Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Zuid-Afrika inzake wederzijdse administratieve bijstand tussen hun douaneadministraties ten behoeve van de juiste toepassing van douanewetgeving en de voorkoming, opsporing en de bestrijding van inbreuken op de douanewetgeving
Het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Zuid-Afrika, hierna gezamenlijk te noemen de „Verdragsluitende Partijen" en afzonderlijk de „Verdragsluitende Partij",
Gelet op het belang van het garanderen van een juiste vaststelling van de douanerechten en andere belastingen die bij invoer of uitvoer worden geïnd en van het waarborgen van een juiste handhaving van verboden, beperkingen en controlemaatregelen;
Overwegende dat inbreuken op de douanewetgeving hun economische, fiscale, sociale en culturele belangen en hun volksgezondheids- en handelsbelangen schaden;
Overwegende dat de grensoverschrijdende handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen, gevaarlijke stoffen, bedreigde diersoorten en giftig afval een gevaar voor de volksgezondheid en de samenleving vormt;
Erkennende de noodzaak van internationale samenwerking ter zake van aangelegenheden die verband houden met de toepassing en handhaving van hun douanewetgeving;
Ervan overtuigd dat het optreden tegen inbreuken op de douanewetgeving doeltreffender kan worden door middel van nauwe samenwerking tussen hun douaneadministraties op basis van duidelijke wettelijke bepalingen;
Gelet op de van belang zijnde instrumenten van de Internationale Douaneraad, in het bijzonder de Aanbevelingen inzake wederzijdse administratieve bijstand van 5 december 1953;
Tevens gelet op verdragen die verboden, beperkingen en bijzondere controlemaatregelen met betrekking tot bepaalde goederen bevatten;
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit Verdrag, tenzij de context anders vereist:
- a. wordt onder „douaneadministratie" verstaan:
- i. wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft: de centrale administratie die verantwoordelijk is voor de toepassing van de douanewetgeving;
- ii. wat de Republiek Zuid-Afrika betreft: de South-African Revenue Service;
- b. wordt onder „douanewetgeving" verstaan: alle wettelijke en administratieve bepalingen die door de douaneadministraties worden toegepast of gehandhaafd in verband met de invoer, uitvoer, overslag, doorvoer, opslag en het vervoer van goederen, met inbegrip van wettelijke en administratieve bepalingen met betrekking tot verboden, beperkingen en controlemaatregelen;
- c. wordt onder „inbreuk op de douanewetgeving" verstaan: elke schending van de douanewetgeving zoals omschreven in de wetgeving van elk der Verdragsluitende Partijen, alsmede elke poging tot een dergelijke schending;
- d. wordt onder „douanevordering" verstaan: elk bedrag aan rechten en belastingen waarop dit Verdrag van toepassing is, en aan verhogingen, administratieve boeten, achterstallige betalingen, renten en kosten die betrekking hebben op de genoemde rechten en belastingen die niet in één van de Verdragsluitende Partijen kunnen worden geïnd;
- e. wordt onder „persoon" verstaan: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon;
- f. wordt onder „persoonsgegevens" verstaan: alle gegevens betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon;
- g. wordt onder „informatie" verstaan: alle gegevens, documenten, rapporten, gewaarmerkte of gelegaliseerde afschriften daarvan, of andere mededelingen in ongeacht welke vorm, met inbegrip van de elektronische vorm;
- h. wordt onder „verzoekende administratie" verstaan: de douane-administratie die om bijstand verzoekt;
- i. wordt onder „aangezochte administratie" verstaan: de douane-administratie die om bijstand wordt verzocht.
Artikel 2. Toepassingsgebied van het Verdrag
De Verdragsluitende Partijen verlenen elkaar door tussenkomst van hun douaneadministraties wederzijdse administratieve bijstand onder de in dit Verdrag genoemde voorwaarden ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving en de voorkoming, opsporing en bestrijding van inbreuken op de douanewetgeving.
Alle bijstand uit hoofde van dit Verdrag door één van de Verdragsluitende Partijen wordt verleend in overeenstemming met haar wettelijke en administratieve bepalingen en binnen de grenzen van de bevoegdheden en beschikbare middelen van haar douaneadministratie.
Dit Verdrag laat onverlet alle verplichtingen voortvloeiend uit huidige of toekomstige internationale wetgeving en uit wetgeving ter uitvoering van die verplichtingen. Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, vloeien die verplichtingen in het bijzonder voort uit de wetgeving van de Europese Unie en internationale verdragen tussen de Lidstaten van de Europese Unie. Wat de Republiek Zuid-Afrika betreft, vloeien die verplichtingen in het bijzonder voort uit internationale verdragen tussen de Lidstaten van de Southern African Development Communityen de Lidstaten van de Southern African Customs Union.
Dit Verdrag is uitsluitend bedoeld voor wederzijdse administratieve bijstand tussen de Verdragsluitende Partijen. Particulieren kunnen aan de bepalingen van dit Verdrag niet het recht ontlenen bewijsmateriaal te doen verkrijgen, te doen achterhouden of ontoelaatbaar te doen verklaren dan wel de uitvoering van een verzoek te doen beletten.
Dit Verdrag laat onverlet de regelgeving inzake wederzijdse bijstand in strafzaken. Indien wederzijdse bijstand dient te worden verleend in overeenstemming met een ander geldend verdrag tussen de Verdragsluitende Partijen, geeft de aangezochte administratie aan welke autoriteiten het betreft.
Artikel 3. Reikwijdte van de bijstand
De douaneadministraties verstrekken elkaar op verzoek of uit eigen beweging informatie met het oog op de juiste toepassing van de douanewetgeving en de voorkoming, opsporing en bestrijding van inbreuken op de douanewetgeving.
Elk van beide douaneadministraties handelt bij het instellen van een onderzoek namens de andere douaneadministratie alsof het onderzoek werd ingesteld ten behoeve van haarzelf of op verzoek van een andere autoriteit van haar eigen Staat.
Artikel 4. Verstrekking van informatie
De aangezochte administratie verstrekt, op verzoek, alle informatie over de op het grondgebied van die Verdragsluitende Partij toepasselijke douanewetgeving en -regelingen die van belang zijn voor het onderzoek met betrekking tot een inbreuk op de douanewetgeving.
Elk van beide douaneadministraties verstrekt, op verzoek of uit eigen beweging en onverwijld, alle beschikbare informatie met betrekking tot:
- a. nieuwe handhavingstechnieken betreffende de douanewetgeving die hun doeltreffendheid hebben bewezen;
- b. nieuwe trends, middelen of werkwijzen betreffende het maken van inbreuken op de douanewetgeving.
Artikel 5. Technische bijstand
De douaneadministraties kunnen elkaar technische bijstand verlenen bij onder andere de volgende douanezaken:
- a. de uitwisseling van douaneambtenaren wanneer dat bevorderlijk is voor het wederzijds begrip van elkaars technieken;
- b. training en bijstand bij de ontwikkeling van gespecialiseerde vaardigheden van douaneambtenaren;
- c. de uitwisseling van informatie en ervaringen met betrekking tot het gebruik van detectie-apparatuur;
- d. de uitwisseling van deskundigen op het gebied van douane-aangelegenheden;
- e. de uitwisseling van vakmatige, wetenschappelijke en technische gegevens met betrekking tot de douanewetgeving en -regelingen.
Artikel 6. Bijzondere vormen van bijstand
De aangezochte administratie verstrekt op verzoek de verzoekende administratie met name de volgende informatie:
- a. of goederen die worden ingevoerd in het grondgebied van de verzoekende Verdragsluitende Partij op rechtmatige wijze zijn uitgevoerd uit het grondgebied van de aangezochte Verdragsluitende Partij;
- b. of goederen die worden uitgevoerd uit het grondgebied van de verzoekende Verdragsluitende Partij op rechtmatige wijze zijn ingevoerd in het grondgebied van de aangezochte Verdragsluitende Partij en de aard van de douaneregeling waaronder de goederen eventueel zijn gebracht.
Elke douaneadministratie verstrekt, uit eigen beweging of op verzoek, aan de andere douaneadministratie informatie over verrichte of voorgenomen transacties die een inbreuk op de douanewetgeving vormen of lijken te vormen.
In ernstige gevallen die aanzienlijke schade voor de economie, volksgezondheid, openbare veiligheid of enig ander vitaal belang van de ene Verdragsluitende Partij met zich zouden kunnen brengen, verstrekt de douane-administratie van de andere Verdragsluitende Partij waar mogelijk onverwijld uit eigen beweging informatie.
Artikel 7. Bijzonder toezicht op personen, goederen, plaatsen en vervoermiddelen
De aangezochte administratie houdt, op verzoek, bijzonder toezicht op:
- a. personen ten aanzien van wie het de verzoekende administratie bekend is dat zij een inbreuk op de douanewetgeving hebben gemaakt of die daarvan worden verdacht, met name diegenen die het grondgebied van de aangezochte Verdragsluitende Partij betreden en verlaten;
- b. goederen in vervoer, in doorvoer of in opslag, en betaalmiddelen die worden gebruikt of vermoedelijk worden gebruikt om inbreuken op de douanewetgeving te maken;
- c. plaatsen die worden gebruikt of mogelijk worden gebruikt voor de opslag van goederen die worden gebruikt of vermoedelijk worden gebruikt om inbreuken op de douanewetgeving te maken;
- d. vervoermiddelen die worden gebruikt of vermoedelijk worden gebruikt om inbreuken op de douanewetgeving te maken.
De douaneadministraties kunnen, met wederzijdse instemming en door middel van een onderlinge regeling, toestemming verlenen voor de onder hun toezicht verrichte invoer in, uitvoer uit of doorvoer via het grondgebied van hun respectieve staten van goederen die zijn betrokken bij ongeoorloofde handel om deze ongeoorloofde handel tegen te gaan.
Artikel 8. Bijstand bij de invordering
De douaneadministraties verlenen elkaar bijstand met het oog op het innen van douanevorderingen, overeenkomstig hun respectieve wettelijke en administratieve bepalingen voor het innen van hun eigen vorderingen betreffende rechten en belastingen, mits beide Verdragsluitende Partijen de nodige wettelijke en administratieve bepalingen hebben vastgesteld.
De douaneadministraties schrijven in onderlinge overeenstemming regels voor met betrekking tot de toepassing van dit artikel, overeenkomstig artikel 18, tweede lid, van dit Verdrag.
Artikel 9. Originele informatie
Om originele informatie wordt slechts verzocht in gevallen waarin niet met gewaarmerkte of gelegaliseerde afschriften kan worden volstaan, en deze wordt zo spoedig mogelijk teruggezonden. Zulks laat rechten van de aangezochte administratie of van derden ter zake onverlet.
Artikel 10. Deskundigen en getuigen
De aangezochte administratie kan op verzoek haar ambtenaren machtigen om ter zake van een inbreuk op de douanewetgeving als deskundige of getuige te verschijnen voor een rechterlijke instantie van de andere Verdragsluitende Partij.
Artikel 11. Toezending van verzoeken
Verzoeken om bijstand uit hoofde van dit Verdrag worden, schriftelijk en vergezeld van nuttig geachte documenten, rechtstreeks aan de douaneadministratie van de andere Verdragsluitende Partij gericht. Wanneer de omstandigheden dit vereisen, kunnen ook mondeling verzoeken worden gedaan. Dergelijke verzoeken worden onmiddellijk schriftelijk bevestigd.
Verzoeken ingevolge het eerste lid van dit artikel bevatten de volgende bijzonderheden:
- a. de administratie die het verzoek doet;
- b. het onderwerp van en de reden voor het verzoek;
- c. een korte beschrijving van de zaak, de juridische aspecten en de aard van de procedure;
- d. de namen en adressen van de bij de procedure betrokken partijen, voorzover bekend.
Een verzoek van één van de douaneadministraties om een bepaalde procedure te volgen wordt ingewilligd, met inachtneming van de wettelijke en administratieve bepalingen van de aangezochte Verdragsluitende Partij.
De in dit Verdrag bedoelde informatie wordt alleen aan ambtenaren medegedeeld die door elke douaneadministratie hiertoe zijn aangewezen. Een lijst van aldus aangewezen ambtenaren wordt aan de douaneadministratie van de andere Verdragsluitende Partij verstrekt in overeenstemming met artikel 18, tweede lid, van dit Verdrag.
Artikel 12. Uitvoering van verzoeken
Indien de aangezochte administratie niet over de gevraagde informatie beschikt, stelt zij een onderzoek in om die informatie te verkrijgen in overeenstemming met haar wettelijke en administratieve bepalingen. Dit onderzoek kan mede het optekenen van verklaringen van personen omvatten van wie informatie wordt verlangd in verband met een inbreuk op de douanewetgeving en van getuigen en deskundigen.
Artikel 13. Bezoeken door ambtenaren
Door de verzoekende administratie hiertoe aangewezen ambtenaren kunnen, met instemming van de aangezochte administratie en onder de door laatstgenoemde hieraan verbonden voorwaarden, ten behoeve van de opsporing van een inbreuk op de douanewetgeving, op schriftelijk verzoek:
- a. ten kantore van de aangezochte administratie de documenten, registers en andere van belang zijnde gegevens bestuderen om daaruit alle informatie met betrekking tot die inbreuk op de douanewetgeving over te nemen;
- b. kopieën maken van de documenten, registers en andere gegevens die met betrekking tot die inbreuk op de douanewetgeving van belang zijn;
- c. aanwezig zijn tijdens een door de aangezochte administratie geleid onderzoek op het grondgebied van de aangezochte Verdragsluitende Partij dat van belang is voor de verzoekende administratie.
Wanneer, onder de in artikel 10 of in het eerste lid van dit artikel bedoelde omstandigheden, ambtenaren van de verzoekende administratie aanwezig zijn op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, moeten zij te allen tijde in staat zijn hun ambtelijke hoedanigheid aan te tonen.
Gedurende hun verblijf aldaar genieten zij dezelfde bescherming als die welke wordt toegekend aan douaneambtenaren van de andere Verdragsluitende Partij, in overeenstemming met de aldaar geldende wetgeving en zijn zij verantwoordelijk voor de strafbare feiten die zij eventueel begaan.
Artikel 14. Vertrouwelijk karakter van informatie
Alle uit hoofde van dit Verdrag ontvangen informatie mag slechts voor de doeleinden van dit Verdrag en door de douaneadministraties worden gebruikt, behalve in gevallen waarin de douaneadministratie die deze informatie heeft verstrekt, uitdrukkelijk haar goedkeuring verleent aan het gebruik daarvan voor andere doeleinden of door andere autoriteiten. In een dergelijk geval is het gebruik onderworpen aan eventuele beperkingen die zijn vastgelegd door de douaneadministratie die de informatie heeft verstrekt. Deze informatie mag, indien de wetgeving van de verstrekkende Verdragsluitende Partij dat voorschrijft, slechts bij strafrechtelijke vervolgingen worden gebruikt nadat het openbaar ministerie of de rechterlijke autoriteiten in de verstrekkende Verdragsluitende Partij met dit gebruik hebben ingestemd.
Voor alle uit hoofde van dit Verdrag ontvangen informatie gelden ten minste dezelfde bescherming en vertrouwelijkheid als die welke voor soortgelijke informatie gelden krachtens de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan deze wordt ontvangen.
Indien door één van beide douaneadministraties informatie moet worden bekendgemaakt ingevolge de in artikel 2, derde lid, van dit Verdrag genoemde verplichtingen van het Koninkrijk der Nederlanden of de Republiek Zuid-Afrika, wordt de andere douaneadministratie vooraf op de hoogte gesteld.
Artikel 15. Bescherming van persoonsgegevens
Voor uit hoofde van dit Verdrag uitgewisselde persoonsgegevens geldt een beschermingsniveau dat gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat door de Verdragsluitende Partij die de gegevens verstrekt, wordt gehanteerd.
De Verdragsluitende Partijen verschaffen elkaar alle wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens van hun respectieve staten.
Persoonsgegevens worden niet uitgewisseld voordat de Verdragsluitende Partijen overeenkomstig artikel 18, tweede lid, van dit Verdrag zijn overeengekomen dat het beschermingsniveau in beide Verdragsluitende Partijen gelijkwaardig is.
Artikel 16. Ontheffing
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.