Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds
Het Koninkrijk België,
het Koninkrijk Denemarken,
de Bondsrepubliek Duitsland,
de Helleense Republiek,
het Koninkrijk Spanje,
de Franse Republiek,
Ierland,
de Italiaanse Republiek,
het Groothertogdom Luxemburg,
het Koninkrijk der Nederlanden,
de Republiek Oostenrijk,
de Portugese Republiek,
de Republiek Finland,
het Koninkrijk Zweden,
het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
Verdragsluitende partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag betreffende de Europese Unie, hierna „lidstaten" genoemd, en
de Europese Gemeenschap, hierna „de Gemeenschap" genoemd,
enerzijds, en
de Republiek Chili,
hierna „Chili" genoemd,
anderzijds,
Gelet op de traditionele banden tussen de partijen en in het bijzonder gezien:
hun gemeenschappelijk cultureel erfgoed en hun nauwe onderlinge historische, politieke en economische banden;
hun volledige verbintenis tot eerbiediging van de democratische beginselen en de fundamentele rechten van de mens, als vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens;
hun gehechtheid aan de beginselen van de rechtsstaat en van goed bestuur;
de noodzaak de economisch en sociale vooruitgang voor hun bevolking te bevorderen, daarbij rekening houdende met het beginsel van duurzame ontwikkeling en de vereisten van de bescherming van het milieu;
de wenselijkheid het kader van de betrekkingen tussen de Europese Unie en de landen die betrokken zijn bij het integratieproces in Latijns-Amerika te verbreden, teneinde bij te dragen tot een strategische associatie tussen de twee gebieden, zoals daarin is voorzien in de verklaring van de top van staatshoofden en regeringsleiders van Latijns-Amerika en het Caribisch gebied en de Europese Unie, vastgesteld in Rio de Janeiro op 28 juni 1999;
het belang van versterking van de regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale vraagstukken van wederzijds belang, zoals dat reeds is vastgesteld in de gezamenlijke verklaring die deel uitmaakt van de kaderovereenkomst inzake samenwerking van 21 juni 1996 tussen de partijen, hierna de „kaderovereenkomst inzake samenwerking" genoemd;
het belang dat de partijen hechten aan
– het coördineren van hun standpunten en het ondernemen van gezamenlijke initiatieven in toepasselijke internationale fora;
– de beginselen en waarden die zijn vastgelegd in de slotverklaring van de wereldtop inzake sociale ontwikkeling, die in maart 1995 in Kopenhagen is gehouden;
– de beginselen en regels die van toepassing zijn op de internationale handel, met name zoals deze zijn neergelegd in de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (hierna „WTO" genoemd), en de noodzaak deze transparant en zonder discriminatie uit te voeren;
– de bestrijding van alle vormen van terrorisme, en hun verbintenis tot instelling van effectieve internationale mechanismen om het terrorisme uit te bannen;
de wenselijkheid een culturele dialoog in te stellen teneinde tot een beter wederzijds begrip tussen de partijen te komen en de bestaande traditionele, culturele en natuurlijke banden tussen de burgers van beide partijen te bevorderen;
het belang van de samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Chili van 20 december 1990 en van de kaderovereenkomst inzake samenwerking voor de ondersteuning en stimulering van de tenuitvoerlegging van deze processen en beginselen,
Hebben besloten deze overeenkomst te sluiten[Red: De oorspronkelijke Bijlagen bij de Overeenkomst liggen ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, en zijn gepubliceerd in PbEG 2002, L 352.]:
DEEL I. ALGEMENE EN INSTITUTIONELE BEPALINGEN
TITEL I. AARD EN TOEPASSINGSGEBIED VAN DE OVEREENKOMST
Artikel 1. Beginselen
De eerbiediging van de democratische beginselen en de fundamentele rechten van de mens, zoals deze zijn vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties, en van het beginsel van de rechtsstaat, ligt ten grondslag aan het binnenlandse en het buitenlandse beleid van de partijen en is een essentieel element van deze overeenkomst.
Bevordering van duurzame economische en sociale ontwikkeling en rechtvaardige verdeling van de voordelen die de associatie biedt, zijn leidende beginselen voor de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst.
De partijen bevestigen opnieuw het belang dat zij hechten aan het beginsel van goed bestuur.
Artikel 2. Doelstelling en toepassingsgebied
Deze overeenkomst brengt een politieke en economische associatie tussen de partijen tot stand, die gebaseerd is op wederkerigheid, wederzijds belang en verdieping van de betrekkingen op alle toepasselijke gebieden.
Het associatieproces leidt tot toenemende verstandhouding en samenwerking tussen de partijen en is gestructureerd rond de instanties die bij de overeenkomst worden ingesteld.
Deze overeenkomst heeft in het bijzonder betrekking op politieke betrekkingen, handel, economie en financiën, wetenschap en technologie, sociale vraagstukken, cultuur en samenwerking. De overeenkomst kan worden uitgebreid tot andere door de partijen nader overeen te komen terreinen.
Overeenkomstig bovenstaande doelstellingen voorziet deze overeenkomst in:
- a. intensivering van de politieke dialoog over bilaterale en internationale vraagstukken van wederzijds belang, die gevoerd wordt door middel van bijeenkomsten op verschillende niveaus;
- b. versterking van de samenwerking op het gebied van de politieke betrekkingen, handel, economie en financiën, wetenschap en technologie, sociale vraagstukken, cultuur en samenwerking, alsmede andere gebieden van wederzijds belang;
- c. uitbreiding van de deelname van de partijen aan kaderprogramma's, specifieke programma's en andere activiteiten van de andere partij, voor zover de interne procedures van iedere partij voor de toegang tot de betrokken programma's en activiteiten zulks toelaten, een en ander overeenkomstig het bepaalde in deel III van deze overeenkomst;
- d. uitbreiding en diversificatie van de bilaterale handelsbetrekkingen tussen de partijen, overeenkomstig de bepalingen van de WTO en de specifieke doelstellingen en bepalingen in deel IV van deze overeenkomst.
TITEL II. INSTITUTIONEEL KADER
Artikel 3. Associatieraad
Er wordt een Associatieraad ingesteld, die toezicht houdt op de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst. De Associatieraad komt op ministerieel niveau bijeen met regelmatige tussenpozen van niet meer dan twee jaar, en wanneer de omstandigheden zulks vereisen in buitengewone vergadering, indien de partijen daartoe gezamenlijk besluiten.
De Associatieraad behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van de overeenkomst voordoen en alle andere bilaterale, multilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang.
De Associatieraad behandelt voorstellen en aanbevelingen van de partijen die strekken tot verbetering van de tenuitvoerlegging van de overeenkomst.
Artikel 4. Samenstelling en reglement van orde
De Associatieraad bestaat uit enerzijds de voorzitter van de Raad van de Europese Unie, bijgestaan door de Secretaris-generaal/Hoge Vertegenwoordiger, de volgende voorzitter, andere leden van de Raad van de Europese Unie of hun vertegenwoordigers en leden van de Europese Commissie, en anderzijds de minister van Buitenlandse Zaken van Chili.
De Associatieraad stelt zijn reglement van orde vast.
De leden van de Associatieraad mogen regelingen treffen om zich te doen vertegenwoordigen, overeenkomstig de daartoe in het reglement van orde van de Associatieraad vast te stellen voorwaarden.
De Associatieraad wordt beurtelings voorgezeten door een lid van de Raad van de Europese Unie en de minister van Buitenlandse Zaken van Chili, zulks overeenkomstig het bepaalde in het reglement van orde van de Associatieraad.
Artikel 5. Beslissingsbevoegdheid
Voor de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst heeft de Associatieraad beslissingsbevoegdheid in de gevallen die in de overeenkomst worden genoemd.
De besluiten van de Associatieraad zijn bindend voor de partijen, die voor de uitvoering ervan de nodige maatregelen treffen overeenkomstig de interne regelgeving van elke partij.
De Associatieraad kan tevens alle nuttige aanbevelingen doen.
De Associatieraad neemt besluiten en doet aanbevelingen bij overeenstemming tussen de partijen.
Artikel 6. Associatiecomité
De Associatieraad wordt bij de vervulling van zijn taken bijgestaan door een Associatiecomité, dat bestaat uit enerzijds vertegenwoordigers van de leden van de Raad van de Europese Unie en van de leden van de Europese Commissie en anderzijds vertegenwoordigers van de regering van Chili, gewoonlijk hogere ambtenaren.
Het Associatiecomité wordt belast met de algemene tenuitvoerlegging van de overeenkomst.
De Associatieraad stelt het reglement van orde van het Associatiecomité vast.
Het Associatiecomité heeft beslissingsbevoegdheid in de gevallen waarin de overeenkomst voorziet en op de terreinen waarop de Associatieraad het Associatiecomité bevoegdheden heeft toegekend. In dat geval neemt het Associatiecomité zijn besluiten overeenkomstig het bepaalde in artikel 5.
Het Associatiecomité komt als algemene regel eenmaal per jaar bijeen voor een algehele toetsing van de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst, beurtelings in Brussel en in Chili. De datum en de agenda worden tevoren door de partijen in onderling overleg vastgesteld. In onderling overleg kunnen buitengewone vergaderingen worden uitgeschreven op verzoek van een partij. Het voorzitterschap van het Associatiecomité wordt bij toerbeurt bekleed door vertegenwoordigers van de partijen.
Artikel 7. Speciale commissies
De Associatieraad wordt bij de uitvoering van zijn taken bijgestaan door de speciale commissies die bij deze overeenkomst worden ingesteld.
De Associatieraad kan besluiten tot instelling van speciale commissies.
De Associatieraad stelt een reglement van orde vast waarin de samenstelling en de werkwijze van deze commissies worden geregeld, voor zover deze overeenkomst daarin niet voorziet.
Artikel 8. Politieke dialoog
De politieke dialoog tussen de partijen wordt gevoerd binnen het kader waarin is voorzien in deel II.
Artikel 9. Parlementair Associatiecomité
Er wordt een Parlementair Associatiecomité opgericht. Dit dient als forum waar leden van het Europees Parlement en leden van het Chileens National Congres (Congreso Nacional de Chile) elkaar kunnen ontmoeten en van gedachten kunnen wisselen. Het comité komt bijeen met door het comité zelf te bepalen tussenpozen.
Het Parlementair Associatiecomité bestaat uit enerzijds leden van het Europees Parlement en anderzijds leden van het Nationaal Congres van Chili.
Het Parlementair Associatiecomité stelt zijn reglement van orde vast.
Het Parlementair Associatiecomité wordt bij toerbeurt voorgezeten door een vertegenwoordiger van het Europees Parlement en een vertegenwoordiger van het Nationaal Congres van Chili, overeenkomstig in het reglement van orde vast te stellen bepalingen.
Het Parlementair Associatiecomité kan de Associatieraad om relevante inlichtingen over de tenuitvoerlegging van de overeenkomst verzoeken. De Associatieraad verstrekt het Parlementair Associatiecomité de verlangde informatie.
Het Parlementair Associatiecomité wordt ingelicht over de besluiten en aanbevelingen van de Associatieraad.
Het Parlementair Associatiecomité kan aanbevelingen doen aan de Associatieraad.
Artikel 10. Gemengd Raadgevend Comité
Er wordt een Gemengd Raadgevend Comité opgericht, dat tot taak heeft de Associatieraad bij te staan om de dialoog en de samenwerking tussen economische en maatschappelijke organisaties van de civiele samenleving in de Europese Unie en in Chili te bevorderen. De dialoog en de samenwerking betreffen alle economische en sociale aspecten van de betrekkingen tussen de Gemeenschap en Chili die in de context van de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst aan de orde komen. Het comité kan zijn standpunt uiten over vraagstukken die in dit verband aan de orde komen.
Het Gemengd Raadgevend Comité bestaat uit een gelijk aantal leden van enerzijds het Europees Economisch en Sociaal Comité en anderzijds de daarmee overeenkomende instelling die zich in de Republiek Chili met economische en sociale aangelegenheden bezighoudt.
Het Gemengd Raadgevend Comité verricht zijn werkzaamheden op verzoek van de Associatieraad of op eigen initiatief, ter bevordering van de dialoog tussen de verschillende economische en maatschappelijke vertegenwoordigers.
Het Gemengd Raadgevend Comité stelt zijn reglement van orde vast.
Artikel 11. Civiele samenleving
De partijen bevorderen regelmatige bijeenkomsten van vertegenwoordigers van de civiele samenleving in Chili en in de Europese Unie, waaronder de academische gemeenschap en de sociale en economische partners, teneinde hen op de hoogte te houden over de uitvoering van de overeenkomst en advies in te winnen voor mogelijke verbetering daarvan.
DEEL II. POLITIEKE DIALOOG
Artikel 12. Doelstellingen
De partijen komen overeen hun regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale kwesties van wederzijds belang te versterken. Zij streven ernaar deze politieke dialoog te versterken en te verdiepen om de bij deze overeenkomst ingestelde associatie te consolideren.
De voornaamste doelstelling van de politieke dialoog tussen de partijen is het bevorderen, verspreiden, verder ontwikkelen en gezamenlijk verdedigen van de democratische waarden, zoals de eerbiediging van de mensenrechten, de vrijheid van het individu en de beginselen van de rechtsstaat, die aan de grondslag liggen van een democratische samenleving.
Met dit doel voor ogen bespreken de partijen gezamenlijke initiatieven, en wisselen zij daarover informatie uit, met betrekking tot alle vraagstukken van wederzijds belang en alle andere internationale vraagstukken, teneinde gemeenschappelijke doelstellingen na te streven, in het bijzonder veiligheid, stabiliteit, democratie en regionale ontwikkeling.
Artikel 13. Mechanismen
De partijen komen overeen dat de politieke dialoog tussen hen gevoerd wordt door middel van:
- a. regelmatige bijeenkomsten van staatshoofden en regeringsleiders;
- b. periodieke bijeenkomsten van ministers van Buitenlandse Zaken;
- c. bijeenkomsten van andere ministers voor het bespreken van aangelegenheden van wederzijds belang, wanneer de partijen menen dat deze bijeenkomsten tot nauwere betrekkingen zullen leiden;
- d. jaarlijkse bijeenkomsten van hoge ambtenaren van beide partijen.
De partijen besluiten over de voor de bovengenoemde bijeenkomsten toe te passen procedures.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.