Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Slovenië inzake sociale zekerheid
Het Koninkrijk der Nederlanden
en
de Republiek Slovenië
geleid door de wens de betrekkingen tussen beide Staten op het gebied van de sociale zekerheid te regelen,
rekening houdend met het feit dat de huidige betrekkingen tussen beide landen worden geregeld in een briefwisseling van 18 maart 1992 en 21 april 1992;
zijn overeengekomen een Verdrag te sluiten met de volgende bepalingen:
DEEL I. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:
- a. „grondgebied”: met betrekking tot Slovenië: het grondgebied van de Republiek Slovenië; met betrekking tot Nederland: het grondgebied van het Koninkrijk in Europa;
- b. „onderdaan”: wat Slovenië betreft, een persoon met de nationaliteit van de Republiek Slovenië en wat Nederland betreft, een persoon met de Nederlandse nationaliteit;
- c. „werknemer”: een persoon die in dienstbetrekking staat tot een werkgever alsmede iedere persoon die krachtens de toegepaste wetgeving wordt aangemerkt als werknemer;
- d. „wetgeving”: de wetten, voorschriften en regelingen die betrekking hebben op de in artikel 2 bedoelde stelsels en takken van sociale zekerheid;
- e. „bevoegde autoriteit”, met betrekking tot Slovenië: de minister van Arbeid, Gezin en Sociale Zaken en, voor zover het uitkeringen en verstrekkingen krachtens de wetgeving inzake ziekteverzekering betreft, de minister van Volksgezondheid; met betrekking tot Nederland: de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en, voor zover het verstrekkingen krachtens de wetgeving inzake ziekteverzekering betreft, de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
- f. „verzekeringsorgaan”: het lichaam dat of de autoriteit die is belast met de uitvoering van de in artikel 2 genoemde wetgeving of een gedeelte daarvan;
- g. „bevoegd orgaan”: het krachtens de toepasselijke wetgeving bevoegde orgaan;
- h. „bevoegde staat”: de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan het bevoegde orgaan is gevestigd;
- i. „verzekeringstijdvak”: een tijdvak van betaling van premie of bijdrage, een tijdvak van arbeid, een tijdvak van wonen of enig ander tijdvak dat als verzekeringstijdvak wordt omschreven, erkend of aangemerkt krachtens de wetgeving die op die persoon van toepassing is gedurende bedoeld tijdvak;
- j. „pensioen of uitkering”: een pensioen of uitkering krachtens de toepasselijke wetgeving met inbegrip van alle samenstellende delen daarvan ten laste van de openbare middelen alsmede alle verhogingen en aanvullende uitkeringen;
- k. „gezinslid”: een persoon die als zodanig wordt omschreven of aangemerkt in de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan die persoon woont; indien deze wetgeving echter alleen betrekking heeft op personen die bij de belanghebbende wonen als gezinsleden, wordt aan deze voorwaarde geacht te zijn voldaan indien die personen hoofdzakelijk worden onderhouden door de belanghebbende;
- l. „orgaan van de woonplaats”: het orgaan dat ter plaatse waar de belanghebbende woont, bevoegd is de desbetreffende prestaties te verlenen krachtens de wetgeving van de Verdragsluitende Partij die door dit orgaan wordt toegepast, of, indien een dergelijk orgaan niet bestaat, het door de bevoegde autoriteit van de betrokken Verdragsluitende Partij aangewezen orgaan;
- m. „orgaan van de tijdelijke verblijfplaats”: het orgaan dat ter plaatse waar de belanghebbende tijdelijk verblijft, bevoegd is de desbetreffende prestaties te verlenen krachtens de wetgeving van de Verdragsluitende Partij die door dit orgaan wordt toegepast, of, indien een dergelijk orgaan niet bestaat, het door de bevoegde autoriteit van de betrokken Verdragsluitende Partij aangewezen orgaan.
Andere termen en uitdrukkingen die in dit Verdrag worden gebruikt hebben de betekenis die daaraan onderscheidenlijk in de wetgeving die wordt toegepast, wordt toegekend.
Artikel 2. Aangelegenheden waarop dit Verdrag van toepassing is
Dit Verdrag is van toepassing
- A. Met betrekking tot Slovenië, op de wetgeving inzake:
- a. de verplichte pensioen- en invaliditeitsverzekering;
- b. de verplichte gezondheidsverzekering (uitkeringen en verstrekkingen);
- c. de werkloosheidsverzekering;
- d. de kinderbijslagen;
- e. de moederschapsverzekering (uitkeringen).
- B. Met betrekking tot Nederland, op de wetgeving inzake:
- a. de ziekteverzekering (uitkeringen en verstrekkingen bij ziekte en moederschap), met inbegrip van de regeling inzake de aansprakelijkheid van een werkgever;
- b. de invaliditeitsverzekering;
- c. de ouderdomsverzekering;
- d. de nabestaandenverzekering;
- e. de werkloosheidsverzekering;
- f. de kinderbijslagen.
Onder voorbehoud van het bepaalde in het derde en het vierde lid van dit artikel is dit Verdrag ook van toepassing op alle wetgeving waarbij de in het eerste lid van dit artikel genoemde wetgeving wordt gecodificeerd, gewijzigd of aangevuld.
Dit Verdrag is van toepassing op alle wetgeving van een Verdragsluitende Partij waarbij de in het eerste lid van dit artikel genoemde wetgeving wordt uitgebreid tot nieuwe groepen personen, indien deze Verdragsluitende Partij niet binnen zes maanden na de officiële bekendmaking van zodanige wetgeving de andere Verdragsluitende Partij te kennen heeft gegeven dat het Verdrag niet op deze wetgeving van toepassing is.
Dit Verdrag is niet van toepassing op wetgeving waarbij een nieuwe tak van sociale zekerheid wordt ingevoerd, tenzij de Verdragsluitende Partijen daartoe een overeenkomst sluiten.
Dit Verdrag is niet van toepassing op regelingen inzake sociale bijstand noch op bijzondere regelingen voor ambtenaren of met hen gelijk gestelden.
Artikel 3. Kring van belanghebbenden
Tenzij in dit Verdrag anders is bepaald, is het van toepassing op:
- a. personen op wie de wetgeving van een of beide Verdragsluitende Partijen van toepassing is of is geweest;
- b. personen die rechten ontlenen aan een onder onderdeel a van dit artikel genoemde persoon.
Artikel 4. Gelijkheid van behandeling
Tenzij in dit Verdrag anders is bepaald, hebben de onderdanen van de ene Verdragsluitende Partij, wanneer zij verblijven of wonen op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, dezelfde verplichtingen en rechten als de onderdanen van die Verdragsluitende Partij wat betreft de toepassing van de wetgeving van die Verdragsluitende Partij.
Artikel 5. Betaling van uitkeringen in het buitenland
Tenzij in dit Verdrag anders is bepaald, kunnen pensioenen en andere uitkeringen wegens ouderdom, invaliditeit en overlijden, verkregen krachtens de wetgeving van de ene Verdragsluitende Partij niet worden verminderd, gewijzigd, geschorst of ingetrokken op grond van het feit dat de rechthebbende verblijft of woont op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.
Tenzij in dit Verdrag anders is bepaald, worden uitkeringen krachtens de wetgeving van een Verdragsluitende Partij aan de in artikel 3 genoemde personen die verblijven of wonen buiten het grondgebied van beide Verdragsluitende Partijen, betaalbaar gesteld onder dezelfde voorwaarden en in dezelfde mate als aan onderdanen van die Verdragsluitende Partij die buiten genoemde grondgebieden verblijven of wonen.
Artikel 6. Non-cumulatie van uitkeringen
Bepalingen in de wetgeving van een Verdragsluitende Partij inzake vermindering, schorsing of intrekking van uitkeringen uit een tak van sociale zekerheid daar waar samenloop bestaat met uitkeringen uit een andere tak of met andere inkomsten, of wegens het verrichten van beroepswerkzaamheden, zijn ook van toepassing op de rechthebbende ten aanzien van uitkeringen verkregen krachtens de wetgeving van de andere Verdragsluitende Partij of ten aanzien van inkomsten verworven of werkzaamheden verricht op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.
DEEL II. VASTSTELLING VAN DE TOEPASSELIJKE WETGEVING
Artikel 7. Algemene regel
Personen op wie de bepalingen van dit deel van het Verdrag van toepassing zijn, zijn onderworpen aan de wetgeving van slechts één Verdragsluitende Partij. Die wetgeving wordt vastgesteld in overeenstemming met de bepalingen van de artikelen 8 tot en met 13.
Een persoon die in overeenstemming met de bepalingen van dit deel is onderworpen aan de wetgeving van één Verdragsluitende Partij wordt beschouwd als wonend op het grondgebied van die Verdragsluitende Partij.
Artikel 8. Werknemers en zelfstandigen
Een persoon die als werknemer werkt op het grondgebied van de ene Verdragsluitende Partij is onderworpen aan de wetgeving van die Verdragsluitende Partij, zelfs indien hij op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij woont of indien de zetel of het domicilie van de onderneming of de werkgever waarbij hij werkzaam is, zich bevindt op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.
Een persoon die als werknemer werkt op het grondgebied van beide Verdragsluitende Partijen is onderworpen aan de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan hij woont. Indien hij niet op het grondgebied van een van de Verdragsluitende Partijen woont, is hij onderworpen aan de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan de werkgever zijn voornaamste plaats van bedrijfsuitoefening heeft.
Ambulant personeel in dienst van een onderneming die tegen betaling of vergoeding of voor eigen rekening internationaal vervoer van personen of goederen verricht per spoor, over de weg of door de lucht is onderworpen aan de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan de onderneming haar hoofdzetel heeft, zelfs indien de betrokken werknemer op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij woont. Indien een persoon echter in dienst is van een filiaal of een vaste vertegenwoordiging van genoemde onderneming op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij of indien die persoon werkt en woont op het grondgebied van deze Partij, is de wetgeving van deze Verdragsluitende Partij van toepassing.
De bepalingen van het eerste en tweede lid van dit artikel zijn evenzo van toepassing op zelfstandigen.
Artikel 9. Gedetacheerde werknemers
Artikel 8 , eerste lid, is van toepassing met inachtneming van de volgende uitzonderingen en omstandigheden:
Indien een persoon die op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij werkzaam is, door zijn werkgever waaraan hij normaal verbonden is gedetacheerd wordt op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij om aldaar voor die werkgever bepaalde werkzaamheden te verrichten, terwijl de betaalde dienstbetrekking met deze werkgever wordt gehandhaafd, blijft hij voor de duur van de werkzaamheden onderworpen aan de wetgeving van eerstgenoemde Verdragsluitende Partij alsof hij nog op het grondgebied van deze Verdragsluitende Partij werkzaam was, mits de desbetreffende werkzaamheden niet meer belopen dan een periode van twee jaar en de verklaring inzake detachering uiterlijk binnen de eerste drie maanden van deze periode is ingediend.
Achtereenvolgende detacheringen van dezelfde werknemer door dezelfde werkgever gelden als één detachering, tenzij zij door perioden van ten minste twaalf maanden onderbroken zijn.
Artikel 10. Gedetacheerde ambtenaren
Artikel 9 is van overeenkomstige toepassing, doch zonder enige termijn, op gedetacheerde ambtenaren.
Artikel 11. Bemanningsleden aan boord van schepen
Een persoon die als werknemer werkt aan boord van een schip en die op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij woont, is onderworpen aan de wetgeving van Slovenië, indien het schip vaart onder Sloveense vlag, en aan de wetgeving van Nederland, indien de werkgever zijn zetel of domicilie in Nederland heeft.
Artikel 12. Personeel van diplomatieke en consulaire zendingen
Onderdanen van een Verdragsluitende Partij die door de Regering van die Verdragsluitende Partij worden uitgezonden naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij als lid van een diplomatieke zending of consulaire post zijn onderworpen aan de wetgeving van de eerstgenoemde Verdragsluitende Partij.
Personen die in dienst zijn bij een diplomatieke zending of consulaire post van een van de Verdragsluitende Partijen op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij zijn onderworpen aan de wetgeving van laatstgenoemde Verdragsluitende Partij.
Indien de diplomatieke zending of consulaire post van een van de Verdragsluitende Partijen personen in dienst heeft die overeenkomstig het tweede lid van dit artikel onderworpen zijn aan de wetgeving van de andere Verdragsluitende Partij, neemt de zending of post de verplichtingen die de wetgeving van de Verdragsluitende Partij aan werkgevers oplegt in acht.
Het in het tweede en derde lid van dit artikel bepaalde is evenzo van toepassing op personen in persoonlijke dienst van de in het eerste lid van dit artikel genoemde personen. In dat geval neemt de natuurlijke persoon die andere personen in dienst heeft de verplichtingen in acht die de wetgeving van de Verdragsluitende Partij waar de dienstbetrekking wordt uitgeoefend aan werkgevers oplegt.
Het in het eerste tot en met het vierde lid van dit artikel bepaalde is niet van toepassing op honoraire leden van een consulaire post of op personen in persoonlijke dienst van dergelijke personen.
Artikel 13. Uitzonderingen op de bepalingen van de artikelen 8 tot en met 12
De bevoegde autoriteiten van beide Verdragsluitende Partijen of de door deze autoriteiten aangewezen lichamen kunnen uitzonderingen op de bepalingen van de artikelen 8 tot en met 12 overeenkomen in het belang van werknemers en daarbij een verplichte verzekering krachtens de desbetreffende wetgeving invoeren.
DEEL III. BIJZONDERE BEPALINGEN MET BETREKKING TOT DE VERSCHILLENDE SOORTEN PRESTATIES
HOOFDSTUK 1. ZIEKTE EN MOEDERSCHAP
Artikel 14. Aanspraak op prestaties bij ziekte en moederschap
Indien een persoon verzekeringstijdvakken heeft vervuld krachtens de wetgeving van beide Verdragsluitende Partijen worden deze tijdvakken bij elkaar opgeteld voor het verkrijgen, behouden of herstellen van de aanspraak op een prestatie, voor zover zij niet samenvallen.
Indien de wetgeving van de ene Verdragsluitende Partij toelating tot de verplichte verzekering afhankelijk stelt van de vervulling van verzekeringstijdvakken, worden daartoe, met het oog op het bij elkaar optellen van tijdvakken, dergelijke tijdvakken die krachtens de wetgeving van de andere Verdragsluitende Partij zijn vervuld, voor zover nodig in aanmerking genomen als waren zij vervuld krachtens de wetgeving van de eerstgenoemde Verdragsluitende Partij.
Artikel 15. Woonplaats op het grondgebied van de andere dan de bevoegde staat
Personen die op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij dan de bevoegde staat wonen en aan de in de wetgeving van laatstgenoemde staat gestelde voorwaarden voor het recht op prestaties voldoen, ontvangen, wanneer van toepassing met inachtneming van artikel 14, op het grondgebied van de Verdragsluitende Partij waar zij wonen:
- a. verstrekkingen die ten laste van het bevoegde orgaan door het orgaan van de woonplaats worden verleend overeenkomstig de bepalingen van de door laatstgenoemd orgaan toegepaste wetgeving, alsof deze personen bij dit orgaan waren aangesloten;
- b. uitkeringen die door het bevoegde orgaan worden betaald overeenkomstig de bepalingen van de door dit orgaan toegepaste wetgeving, alsof deze personen op het grondgebied van de bevoegde staat woonden.
Het in het voorgaande lid bepaalde is, wat het recht op verstrekkingen betreft, van overeenkomstige toepassing op de gezinsleden die op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij dan de bevoegde staat wonen, voor zover zij krachtens de wetgeving van de staat op het grondgebied waarvan zij wonen, geen aanspraak hebben op dergelijke verstrekkingen vanwege betaalde werkzaamheden of omdat zij een sociale- zekerheidsuitkering ontvangen van de Partij op het grondgebied waarvan zij wonen.
Artikel 16. Overbrenging van de woonplaats zonder aanspraak op prestaties krachtens de wetgeving van de nieuwe woonstaat
Indien een persoon die verzekerd is krachtens de wetgeving van een van de Verdragsluitende Partijen zijn woonplaats overbrengt naar het grondgebied van de andere Partij, maar niet voldoet aan de voorwaarden voor aanspraak op prestaties krachtens de wetgeving van laatstgenoemde Partij, en indien die persoon krachtens de wetgeving van eerstgenoemde Partij nog steeds aanspraak zou hebben op die prestaties indien hij op het grondgebied van die Partij woonde, zal hij dit recht toch behouden.
In dat geval is artikel 18, eerste, derde, vierde, vijfde, zesde en zevende lid, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 17. Tijdelijk verblijf in of overbrenging van de woonplaats naar de bevoegde staat
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.