Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds
Het Koninkrijk België,
het Koninkrijk Denemarken,
de Bondsrepubliek Duitsland,
de Helleense Republiek,
het Koninkrijk Spanje,
de Franse Republiek,
Ierland,
de Italiaanse Republiek,
het Groothertogdom Luxemburg,
het Koninkrijk der Nederlanden,
de Republiek Oostenrijk,
de Portugese Republiek,
de Republiek Finland,
het Koninkrijk Zweden,
het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
Verdragsluitende partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag betreffende de Europese Unie, hierna „lidstaten" genoemd, en
de Europese Gemeenschap, hierna „de Gemeenschap" genoemd,
enerzijds, en
de Republiek Chili,
hierna „Chili" genoemd,
anderzijds,
Gelet op de traditionele banden tussen de partijen en in het bijzonder gezien:
hun gemeenschappelijk cultureel erfgoed en hun nauwe onderlinge historische, politieke en economische banden;
hun volledige verbintenis tot eerbiediging van de democratische beginselen en de fundamentele rechten van de mens, als vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens;
hun gehechtheid aan de beginselen van de rechtsstaat en van goed bestuur;
de noodzaak de economisch en sociale vooruitgang voor hun bevolking te bevorderen, daarbij rekening houdende met het beginsel van duurzame ontwikkeling en de vereisten van de bescherming van het milieu;
de wenselijkheid het kader van de betrekkingen tussen de Europese Unie en de landen die betrokken zijn bij het integratieproces in Latijns-Amerika te verbreden, teneinde bij te dragen tot een strategische associatie tussen de twee gebieden, zoals daarin is voorzien in de verklaring van de top van staatshoofden en regeringsleiders van Latijns-Amerika en het Caribisch gebied en de Europese Unie, vastgesteld in Rio de Janeiro op 28 juni 1999;
het belang van versterking van de regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale vraagstukken van wederzijds belang, zoals dat reeds is vastgesteld in de gezamenlijke verklaring die deel uitmaakt van de kaderovereenkomst inzake samenwerking van 21 juni 1996 tussen de partijen, hierna de „kaderovereenkomst inzake samenwerking" genoemd;
het belang dat de partijen hechten aan
– het coördineren van hun standpunten en het ondernemen van gezamenlijke initiatieven in toepasselijke internationale fora;
– de beginselen en waarden die zijn vastgelegd in de slotverklaring van de wereldtop inzake sociale ontwikkeling, die in maart 1995 in Kopenhagen is gehouden;
– de beginselen en regels die van toepassing zijn op de internationale handel, met name zoals deze zijn neergelegd in de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (hierna „WTO" genoemd), en de noodzaak deze transparant en zonder discriminatie uit te voeren;
– de bestrijding van alle vormen van terrorisme, en hun verbintenis tot instelling van effectieve internationale mechanismen om het terrorisme uit te bannen;
de wenselijkheid een culturele dialoog in te stellen teneinde tot een beter wederzijds begrip tussen de partijen te komen en de bestaande traditionele, culturele en natuurlijke banden tussen de burgers van beide partijen te bevorderen;
het belang van de samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Chili van 20 december 1990 en van de kaderovereenkomst inzake samenwerking voor de ondersteuning en stimulering van de tenuitvoerlegging van deze processen en beginselen,
Hebben besloten deze overeenkomst te sluiten[Red: De oorspronkelijke Bijlagen bij de Overeenkomst liggen ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, en zijn gepubliceerd in PbEG 2002, L 352.]:
DEEL I. ALGEMENE EN INSTITUTIONELE BEPALINGEN
TITEL I. AARD EN TOEPASSINGSGEBIED VAN DE OVEREENKOMST
Artikel 1. Beginselen
De eerbiediging van de democratische beginselen en de fundamentele rechten van de mens, zoals deze zijn vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties, en van het beginsel van de rechtsstaat, ligt ten grondslag aan het binnenlandse en het buitenlandse beleid van de partijen en is een essentieel element van deze overeenkomst.
Bevordering van duurzame economische en sociale ontwikkeling en rechtvaardige verdeling van de voordelen die de associatie biedt, zijn leidende beginselen voor de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst.
De partijen bevestigen opnieuw het belang dat zij hechten aan het beginsel van goed bestuur.
Artikel 2. Doelstelling en toepassingsgebied
Deze overeenkomst brengt een politieke en economische associatie tussen de partijen tot stand, die gebaseerd is op wederkerigheid, wederzijds belang en verdieping van de betrekkingen op alle toepasselijke gebieden.
Het associatieproces leidt tot toenemende verstandhouding en samenwerking tussen de partijen en is gestructureerd rond de instanties die bij de overeenkomst worden ingesteld.
Deze overeenkomst heeft in het bijzonder betrekking op politieke betrekkingen, handel, economie en financiën, wetenschap en technologie, sociale vraagstukken, cultuur en samenwerking. De overeenkomst kan worden uitgebreid tot andere door de partijen nader overeen te komen terreinen.
Overeenkomstig bovenstaande doelstellingen voorziet deze overeenkomst in:
- a. intensivering van de politieke dialoog over bilaterale en internationale vraagstukken van wederzijds belang, die gevoerd wordt door middel van bijeenkomsten op verschillende niveaus;
- b. versterking van de samenwerking op het gebied van de politieke betrekkingen, handel, economie en financiën, wetenschap en technologie, sociale vraagstukken, cultuur en samenwerking, alsmede andere gebieden van wederzijds belang;
- c. uitbreiding van de deelname van de partijen aan kaderprogramma's, specifieke programma's en andere activiteiten van de andere partij, voor zover de interne procedures van iedere partij voor de toegang tot de betrokken programma's en activiteiten zulks toelaten, een en ander overeenkomstig het bepaalde in deel III van deze overeenkomst;
- d. uitbreiding en diversificatie van de bilaterale handelsbetrekkingen tussen de partijen, overeenkomstig de bepalingen van de WTO en de specifieke doelstellingen en bepalingen in deel IV van deze overeenkomst.
TITEL II. INSTITUTIONEEL KADER
Artikel 3. Associatieraad
Er wordt een Associatieraad ingesteld, die toezicht houdt op de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst. De Associatieraad komt op ministerieel niveau bijeen met regelmatige tussenpozen van niet meer dan twee jaar, en wanneer de omstandigheden zulks vereisen in buitengewone vergadering, indien de partijen daartoe gezamenlijk besluiten.
De Associatieraad behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van de overeenkomst voordoen en alle andere bilaterale, multilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang.
De Associatieraad behandelt voorstellen en aanbevelingen van de partijen die strekken tot verbetering van de tenuitvoerlegging van de overeenkomst.
Artikel 4. Samenstelling en reglement van orde
De Associatieraad bestaat uit enerzijds de voorzitter van de Raad van de Europese Unie, bijgestaan door de Secretaris-generaal/Hoge Vertegenwoordiger, de volgende voorzitter, andere leden van de Raad van de Europese Unie of hun vertegenwoordigers en leden van de Europese Commissie, en anderzijds de minister van Buitenlandse Zaken van Chili.
De Associatieraad stelt zijn reglement van orde vast.
De leden van de Associatieraad mogen regelingen treffen om zich te doen vertegenwoordigen, overeenkomstig de daartoe in het reglement van orde van de Associatieraad vast te stellen voorwaarden.
De Associatieraad wordt beurtelings voorgezeten door een lid van de Raad van de Europese Unie en de minister van Buitenlandse Zaken van Chili, zulks overeenkomstig het bepaalde in het reglement van orde van de Associatieraad.
Artikel 5. Beslissingsbevoegdheid
Voor de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst heeft de Associatieraad beslissingsbevoegdheid in de gevallen die in de overeenkomst worden genoemd.
De besluiten van de Associatieraad zijn bindend voor de partijen, die voor de uitvoering ervan de nodige maatregelen treffen overeenkomstig de interne regelgeving van elke partij.
De Associatieraad kan tevens alle nuttige aanbevelingen doen.
De Associatieraad neemt besluiten en doet aanbevelingen bij overeenstemming tussen de partijen.
Artikel 6. Associatiecomité
De Associatieraad wordt bij de vervulling van zijn taken bijgestaan door een Associatiecomité, dat bestaat uit enerzijds vertegenwoordigers van de leden van de Raad van de Europese Unie en van de leden van de Europese Commissie en anderzijds vertegenwoordigers van de regering van Chili, gewoonlijk hogere ambtenaren.
Het Associatiecomité wordt belast met de algemene tenuitvoerlegging van de overeenkomst.
De Associatieraad stelt het reglement van orde van het Associatiecomité vast.
Het Associatiecomité heeft beslissingsbevoegdheid in de gevallen waarin de overeenkomst voorziet en op de terreinen waarop de Associatieraad het Associatiecomité bevoegdheden heeft toegekend. In dat geval neemt het Associatiecomité zijn besluiten overeenkomstig het bepaalde in artikel 5.
Het Associatiecomité komt als algemene regel eenmaal per jaar bijeen voor een algehele toetsing van de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst, beurtelings in Brussel en in Chili. De datum en de agenda worden tevoren door de partijen in onderling overleg vastgesteld. In onderling overleg kunnen buitengewone vergaderingen worden uitgeschreven op verzoek van een partij. Het voorzitterschap van het Associatiecomité wordt bij toerbeurt bekleed door vertegenwoordigers van de partijen.
Artikel 7. Speciale commissies
De Associatieraad wordt bij de uitvoering van zijn taken bijgestaan door de speciale commissies die bij deze overeenkomst worden ingesteld.
De Associatieraad kan besluiten tot instelling van speciale commissies.
De Associatieraad stelt een reglement van orde vast waarin de samenstelling en de werkwijze van deze commissies worden geregeld, voor zover deze overeenkomst daarin niet voorziet.
Artikel 8. Politieke dialoog
De politieke dialoog tussen de partijen wordt gevoerd binnen het kader waarin is voorzien in deel II.
Artikel 9. Parlementair Associatiecomité
Er wordt een Parlementair Associatiecomité opgericht. Dit dient als forum waar leden van het Europees Parlement en leden van het Chileens National Congres (Congreso Nacional de Chile) elkaar kunnen ontmoeten en van gedachten kunnen wisselen. Het comité komt bijeen met door het comité zelf te bepalen tussenpozen.
Het Parlementair Associatiecomité bestaat uit enerzijds leden van het Europees Parlement en anderzijds leden van het Nationaal Congres van Chili.
Het Parlementair Associatiecomité stelt zijn reglement van orde vast.
Het Parlementair Associatiecomité wordt bij toerbeurt voorgezeten door een vertegenwoordiger van het Europees Parlement en een vertegenwoordiger van het Nationaal Congres van Chili, overeenkomstig in het reglement van orde vast te stellen bepalingen.
Het Parlementair Associatiecomité kan de Associatieraad om relevante inlichtingen over de tenuitvoerlegging van de overeenkomst verzoeken. De Associatieraad verstrekt het Parlementair Associatiecomité de verlangde informatie.
Het Parlementair Associatiecomité wordt ingelicht over de besluiten en aanbevelingen van de Associatieraad.
Het Parlementair Associatiecomité kan aanbevelingen doen aan de Associatieraad.
Artikel 10. Gemengd Raadgevend Comité
Er wordt een Gemengd Raadgevend Comité opgericht, dat tot taak heeft de Associatieraad bij te staan om de dialoog en de samenwerking tussen economische en maatschappelijke organisaties van de civiele samenleving in de Europese Unie en in Chili te bevorderen. De dialoog en de samenwerking betreffen alle economische en sociale aspecten van de betrekkingen tussen de Gemeenschap en Chili die in de context van de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst aan de orde komen. Het comité kan zijn standpunt uiten over vraagstukken die in dit verband aan de orde komen.
Het Gemengd Raadgevend Comité bestaat uit een gelijk aantal leden van enerzijds het Europees Economisch en Sociaal Comité en anderzijds de daarmee overeenkomende instelling die zich in de Republiek Chili met economische en sociale aangelegenheden bezighoudt.
Het Gemengd Raadgevend Comité verricht zijn werkzaamheden op verzoek van de Associatieraad of op eigen initiatief, ter bevordering van de dialoog tussen de verschillende economische en maatschappelijke vertegenwoordigers.
Het Gemengd Raadgevend Comité stelt zijn reglement van orde vast.
Artikel 11. Civiele samenleving
De partijen bevorderen regelmatige bijeenkomsten van vertegenwoordigers van de civiele samenleving in Chili en in de Europese Unie, waaronder de academische gemeenschap en de sociale en economische partners, teneinde hen op de hoogte te houden over de uitvoering van de overeenkomst en advies in te winnen voor mogelijke verbetering daarvan.
DEEL II. POLITIEKE DIALOOG
Artikel 12. Doelstellingen
De partijen komen overeen hun regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale kwesties van wederzijds belang te versterken. Zij streven ernaar deze politieke dialoog te versterken en te verdiepen om de bij deze overeenkomst ingestelde associatie te consolideren.
De voornaamste doelstelling van de politieke dialoog tussen de partijen is het bevorderen, verspreiden, verder ontwikkelen en gezamenlijk verdedigen van de democratische waarden, zoals de eerbiediging van de mensenrechten, de vrijheid van het individu en de beginselen van de rechtsstaat, die aan de grondslag liggen van een democratische samenleving.
Met dit doel voor ogen bespreken de partijen gezamenlijke initiatieven, en wisselen zij daarover informatie uit, met betrekking tot alle vraagstukken van wederzijds belang en alle andere internationale vraagstukken, teneinde gemeenschappelijke doelstellingen na te streven, in het bijzonder veiligheid, stabiliteit, democratie en regionale ontwikkeling.
Artikel 13. Mechanismen
De partijen komen overeen dat de politieke dialoog tussen hen gevoerd wordt door middel van:
- a. regelmatige bijeenkomsten van staatshoofden en regeringsleiders;
- b. periodieke bijeenkomsten van ministers van Buitenlandse Zaken;
- c. bijeenkomsten van andere ministers voor het bespreken van aangelegenheden van wederzijds belang, wanneer de partijen menen dat deze bijeenkomsten tot nauwere betrekkingen zullen leiden;
- d. jaarlijkse bijeenkomsten van hoge ambtenaren van beide partijen.
De partijen besluiten over de voor de bovengenoemde bijeenkomsten toe te passen procedures.
De in lid 1, onder b), genoemde periodieke bijeenkomsten van de ministers van Buitenlandse Zaken vinden plaats in het kader van de Associatieraad die bij artikel 3 wordt ingesteld, of bij andere overeen te komen gelegenheden van gelijkwaardig niveau.
De partijen maken tevens zo veel mogelijk gebruik van de diplomatieke kanalen.
Artikel 14. Samenwerking op het gebied van het buitenlands en veiligheidsbeleid
De partijen coördineren zo veel mogelijk hun standpunten en ondernemen gezamenlijke initiatieven in toepasselijke internationale fora, en werken samen op het gebied van het buitenlands en veiligheidsbeleid.
Artikel 15. Samenwerking bij de bestrijding van terrorisme
De partijen komen overeen samen te werken bij het bestrijden van terrorisme, overeenkomstig internationale afspraken en hun respectieve wet- en regelgeving. Zij doen dit in het bijzonder:
- a. in het kader van de volledige tenuitvoerlegging van resolutie 1373 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties en andere relevante resoluties van de Verenigde Naties, internationale afspraken en instrumenten;
- b. door uitwisseling van informatie over terroristische groeperingen en de hen ondersteunende netwerken, overeenkomstig het internationale en binnenlandse recht;
- c. door uitwisseling van inzichten over methoden om het terrorisme te bestrijden, onder meer op technisch gebied en wat betreft opleiding, en door uitwisseling van ervaringen met betrekking tot het voorkomen van terrorisme.
DEEL III. SAMENWERKING
Artikel 16. Algemene doelstellingen
De partijen brengen nauwe samenwerking tot stand, die onder meer gericht is op:
- a. versterking van de institutionele capaciteit tot ondersteuning van de democratie, de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten en fundamentele vrijheden;
- b. stimulering van sociale ontwikkeling, die samen moet gaan met economische ontwikkeling en bescherming van het milieu. De partijen kennen bijzondere prioriteit toe aan de eerbiediging van sociale basisrechten;
- c. bevordering van productieve synergie, waardoor nieuwe mogelijkheden worden geschapen voor handel en investeringen en concurrentievermogen en innovatie worden gestimuleerd;
- d. intensivering en verbreding van de samenwerkingsacties met inachtneming van de associatiebetrekkingen tussen de partijen.
De partijen bevestigen opnieuw het belang van economische, financiële en technische samenwerking als middelen om bij te dragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen en beginselen die uit deze overeenkomst voortvloeien.
TITEL I. ECONOMISCHE SAMENWERKING
Artikel 17. Industriële samenwerking
De industriële samenwerking ondersteunt en bevordert beleidsmaatregelen op industriegebied om de inspanningen van de partijen te ontwikkelen en te consolideren en een dynamische, geïntegreerde en gedecentraliseerde aanpak van het beheer van de industriële samenwerking tot stand te brengen, teneinde een klimaat te scheppen waarin de belangen van beide partijen worden gediend.
De kerndoelen zijn:
- a. het bevorderen van contacten tussen bedrijven uit beide partijen teneinde sectoren van wederzijds belang te identificeren, met name wat betreft industriële samenwerking, overdracht van technologie, handel en investeringen;
- b. stimulering en versterking van dialoog en uitwisseling van ervaring tussen netwerken van Europese en Chileense bedrijven;
- c. bevordering van projecten op het gebied van industriële samenwerking, waaronder projecten die een uitvloeisel zijn van het proces van privatisering en openstelling van de Chileense economie. De projecten kunnen betrekking hebben op de totstandbrenging van vormen van infrastructuur met Europese investeringen door middel van industriële samenwerking tussen bedrijven;
- d. versterking van innovatie, diversificatie, modernisering, ontwikkeling en productkwaliteit in het bedrijfsleven.
Artikel 18. Samenwerking inzake normen, technische regelgeving en procedures voor conformiteitsbeoordeling
Samenwerking op het gebied van normalisatie, technische regelgeving en conformiteitsbeoordeling is van groot belang om technische belemmeringen voor de handel terug te dringen en het ontstaan ervan te voorkomen, en het goede verloop van de liberalisering van de handel, zoals daarin wordt voorzien in deel IV, titel II, te waarborgen.
De samenwerking tussen de partijen bevordert hun inspanningen ten aanzien van:
- a. samenwerking op regelgevingsgebied;
- b. de verenigbaarheid van technische regelgeving op basis van internationale en Europese normen;
- c. technische bijstand voor het opzetten van een netwerk van instanties voor conformiteitsbeoordeling die op niet-discriminatoire grondslag werken.
In de praktijk beoogt de samenwerking:
- a. bevordering van alle maatregelen die de kloof tussen de partijen wat betreft conformiteitsbeoordeling en normalisatie kunnen helpen overbruggen;
- b. onderlinge verlening van organisatorische ondersteuning door de partijen ter bevordering van de totstandkoming van regionale netwerken en instanties, en bevordering van de coördinatie van beleid om een gezamenlijke aanpak voor de toepassing van internationale en regionale normen en van vergelijkbare technische regelgeving en procedures voor conformiteitsbeoordeling te stimuleren;
- c. aanmoediging van maatregelen om de systemen van de partijen voor de genoemde terreinen nader tot elkaar te brengen en hun compatibiliteit te verbeteren, zulks door transparantie, goede regelgevingspraktijken en bevordering van kwaliteitsnormen voor producten en handelspraktijken.
Artikel 19. Samenwerking met betrekking tot het midden- en kleinbedrijf
De partijen streven naar een klimaat dat gunstig is voor de ontwikkeling van het midden- en kleinbedrijf.
De samenwerking omvat onder meer:
- a. technische bijstand;
- b. conferenties, seminars, onderzoek naar industriële en technische mogelijkheden, deelname aan discussiebijeenkomsten en algemene en sectorale handelsbeurzen;
- c. het bevorderen van contacten tussen bedrijven, het stimuleren van gezamenlijke investeringen en het tot stand brengen van gezamenlijke ondernemingen en informatienetwerken door middel van bestaande horizontale programma's;
- d. het vergemakkelijken van de toegang tot kredieten, het verstrekken van informatie en het stimuleren van innovatie.
Artikel 20. Samenwerking op het gebied van diensten
Met inachtneming van de algemene WTO-overeenkomst inzake de handel in diensten (GATS) en binnen het kader van hun bevoegdheden steunen en intensiveren de partijen hun onderlinge samenwerking, overeenkomstig het groeiende belang van de dienstensector voor de ontwikkeling en groei van hun economieën. Gestreefd wordt naar sterkere samenwerking om de ontwikkeling en diversificatie van de productiviteit en de concurrentiepositie van de Chileense dienstensector te bevorderen. De partijen zullen nader bepalen op welke sectoren de samenwerking zal worden geconcentreerd, rekening houdende met de middelen die daarvoor beschikbaar zijn. De activiteiten worden met name gericht op het midden- en kleinbedrijf, om dit te helpen beter toegang te krijgen tot kapitaal en markttechnologieën. In dit verband wordt bijzondere aandacht geschonken aan bevordering van de handel tussen de partijen en derde landen.
Artikel 21. Stimulering van investeringen
De samenwerking moet de partijen helpen om, binnen het kader van hun bevoegdheden, een aantrekkelijk en stabiel klimaat voor wederzijdse investeringen tot stand te brengen.
De samenwerking omvat in het bijzonder:
- a. totstandbrenging van mechanismen voor informatieverstrekking, identificatie en bekendmaking van investeringsregels en investeringsmogelijkheden;
- b. ontwikkeling van een juridisch kader voor de partijen dat gunstig is voor investeringen, waar nodig door sluiting tussen de lidstaten en Chili van bilaterale overeenkomsten ter bescherming en stimulering van investeringen en ter vermijding van dubbele belastingheffing;
- c. uitvoering van activiteiten op het gebied van technische bijstand voor opleidingsinitiatieven door de bevoegde instanties van de partijen;
- d. ontwikkeling van uniforme vereenvoudigde administratieve procedures.
Artikel 22. Samenwerking op het gebied van energie
De samenwerking tussen de partijen beoogt de consolidering van hun economische betrekkingen in belangrijke sectoren als waterkracht, olie en gas, duurzame energiebronnen, technologie voor energiebesparing en elektrificatie van het platteland.
Doelstellingen van de samenwerking zijn onder meer:
- a. uitwisseling van informatie in alle geschikte vormen, onder meer door de ontwikkeling van databanken voor gebruik door de instellingen van beide partijen, opleiding en conferenties;
- b. overdracht van technologie;
- c. diagnostisch onderzoek, vergelijkende analyse en tenuitvoerlegging van programma's door instellingen van beide partijen;
- d. deelname van ondernemingen en overheidsinstellingen uit de twee regio's aan projecten voor technologische ontwikkeling en gezamenlijke infrastructuur, met inbegrip van netwerken met andere landen in de regio;
- e. sluiting van specifieke overeenkomsten op belangrijke gebieden van wederzijds belang, waar van toepassing;
- f. bijstand aan Chileense instellingen die zich bezighouden met energievraagstukken en het formuleren van energiebeleid.
Artikel 23. Vervoer
De samenwerking wordt geconcentreerd op herstructurering en modernisering van de vervoerssystemen van Chili, verbetering van het personen- en goederenverkeer en verbetering van de toegang tot de markt voor het stads-, lucht-, zee-, rail- en wegvervoer door verbetering van het operationele en administratieve beheer en bevordering van de toepassing van exploitatienormen.
De samenwerking omvat onder meer:
- a. uitwisseling van informatie over het beleid van de partijen, met name wat betreft stadsvervoer en koppeling en interoperabiliteit van multimodale vervoersnetwerken, alsmede andere terreinen van gemeenschappelijk belang;
- b. opleidingsprogramma's op het gebied van economie, recht en technische onderwerpen voor het bedrijfsleven en voor hogere ambtenaren;
- c. samenwerkingsprojecten gericht op overdracht van Europese technologieën op het gebied van het wereldwijde satellietnavigatiesysteem GNSS en centra voor het openbaar stadsvervoer.
Artikel 24. Samenwerking op het gebied van landbouw en plattelandsontwikkeling; sanitaire en fytosanitaire maatregelen
De samenwerking op dit terrein moet beleidsmaatregelen op landbouwgebied steunen en stimuleren, teneinde het streven van de partijen naar duurzame landbouw en agrarische en rurale ontwikkeling te bevorderen en te consolideren.
De samenwerking is met name gericht op capaciteitsopbouw, infrastructuur en overdracht van technologie. In dit verband wordt aandacht geschonken aan:
- a. specifieke projecten voor ondersteuning van sanitaire en fytosanitaire maatregelen en maatregelen met betrekking tot milieu en voedselkwaliteit, rekening houdende met de wetgeving van de partijen en in overeenstemming met de regels van de WTO en andere internationale organisaties op dit terrein;
- b. diversificatie en herstructurering van de agrarische sectoren;
- c. uitwisseling van informatie, onder andere over de ontwikkeling van het landbouwbeleid van de partijen;
- d. technische bijstand voor de verhoging van de productiviteit en de uitwisseling van alternatieve gewastechnologieën;
- e. wetenschappelijke en technologische experimenten;
- f. maatregelen ter verbetering van de kwaliteit van landbouwproducten en ter ondersteuning van handelspromotie;
- g. technische bijstand ter versterking van de systemen voor sanitaire en fytosanitaire controle, teneinde zo veel mogelijk ondersteuning te bieden voor bevordering van overeenkomsten inzake equivalentie en wederzijdse erkenning.
Artikel 25. Visserij
Gezien het belang van het visserijbeleid voor hun onderlinge betrekkingen verbinden de partijen zich tot nauwere economische en technische samenwerking, die kan leiden tot bilaterale en/of multilaterale overeenkomsten inzake de visserij op volle zee.
Bovendien onderstrepen de partijen het belang dat zij hechten aan de naleving van de wederzijdse verbintenissen die vervat zijn in het door hen op 25 januari 2001 ondertekende memorandum van overeenstemming.
Artikel 26. Samenwerking op douanegebied
De partijen bevorderen en vergemakkelijken samenwerking tussen hun douaneorganisaties, teneinde te zorgen voor de verwezenlijking van de in artikel 79 genoemde doelstellingen, met name met het oog op vereenvoudiging van de douaneprocedures en vereenvoudiging van rechtmatige handel, met behoud van hun mogelijkheden tot controle.
Onverminderd de samenwerking die bij deze overeenkomst wordt ingesteld, verlenen de douaneautoriteiten elkaar bijstand overeenkomstig het protocol betreffende wederzijdse bijstand in douanezaken tussen de administratieve autoriteiten van 13 juni 2001 bij de kaderovereenkomst inzake samenwerking.
De samenwerking moet onder meer leiden tot:
- a. verlening van technische bijstand, waar nodig mede inhoudende de organisatie van seminars en het aanbieden van stageplaatsen;
- b. ontwikkeling en uitwisseling van beste praktijken;
- c. verbetering en vereenvoudiging van douanekwesties die verband houden met markttoegang en oorsprongsregels en de daarop betrekking hebbende douaneregelingen.
Artikel 27. Statistische samenwerking
Het belangrijkste doel is de harmonisatie van methoden, waardoor de partijen gebruik kunnen maken van elkaars statistieken voor de handel in goederen en diensten, en in het algemeen voor elk onder de overeenkomst vallend gebied waarvoor statistieken kunnen worden opgesteld.
De samenwerking is vooral gericht op:
- a. kwalificatie van statistische methoden, zodat de verkregen indicatoren voor de partijen vergelijkbaar zijn;
- b. uitwisseling op wetenschappelijk en technisch gebied met instellingen voor statistiek in de lidstaten van de Europese Unie en met Eurostat;
- c. statistisch onderzoek met het oog op de ontwikkeling van gemeenschappelijke methoden voor het verzamelen, analyseren en interpreteren van gegevens;
- d. organisatie van seminars en werkgroepen;
- e. opleidingsprogramma's op het gebied van de statistiek, waaraan ook door andere landen in de regio kan worden deelgenomen.
Artikel 28. Samenwerking op milieugebied
Doel van de samenwerking is het bevorderen van behoud en verbetering van het milieu, het voorkomen van besmetting van en schade aan natuurlijke hulpbronnen en ecosystemen, en het rationele gebruik daarvan in het streven naar duurzame ontwikkeling.
In dit verband zijn de volgende punten van bijzonder belang:
- a. het verband tussen armoede en het milieu;
- b. het milieueffect van economische activiteiten;
- c. milieuproblemen en beheer van het bodemgebruik;
- d. projecten ter versterking van de milieustructuren en het milieubeleid van Chili;
- e. uitwisseling van informatie, technologie en ervaring, onder meer betreffende milieunormen en -modellen en opleiding en onderwijs op milieugebied;
- f. milieuvoorlichting en milieueducatie om de betrokkenheid van burgers te vergroten;
- g. technische bijstand en gezamenlijke regionale onderzoeksprogramma's.
Artikel 29. Bescherming van de consument
De samenwerking op dit gebied is gericht op de harmonisatie van de regelingen van de partijen voor de bescherming van de consument en dient voor zover mogelijk de volgende doelen te beogen:
- a. betere onderlinge verenigbaarheid van de consumentenwetgeving, teneinde handelsbelemmeringen te voorkomen;
- b. ontwikkeling van systemen voor wederzijdse informatieverstrekking over gevaarlijke goederen en onderlinge koppeling van die systemen (systemen voor snelle waarschuwing);
- c. uitwisseling van informatie en van deskundigen en aanmoediging van samenwerking tussen de consumentenorganisaties van de partijen;
- d. projecten voor opleiding en technische bijstand.
Artikel 30. Gegevensbescherming
De partijen komen overeen samen te werken op het gebied van de bescherming van persoonsgegevens, teneinde het beschermingsniveau te verhogen en belemmeringen te voorkomen voor handel waarbij overbrenging van persoonsgegevens noodzakelijk is.
In het kader van de samenwerking op het gebied van de bescherming van persoonsgegevens kan technische bijstand worden verleend in de vorm van uitwisseling van informatie en uitwisseling van deskundigen en het opzetten van gezamenlijke programma's en projecten.
Artikel 31. Macro-economische dialoog
De partijen bevorderen de uitwisseling van informatie over hun macro-economisch beleid en macro-economische trends en uitwisseling van ervaringen op het gebied van de coördinatie van macro-economisch beleid in de context van regionale integratie.
Met dit doel voor ogen streven de partijen naar een diepgaander dialoog tussen hun autoriteiten over macro-economische aangelegenheden, teneinde ideeën en opinies uit te wisselen over vraagstukken als:
- a. macro-economische stabilisatie;
- b. consolidatie van de overheidsfinanciën;
- c. fiscaal beleid;
- d. monetair beleid;
- e. financieel beleid en financiële regelgeving;
- f. financiële integratie en openstelling van de kapitaalrekening;
- g. wisselkoersbeleid;
- h. internationale financiële architectuur en hervorming van het internationaal monetair stelsel;
- i. coördinatie van het macro-economisch beleid.
De samenwerking wordt uitgevoerd door middel van:
- a. bijeenkomsten van de macro-economische autoriteiten;
- b. organisatie van seminars en conferenties;
- c. aanbieding van opleidingsmogelijkheden indien daar vraag naar is;
- d. uitvoering van studies naar vraagstukken van wederzijds belang.
Artikel 32. Intellectuele-eigendomsrechten
De partijen komen overeen elk naar eigen vermogen samen te werken ten aanzien van de uitoefening, de ondersteuning, de verspreiding, de stroomlijning, het beheer, de harmonisatie, de bescherming en de effectieve toepassing van intellectuele-eigendomsrechten, de voorkoming van schending van dergelijke rechten, de bestrijding van namaak en piraterij, en de oprichting en versterking van nationale organisaties voor controle op en bescherming van dergelijke rechten.
De technische samenwerking kan worden geconcentreerd op een of meer van de onderstaande activiteiten:
- a. adviesverlening op wetgevingsgebied: commentaar op wetsontwerpen betreffende de algemene bepalingen en grondbeginselen van de in artikel 170 opgesomde internationale overeenkomsten, auteursrechten en naburige rechten, handelsmerken, geografische aanduidingen, traditionele uitdrukkingen en aanvullende kwaliteitsvermeldingen, industriële ontwerpen, octrooien, schema's (topografieën) van geïntegreerde schakelingen, bescherming van niet openbaar gemaakte informatie, bestrijding van concurrentieverstorende gedragingen in licentieovereenkomsten, handhaving en andere aangelegenheden met betrekking tot de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten;
- b. adviesverlening met betrekking tot de organisatie van de administratieve infrastructuur, zoals octrooibureaus, incasso-organisaties en dergelijke;
- c. opleiding op het gebied van technieken voor administratie en beheer van intellectuele-eigendomsrechten;
- d. specifieke opleiding van rechters en douane- en politiefunctionarissen met het oog op effectiever rechtshandhaving;
- e. voorlichting voor het bedrijfsleven en de civiele samenleving.
Artikel 33. Overheidsopdrachten
De samenwerking tussen de partijen op dit terrein is gericht op de verlening van technische bijstand voor aangelegenheden in verband met overheidsopdrachten, met name op het niveau van gemeenten.
Artikel 34. Samenwerking op het gebied van toerisme
De partijen bevorderen samenwerking om het toerisme te ontwikkelen.
De samenwerking is met name gericht op:
- a. projecten voor de ontwikkeling en consolidering van toeristische producten en diensten die van wederzijds belang zijn of die aantrekkelijk zijn voor andere markten van wederzijds belang;
- b. consolidatie van de instroom van toeristen met verre bestemming;
- c. versterking van de kanalen voor bevordering van het toerisme;
- d. onderwijs en opleiding op toeristisch gebied;
- e. technische bijstand en proefprojecten voor de ontwikkeling van toerisme voor speciale doelgroepen;
- f. uitwisseling van informatie over bevordering van het toerisme, integrale planning van toeristische bestemmingen en de kwaliteit van de dienstverlening;
- g. gebruikmaking van promotie-instrumenten om het toerisme op plaatselijk niveau te ontwikkelen.
Artikel 35. Samenwerking op het gebied van de mijnbouw
De partijen verbinden zich ertoe de samenwerking op het gebied van de mijnbouw te bevorderen, in het bijzonder door het sluiten van overeenkomsten gericht op:
- a. bevordering van de uitwisseling van informatie over en ervaring met schone technologieën voor de mijnbouw;
- b. bevordering van gezamenlijke inspanningen om wetenschappelijke en technologische initiatieven op het gebied van de mijnbouw op te zetten.
TITEL II. WETENSCHAP, TECHNOLOGIE EN INFORMATIEMAATSCHAPPIJ
Artikel 36. Samenwerking op het gebied van wetenschap en technologie
De samenwerking op het gebied van wetenschap en technologie, die tot wederzijds voordeel van de partijen en overeenkomstig hun beleid wordt uitgevoerd, met name wat de regels voor het gebruik van uit onderzoek voortvloeiende intellectuele eigendom betreft, is gericht op:
- a. beleidsdialoog en uitwisseling van wetenschappelijke en technologische informatie en ervaring op regionaal niveau, met name ten aanzien van beleid en programma's;
- b. bevordering van duurzame banden tussen de wetenschapskringen van de Gemeenschap en van Chili;
- c. intensivering van de activiteiten ter bevordering van innovatie en van contacten en overdracht van technologie tussen Chileense en Europese partners.
Bijzondere aandacht wordt geschonken aan de ontwikkeling van het menselijk potentieel, als reële, duurzame basis voor wetenschappelijke en technologische topprestaties, en de opbouw van permanente banden de tussen de wetenschappelijke en technologische gemeenschappen van de partijen, op zowel nationaal als regionaal niveau.
De volgende vormen van samenwerking worden aangemoedigd:
- a. gezamenlijke projecten voor toegepast onderzoek op gebieden van gemeenschappelijk belang, met indien van toepassing actieve deelname van het bedrijfsleven;
- b. uitwisselingen van onderzoekers ter bevordering van de voorbereiding van projecten, scholing op hoog niveau en onderzoek;
- c. bijeenkomsten van wetenschappers ter bevordering van uitwisseling van informatie en interactie en tot vaststelling van gebieden voor gezamenlijk onderzoek;
- d. stimulering van activiteiten in verband met prospectief wetenschappelijk en technologisch onderzoek die bijdragen tot de ontwikkeling van beide partijen op de lange termijn;
- e. totstandbrenging van koppelingen tussen de openbare en de particuliere sector.
Voorts worden de evaluatie van gezamenlijke werkzaamheden en de verspreiding van resultaten bevorderd.
Instellingen voor hoger onderwijs, onderzoekscentra en productieve sectoren, waaronder het midden- en kleinbedrijf, van beide partijen worden op gepaste wijze bij de samenwerking betrokken.
In het streven naar wetenschappelijke topprestaties van wederzijds voordeel bevorderen de partijen de deelname van hun entiteiten aan elkaars technologie- en ontwikkelingsprogramma's, overeenkomstig hun bepalingen inzake de deelname van rechtspersonen uit derde landen.
Artikel 37. Informatiemaatschappij, informatietechnologie en telecommunicatie
Informatietechnologie en communicatie zijn sleutelsectoren van de moderne samenleving, die van vitaal belang zijn voor de economische en sociale ontwikkeling en voor een soepele overgang naar de informatiemaatschappij.
De samenwerking op dit terrein beoogt met name de bevordering van:
- a. de dialoog inzake de diverse aspecten van de informatiemaatschappij, waaronder het bevorderen van en het toezicht op de totstandbrenging daarvan;
- b. samenwerking inzake regelgevings- en beleidsaspecten van telecommunicatie;
- c. de uitwisseling van informatie over normen, conformiteitsbeoordeling en typegoedkeuring;
- d. de verspreiding van nieuwe informatie- en telecommunicatietechnologieën;
- e. gezamenlijke onderzoeksprojecten op het gebied van informatie- en communicatietechnologie en proefprojecten op het gebied van toepassingen van de informatiemaatschappij;
- f. de uitwisseling en opleiding van met name jonge specialisten;
- g. de uitwisseling en verspreiding van ervaringen die zijn opgedaan in het kader van overheidsinitiatieven waarin informatietechnologie wordt toegepast in maatschappelijk verband.
TITEL III. CULTUUR, ONDERWIJS EN AUDIOVISUELE MEDIA
Artikel 38. Onderwijs en opleiding
De partijen verlenen binnen de grenzen van hun bevoegdheden aanzienlijke steun aan kleuteronderwijs, basisonderwijs, voortgezet onderwijs en hoger onderwijs, beroepsopleiding en permanente educatie. Binnen deze gebieden wordt bijzondere aandacht geschonken aan de toegang tot het onderwijs voor kwetsbare sociale groepen, zoals gehandicapten, etnische minderheden en extreem armen.
Bijzondere aandacht wordt geschonken aan gedecentraliseerde programma's die permanente banden tot stand brengen tussen gespecialiseerde instanties van beide partijen, waardoor bundeling en uitwisseling van ervaring en technische hulpbronnen kunnen worden gestimuleerd, alsmede mobiliteit van studerenden.
Artikel 39. Samenwerking op audiovisueel gebied
De partijen komen overeen de samenwerking op dit terrein te bevorderen, met name door opleidingsprogramma's voor de audiovisuele sector en de media, alsmede coproductie-, opleidings-, ontwikkelings- en distributieactiviteiten.
Artikel 40. Uitwisseling van informatie en samenwerking op cultureel gebied
Met het oog op de zeer nauwe culturele banden tussen de partijen moet de samenwerking op dit gebied, ook wat betreft informatie en contacten met de media, worden geïntensiveerd.
De doelstelling van dit artikel is het bevorderen van de uitwisseling van informatie en de samenwerking op cultureel gebied tussen de partijen, waarbij rekening wordt gehouden met bilaterale regelingen met de lidstaten.
Bijzondere aandacht moet worden geschonken aan het stimuleren van gezamenlijke activiteiten op diverse gebieden, zoals pers, film en televisie, en het aanmoedigen van uitwisselingsregelingen voor jongeren.
De samenwerking kan zich onder meer op de volgende gebieden richten:
- a. programma's voor wederzijdse informatie;
- b. vertaling van literaire werken;
- c. instandhouding en restauratie van monumenten;
- d. opleiding;
- e. culturele evenementen;
- f. promotie van de plaatselijke cultuur;
- g. cultureel management en productie;
- h. andere gebieden.
TITEL IV. STAATSHERVORMING EN OPENBAAR BESTUUR
Artikel 41. Openbaar bestuur
De samenwerking op dit gebied richt zich op modernisering en decentralisatie van het openbaar bestuur en heeft betrekking op de algemene organisatorische efficiency en het juridische en institutionele kader, waarbij kan worden geleerd van de ervaring met de beste praktijken van beide partijen.
De samenwerking kan betrekking hebben op programma's van het volgende type:
- a. modernisering van de overheid en het openbaar bestuur;
- b. decentralisatie en versterking van regionale en plaatselijke overheden;
- c. versterking van de civiele samenleving en de betrokkenheid ervan bij het proces van formulering van het overheidsbeleid;
- d. programma's voor het scheppen van werkgelegenheid en voor beroepsopleiding;
- e. projecten voor beheer en administratie van sociale diensten;
- f. projecten voor ontwikkeling, volkshuisvesting op het platteland en grondbeheer;
- g. programma's voor gezondheidszorg en basisonderwijs;
- h. ondersteuning van de civiele samenleving en burgerinitiatieven;
- i. andere programma's en projecten die bijdragen tot het bestrijden van armoede door het creëren van werkgelegenheid;
- j. promotie van cultuur en de verschillende verschijningsvormen daarvan en versterking van culturele identiteiten.
De samenwerking op dit gebied krijgt gestalte door:
- a. technische bijstand aan Chileense beleidsmakers en uitvoerende instanties, als onderdeel waarvan bijeenkomsten worden gehouden tussen personeel van de Europese instellingen en dat van de Chileense instellingen;
- b. regelmatige uitwisseling van informatie in elke passende vorm, bijvoorbeeld via computernetwerken; bij alle uitwisseling van informatie wordt gezorgd voor bescherming van persoonlijke gegevens;
- c. overdracht van knowhow;
- d. voorbereidende studies en gezamenlijke implementatie van projecten, waarvoor beide partijen een vergelijkbare financiële inspanning leveren;
- e. opleiding en organisatorische ondersteuning.
Artikel 42. Interinstitutionele samenwerking
De interinstitutionele samenwerking tussen de partijen moet leiden tot nauwere samenwerking tussen de betrokken instellingen.
Deel III van de overeenkomst voorziet daartoe in regelmatige bijeenkomsten tussen deze instellingen. De samenwerking dient zo breed mogelijk te zijn en onder meer het volgende in te houden:
- a. maatregelen ter bevordering van regelmatige informatie-uitwisseling; dit houdt tevens gezamenlijke ontwikkeling van gecomputeriseerde communicatienetwerken in;
- b. adviesverlening en opleiding;
- c. overdracht van knowhow.
De partijen kunnen in overleg andere samenwerkingsgebieden overeenkomen.
TITEL V. SAMENWERKING OP SOCIAAL GEBIED
Artikel 43. Sociale dialoog
De partijen erkennen dat:
- a. met betrekking tot de levensomstandigheden en de integratie in de samenleving de deelname van de sociale partners moet worden bevorderd;
- b. bijzondere aandacht moet worden geschonken aan het tegengaan van discriminatie bij de behandeling van onderdanen van een partij die legaal op het grondgebied van de andere partij verblijven.
Artikel 44. Samenwerking op sociaal gebied
De partijen erkennen het belang van sociale ontwikkeling, waarmee economische ontwikkeling hand in hand moet gaan. Zij kennen prioriteit toe aan het scheppen van werkgelegenheid en de eerbiediging van de fundamentele sociale rechten, met name door het steunen van de desbetreffende verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie betreffende onderwerpen als de vrijheid van vereniging, het recht op collectieve onderhandelingen en het bestrijden van discriminatie, het afschaffen van dwangarbeid en kinderarbeid, alsmede gelijke behandeling van mannen en vrouwen.
De samenwerking kan zich richten op alle gebieden die voor de partijen van belang zijn.
De maatregelen kunnen worden gecoördineerd met die van de lidstaten en de relevante internationale organisaties.
De partijen kennen prioriteit toe aan maatregelen gericht op:
- a. bevordering van de menselijke ontwikkeling en bestrijding van armoede en sociale uitsluiting door het opzetten van innovatieve, reproduceerbare projecten waarbij kwetsbare en gemarginaliseerde bevolkingsgroepen betrokken worden. Bijzondere aandacht wordt geschonken aan gezinnen met een laag inkomen en aan gehandicapten;
- b. bevordering van de deelname van vrouwen aan het proces van economische en sociale ontwikkeling en bevordering van specifieke programma's voor jongeren;
- c. ontwikkeling en modernisering van de arbeidsverhoudingen, arbeidsvoorwaarden, maatschappelijk welzijn en arbeidszekerheid;
- d. verbetering van de formulering en het beheer van het sociale beleid, waaronder sociale huisvesting, en verbetering van de toegang daartoe voor de begunstigden;
- e. ontwikkeling van een efficiënt en rechtvaardig stelsel voor gezondheidszorg, dat gebaseerd is op het beginsel van solidariteit;
- f. bevordering van beroepsopleiding en ontwikkeling van het menselijk potentieel;
- g. bevordering van projecten en programma's die mogelijkheden bieden om werkgelegenheid te scheppen in zeer kleine bedrijven en het midden- en kleinbedrijf;
- h. bevordering van programma's voor ruimtelijke ordening, waarbij speciale aandacht wordt geschonken aan gebieden die sociaal en ecologisch bijzonder kwetsbaar zijn;
- i. bevordering van initiatieven die bijdragen tot sociale dialoog en totstandkoming van consensus;
- j. bevordering van de eerbiediging van de mensenrechten, de democratie en de participatie van de burgers.
Artikel 45. Samenwerking op het gebied van gendervraagstukken
De samenwerking draagt bij tot de versterking van beleid dat en programma's die de gelijkwaardige participatie van mannen en vrouwen in alle sectoren van het politieke, economische, maatschappelijke en culturele leven beogen te verbeteren, te garanderen en te verbreden. De samenwerking draagt bij tot de verbetering van de toegang van vrouwen tot alle middelen die zij nodig hebben voor de volledige uitoefening van hun fundamentele rechten.
In het bijzonder dient de samenwerking bij te dragen tot de totstandkoming van een passend kader, zodat:
- a. rekening kan worden gehouden met gendervraagstukken en aanverwante kwesties op alle niveaus op alle samenwerkingsterreinen, waaronder het macro-economisch beleid, macro-economische strategieën en ontwikkelingsacties;
- b. positieve maatregelen ten gunste van vrouwen worden bevorderd.
TITEL VI. ANDERE SAMENWERKINGSGEBIEDEN
Artikel 46. Samenwerking ten aanzien van illegale migratie
De Gemeenschap en Chili komen overeen samen te werken teneinde illegale immigratie te voorkomen en controleren. Hiertoe geldt het volgende:
- a. Chili verbindt zich ertoe Chileense onderdanen die illegaal op het grondgebied van een lidstaat verblijven, op verzoek van die lidstaat zonder verdere formaliteiten over te nemen;
- b. alle lidstaten verbinden zich ertoe personen die krachtens het Gemeenschapsrecht hun onderdanen zijn en die illegaal op het grondgebied van Chili verblijven, op verzoek van Chili zonder verdere formaliteiten over te nemen.
Voor dergelijke doeleinden verstrekken de lidstaten en Chili hun onderdanen passende identiteitsdocumenten.
De partijen komen overeen dat op verzoek een overeenkomst zal worden gesloten tussen Chili en de Europese Gemeenschap waarbij voor Chili en de lidstaten specifieke overnameverplichtingen worden geregeld, met inbegrip van de verplichting tot overname van onderdanen van andere landen en stateloze personen.
In afwachting van de sluiting van de in lid 3 bedoelde overeenkomst met de Gemeenschap stemt Chili ermee in op verzoek van een lidstaat met afzonderlijke lidstaten bilaterale overeenkomsten te sluiten waarbij specifieke overnameverplichtingen tussen Chili en de betrokken lidstaat worden geregeld, met inbegrip van de verplichting tot overname van onderdanen van andere landen en stateloze personen.
De Associatieraad onderzoekt welke andere gezamenlijke inspanningen voor de preventie van en de controle op illegale immigratie kunnen worden ondernomen.
Artikel 47. Samenwerking op het gebied van de bestrijding van drugs en georganiseerde criminaliteit
De partijen verbinden zich ertoe, binnen de grenzen van hun bevoegdheden, via internationale organisaties en instanties hun inspanningen te coördineren en versterken ten aanzien van het voorkomen en terugdringen van de illegale productie van, de illegale handel in en het illegale gebruik van drugs en het witwassen van de opbrengsten van drugshandel en het bestrijden van hiermee verband houdende georganiseerde criminaliteit.
De partijen streven in hun samenwerking naar uitvoering van:
- a. projecten voor de behandeling, de aanpassing en de heropneming in het gezinsleven, het maatschappelijk leven en het arbeidsproces van drugsverslaafden;
- b. gezamenlijke opleidingsprogramma's met betrekking tot de voorkoming van het gebruik van en de handel in drugs en psychotrope stoffen en daarmee verband houdende criminaliteit;
- c. gezamenlijke studie- en onderzoeksprogramma's die gebruik maken van methoden en indicatoren zoals die worden toegepast door het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving, het Inter-American Observatory of Drugs van de Organisatie van Amerikaanse Staten en andere nationale en internationale organisaties;
- d. maatregelen en samenwerking gericht op terugdringing van het aanbod van drugs en psychotrope stoffen, in het kader van internationale overeenkomsten en verdragen op dit gebied die door de partijen bij deze overeenkomst zijn ondertekend en geratificeerd;
- e. uitwisseling van informatie betreffende beleid, programma's, maatregelen en wetgeving met betrekking tot de productie van, de handel in en het gebruik van drugs en psychotrope stoffen;
- f. uitwisseling van relevante informatie en vaststelling van passende normen met betrekking tot de bestrijding van witwassen, die vergelijkbaar zijn met die van de Europese Unie en de internationale instanties op dit gebied, zoals de Financial Action Task Force on Money Laundering;
- g. maatregelen ter voorkoming van het misbruik van precursoren en chemische stoffen die essentieel zijn voor de illegale vervaardiging van drugs en psychotrope stoffen, die gelijkwaardig zijn met die van de Europese Gemeenschap en de bevoegde internationale instanties en in overeenstemming met de overeenkomst van 24 november 1998 tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Chili inzake precursoren en chemische stoffen die veelvuldig bij de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen worden gebruikt.
TITEL VII. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 48. Betrokkenheid van de civiele samenleving bij de samenwerking
De partijen erkennen de aanvullende rol en de potentiële bijdrage van de civiele samenleving (sociale gesprekspartners en niet-gouvernementele organisaties) in het ontwikkelingsproces. Overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van elke partij kunnen actoren van de civiele samenleving:
- a. worden ingelicht en bij overleg worden betrokken over samenwerkingsbeleid en samenwerkingsstrategieën, alsmede strategische prioriteiten, met name op terreinen die hen aangaan of rechtstreeks betreffen;
- b. in aanmerking komen voor de verstrekking van financiële middelen, mits de binnenlandse voorschriften van elke partij zulks toestaan;
- c. deelnemen aan de uitvoering van samenwerkingsprojecten en samenwerkingsprogramma's op gebieden die hen aangaan.
Artikel 49. Regionale samenwerking en regionale integratie
De partijen zetten alle bestaande samenwerkingsinstrumenten in ter bevordering van activiteiten voor de ontwikkeling van actieve onderlinge samenwerking tussen de partijen en de Mercado Común del Sur (Mercosur).
Deze samenwerking is een belangrijk element van de steun van de Gemeenschap voor de bevordering van de regionale integratie van de landen van het zuidelijke deel van Zuid-Amerika.
Voorrang krijgen activiteiten:
- a. ter bevordering van handel en investeringen in de regio;
- b. ter ontwikkeling van regionale samenwerking op milieugebied;
- c. ter bevordering van de ontwikkeling van de communicatie-infrastructuur die voor de economische ontwikkeling van de regio vereist is;
- d. ter ontwikkeling van de regionale samenwerking op visserijgebied.
De partijen zullen tevens nauwer samenwerken op het gebied van regionale ontwikkeling en ruimtelijke ordening.
Hiertoe kunnen de volgende activiteiten worden ondernomen:
- a. gezamenlijk met regionale en plaatselijke autoriteiten uitgevoerde maatregelen op het gebied van economische ontwikkeling;
- b. mechanismen voor de uitwisseling van informatie en knowhow.
Artikel 50. Trilaterale en biregionale samenwerking
De partijen erkennen de waarde van internationale samenwerking voor het bevorderen van rechtvaardige en duurzame ontwikkelingsprocessen en komen overeen een impuls te geven aan programma's voor trilaterale samenwerking en programma's met derde landen op gebieden van gemeenschappelijk belang.
Het bovenstaande is tevens van toepassing op biregionale samenwerking, in overeenstemming met de prioriteiten van de lidstaten en andere landen in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied.
Artikel 51. Aanpassingsclausule
Geen mogelijkheden voor samenwerking die binnen de bevoegdheden van de partijen vallen moeten bij voorbaat worden uitgesloten. De partijen kunnen in het kader van het Associatiecomité de praktische mogelijkheden onderzoeken voor samenwerking tot wederzijds voordeel.
Artikel 52. Samenwerking binnen het kader van de associatie
De samenwerking tussen de partijen moet bijdragen tot de verwezenlijking van de algemene doelstellingen van deel III van deze overeenkomst door middel van vaststelling en ontwikkeling van innovatieve samenwerkingsprogramma's die toegevoegde waarde kunnen bieden aan hun betrekkingen als geassocieerde partners.
De deelname van elk van de partijen als geassocieerde partner aan kaderprogramma's, specifieke programma's en andere activiteiten van de andere partij wordt bevorderd, voor zover de interne voorschriften van iedere partij voor de toegang tot de betrokken programma's en activiteiten zulks toelaten.
De Associatieraad kan daartoe strekkende aanbevelingen doen.
Artikel 53. Middelen
Teneinde bij te dragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de samenwerking die bij deze overeenkomst wordt ingesteld, verbinden de partijen zich ertoe binnen de grenzen van hun vermogen en via hun eigen kanalen passende middelen, waaronder financiële middelen, ter beschikking te stellen.
De partijen nemen alle passende maatregelen om de activiteiten van de Europese Investeringsbank in Chili te bevorderen en te faciliteren, met inachtneming van de procedures en financieringscriteria van de bank en overeenkomstig de wet- en regelgeving van de partijen, onverminderd de bevoegdheden van hun bevoegde autoriteiten.
Artikel 54. Specifieke taken van het Associatiecomité in verband met de samenwerking
Wanneer het Associatiecomité de taken uitvoert waarmee het krachtens deel III is belast, bestaat het uit vertegenwoordigers van de Gemeenschap en van Chili die bevoegd zijn voor samenwerkingsaangelegenheden, gewoonlijk op het niveau van hoge ambtenaren.
Onverminderd het bepaalde in artikel 6 heeft het Associatiecomité in het bijzonder de volgende taken:
- a. het verleent de Associatieraad bijstand bij het uitvoeren van zijn taken, wanneer deze betrekking hebben op samenwerking;
- b. het oefent toezicht uit op de uitvoering van het door de partijen overeengekomen samenwerkingskader;
- c. het doet aanbevelingen betreffende strategische samenwerking tussen de partijen, gericht op doelstellingen voor de lange termijn, strategische prioriteiten en specifieke gebieden waarop actie moet worden ondernomen, betreffende de indicatieve meerjarenprogramma's, waarin een omschrijving van de sectorale prioriteiten, specifieke doelstellingen, verwachte resultaten en indicatieve bedragen moet zijn vervat, en betreffende de jaarlijkse actieprogramma's;
- d. het brengt regelmatig verslag uit aan de Associatieraad over de toepassing en de verwezenlijking van de doelstellingen en bepalingen van deel III van deze overeenkomst.
DEEL IV. HANDEL EN AANVERWANTE ZAKEN
TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 55. Doelstellingen
De doelstellingen van dit deel zijn:
- a. geleidelijke wederzijdse liberalisering van de handel in goederen overeenkomstig artikel XXIV van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel 1994 (GATT 1994);
- b. facilitering van de handel in goederen door onder meer de overeengekomen bepalingen inzake douane en aanverwante zaken, normen, technische regelgeving en procedures voor conformiteitsbeoordeling, sanitaire en fytosanitaire maatregelen en de handel in wijn en gedistilleerde dranken en gearomatiseerde dranken;
- c. wederzijdse liberalisering van de handel in diensten overeenkomstig artikel V van de Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten (GATS);
- d. verbetering van het onderlinge investeringsklimaat en met name de voorwaarden voor vestiging op basis van het beginsel van non-discriminatie;
- e. liberalisering van lopende betalingen en kapitaalverkeer, overeenkomstig de verbintenissen die zijn aangegaan in het kader van de internationale financiële instellingen en met inachtneming van de stabiliteit van de munten van de partijen;
- f. effectieve wederzijdse openstelling van de markten voor overheidsopdrachten van de partijen;
- g. passende en doeltreffende bescherming van de intellectuele eigendomsrechten volgens de strengste internationale normen;
- h. instelling van een effectief mechanisme voor samenwerking op het gebied van de mededinging;
- i. instelling van een effectief mechanisme voor het beslechten van geschillen.
Artikel 56. Douane-unies en vrijhandelszones
Geen van de bepalingen van deze overeenkomst vormt een beletsel voor de handhaving of instelling van douane-unies, vrijhandelszones of andere regelingen tussen een partij en derde landen, mits de uit deze overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen daardoor niet worden gewijzigd.
Op verzoek van een van hen plegen de partijen overleg in het Associatiecomité over overeenkomsten tot instelling of aanpassing van douane-unies of vrijhandelszones en, indien nodig, andere belangrijke vraagstukken in verband met de handelspolitiek van de partijen ten aanzien van derde landen. Een dergelijk overleg vindt met name plaats in geval van toetreding, zodat de wederzijdse belangen van de partijen in acht kunnen worden genomen.
TITEL II. VRIJ VERKEER VAN GOEDEREN
Artikel 57. Doelstelling
De handel in goederen wordt door de partijen geleidelijk en wederzijds geliberaliseerd gedurende een overgangsperiode die aanvangt bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst, overeenkomstig het bepaalde in deze overeenkomst en artikel XXIV van de GATT1994.
HOOFDSTUK I. AFSCHAFFING VAN DOUANERECHTEN
Afdeling 1. Gemeenschappelijke bepalingen
Artikel 58. Toepassingsgebied
De bepalingen van dit hoofdstuk betreffende de afschaffing van douanerechten bij invoer zijn van toepassing op producten die van oorsprong zijn uit de ene partij en uitgevoerd worden naar de andere partij. Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden als van oorsprong beschouwd de producten die aan de in bijlage III vastgestelde oorsprongsregels voldoen.
De bepalingen van dit hoofdstuk inzake de afschaffing van douanerechten bij uitvoer zijn van toepassing op alle goederen die uit de ene partij naar de andere partij worden uitgevoerd.
Artikel 59. Douanerechten
Onder douanerechten worden alle rechten en heffingen verstaan die worden opgelegd in verband met de invoer of de uitvoer van goederen, met inbegrip van alle aanvullende heffingen of belastingen met betrekking tot deze invoer of uitvoer, met uitzondering van:
- a. interne belastingen of andere binnenlandse heffingen die overeenkomstig artikel 77 worden opgelegd;
- b. antidumpingrechten of compenserende rechten die overeenkomstig artikel 78 worden opgelegd;
- c. vergoedingen en andere heffingen die overeenkomstig artikel 63 worden opgelegd.
Artikel 60. Afschaffing van douanerechten
De douanerechten bij invoer tussen de partijen worden afgeschaft overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 64 tot en met 72.
De douanerechten bij uitvoer tussen de partijen worden afgeschaft met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst.
De basisdouanerechten waarop de opeenvolgende verlagingen overeenkomstig de artikelen 64 tot en met 72 worden toegepast, zijn voor elk product de rechten die in het schema voor rechtenafschaffing van elke partij zijn vastgesteld in de bijlagen I en II.
Indien een partij na de inwerkingtreding van deze overeenkomst en voor het einde van de overgangsperiode het door haar toegepaste meestbegunstigingsrecht verlaagt, is het schema voor rechtenafschaffing van die partij van toepassing op de verlaagde rechten.
De partijen verklaren zich bereid hun douanerechten sneller te verlagen dan het tempo waarin de artikelen 64 tot en met 72 voorzien, of anderszins de toegang tot hun grondgebied krachtens deze artikelen te verbeteren, indien hun algemene economische toestand en de toestand van de betrokken sector van de economie dit mogelijk maken. Een besluit van de Associatieraad ter bespoediging van de afschaffing van douanerechten of in verband met een andere verbetering van de markttoegangsvoorwaarden heeft voor het betrokken product voorrang boven de bepalingen van de artikelen 64 tot en met 72.
Artikel 61. Standstill
Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst worden in het handelsverkeer tussen de partijen geen nieuwe douanerechten ingesteld en worden de geldende rechten niet verhoogd.
Onverminderd het bepaalde in lid 1 kan Chili het bij artikel 12 van Wet nr. 18,525 ingestelde prijstranchestelsel, alsook stelsels die daarvoor in de plaats komen met betrekking tot producten die onder genoemde wet vallen, handhaven, mits dit stelsel wordt toegepast in overeenstemming met de rechten en verplichtingen van Chili krachtens de WTO-overeenkomst en zonder dat een gunstiger behandeling wordt toegekend aan de invoer uit derde landen, waaronder de landen waarmee Chili een overeenkomst als bepaald in artikel XXIV van de GATT van 1994 heeft gesloten of in de toekomst zal sluiten.
Artikel 62. Indeling van goederen
De indeling van goederen in het handelsverkeer tussen de partijen geschiedt overeenkomstig de tariefnomenclatuur van elke partij, in overeenstemming met het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en codering van goederen (GS).
Artikel 63. Vergoedingen en andere heffingen
De in artikel 59 bedoelde vergoedingen en andere heffingen dienen beperkt te blijven tot de kosten bij benadering van de verleende diensten en mogen geen indirecte bescherming van binnenlandse producten of een belasting op de invoer of de uitvoer voor fiscale doeleinden beogen. De vergoedingen of heffingen dienen te worden vastgesteld volgens specifieke tarieven die overeenkomen met de reële waarde van de verleende diensten.
Afdeling 2. Afschaffing van douanerechten
Onderafdeling 2.1. Industrieproducten
Artikel 64. Toepassingsgebied
Deze onderafdeling is van toepassing op producten van de GS-hoofdstukken 25 tot en met 97 die niet onder de definitie van landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten in artikel 70 vallen.
Artikel 65. Douanerechten bij de invoer van industrieproducten van oorsprong uit Chili
De douanerechten bij de invoer in de Gemeenschap van de in bijlage I (schema voor rechtenafschaffing van de Gemeenschap) onder de categorieën „Year 0" (Jaar 0) en „Year 3" (Jaar 3) vermelde industrieproducten van oorsprong uit Chili worden afgeschaft overeenkomstig het volgende tijdschema, zodat deze douanerechten volledig zijn afgeschaft bij de inwerkingtreding van de overeenkomst, respectievelijk op 1 januari 2006:
| Categorie | Inwerkingtreding | 1.1.2004 | 1.1.2005 | 1.1.2006 |
|---|---|---|---|---|
| Jaar 0 | 100% | |||
| Jaar 3 | 25% | 50% | 75% | 100% |
Artikel 66. Douanerechten op de invoer van industrieproducten van oorsprong uit de Gemeenschap
De douanerechten bij de invoer in Chili van de in bijlage II (schema voor rechtenafschaffing van Chili) onder de categorieën „Year 0" (Jaar 0), „Year 5" (Jaar 5) en „Year 7" (Jaar 7) vermelde producten van oorsprong uit de Gemeenschap worden afgeschaft overeenkomstig het volgende tijdschema, zodat deze douanerechten volledig zijn afgeschaft respectievelijk bij de inwerkingtreding van de overeenkomst, op 1 januari 2008 en op 1 januari 2010:
| Categorie | Inwerking- treding | 1.1.2004 | 1.1.2005 | 1.1.2006 | 1.1.2007 | 1.1.2008 | 1.1.2009 | 1.1.2010 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Jaar 0 | 100% | |||||||
| Jaar 5 | 16,7% | 33,3% | 50% | 66,7% | 83,3% | 100% | ||
| Jaar 7 | 12,5% | 25% | 37,5% | 50% | 62,5% | 75% | 87,5% | 100% |
Onderafdeling 2.2. Vis en visserijproducten
Artikel 67. Toepassingsgebied
Deze onderafdeling is van toepassing op vis en visserijproducten van GS-hoofdstuk 3, de GS-posten 1604 en 1605 en de GS-onderverdelingen 0511 91, 2301 20 en ex 1902 201)Ex 1902 20 is „gevulde deegwaren bevattende meer dan 20 gewichtspercenten vis, schaal- of weekdieren of andere ongewervelde waterdieren"..
Artikel 68. Douanerechten bij de invoer van vis en visserijproducten van oorsprong uit Chili
De douanerechten bij de invoer in de Gemeenschap van de in bijlage I onder de categorieën „Year 0" (Jaar 0), „Year 4" (Jaar 4), „Year 7" (Jaar 7) en „Year 10" (Jaar 10) vermelde vis en visserijproducten van oorsprong uit Chili worden afgeschaft overeenkomstig het volgende tijdschema, zodat deze douanerechten volledig zijn afgeschaft respectievelijk bij de inwerkingtreding van de overeenkomst, op 1 januari 2007, op 1 januari 2010 en op 1 januari 2013:
| Categorie | Inwerking- treding | 1.1.2004 | 1.1.2005 | 1.1.2006 | 1.1.2007 | 1.1.2008 | 1.1.2009 | 1.1.2010 | 1.1.2011 | 1.1.2012 | 1.1.2013 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Jaar 0 | 100% | ||||||||||
| Jaar 4 | 20% | 40% | 60% | 80% | 100% | ||||||
| Jaar 7 | 12,5% | 25% | 37,5% | 50% | 62,5% | 75% | 87,5% | 100% | |||
| Jaar 10 | 9% | 18% | 27% | 36% | 45% | 54% | 63% | 72% | 81% | 90% | 100% |
Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst worden voor de invoer in de Gemeenschap van bepaalde in bijlage I onder categorie „TQ" genoemde vis en visserijproducten van oorsprong uit Chili tariefcontingenten geopend overeenkomstig het bepaalde in de genoemde bijlage. Bij het beheer van deze contingenten wordt uitgegaan van het beginsel dat de aanvragen in chronologische volgorde van binnenkomst worden behandeld.
Artikel 69. Douanerechten bij de invoer van vis en visserijproducten van oorsprong uit de Gemeenschap
De douanerechten bij de invoer in Chili van de in bijlage II onder categorie „Year 0" (Jaar 0) vermelde vis en visserijproducten van oorsprong uit de Gemeenschap worden afgeschaft bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst.
Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst worden voor de invoer in Chili van bepaalde in bijlage II onder categorie „TQ" genoemde vis en visserijproducten van oorsprong uit de Gemeenschap tariefcontingenten geopend overeenkomstig het bepaalde in de genoemde bijlage. Bij het beheer van deze contingenten wordt uitgegaan van het beginsel dat de aanvragen in chronologische volgorde van binnenkomst worden behandeld.
Onderafdeling 2.3. Landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten
Artikel 70. Toepassingsgebied
Deze onderafdeling is van toepassing op landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten die onder bijlage I bij de WTO-overeenkomst inzake de landbouw vallen.
Artikel 71. Douanerechten bij de invoer van landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten van oorsprong uit Chili
De douanerechten bij de invoer in de Gemeenschap van de in bijlage I onder de categorieën „Year 0" (Jaar 0), „Year 4" (Jaar 4), „Year 7" (Jaar 7) en „Year 10" (Jaar 10) vermelde landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten van oorsprong uit Chili worden afgeschaft overeenkomstig het volgende tijdschema, zodat deze douanerechten volledig zijn afgeschaft respectievelijk bij de inwerkingtreding van de overeenkomst, op 1 januari 2007, op 1 januari 2010 en op 1 januari 2013:
| Categorie | Inwerking- treding | 1.1.2004 | 1.1.2005 | 1.1.2006 | 1.1.2007 | 1.1.2008 | 1.1.2009 | 1.1.2010 | 1.1.2011 | 1.1.2012 | 1.1.2013 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Jaar 0 | 100% | ||||||||||
| Jaar 4 | 20% | 40% | 60% | 80% | 100% | ||||||
| Jaar 7 | 12,5% | 25% | 37,5% | 50% | 62,5% | 75% | 87,5% | 100% | |||
| Jaar 10 | 9% | 18% | 27% | 36% | 45% | 54% | 63% | 72% | 81% | 90% | 100% |
Ten aanzien van de in bijlage I onder de categorie „EP" vermelde landbouwproducten van oorsprong uit Chili die vallen onder de hoofdstukken 7 en 8 en de posten 2009 en 2204 30 van de gecombineerde nomenclatuur, waarvoor het gemeenschappelijk douanetarief in een douanerecht ad valorem en een specifiek douanerecht voorziet, is de rechtenafschaffing uitsluitend van toepassing op het douanerecht ad valorem.
Ten aanzien van de in bijlage I onder de categorie „SP" vermelde landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten van oorsprong uit Chili waarvoor het gemeenschappelijk douanetarief in een douanerecht ad valorem en een specifiek douanerecht voorziet, is de rechtenafschaffing uitsluitend van toepassing op het douanerecht ad valorem.
Vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst staat de Gemeenschap de invoer in de Gemeenschap toe van de in bijlage I onder de categorie „R" vermelde verwerkte landbouwproducten van oorsprong uit Chili tegen een douanerecht van 50% van het basisdouanerecht.
Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst worden voor de invoer in de Gemeenschap van bepaalde in bijlage I onder categorie „TQ" genoemde landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten van oorsprong uit Chili tariefcontingenten geopend overeenkomstig het bepaalde in de genoemde bijlage. Bij het beheer van deze contingenten wordt uitgegaan van het beginsel dat de aanvragen in chronologische volgorde van binnenkomst worden behandeld, of zoals in de Gemeenschap, op basis van een systeem van invoer- en uitvoervergunningen.
De tariefconcessies zijn niet van toepassing op de invoer in de Gemeenschap van producten die in bijlage I onder categorie „PN" zijn vermeld, aangezien deze producten vallen onder in de Gemeenschap beschermde benamingen.
Artikel 72. Douanerechten bij de invoer van landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap
De douanerechten bij de invoer in Chili van de in bijlage II onder de categorieën „Year 0" (Jaar 0), „Year 5" (Jaar 5) en „Year 10" (Jaar 10) vermelde landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap worden afgeschaft overeenkomstig het volgende tijdschema, zodat deze douanerechten volledig zijn afgeschaft respectievelijk bij de inwerkingtreding van de overeenkomst, op 1 januari 2008 en op 1 januari 2013:
| Categorie | Inwerking- treding | 1.1.2004 | 1.1.2005 | 1.1.2006 | 1.1.2007 | 1.1.2008 | 1.1.2009 | 1.1.2010 | 1.1.2011 | 1.1.2012 | 1.1.2013 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Jaar 0 | 100% | ||||||||||
| Jaar 5 | 16,7% | 33,3% | 50% | 66,6% | 83,3% | 100% | |||||
| Jaar 10 | 9% | 18% | 27% | 36% | 45% | 54% | 63% | 72% | 81% | 90% | 100% |
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)