwegende dat grensoverschrijdende handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen, gevaarlijke stoffen, bedreigde diersoorten en giftig afval een gevaar voor de volksgezondheid en de samenleving vormt;

Erkennende de noodzaak van internationale samenwerking ter zake van aangelegenheden die verband houden met de toepassing en handhaving van hun douanewetgeving;

Ervan overtuigd dat het optreden tegen inbreuken op de douanewetgeving doeltreffender kan worden door middel van nauwe samenwerking tussen hun douaneadministraties op basis van duidelijke wettelijke bepalingen;

Gelet op de van belang zijnde instrumenten van de Internationale Douaneraad, tegenwoordig bekend als de Wereld Douane Organisatie, in het bijzonder de Aanbeveling inzake wederzijdse administratieve bijstand van 5 december 1953;

Tevens gelet op verdragen die verboden, beperkingen en bijzondere controlemaatregelen met betrekking tot bepaalde goederen bevatten, in het bijzonder het Enkelvoudig Verdrag van 30 maart 1961 inzake verdovende middelen, het Verdrag inzake psychotrope stoffen van 21 februari 1971 en het Verdrag tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen van 20 december 1988, alle tot stand gebracht onder auspiciën van de Verenigde Naties;

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK I. Begripsomschrijvingen

Artikel 1

Voor de toepassing van dit Verdrag,

HOOFDSTUK II. Toepassingsgebied van het Verdrag

Artikel 2
1.

De Verdragsluitende Partijen verlenen elkaar door tussenkomst van hun douaneadministraties administratieve bijstand onder de in dit Verdrag genoemde voorwaarden ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving en de voorkoming, opsporing en bestrijding van inbreuken op de douanewetgeving, alsmede voor de invordering van douanevorderingen, mits aan de voorwaarden van artikel 8 is voldaan.

2.

Alle bijstand uit hoofde van dit Verdrag door een van de Verdragsluitende Partijen wordt verleend in overeenstemming met haar wettelijke en administratieve bepalingen en binnen de grenzen van de bevoegdheden en beschikbare middelen van haar douaneadministratie.

3.

Dit Verdrag is uitsluitend bedoeld voor de wederzijdse administratieve bijstand tussen de Verdragsluitende Partijen; particulieren kunnen aan dit Verdrag niet het recht ontlenen bewijsmateriaal te doen verkrijgen, te doen achterhouden of ontoelaatbaar te doen verklaren dan wel de uitvoering van een verzoek te doen beletten.

4.

Dit Verdrag laat onverlet de regelgeving inzake wederzijdse bijstand in strafzaken. Indien wederzijdse bijstand dient te worden verleend in overeenstemming met een ander geldend verdrag tussen de Verdragsluitende Partijen, geeft de aangezochte administratie aan welke autoriteiten het betreft.

HOOFDSTUK III. Reikwijdte van de bijstand

Artikel 3
1.

De douaneadministraties verstrekken elkaar op verzoek of uit eigen beweging informatie met het oog op de juiste toepassing van de douanewetgeving en de voorkoming, opsporing en bestrijding van inbreuken op de douanewetgeving, alsmede de invordering van douanevorderingen, mits aan de voorwaarden van artikel 8 is voldaan.

2.

Elk van beide douaneadministraties handelt bij het instellen van een onderzoek namens de andere douaneadministratie alsof het onderzoek werd ingesteld ten behoeve van haarzelf of op verzoek van een andere autoriteit van haar eigen staat.

Artikel 4
1.

De aangezochte administratie verstrekt, op verzoek, alle informatie over de in die Verdragsluitende Partij toepasselijke douanewetgeving en -regelingen die van belang is respectievelijk zijn voor het onderzoek met betrekking tot een inbreuk op de douanewetgeving.

2.

Elk van beide douaneadministraties verstrekt, uit eigen beweging en onverwijld, alle beschikbare informatie met betrekking tot:

HOOFDSTUK IV. Bijzondere vormen van bijstand

Artikel 5
1.

De aangezochte administratie verstrekt de verzoekende administratie op verzoek met name de volgende informatie:

Artikel 6
1.

De aangezochte administratie houdt, op verzoek, bijzonder toezicht op:

2.

De douaneadministraties kunnen, in overeenstemming met hun nationale wetgeving, met wederzijdse overeenstemming en door middel van een wederzijdse regeling, toestemming verlenen voor de onder hun toezicht verrichte invoer in, uitvoer uit of doorvoer via het douanegebied van hun respectieve staten van goederen die betrokken zijn bij ongeoorloofde handel om deze ongeoorloofde handel tegen te gaan.

Indien het niet binnen de bevoegdheid van de douaneadministratie ligt dergelijke toestemming te verlenen, zal deze administratie zich inspannen om tot samenwerking te komen met nationale autoriteiten met een dergelijke bevoegdheid of draagt zij de zaak over aan een dergelijke autoriteit.

Artikel 7
1.

De douaneadministraties verstrekken elkaar, op verzoek of uit eigen beweging, informatie en inlichtingen over verrichte of voorgenomen transacties die een inbreuk op de douanewetgeving vormen of lijken te vormen.

2.

In ernstige gevallen die aanzienlijke schade voor de economie, volksgezondheid, openbare veiligheid of enig ander vitaal belang van de ene Verdragsluitende Partij met zich mee zouden kunnen brengen, verstrekt de douaneadministratie van de andere Verdragsluitende Partij waar mogelijk onverwijld en uit eigen beweging informatie en inlichtingen.

Artikel 8
1.

De douaneadministraties verlenen elkaar bijstand met het oog op de invordering van douanevorderingen overeenkomstig hun respectieve wettelijke en administratieve bepalingen voor het invorderen van hun eigen vorderingen betreffende rechten en belastingen, mits beide Verdragsluitende Partijen de noodzakelijke wettelijke en administratieve bepalingen hebben vastgelegd.

2.

De douaneadministraties schrijven in onderlinge overeenstemming regels voor met betrekking tot de toepassing van dit artikel overeenkomstig het tweede lid van artikel 18 van dit Verdrag, zodra aan de voorwaarden van het eerste lid van dit artikel is voldaan. Deze regels kunnen voorwaarden bevatten waaronder de toepassing door de aangezochte douaneadministratie van haar nationale wettelijke en administratieve bepalingen als bedoeld in het eerste lid van dit artikel wordt overgelaten aan het oordeel van die administratie.

HOOFDSTUK V. Informatie

Artikel 9
1.

De aangezochte administratie verstrekt, op verzoek, naar behoren gewaarmerkte of gelegaliseerde afschriften van bestanden, documenten of elektronische informatie.

2.

Om originele informatie wordt slechts verzocht in gevallen waarin niet met gewaarmerkte of gelegaliseerde afschriften kan worden volstaan, en deze wordt zo spoedig mogelijk teruggezonden; zulks laat rechten van de aangezochte administratie of van derden ter zake onverlet.

De aangezochte administratie kan dergelijke originele informatie verstrekken onder de voorwaarden die deze administratie noodzakelijk acht.

3.

Alle ingevolge dit Verdrag uit te wisselen informatie en inlichtingen gaan vergezeld van alle gegevens die van belang zijn om deze te interpreteren of te gebruiken.

HOOFDSTUK VI. Deskundigen en getuigen

Artikel 10

De aangezochte administratie kan op verzoek haar ambtenaren machtigen om ter zake van een inbreuk op de douanewetgeving als deskundige of getuige te verschijnen in gerechtelijke of administratieve procedures van de andere Verdragsluitende Partij.

HOOFDSTUK VII. Toezending van verzoeken

Artikel 11
1.

Verzoeken om bijstand uit hoofde van dit Verdrag worden, schriftelijk en vergezeld van nuttig geachte documenten, rechtstreeks aan de douaneadministratie van de andere Verdragsluitende Partij gericht. Wanneer de omstandigheden dit vereisen, kunnen verzoeken ook mondeling of via andere middelen worden gedaan, met inbegrip van elektronische; dergelijke verzoeken worden onmiddellijk schriftelijk bevestigd.

2.

Verzoeken ingevolge het eerste lid van dit artikel bevatten de volgende bijzonderheden:

3.

De in dit Verdrag bedoelde informatie en inlichtingen worden alleen medegedeeld aan ambtenaren die door elke douaneadministratie hiertoe zijn aangewezen. Een lijst van aldus aangewezen ambtenaren wordt aan de douaneadministratie van de andere Verdragsluitende Partij verstrekt in overeenstemming met artikel 18, tweede lid, van dit Verdrag.

HOOFDSTUK VIII. Uitvoering van verzoeken

Artikel 12
1.

Indien de aangezochte administratie niet over de gevraagde informatie beschikt, zal zij in overeenstemming met haar nationale wettelijke en administratieve bepalingen:

2.

Onderzoeken uit hoofde van het eerste lid van dit artikel kunnen mede omvatten het optekenen van verklaringen van personen van wie informatie wordt verlangd in verband met een inbreuk op de douanewetgeving en van getuigen en deskundigen.

Artikel 13
1.

Op schriftelijk verzoek kunnen door de verzoekende administratie aangewezen ambtenaren, met instemming van de aangezochte administratie en onder de door laatstgenoemde hieraan verbonden voorwaarden, ten behoeve van de opsporing van een inbreuk op de douanewetgeving:

2.

Wanneer, onder de in artikel 10 of in het eerste lid van dit artikel bedoelde omstandigheden, ambtenaren van de verzoekende administratie aanwezig zijn in het douanegebied van de andere Verdragsluitende Partij, moeten zij te allen tijde in staat zijn hun ambtelijke hoedanigheid aan te tonen.

3.

Gedurende hun verblijf aldaar genieten zij dezelfde bescherming als die welke wordt toegekend aan douaneambtenaren van de andere Verdragsluitende Partij, in overeenstemming met de aldaar geldende wetgeving en zijn zij verantwoordelijk voor de strafbare feiten die zij eventueel begaan.

HOOFDSTUK IX. Vertrouwelijk karakter van informatie en inlichtingen

Artikel 14
1.

Alle uit hoofde van dit Verdrag ontvangen informatie of inlichtingen mogen slechts voor de doeleinden van dit Verdrag en door de douaneadministraties worden gebruikt, behalve in de gevallen waarin de douaneadministratie die deze informatie of inlichtingen heeft verstrekt, uitdrukkelijk haar goedkeuring hecht aan het gebruik daarvan voor andere doeleinden of door andere autoriteiten. In dat geval is dat gebruik onderworpen aan eventuele beperkingen die zijn vastgesteld door de douaneadministratie die de informatie of inlichtingen heeft verstrekt. Deze informatie of inlichtingen mogen, indien de nationale wetgeving van de verstrekkende Verdragsluitende Partij dat voorschrijft, slechts bij strafrechtelijke vervolgingen worden gebruikt nadat het openbaar ministerie of de rechterlijke autoriteiten in de verstrekkende Verdragsluitende Partij met dit gebruik hebben ingestemd.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.