Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Polen
Het Koninkrijk der Nederlanden
en
de Republiek Polen,
hierna genoemd de Verdragsluitende Partijen,
Wensend betrekkingen op het gebied van sociale zekerheid aan te gaan;
Verlangend de samenwerking tussen de twee staten te regelen teneinde de handhaving van de wetgeving van de ene staat in de andere te verzekeren;
Zijn als volgt overeengekomen:
TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1. Begripsbepalingen
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:
- a. „grondgebied": met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden het grondgebied van het Koninkrijk in Europa en met betrekking tot de Republiek Polen het grondgebied van de Republiek Polen;
- b. „onderdaan": een persoon met de nationaliteit van een van de Verdragsluitende Partijen;
- c. „wetgeving": de wetgeving met betrekking tot de takken van sociale zekerheid genoemd onder artikel 2;
- d. „bevoegde autoriteit": met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; met betrekking tot de Republiek Polen de Minister van Economie, Arbeid en Sociale Politiek, de Minister van Volksgezondheid en de Minister van Landbouw en Ontwikkeling van het Platteland;
- e. „bevoegd orgaan": het orgaan dat belast is met de toepassing van de wetgeving;
- f. „uitkering": elke uitkering, pensioen of rente die is voorzien in de wetgeving van een van de Verdragsluitende Partijen, en omvat elke aanvulling of verhoging met betrekking tot deze uitkering, pensioen of rente krachtens de wetgeving;
- g. „verstrekkingen": verstrekkingen op het gebied van de gezondheidszorg die zijn voorzien in de wetgeving van elk van de Verdragsluitende Partijen;
- h. „woonplaats": vaste verblijfplaats;
- i. „verblijfplaats": tijdelijke verblijfplaats;
- j. „tijdvak van verzekering": tijdvakken van premie- of bijdragebetaling, van arbeid in loondienst of als zelfstandige of wonen en tijdvakken welke als zodanig worden aangemerkt ingevolge de wetgeving van een van beide Verdragsluitende Partijen;
- k. „vluchteling" heeft de betekenis die daaraan wordt toegekend in artikel 1 van het op 28 juli 1951 te Genève ondertekende Verdrag betreffende de status van vluchtelingen en in artikel 1, tweede lid, van het in New York ondertekende Protocol betreffende de status van vluchtelingen van 31 januari 1967;
- l. „werknemer": een persoon die legaal werkzaamheden in loondienst verricht voor een werkgever evenals iedere persoon die met een werknemer wordt gelijkgesteld door de toepasselijke wetgeving;
- m. „zelfstandige": de persoon als zodanig omschreven of erkend door de wetgeving van een van deVerdragsluitende Partijen;
- n. „gezinslid": de personen als zodanig omschreven of erkend door de toepasselijke wetgeving, met dien verstande dat voor de toepassing van artikel 16, derde tot en met zesde lid, onder gezinslid wordt verstaan een persoon die als zodanig wordt omschreven of erkend in de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan de desbetreffende persoon woont;
- o. „gegevens": gegevens met betrekking tot onder meer de identiteit, het adres, de personen die een gezamenlijke huishouding voeren, het werk, het volgen van opleiding, het inkomen, de gezondheidstoestand, het overlijden en de vrijheidsstraf.
Andere in dit Verdrag gebruikte termen hebben de betekenis zoals daaraan toegekend in de wetgeving die wordt toegepast door een van beide Verdragsluitende Partijen.
Artikel 2. Materiële werkingssfeer
Dit Verdrag is van toepassing:
- a. ten aanzien van het Koninkrijk der Nederlanden, op de wetgeving betreffende de volgende takken van sociale verzekeringen:
- i. verstrekkingen bij ziekte en moederschap;
- ii. uitkeringen bij ziekte en moederschap;
- iii. arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voor werknemers;
- iv. arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voor zelfstandigen;
- v. werkloosheidsuitkeringen;
- vi. ouderdomsuitkeringen;
- vii. nabestaandenuitkeringen;
- viii. gezinsbijslagen.
- b. ten aanzien van de Republiek Polen, op de wetgeving betreffende de volgende voorzieningen van het socialezekerheidsstelsel:
- i. uitkeringen uit hoofde van ziekte en moederschap;
- ii. uitkeringen uit hoofde van ouderdom en renten uit hoofde van arbeidsongeschiktheid en overlijden van de kostwinner;
- iii. werkloosheidsuitkeringen;
- iv. voorzieningen uit hoofde van arbeidsongevallen en beroepsziekten;
- v. gezinsbijslagen;
- vi. verstrekkingen;
met uitzondering van uitkeringen uit hoofde van de pensioenvoorzieningen voor functionarissen van politie, Agentschap voor Interne Veiligheid, de Geheime Dienst, de Grensbewaking, de Staatsbrandweer, het Gevangeniswezen, Dienst voor de Bescherming van de Regering, beroepsmilitairen, en salarissen voor gepensioneerde rechters en officieren van justitie.
Dit Verdrag is eveneens van toepassing op wetgeving die de wetgeving genoemd in het eerste lid van dit artikel wijzigt, vervangt, aanvult, herziet, of codificeert.
Dit Verdrag is niet van toepassing op het stelsel van voorzieningen voor oorlogsslachtoffers of slachtoffers van de gevolgen van de oorlog.
Artikel 3. Personele werkingssfeer
Tenzij anders bepaald, is dit Verdrag van toepassing op alle personen die onderworpen zijn of zijn geweest aan de wetgeving van een van beide of beide Verdragsluitende Partijen, evenals op leden van het gezin en nabestaanden van deze personen in zoverre zij hun rechten ontlenen aan de hiervoor genoemde personen.
Artikel 4. Gelijke behandeling
Tenzij anders bepaald in dit Verdrag, hebben de volgende personen, indien zij wonen op het grondgebied van een van beide Verdragsluitende Partijen, dezelfde rechten en verplichtingen krachtens de wetgeving van deze Verdragsluitende Partij als hun eigen onderdanen:
- a. onderdanen van de andere Verdragsluitende Partij;
- b. vluchtelingen;
- c. leden van het gezin en nabestaanden, onafhankelijk van hun nationaliteit, van de personen genoemd in onderdeel a) en b) met betrekking tot de rechten die zij ontlenen aan deze personen.
Artikel 5. Export van uitkeringen
Tenzij anders bepaald in dit Verdrag, is de wetgeving van een van beide Verdragsluitende Partijen die de betaling van een uitkering beperkt uitsluitend omdat de uitkeringsgerechtigde of een lid van zijn gezin woont of verblijft buiten het grondgebied van die Verdragsluitende Partij, niet van toepassing ten aanzien van een uitkeringsgerechtigde die, of een lid van zijn gezin dat, woont of verblijft op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.
Het eerste lid is niet van toepassing op de Poolse wetgeving die betrekking heeft op werkloosheidsuitkeringen en gezinsbijslagen en op de Nederlandse wetgeving die betrekking heeft op werkloosheidsuitkeringen.
Tenzij anders bepaald in dit Verdrag, worden uitkeringen krachtens de wetgeving van een Verdragsluitende Partij betaald aan onderdanen van de andere Verdragsluitende Partij, die wonen of verblijven buiten het grondgebied van de Verdragsluitende Partijen, onder dezelfde voorwaarden en in dezelfde omvang als aan onderdanen van die Verdragsluitende Partij die wonen of verblijven buiten het grondgebied van de Verdragsluitende Partijen.
Het eerste lid laat onverlet Nederlandse wetgeving tot invoering van beperkingen ten aanzien van de betaling van kinderbijslagen met betrekking tot kinderen die wonen of verblijven buiten het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden, of tot uitsluiting van betaling daarvan.
TITEL II. TOEPASSELIJKE WETGEVING
Artikel 6. Algemene regels
Personen op wie de bepalingen van deze Titel van het Verdrag van toepassing zijn, zijn uitsluitend onderworpen aan de wetgeving van één enkele Verdragsluitende Partij. Die wetgeving wordt bepaald overeenkomstig de artikelen 7 tot en met 14.
Een persoon die overeenkomstig de bepalingen in deze Titel onderworpen is aan de Nederlandse wetgeving, wordt geacht op het grondgebied van Nederland te wonen.
Artikel 7. Werknemers
Tenzij anders bepaald in deze Titel, is een persoon die werkzaamheden in loondienst uitoefent op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij onderworpen aan de wetgeving van die Verdragsluitende Partij, zelfs indien hij woont op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, of indien de woonplaats van zijn werkgever of de zetel van diens onderneming zich bevindt op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.
Indien een persoon gelijktijdig werkzaamheden in loondienst uitoefent op het grondgebied van beide Verdragsluitende Partijen, is die persoon onderworpen aan de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan hij woont.
Artikel 8. Zelfstandigen
Een zelfstandige die werkzaamheden uitoefent op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij, is onderworpen aan de wetgeving van die Verdragsluitende Partij, zelfs als hij woont op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.
Indien een persoon gelijktijdig werkzaamheden in loondienst op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij en werkzaamheden als zelfstandige op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij uitoefent, is deze persoon onderworpen aan de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan hij werkzaamheden in loondienst verricht.
Indien een persoon op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij woont en werkzaamheden als zelfstandige gelijktijdig uitoefent op het grondgebied van beide Verdragsluitende Partijen, is deze persoon onderworpen aan de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op wiens grondgebied hij woont.
Artikel 9. Gedetacheerde werknemers
Een persoon die op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij werkzaamheden in loondienst verricht voor een onderneming waaraan hij normaal verbonden is, en door deze onderneming wordt gedetacheerd op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij teneinde aldaar voor haar rekening arbeid te verrichten, blijft onderworpen aan de wetgeving van de eerste Verdragsluitende Partij, mits de duur van de werkzaamheden een periode van 24 maanden niet overschrijdt.
Elkaar opvolgende detacheringen van dezelfde werknemer voor dezelfde onderneming worden geteld als één detachering, tenzij zij door ten minste drie maanden onderbroken zijn.
Artikel 10. Ambtenaren
Een persoon die werkzaamheden uitoefent in dienst van de overheid van een Verdragsluitende Partij en door die overheid is uitgezonden om werkzaamheden te verrichten op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, blijft onderworpen aan de wetgeving van de eerste Verdragsluitende Partij als ware deze persoon werkzaam op het grondgebied van die Verdragsluitende Partij.
Artikel 11. Personeel van internationale transportondernemingen
Een persoon die behoort tot het rijdend of vliegend personeel van een onderneming die voor rekening van anderen of voor eigen rekening internationaal vervoer van personen of goederen per spoor, over de weg of door de lucht verricht en haar zetel heeft op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij, is onderworpen aan de wetgeving van die Verdragsluitende Partij, met de volgende uitzonderingen:
- a. indien de genoemde onderneming een filiaal of vaste vertegenwoordiging op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij heeft, is degene die werkzaam is voor dat filiaal of vaste vertegenwoordiging onderworpen aan de wetgeving van die Verdragsluitende Partij;
- b. indien een persoon uitsluitend of in hoofdzaak in loondienst werkzaam is op het grondgebied van de Verdragsluitende Partij waar hij woont, is hij onderworpen aan de wetgeving van die Verdragsluitende Partij, zelfs indien de onderneming waarbij hij werkzaam is noch een zetel, noch een filiaal, noch een vaste vertegenwoordiging op dit grondgebied heeft.
Artikel 12. Personeel aan boord van zeeschepen
Een persoon die werkzaamheden in loondienst uitoefent aan boord van een zeeschip en op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij woont, is onderworpen aan de wetgeving van die Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan de onderneming haar zetel heeft of waar de onderneming haar activiteiten uitoefent.
Artikel 13. Personeel van diplomatieke missies en consulaire posten
Onderdanen van een Verdragsluitende Partij die door de regering van deze Verdragsluitende Partij naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij zijn gezonden en werkzaam zijn bij een diplomatieke missie of consulaire post, zijn onderworpen aan de wetgeving van de eerstgenoemde Verdragsluitende Partij.
Personen die voor een diplomatieke missie of consulaire post van een van de Verdragsluitende Partijen op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij werkzaamheden in loondienst uitoefenen, zijn onderworpen aan de wetgeving van de laatstgenoemde Verdragsluitende Partij.
Indien de diplomatieke missie of consulaire post van een van de Verdragsluitende Partijen personen in loondienst heeft die krachtens het tweede lid zijn onderworpen aan de wetgeving van de andere Verdragsluitende Partij, neemt de missie of de post de verplichtingen in acht die de wetgeving van de Verdragsluitende Partij waar de werkzaamheden worden verricht aan werkgevers oplegt.
De bepalingen van het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op personen die werkzaamheden verrichten als particuliere bediende van een persoon genoemd in het eerste lid van dit artikel. In dat geval neemt de natuurlijke persoon voor wie de werkzaamheden in loondienst worden verricht de verplichtingen in acht die de wetgeving van de Verdragsluitende Partij waar de werkzaamheden worden uitgeoefend aan werkgevers oplegt.
De bepalingen van het eerste tot en met het vierde lid zijn niet van toepassing op honoraire consuls en op personen die voor hen werkzaamheden in particuliere dienst verrichten.
Artikel 14. Uitzonderingen op de bepalingen van de artikelen 7 tot en met 13
De bevoegde autoriteiten, of de daartoe aangewezen organen, van beide Verdragsluitende Partijen kunnen uitzonderingen op de bepalingen van de artikelen 7 tot en met 13 overeenkomen in het belang van een persoon of een groep van personen, mits de belanghebbende persoon of personen onderworpen zijn aan de wetgeving van een van beide Verdragsluitende Partijen.
TITEL III. BEPALINGEN INZAKE VERSTREKKINGEN EN UITKERINGEN
HOOFDSTUK 1. VERSTREKKINGEN
Artikel 15. Samentelling van tijdvakken van verzekering
Indien een persoon verzekeringstijdvakken heeft vervuld onder de wetgeving van beide Verdragsluitende Partijen, worden deze perioden samengeteld met het oog op de verkrijging, het behoud of het herstel van het recht op verstrekkingen, voor zover deze tijdvakken niet samenvallen.
Indien de wetgeving van een Verdragsluitende Partij het recht op verplichte verzekering afhankelijk stelt van de vervulling van tijdvakken van verzekering, worden de tijdvakken van verzekering vervuld onder de wetgeving van de andere Verdragsluitende Partij daartoe, voor zover nodig, mede in aanmerking genomen, alsof deze tijdvakken van verzekering zijn vervuld krachtens de wetgeving van eerstbedoelde Verdragsluitende Partij.
Artikel 16. Recht op verstrekkingen
Indien een werknemer die voldoet aan de voorwaarden voor het verkrijgen van verstrekkingen krachtens de wetgeving van een Verdragsluitende Partij, door de werkgever tijdelijk wordt gedetacheerd naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij met het doel om daar werk te verrichten, hebben zowel de werknemer als de gezinsleden die hem vergezellen aanspraak op voor de gezondheid of het leven van de betrokkene onmiddellijk noodzakelijke verstrekkingen die worden verleend door het orgaan van de verblijfplaats overeenkomstig de bepalingen van de door dat orgaan toegepaste wetgeving, ten laste van het bevoegde orgaan. Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing op personen werkzaam bij het internationaal transport als bedoeld in artikel 11 en de gezinsleden die hen vergezellen.
Voor de toepassing van het eerste lid, wordt de verlening van prothesen, apparatuur of andere verstrekkingen van aanzienlijke waarde afhankelijk gesteld van de toestemming van het bevoegde orgaan, tenzij de verlening van die verstrekking niet kan worden uitgesteld zonder ernstige schade toe te brengen aan de gezondheid of het leven van de belanghebbende. De lijst van dergelijke verstrekkingen wordt overeengekomen door de verbindingsorganen die worden aangewezen in het Administratief Akkoord als bedoeld in artikel 36, eerste lid.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.