Intern Akkoord tussen de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, betreffende de financiering en het beheer van de steun van de Gemeenschap in het kader van het financieel protocol bij de Partnerschapsovereenkomst tussen de staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, ondertekend te Cotonou (Benin) op 23 juni 2000, en de toewijzing van financiële bijstand ten behoeve van de landen en gebieden overzee waarop de bepalingen van het vierde deel van het EG-Verdrag van toepassing zijn
De vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten van de Europese Gemeenschap, in het kader van de Raad bijeen,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Overwegende hetgeen volgt:
Het totale bedrag van de steun van de Gemeenschap aan de ACS-staten is in de Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, ondertekend te Cotonou (Benin) op 23 juni 2000 (hierna „de ACS-EG-overeenkomst" genoemd) voor de periode van vijf jaar 2000–2005, vastgesteld op maximaal 15.200 miljoen euro. Dit bedrag bestaat enerzijds uit maximaal 13.500 miljoen euro van het 9e Europees Ontwikkelingsfonds (EOF), afkomstig van de lidstaten, en anderzijds uit maximaal 1700 miljoen euro van de Europese Investeringsbank (hierna „de Bank" genoemd).
Voorts worden alle resterende middelen van eerdere EOF's op de datum van inwerkingtreding van het Financieel Protocol van de ACS-EG-overeenkomst overgedragen naar het 9e EOF en gebruikt overeenkomstig de voorwaarden die zijn vastgesteld in de ACS-EG-overeenkomst. Het totale vastgestelde bedrag heeft betrekking op de periode 2000–2007. Die periode omvat de periode van ongeveer twee jaar die nodig is voor de bekrachtiging van het 9e EOF en de twee jaren die volgen op het verstrijken van de geldigheidsduur van het 9e EOF.
De toepassingsduur van Besluit 91/482/EEG van 25 juli 1991 betreffende de associatie van de landen en gebieden overzee met de Europese Economische Gemeenschap, is bij Besluit 2000/169/EG1)PB L 263 van 19.9.1991, blz. 1. Besluit gewijzigd bij besluit 97/803/EG (PB L 329 van 29.11.1997, blz. 50) en verlengd bij besluit 2000/169/EG (PB L 55 van 29.2.2000, blz. 67). van de Raad van 25 februari 2000 verlengd tot en met 28 februari 2001. Een nieuw besluit op basis van artikel 187 van het Verdrag wordt vóór die datum goedgekeurd. In dat besluit wordt het bedrag van het EOF voor financiële bijstand aan de landen en gebieden overzee waarop de bepalingen van het vierde deel van het Verdrag van toepassing zijn (hierna LGO genoemd), vastgesteld op 175 miljoen euro. Ook zijn voorzieningen getroffen voor maatregelen in de LGO voor een bedrag van maximaal 20 miljoen euro, afkomstig uit de eigen middelen van de Bank. Voorts worden alle resterende middelen van eerdere EOF's die zijn toegewezen aan de LGO, op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst overgedragen naar het 9e EOF en gebruikt overeenkomstig de voorwaarden die zijn vastgesteld in dat besluit van de Raad.
De vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, zijn overeengekomen om 125 miljoen euro te reserveren voor de financiering van de kosten van de Commissie in verband met de uitvoering van het negende EOF.
Met het oog op de uitvoering van de ACS-EG-overeenkomst en het toekomstige besluit betreffende de associatie van de LGO (hierna „het besluit" genoemd), dient een 9e EOF te worden ingesteld en dienen de voorwaarden voor de toewijzing van middelen aan dit fonds en de bijdragen van de lidstaten te worden vastgesteld.
De regels voor het beheer van de financiële samenwerking, alsmede de procedure voor programmering, onderzoek en goedkeuring van de steun en de wijze van toezicht op het gebruik van de steun dienen te worden vastgesteld.
In de conclusies inzake de financiële toewijzing voor het 9e EOF, als vastgesteld in het kader van de coördinatie van de ministers van de zijde van de Gemeenschap bij gelegenheid van de derde ministeriële onderhandelingsconferentie van de ACS en de EG van 6 en 7 december 1999, wordt gerefereerd aan het voornemen van de Commissie om de administratieve besluitvorming te decentraliseren en wordt het accent gelegd op de behoefte aan hervormingen die gericht zijn op het herdefiniëren van de taakverdeling tussen de Commissie en de Raad in het EOF-besluitvormingsproces.
Overeenkomstig de verklaring van de Raad en de Commissie inzake het programmeringsproces, waarnaar wordt verwezen in de notulen van de ministeriële onderhandelingsconferentie van de ACS en de EG van 2 en 3 februari 2000, dienen de procedures en rapportagevereisten in verband met het programmeringproces zorgvuldig te worden beheerd, en dient de taakverdeling van de lidstaten en de Commissie in het kader van het besluitvormingsproces te worden herzien en aangepast.
In de conclusies van de Raad van 21 mei 1999 inzake de evaluatie van de ontwikkelingsinstrumenten en -programma's van de Europese Gemeenschap worden verschillende terreinen genoemd waarop de Commissie en de lidstaten volgens de Raad de efficiency van de ontwikkelingshulp van de Europese Gemeenschap kunnen verbeteren, zoals decentralisering naar de delegaties, verbetering van coördinatie en complementariteit tussen donors, vermindering van het aantal instrumenten, een sterker gebruik van prestatiecriteria en heroriëntering van de werkzaamheden van de beheercomités voor ontwikkeling.
Op 21 mei 1999 heeft de Raad een resolutie aangenomen over de complementariteit van de ontwikkelingssamenwerking van de Gemeenschap en die van de lidstaten. Op 18 mei 2000 heeft de Raad conclusies aangenomen betreffende operationele coördinatie. In die teksten wordt er nogmaals op gewezen dat er meer coördinatie en complementariteit nodig is en dat de partnerlanden daarin een vooraanstaande rol dienen te spelen.
Bij de Commissie wordt een comité van vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten gevestigd en bij de EIB wordt een soortgelijk comité gevestigd. De werkzaamheden die door de Commissie en de Bank worden verricht voor de toepassing van de ACS-EG-overeenkomst en de overeenkomstige bepalingen van het besluit dienen te worden geharmoniseerd,
Na raadpleging van de Commissie en de Bank,
Hebben overeenstemming bereikt omtrent de volgende bepalingen:
De bepalingen van het akkoord werden voorlopig toegepast met ingang van 03-10-2000.
Hoofdstuk I. FINANCIËLE MIDDELEN
Artikel 1. Middelen van het 9e EOF
De lidstaten stellen een 9e Europees Ontwikkelingsfonds (2000) in, hierna „het 9e EOF" genoemd.
Het 9e EOF omvat:
- a. een bedrag van maximaal EUR 3.800 miljoen, waaraan de lidstaten als volgt bijdragen: Dit totaalbedrag omvat:
- i. een bedrag van EUR 13.500 miljoen dat wordt toegewezen aan de ACS-staten;
- ii. een bedrag van EUR 175 miljoen dat wordt toegewezen aan de LGO;
- iii. een bedrag van EUR 25 miljoen dat wordt toegewezen aan de Commissie voor kosten in verband met de uitvoering van het 9e EOF.
| Lidstaat | Bijdrage in miljoen euro |
|---|---|
| België | 54,96 |
| Denemarken | 295,32 |
| Duitsland | 3 223,68 |
| Griekenland | 172,50 |
| Spanje | 805,92 |
| Frankrijk | 3 353,40 |
| Ierland | 85,56 |
| Italië | 1 730,52 |
| Luxemburg | 40,02 |
| Nederland | 720,36 |
| Oostenrijk | 365,70 |
| Portugal | 133,86 |
| Finland | 204,24 |
| Zweden | 376,74 |
| Verenigd Koninkrijk | 1 751,22 |
| 13 800,00 |
- b. Alle op de datum van inwerkingtreding van het Financieel Protocol bij de ACS-EG-overeenkomst resterende middelen van eerdere EOF's en bedragen die op een latere datum worden vrijgemaakt van in het kader van deze EOF's lopende projecten, worden overgedragen naar het 9e EOF. Voor alle aldus naar het 9e EOF overgedragen middelen die voordien waren toegewezen aan het indicatieve programma van een ACS-staat, een ACS-regio of een LGO, blijft de toewijzing aan die staat, regio of LGO van kracht.
- c. Het totale bedrag dat voor steun aan de ACS is vastgesteld, wordt aangevuld met de overgebleven middelen uit de vorige EOF's. Het totaalbedrag van de middelen heeft betrekking op de periode 2000–2007.
De rentebaten uit deposito's bedoeld in lid 2 van dit artikel bij de betalingsgemachtigden in Europa als bedoeld in artikel 37, lid 1, van bijlage IV bij de ACS-EG-overeenkomst, worden gecrediteerd op een of meerdere ten name van de Commissie geopende rekeningen, en gebruikt overeenkomstig het bepaalde in artikel 10.
De in lid 2, onder a, bedoelde verdeling kan, op voorstel van de Commissie bij een door de Raad met eenparigheid van stemmen genomen besluit, worden gewijzigd in geval van toetreding van een nieuwe staat tot de Gemeenschap.
Voorts kunnen de financiële middelen worden aangepast bij een door de Raad met eenparigheid van stemmen genomen besluit, overeenkomstig artikel 62, lid 2, van de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst.
Artikel 2. Voor de ACS-staten gereserveerde middelen
Van het in artikel 1, lid 2, onder a), genoemde totaalbedrag wordt ten hoogste 13.500 miljoen euro als volgt toegewezen aan de ACS-staten:
- a. maximaal EUR 10.000 miljoen in de vorm van niet-terugvorderbare steun, waarvan:
- i. maximaal EUR 9836 miljoen voor een bijdrage ter ondersteuning van de langetermijnontwikkeling, te programmeren overeenkomstig de artikelen 1 tot en met 5 van bijlage IV bij de ACS-EG-overeenkomst. Deze middelen kunnen worden benut voor de financiering van kortlopende spoedhulp, overeenkomstig artikel 72, lid 3, van de ACS-EG-overeenkomst;
- ii. EUR 90 miljoen voor de financiering van de begroting van het Centrum voor de Ontwikkeling van het Bedrijfsleven (COB), overeenkomstig het bepaalde in bijlage III bij de ACS-EG-overeenkomst;
- iii. EUR 70 miljoen voor de financiering van de begroting van het Technisch Centrum voor Landbouwsamenwerking en Plattelandsontwikkeling (TCLP), overeenkomstig het bepaalde in bijlage III bij de ACS-EG-overeenkomst; en
- iv. EUR 4 miljoen ten behoeve van de uitgaven in verband met de Paritaire Parlementaire Vergadering van de ACS en de EG, ingesteld bij artikel 17 van de ACS-EG-overeenkomst;
- b. maximaal EUR 1300 miljoen voor de financiering van steun ten behoeve van de regionale samenwerking en integratie van de ACS-staten, overeenkomstig de artikelen 6 tot en met 14 van bijlage IV bij de ACS-EG-overeenkomst;
- c. maximaal EUR 2200 miljoen wordt voor de financiering van de Investeringsfaciliteit, overeenkomstig de voorwaarden die uiteen worden gezet in bijlage II „Financieringsvoorwaarden" van de ACS-EG-overeenkomst, onverminderd de financiering van de rentesubsidies waarin wordt voorzien in artikel 2 en artikel 4 van bijlage II van de overeenkomst, die worden gefinancierd uit de middelen genoemd in punt 3, onder a), van bijlage I bij de bovengenoemde overeenkomst.
Van het bedrag van EUR 13.500 miljoen bedoeld in lid 1 mag EUR 1000 miljoen pas worden vrijgegeven na een evaluatie van de resultaten, die de Raad in 2004 zal maken op basis van een voorstel van de Commissie. Deze middelen worden, indien zij worden vrijgegeven, op passende wijze verdeeld onder de financiële middelen bedoeld in lid 1, onder a), b) en c), hierboven.
Voor het verstrijken van de geldigheidsduur van het 9e EOF gaan de lidstaten, overeenkomstig punt 7 van het financieel protocol van de ACS-EG-overeenkomst, samen met de ACS-staten na in welke mate de vastleggingen en betalingen zijn gerealiseerd. De behoefte aan nieuwe middelen voor de ondersteuning van de financiële samenwerking wordt bepaald in het licht van deze evaluatie, waarbij de niet-vastgelegde en niet-betaalde middelen uit hoofde van het 9e EOF volledig in aanmerking worden genomen.
Vóór het verstrijken van de geldigheidsduur van het 9e EOF bepalen de lidstaten een datum na welke de middelen van het 9e EOF niet meer worden vastgelegd.
Artikel 3. Voor de LGO gereserveerde middelen
Van het totale bedrag genoemd in artikel 1, lid 2, onder a), wordt door de Gemeenschap voor EUR 175 miljoen financiële bijstand verleend aan de LGO, waarvan 155 miljoen euro in de vorm van niet-terugvorderbare steun en EUR 20 miljoen in het kader van de Investeringsfaciliteit. De voorschriften voor de uitvoering van deze bijstand worden vastgesteld in het besluit van de Raad inzake de associatie met de landen en gebieden overzee met de Gemeenschap, dat is vastgesteld krachtens artikel 187 van het Verdrag.
Indien een LGO onafhankelijk wordt en tot de ACS-EG-overeenkomst toetreedt, worden de in lid 1 aangegeven bedragen verlaagd en die van artikel 2, onder a), onder i), dienovereenkomstig verhoogd bij besluit van de Raad, genomen met eenparigheid van stemmen op voorstel van de Commissie.
Artikel 4. Middelen gereserveerd voor uitvoeringskosten
Voor het financieren van de kosten die de Commissie maakt voor de uitvoering van de ACS-EG-overeenkomst wordt EUR 125 miljoen gereserveerd, voor het gebruik van welk bedrag, samen met de middelen bedoeld in artikel 1, lid 3, van dit akkoord, de beginselen gelden die zijn nedergelegd in artikel 10 van dit akkoord.
Artikel 5. Leningen uit de eigen middelen van de EIB
Het in artikel 1, lid 2, vastgestelde bedrag wordt vermeerderd met leningen die door de Bank uit eigen middelen worden verstrekt voor een bedrag van maximaal EUR 1720 miljoen. Deze middelen worden verstrekt voor de doeleinden die uiteen worden gezet in bijlage II bij de ACS-EG-overeenkomst en het geldend besluit van de Raad vastgesteld op grond van artikel 187 van het EG-Verdrag inzake de LGO, hierna „het besluit" genoemd, overeenkomstig de voorwaarden waarin is voorzien in de statuten en de desbetreffende bepalingen van de voorwaarden voor de financiering van investeringen, zoals die zijn vastgesteld in bovengenoemde bijlage en besluit.
Deze leningen zijn bestemd:
- a. tot een bedrag van maximaal EUR 1700 miljoen voor financieringsverrichtingen in de ACS-staten;
- b. tot een bedrag van maximaal EUR 20 miljoen voor financieringsverrichtingen in de LGO.
Artikel 6. Garantie van de EIB
Naar rato van hun intekening op het kapitaal van de Bank verplichten de lidstaten zich ertoe zich tegenover de Bank borg te stellen, onder afstand van het voorrecht van uitwinning, voor alle financiële verplichtingen welke voor de leningnemers van de Bank voortvloeien uit de door de Bank uit eigen middelen op grond van artikel 1 van bijlage II bij de ACS-EG-overeenkomst en de overeenkomstige bepalingen van het besluit.
De in lid 1 bedoelde borgstelling blijft beperkt tot 75% van het totale bedrag van de door de Bank uit hoofde van alle leningsovereenkomsten geopende kredieten; zij geldt ter dekking van alle risico's.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.