Overeenkomst tussen de Regering van de Republiek Hongarije en Regeringen van de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden) betreffende de overname van onregelmatig verblijvende personen

Type Verdrag
Publication 2003-12-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van de Republiek Hongarije enerzijds (hierna genoemd „de Overeenkomstsluitende Partij")

en

de Regeringen van de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden), die krachtens de bepalingen van de op 11 april 1960 gesloten Benelux-Overeenkomst gemeenschappelijk optreden anderzijds,

ernaar strevend de overname van personen die zich illegaal op het grondgebied van de Staat van een andere Overeenkomstsluitende Partij ophouden, dat wil zeggen die niet of niet meer voldoen aan de geldende voorwaarden voor binnenkomst of verblijf, en de doorgeleiding van te repatriëren personen in een geest van samenwerking en op basis van wederkerigheid te vergemakkelijken,

zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Definities en werkingssfeer

In deze Overeenkomst dient te worden verstaan onder

Artikel 2. Overname van eigen onderdanen van de Overeenkomstsluitende Partijen
1.

Iedere Overeenkomstsluitende Partij neemt op verzoek van de andere Overeenkomstsluitende Partij, zonder formaliteiten de persoon over die niet of niet meer voldoet aan de op het grondgebied van de Staat van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij geldende nationale voorwaarden voor binnenkomst of verblijf, wanneer kan worden aangetoond of aannemelijk gemaakt dat hij de nationaliteit van de Staat van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij heeft.

2.

De bepalingen van lid (1) zijn eveneens van toepassing op de persoon wie na binnenkomst op het grondgebied van de Staat van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij de nationaliteit van de Staat van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij ontnomen is en die niet ten minste een naturalisatietoezegging van de kant van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij heeft ontvangen.

3.

De verzoekende Overeenkomstsluitende Partij neemt deze persoon onder dezelfde voorwaarden terug, indien uit een later onderzoek blijkt dat deze op het moment van het verlaten van het grondgebied van de Staat van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij niet de nationaliteit van de Staat van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij had. Dit geldt niet wanneer de verplichting tot overname volgt uit het feit dat deze persoon de nationaliteit van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij heeft verloren na binnenkomst op het grondgebied van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij, zonder ten minste een naturalisatietoezegging van de kant van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij te hebben ontvangen.

Artikel 3. Overname van onderdanen van derde landen
1.

Iedere Overeenkomstsluitende Partij neemt op verzoek van de andere Overeenkomstsluitende Partij, zonder formaliteiten op het grondgebied van haar Staat de onderdanen van een derde land en de staatlozen (hierna te noemen: onderdanen van derde landen) over, die niet of niet meer voldoen aan de op het grondgebied van de Staat van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij geldende nationale voorwaarden voor binnenkomst of verblijf, wanneer kan worden aangetoond of aannemelijk gemaakt dat deze onderdanen van een derde land net voor hun binnenkomst op het grondgebied van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij regelmatig op het grondgebied van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij verbleven.

2.

Iedere Overeenkomstsluitende Partij neemt op verzoek van de andere Overeenkomstsluitende Partij de onderdanen van een derde land over die onregelmatig op het grondgebied van de Staat van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij verblijven en een geldige door de bevoegde instanties van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij afgegeven verblijfstitel bezitten.

3.

De Overeenkomstsluitende Partijen streven er bij voorkeur naar de in lid (1) hierboven bedoelde onderdanen rechtstreeks naar hun land van herkomst terug te geleiden.

4.

De verplichting tot overname als bedoeld in lid (1) hierboven geldt niet voor onderdanen van een derde land:

5.

Het bepaalde in lid (1) hierboven is niet van toepassing wanneer de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij een regeling van visumvrije binnenkomst toepast ten aanzien van het derde land waarvan betrokkene onderdaan is.

6.

Iedere Overeenkomstsluitende Partij neemt na voorafgaande kennisgeving de onderdanen van een derde land over waarvan de overname door de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij zo spoedig mogelijk na hun onregelmatige binnenkomst op het grondgebied van haar Staat wordt gevraagd wanneer deze onderdanen een geldig visum van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij of een geldige door de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij afgegeven verblijfstitel bezitten.

7.

Indien door beide Overeenkomstsluitende Partijen een visum of verblijfstitel is afgegeven, komt de verplichting tot overname toe aan de Overeenkomstsluitende Partij van wie het visum of de verblijfstitel het laatst vervalt.

8.

Het bepaalde in lid (6) en (7) hierboven is niet van toepassing op de afgifte van een transitvisum.

9.

Op voorwaarde dat de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij daarom binnen een termijn van dertig (30) dagen te rekenen van de overname verzoekt, neemt de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij de personen onder dezelfde voorwaarden over, indien uit een later door de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij verricht onderzoek blijkt dat deze op het moment van het verlaten van het grondgebied van de Staat van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij niet voldeden aan de in lid (1), (2), (6) en (7) hierboven bepaalde voorwaarden van de verplichting tot overname.

Artikel 4. Bewijs en vermoeden van nationaliteit
1.

De nationaliteit van een krachtens de bepalingen van lid (1) van artikel 2 van deze Overeenkomst over te nemen persoon kan worden aangetoond door middel van de volgende documenten:

2.

Het vermoeden van de nationaliteit kan tevens worden ondersteund door middel van één van de volgende elementen:

3.

In geval het vermoeden van de nationaliteit wordt ondersteund overeenkomstig artikel 2 van deze Overeenkomst, maar de in lid (2) hierboven beschreven documenten niet beschikbaar zijn, kan de nationaliteit worden vastgesteld met de hulp van de bevoegde consulaire ambtenaar van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij. De bevoegde consulaire ambtenaar zal de betrokkene zo spoedig mogelijk, uiterlijk binnen zeven (7) dagen, horen.

Artikel 5. Doorgeleiding ter fine van overname
1.

Onverminderd artikel 11 van deze Overeenkomst staan de Overeenkomstsluitende Partijen de doorreis door de lucht of de doorgeleiding door de lucht of over land van onderdanen van derde landen toe, indien een andere Overeenkomstsluitende Partij daarom verzoekt en de doorreis van die personen door de overige landen van doorreis en de toelating tot de Staat van bestemming verzekerd zijn.

2.

Wanneer de doorreis enkel door de lucht plaatsvindt, hoeft door de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij geen transitvisum te worden afgegeven.

3.

De verzoekende Overeenkomstsluitende Partij is verantwoordelijk voor de verdere reis van de verwijderde persoon naar de Staat van bestemming. De verzoekende Overeenkomstsluitende Partij neemt de te verwijderen persoon terug indien om enigerlei reden geen uitvoering kan worden gegeven aan de verwijderingsmaatregel.

4.

Om doorgeleiding wordt niet door de Overeenkomstsluitende Partijen verzocht of deze kan worden geweigerd indien kan worden aangenomen dat:

5.

De Overeenkomstsluitende Partijen doen het nodige om doorgeleidingen, zoals beschreven in lid (1) hierboven, te beperken tot onderdanen van derde landen voor wie de rechtstreekse teruggeleiding naar het land van herkomst niet mogelijk is.

Artikel 6. Indiening van het verzoek om overname
1.

Een verzoek om overname vindt schriftelijk plaats en omvat:

2.

De verzoekende Overeenkomstsluitende Partij kan elke andere voor de overnameprocedure dienstige inlichting aan de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij verstrekken.

Artikel 7. Termijnen
1.

De aangezochte Overeenkomstsluitende Partij beantwoordt schriftelijk en onverwijld, doch uiterlijk binnen een termijn van vijf (5) werkdagen, de tot haar gerichte verzoeken om overname.

2.

Na de in lid (1) hierboven gestelde termijn neemt de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij over

3.

De in lid (2) hierboven bepaalde termijnen kunnen op verzoek van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij uitzonderlijkerwijze worden verlengd wanneer omtrent de overname juridische of praktische belemmeringen rijzen en enkel tot die belemmeringen zijn opgeheven.

Artikel 8. Bescherming van persoonsgegevens
1.

Voor zover voor de uitvoering van deze Overeenkomst persoonsgegevens moeten worden verstrekt, mogen de betrokken gegevens uitsluitend betrekking hebben op:

2.

De Overeenkomstsluitende Partijen verbinden zich ertoe de persoonsgegevens te beschermen met inachtneming van het respectieve nationale recht van elke Overeenkomstsluitende Partij en van het Verdrag van Straatsburg van 28 januari 1981 tot bescherming van personen ter zake van de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.