Europees Verdrag inzake het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren (ADN)
De Verdragsluitende Partijen,
Geleid door de wens bij gezamenlijke overeenstemming uniforme beginselen en regels vast te stellen om:
de veiligheid van internationaal vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren te vergroten;
doeltreffend bij te dragen aan de bescherming van het milieu, door het voorkomen van verontreinigingen ten gevolge van ongevallen of voorvallen gedurende zulk vervoer; en
vervoersactiviteiten te vergemakkelijken en internationale handel te bevorderen,
Overwegende dat de beste wijze om dit doel te verwezenlijken is een verdrag te sluiten ter vervanging van de Europese bepalingen betreffende het internationaal vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke goederen, opgenomen in een bijlage bij resolutie nr. 223 van het Inland Transport Committee van de Economische Commissie voor Europa, zoals gewijzigd,
Zijn overeengekomen als volgt:
HOOFDSTUK I. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1. Toepassingsgebied
Dit Verdrag is van toepassing op het internationale vervoer van gevaarlijke goederen per schip over de binnenwateren.
Dit Verdrag is niet van toepassing op het vervoer van gevaarlijke goederen per zeeschip over maritieme waterwegen die deel uitmaken van de binnenwateren.
Dit Verdrag is niet van toepassing op het vervoer van gevaarlijke goederen per oorlogsschip of hulp-oorlogsschip of op andere aan een staat toebehorende of door een staat geëxploiteerde schepen, mits zulke schepen door een staat uitsluitend worden gebruikt voor overheids- en niet-commerciële doeleinden. Evenwel waarborgt elke Verdragsluitende Partij, door het nemen van passende maatregelen die geen afbreuk doen aan het vervoer met of de operationele capaciteiten van zulke aan hem toebehorende of door hem geëxploiteerde schepen, dat zulke schepen worden geëxploiteerd op een wijze die verenigbaar is met dit Verdrag, wanneer het in de praktijk redelijk is zulks te doen.
Artikel 2. Voorschriften in de bijlagen bij het Verdrag
De Voorschriften in de bijlagen bij dit Verdrag vormen daarvan een integrerend deel. Elke verwijzing naar dit Verdrag houdt tevens een verwijzing in naar de Voorschriften in de bijlagen daarbij.
De Voorschriften in de bijlagen omvatten:
- a. Bepalingen inzake het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren;
- b. Vereisten en procedures inzake inspecties, verlening van certificaten van goedkeuring, erkenning van classificatiebureaus, afwijkingen, speciale vergunningen, toezicht, opleiding en examinering van deskundigen;
- c. Algemene overgangsbepalingen;
- d. Aanvullende overgangsbepalingen van toepassing op specifieke binnenwateren.
Artikel 3. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:
- a. „schip", een binnenvaartschip of zeeschip;
- b. „gevaarlijke goederen", stoffen en voorwerpen waarvan het internationale vervoer wordt verboden, of slechts onder bepaalde voorwaarden wordt toegestaan, in de Voorschriften in de bijlagen;
- c. „internationaal vervoer van gevaarlijke goederen", elk per schip verricht vervoer van gevaarlijke goederen over binnenwateren op het grondgebied van ten minste twee Verdragsluitende Partijen;
- d. „binnenwateren", de bevaarbare binnenwateren met inbegrip van maritieme waterwegen op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij die krachtens nationaal recht openstaan voor scheepvaart;
- e. „maritieme waterwegen", met de zee verbonden binnenwateren, voornamelijk gebruikt voor het verkeer van zeeschepen en als zodanig aangewezen krachtens nationaal recht;
- f. „erkend classificatiebureau", een classificatiebureau dat voldoet aan de Voorschriften in de bijlagen en dat, in overeenstemming met de in deze voorschriften neergelegde procedures, wordt erkend door de bevoegde autoriteit van de Verdragsluitende Staat waar het certificaat wordt verleend;
- g. „bevoegde autoriteit", de autoriteit of instantie die als zodanig is aangewezen of erkend in elke Verdragsluitende Staat en in elk specifiek geval met betrekking tot deze bepalingen;
- h. „inspectie-instantie", een door de Verdragsluitende Partij benoemde of erkende instantie voor het overeenkomstig de in de Voorschriften in de bijlagen opgenomen procedures inspecteren van schepen.
HOOFDSTUK II. TECHNISCHE BEPALINGEN
Artikel 4. Vervoersverboden, vervoersvoorwaarden, toezicht
Met inachtneming van de artikelen 7 en 8 worden gevaarlijke goederen die in de Voorschriften in de bijlagen van vervoer worden uitgesloten niet aanvaard voor internationaal vervoer.
Onverminderd de bepalingen van artikel 6 wordt het internationale vervoer van andere gevaarlijke goederen toegestaan, mits voldaan wordt aan de bepalingen die zijn neergelegd in de Voorschriften in de bijlagen.
Op de naleving van de in het eerste en tweede lid bedoelde verboden en voorwaarden wordt toegezien door de Verdragsluitende Staten in overeenstemming met de bepalingen die zijn neergelegd in de Voorschriften in de bijlagen.
Artikel 5. Vrijstellingen
Dit Verdrag is niet van toepassing op het vervoer van gevaarlijke goederen voor zover dergelijk vervoer is vrijgesteld in overeenstemming met de Voorschriften in de bijlagen. Vrijstellingen kunnen slechts worden verleend wanneer de hoeveelheid vrijgestelde goederen, of de aard van de vrijgestelde vervoersactiviteit, of de verpakkingen, waarborgen dat het vervoer veilig wordt uitgevoerd.
Artikel 6. Soeverein recht van staten
Elke Verdragsluitende Partij behoudt het recht de toegang van gevaarlijke goederen tot zijn grondgebied aan regels te onderwerpen of te verbieden om andere redenen dan de veiligheid tijdens het vervoer.
Artikel 7. Speciale voorschriften, afwijkingen
De Verdragsluitende Partijen behouden het recht, gedurende een in de Voorschriften in de bijlagen vastgesteld beperkt tijdvak, bij speciale bilaterale of multilaterale verdragen, en mits geen afbreuk wordt gedaan aan de veiligheid, te regelen:
- a. dat de gevaarlijke goederen die krachtens dit Verdrag zijn uitgesloten van internationaal vervoer met inachtneming van bepaalde voorwaarden voor internationaal vervoer over hun binnenwateren kunnen worden aanvaard; of
- b. dat gevaarlijke goederen die krachtens dit Verdrag slechts onder gespecificeerde voorwaarden worden aanvaard voor internationaal vervoer over hun binnenwateren anders kunnen worden aanvaard voor internationaal vervoer over hun waterwegen onder voorwaarden die afwijken van die welke zijn vastgelegd in de Voorschriften in de bijlagen.
Van de in dit lid bedoelde speciale bilaterale of multilaterale verdragen wordt terstond mededeling gedaan aan de Uitvoerend Secretaris van de Economische Commissie voor Europa, die daarvan mededeling doet aan de Verdragsluitende Partijen die geen ondertekenaars zijn van genoemde verdragen.
Elke Verdragsluitende Partij behoudt het recht speciale vergunningen te verlenen voor het internationale vervoer in tankschepen van gevaarlijke stoffen waarvan het vervoer in tankschepen krachtens de bepalingen inzake vervoer in de Voorschriften in de bijlagen niet is toegestaan, mits voldaan wordt aan de procedures betreffende speciale vergunningen in de Voorschriften in de bijlagen.
De Verdragsluitende Partijen behouden het recht om in de volgende gevallen het internationale vervoer van gevaarlijke goederen toe te staan aan boord van schepen die niet voldoen aan de voorwaarden die zijn neergelegd in de Voorschriften in de bijlagen, mits voldaan wordt aan de in de Voorschriften in de bijlagen neergelegde procedure:
- a. het gebruik op een schip van materialen, installaties of uitrusting of het toepassen op een schip van bepaalde maatregelen inzake constructie of bepaalde voorzieningen anders dan die welke worden voorgeschreven in de Voorschriften in de bijlagen;
- b. schepen met technische innovaties die afwijken van de bepalingen in de Voorschriften in de bijlagen.
Artikel 8. Overgangsbepalingen
Certificaten van goedkeuring en andere documenten opgesteld in overeenstemming met de vereisten van het Reglement voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Rijn (ADNR), het Reglement voor het vervoer van gevaarlijke goederen over de Donau (AND-D) of nationale regelgeving gebaseerd op de Europese bepalingen betreffende het internationaal vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke goederen, opgenomen in een bijlage bij resolutie nr. 223 van het Inland Transport Committee van de Economische Commissie voor Europa of zoals gewijzigd, die van toepassing zijn op de datum waarop de in artikel 11, eerste lid, bedoelde Voorschriften in de bijlagen worden toegepast, blijven geldig tot aan hun einddatum, onder dezelfde voorwaarden als die gelden tot aan de datum van die toepassing, met inbegrip van hun erkenning door andere staten. Voorts blijven deze certificaten geldig voor een tijdvak van een jaar vanaf de datum van de toepassing van de Voorschriften in de bijlagen ingeval zij gedurende dat tijdvak zouden verstrijken. Het tijdvak van geldigheid bedraagt evenwel in geen geval meer dan vijf jaar na de datum van toepassing van de Voorschriften in de bijlagen.
Schepen die, op de datum van de toepassing van de in artikel 11, eerste lid, bedoelde Voorschriften in de bijlagen, worden goedgekeurd voor het vervoer van gevaarlijke goederen op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij en die overeenkomstig de vereisten in de Voorschriften in de bijlagen, waar nodig rekening houdend met de algemene overgangsbepalingen daarin, kunnen een ADN-certificaat van goedkeuring ingevolge de in de Voorschriften in de bijlagen vastgelegde procedure verkrijgen.
In het geval van in het tweede lid bedoelde schepen die uitsluitend worden gebruikt op binnenwateren waar het ADNR krachtens het nationale recht niet van toepassing was voorafgaand aan de datum van toepassing van de in artikel 11, eerste lid, bedoelde voorschriften, kunnen de op specifieke waterwegen toepasselijke aanvullende overgangsbepalingen worden toegepast naast de algemene overgangsbepalingen. Dergelijke schepen verkrijgen een ADN-certificaat van goedkeuring dat beperkt is tot de bovenbedoelde binnenwateren, of tot een gedeelte daarvan.
Indien nieuwe voorwaarden worden toegevoegd aan de Voorschriften in de bijlagen, kunnen de Verdragsluitende Partijen nieuwe algemene overgangsbepalingen opnemen. Deze overgangsbepalingen vermelden de desbetreffende schepen en het tijdvak waarin ze van kracht zijn.
Artikel 9. Toepasselijkheid van andere voorschriften
De vervoersactiviteiten waarop dit Verdrag van toepassing is blijven onderworpen aan de plaatselijke, regionale of internationale voorschriften die in het algemeen van toepassing zijn op het vervoer van goederen over binnenwateren.
HOOFDSTUK III. SLOTBEPALINGEN
Artikel 10. Verdragsluitende Partijen
Lidstaten van de Economische Commissie voor Europa wier grondgebied waterwegen omvat, anders dan die welke een kustroute vormen, welke deel uitmaken van het netwerk van binnenwateren die van internationaal belang zijn zoals omschreven in de Europese Overeenkomst inzake binnenlandse hoofdwaterwegen van internationaal belang (AGN) kunnen Verdragsluitende Partij worden bij dit Verdrag:
- a. door het definitief te ondertekenen;
- b. door een akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring neder te leggen na het te hebben ondertekend onder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring;
- c. door een akte van toetreding neder te leggen.
Het Verdrag staat open voor ondertekening tot 31 mei 2001 op het bureau te Genève van de Uitvoerend Secretaris van de Economische Commissie voor Europa. Daarna staat het open voor toetreding.
De akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding dienen te worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
Artikel 11. Inwerkingtreding
Dit Verdrag treedt in werking een maand na de datum waarop het in artikel 10, eerste lid, vermelde aantal staten die het definitief hebben ondertekend of hun akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding hebben nedergelegd het totaal van zeven heeft bereikt.
Evenwel zijn de Voorschriften in de bijlagen, uitgezonderd bepalingen inzake de erkenning van classificatiebureaus, niet eerder van toepassing dan twaalf maanden na de inwerkingtreding van het Verdrag.
Voor een staat die dit Verdrag definitief ondertekent of het bekrachtigt, aanvaardt, goedkeurt of ertoe toetreedt nadat zeven van de in artikel 10, eerste lid, bedoelde staten het definitief hebben goedgekeurd of hun akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding hebben nedergelegd, treedt dit Verdrag in werking een maand nadat genoemde staat het definitief heeft ondertekend of zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding heeft nedergelegd.
De Voorschriften in de bijlagen worden op dezelfde datum van toepassing. In het geval dat het in het eerste lid bedoelde tijdvak betreffende de toepasselijkheid van de Voorschriften in de bijlagen niet is verstreken, worden de Voorschriften in de bijlagen van toepassing na het verstrijken van genoemd tijdvak.
Artikel 12. Opzegging
Elke Verdragsluitende Partij kan dit Verdrag opzeggen door daarvan schriftelijk kennis te geven aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
De opzegging wordt van kracht twaalf maanden na de datum van ontvangst door de Secretaris-Generaal van de schriftelijke kennisgeving van opzegging.
Artikel 13. Beëindiging
Indien, na de inwerkingtreding van dit Verdrag, het aantal Verdragsluitende Partijen gedurende twaalf opeenvolgende maanden minder dan vijf bedraagt, houdt dit Verdrag op van kracht te zijn aan het einde van genoemd tijdvak van twaalf maanden.
In het geval van het sluiten van een mondiaal verdrag voor de regeling van het multimodale vervoer van gevaarlijke goederen houdt elke bepaling van dit Verdrag, uitgezonderd die welke uitsluitend betrekking hebben op binnenwateren, de bouw en uitrusting van schepen, bulk- of tankertransport, die in strijd is met enige bepaling van genoemd mondiaal verdrag vanaf de datum waarop laatstbedoeld verdrag in werking treedt, automatisch op van toepassing te zijn op betrekkingen tussen de Partijen bij dit Verdrag die partij worden bij het mondiale verdrag en wordt zij automatisch vervangen door de desbetreffende bepaling van genoemd mondiaal verdrag.
Artikel 14. Verklaringen
Elke staat kan, op het tijdstip waarop hij dit Verdrag definitief ondertekent of zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding nederlegt, of op elk later tijdstip, bij een aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gerichte schriftelijke kennisgeving, verklaren dat dit Verdrag zich uitstrekt tot alle grondgebieden of een deel daarvan, voor de internationale betrekkingen waarvan hij verantwoordelijk is. Het Verdrag strekt zich uit tot het grondgebied of de grondgebieden genoemd in deze kennisgeving vanaf een maand nadat deze is ontvangen door de Secretaris-Generaal.
Elke staat die een verklaring als bedoeld in het eerste lid van dit artikel heeft afgelegd waardoor dit Verdrag zich uitstrekt tot een grondgebied voor de internationale betrekkingen waarvan hij verantwoordelijk is, kan het Verdrag overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 ten aanzien van genoemd gebied opzeggen.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.