Kaderverdrag inzake een multilateraal nucleair milieuprogramma in de Russische Federatie

Type Verdrag
Publication 2005-03-04
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk België, de Regering van het Koninkrijk Denemarken, de Regering van de Republiek Finland, de Regering van de Franse Republiek, de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland, de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden, de Regering van het Koninkrijk Noorwegen, de Regering van de Russische Federatie, de Regering van het Koninkrijk Zweden, de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, de Regering van de Verenigde Staten van Amerika, de Europese Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (hierna te noemen de „Partijen"),

Gelet op het Gezamenlijk Verdrag inzake de veiligheid van het beheer van bestraalde splijtstof en inzake de veiligheid van het beheer van radioactief afval van 5 september 1997 (hierna te noemen het „Gezamenlijk Verdrag");

Overwegende dat het Gezamenlijk Verdrag bepaalt dat bestraalde splijtstof en radioactief afval binnen militaire of defensieprogramma's dienen te worden beheerd in overeenstemming met de in dat Verdrag neergelegde doelstellingen, ook als zij daarvan uitgesloten zijn, onverminderd het bepaalde in artikel 3 van dat Verdrag;

Voorts gelet op het Verdrag inzake nucleaire veiligheid van 17 juni 1994;

In herinnering roepend het belang dat in het Gezamenlijk Verdrag wordt gehecht aan internationale samenwerking ter verhoging van de veiligheid van het beheer van bestraalde splijtstof en van radioactief afval door middel van bilaterale en multilaterale mechanismen;

Opnieuw het belang bevestigend dat Partijen hechten aan de beginselen vervat in de desbetreffende internationale verdragen inzake nucleaire aansprakelijkheid voor de verlening van internationale bijstand op dit gebied;

Erkennend het werk van de Contact Expert Group for International Radwaste Projects, opgericht onder auspiciën van het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie teneinde kwesties inzake internationale samenwerking op het gebied van het beheer van radioactief afval en aanverwante aangelegenheden in de Russische Federatie te behandelen alsmede haar bijdrage aan de ontwikkeling van een allesomvattend internationaal plan van aanpak;

Geleid door de wens de praktische samenwerking te vergemakkelijken teneinde de veiligheid van het beheer van bestraalde splijtstof en radioactief afval in de Russische Federatie te bevorderen, in het bijzonder door de uitvoering van projecten in de Russische Federatie die kunnen worden aangewezen door de Contact Expert Group for International Radwaste Projects;

In herinnering roepend de beginselverklaring van de leden en waarnemers van de Raad voor het Europees-Arctische Barentsz-zeegebied (BEAC)1)BEAC staat voor „Barents Euro-Arctic Council". die Denemarken, Finland, Frankrijk, Duitsland, IJsland, Italië, Nederland, Noorwegen, Polen, de Russische Federatie, Zweden, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten vertegenwoordigden betreffende het multilaterale nucleaire milieuprogramma in de Russische Federatie, op 5 maart 1999 ondertekend te Bod⊘ (Noorwegen), waarin de deelnemers verklaarden bereid te zijn te onderhandelen over een multilateraal kaderverdrag inzake de noodzakelijke voorwaarden voor het verlenen van internationale bijstand op dit gebied;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Multilateraal nucleair milieuprogramma in de Russische Federatie (MNEPR)
1.

De Partijen zetten bij dezen een kader op teneinde de samenwerking op het gebied van de veiligheid van het beheer van bestraalde splijtstof en radioactief afval in de Russische Federatie te vergemakkelijken. Dit kader wordt aangeduid als het multilateraal nucleair milieuprogramma in de Russische Federatie (MNEPR). Het MNEPR is van toepassing op projecten aangegaan tussen de Donoren en Ontvangers of elke andere samenwerkingsvorm die zij zijn overeengekomen. Het kan tevens van toepassing zijn op projecten of elke andere samenwerkingsvorm op andere terreinen van nucleaire activiteiten, met inbegrip van nucleaire veiligheid, indien zulks is overeengekomen door de betrokken Partijen.

2.

De Partijen trachten bij de bijstandsactiviteiten dubbel werk te voorkomen en zien erop toe dat deze de activiteiten uit hoofde van andere multilaterale of bilaterale fondsen, overeenkomsten, mechanismen of regelingen aanvullen.

Artikel 2. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder de volgende termen:

Artikel 3. Samenwerkingsvormen uit hoofde van het MNEPR
1.

Bijstand uit hoofde van het MNEPR kan worden verleend door middel van:

2.

Tenzij anders overeengekomen in dit Verdrag, zijn de voorwaarden van dit Verdrag van toepassing op alle uit hoofde van het eerste lid van dit artikel verleende bijstand. De bepalingen van dit Verdrag kunnen ook van toepassing zijn op activiteiten die zijn begonnen voordat het Verdrag in werking is getreden indien zulks is overeengekomen tussen de Partijen die bij deze activiteiten betrokken zijn.

3.

De verlening van bijstand door de Donoren uit hoofde van dit Verdrag is afhankelijk van de beschikbaarheid van de daarvoor bestemde fondsen.

Artikel 4. MNEPR-comité
1.

Teneinde de samenwerking te vergemakkelijken en informatie uit hoofde van het MNEPR uit te wisselen richten Partijen bij dezen het MNEPR-comité op. Het MNEPR-comité bestaat uit één erkende officiële/regeringsvertegenwoordiger van elke Partij, die ook zal fungeren als contactpersoon voor alle kwesties die van belang zijn voor het MNEPR.

2.

Het MNEPR-comité kan:

3.

Het MNEPR-comité stelt zijn eigen reglement van orde vast.

4.

Het MNEPR-comité kiest uit de vertegenwoordigers van de Partijen twee voorzitters voor een termijn van twaalf maanden: een vertegenwoordiger van een van de Donorpartijen en een vertegenwoordiger van de Russische Partij.

5.

Het MNEPR-comité kan besluiten een belanghebbende staat, intergouvernementele organisatie of regionale organisatie voor economische integratie waarop het internationaal publiekrecht van toepassing is en die geen partij is bij dit Verdrag toe te laten als waarnemer. Indien een coördinator ingevolge artikel 5 is aangewezen, wordt deze als waarnemer toegelaten tot vergaderingen van het MNEPR-comité wanneer zulks van belang is.

6.

Het MNEPR-comité neemt besluiten en doet aanbevelingen bij consensus.

Artikel 5. Coördinator van multilaterale financiering uit hoofde van het MNEPR
1.

De Donorpartijen bij een gemeenschappelijke financieringsregeling, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, kunnen daar een coördinator voor aanwijzen.

2.

De coördinator heeft dezelfde rechten en verplichtingen als de Donorpartijen uit hoofde van dit Verdrag, indien hij namens de Donoren activiteiten verricht.

Artikel 6. Specifieke toezeggingen
1.

Partijen bevorderen de activiteiten die nodig zijn voor de uitvoering van projecten uit hoofde van het MNEPR.

2.

De Russische Partij staat in voor de onverwijlde afgifte van, onder andere, machtigingen, vergunningen, goedkeuringen en uitklaringen die benodigd zijn voor de doelmatige uitvoering van projecten. De Russische Partij staat in voor de verschaffing van gegevens en informatie waar zulks nodig is voor de uitvoering van specifieke projecten binnen het kader van dit Verdrag. De Russische Partij verleent toegang tot plaatsen en voorzieningen die nodig zijn voor de uitvoering van specifieke projecten binnen het kader van dit Verdrag. Indien een dergelijke toegang ingevolge de bepalingen van de wetgeving van de Russische Federatie aan beperkingen dient te worden onderworpen, worden in de Uitvoeringsovereenkomsten wederzijds aanvaardbare procedures uitgewerkt. In de Uitvoeringsovereenkomsten worden tevens de procedures voor alsmede de reikwijdte van de te verschaffen informatie bepaald.

3.

De verlening van bijstand wordt aangevuld met Russische middelen. Deze middelen kunnen in natura of anderszins worden verschaft voor de uitvoering van projecten uit hoofde van het MNEPR.

Artikel 7. Vorderingen, gerechtelijke procedures en vrijwaring
1.

Dit Verdrag wordt aangevuld door een Protocol dat bepalingen bevat inzake vorderingen, gerechtelijke procedures en vrijwaring terzake van vorderingen tegen Donoren en hun medewerkers of tegen aannemers, onderaannemers, adviseurs, leveranciers of toeleveranciers van uitrusting, goederen en diensten op elk niveau en hun medewerkers wegens verlies dat of schade die, van welke aard ook, voortvloeit uit activiteiten verricht uit hoofde van dit Verdrag.

2.

Het Protocol en de Bijlage daarbij zijn niet van toepassing op een Partij die niet toetreedt tot het Protocol.

3.

Een Partij die niet toetreedt tot het Protocol kan met de Russische Partij een afzonderlijk verdrag sluiten inzake vorderingen, gerechtelijke procedures en vrijwaring ter zake van vorderingen wegens verlies dat of schade die, van welke aard ook, voortvloeit uit activiteiten verricht uit hoofde van dit Verdrag.

Artikel 8. Gebruik en heroverdracht van bijstand
1.

Tenzij voorafgaand schriftelijke toestemming is verkregen van de Donor, draagt de Ontvanger het eigendomsrecht op of het bezit van uit hoofde van dit Verdrag verleende bijstand niet over aan een entiteit, anders dan een functionaris, medewerker of agent van die Donor of die Ontvanger, en staat hij niet toe dat de bijstand wordt gebruikt voor andere doeleinden dan waarvoor deze is verleend.

2.

De Russische Partij neemt alle redelijke maatregelen die binnen haar macht liggen teneinde de veiligheid en het passend gebruik van de uit hoofde van dit Verdrag verleende bijstand te waarborgen en te voorkomen dat deze zonder toestemming wordt overgedragen.

Artikel 9. Vrijstelling van belastingen of soortgelijke heffingen
1.

De Russische Partij stelt uit hoofde van dit Verdrag verleende bijstand vrij van douaneheffingen, winstbelastingen, andere belastingen en soortgelijke heffingen. De Russische Partij neemt alle nodige maatregelen om te waarborgen dat geen lokale of regionale belastingen worden geheven over uit hoofde van dit Verdrag verleende bijstand. Deze maatregelen omvatten de verstrekking van brieven van bevoegde lokale en/of regionale autoriteiten waarin wordt bevestigd dat er geen belastingen worden geheven over uit hoofde van dit Verdrag verleende bijstand. Voorafgaand aan de uitvoering van de projecten worden deze bevestigingen inzake de lokaliteiten en regio's waar de projecten uit hoofde van dit Verdrag zullen worden uitgevoerd gedeponeerd bij ten minste een van de Depositarissen.

2.

De Russische Partij verleent over de vergoedingen voor buitenlandse natuurlijke personen en voor Russische onderdanen die hun gewone verblijfplaats niet in de Russische Federatie hebben voor door hen verrichte werkzaamheden en verleende diensten ten behoeve van de uitvoering van de bijstand uit hoofde van dit Verdrag vrijstelling van inkomstenbelasting, socialeverzekeringspremies en soortgelijke heffingen binnen het grondgebied van de Russische Federatie. Ten aanzien van vergoedingen waarvoor uit hoofde van dit lid vrijstelling is verleend, heeft de Russische Partij geen verplichtingen ter zake van heffingen en betalingen aan de in dit lid bedoelde personen die ten laste komen van het socialezekerheidsstelsel of andere overheidsfondsen.

3.

De Donorpartijen en hun medewerkers, aannemers, onderaannemers, leveranciers en toeleveranciers kunnen uitrusting, voorraden, materieel of diensten die nodig zijn voor de uitvoering van dit Verdrag invoeren in en uitvoeren uit de Russische Federatie. In aanvulling op de bepalingen inzake bijstand zijn tijdelijke invoer en uitvoer niet onderworpen aan douanerechten, vergoedingen voor vergunningen, onredelijke beperkingen, belastingen of soortgelijke heffingen.

4.

In aanvulling op de voorgaande leden, hebben personen en entiteiten die betrokken zijn bij de uitvoering van programma's in het kader van dit Verdrag op het grondgebied van de Russische Federatie recht op vrijstelling van belasting over de toegevoegde waarde en andere heffingen ten aanzien van uitrusting en goederen gekocht op het grondgebied van de Russische Federatie ten behoeve van de uitvoering van de projecten of programma's in het kader van dit Verdrag, alsmede werkzaamheden verricht en diensten verleend op het grondgebied van de Russische Federatie.

5.

Heffing van belastingen zal worden aangemerkt als een geldige reden voor opschorting of beëindiging van een bijstandsproject of voor het afzien ervan.

6.

De Russische Partij is verantwoordelijk voor procedures ter waarborging van de uitvoering van dit artikel. De nodige documenten worden afgegeven door de desbetreffende bevoegde autoriteit.

Artikel 10. Boekhouding, accountantscontrole en inspectie
1.

Elke Ontvanger voert een deugdelijke boekhouding van alle bijstandsfondsen die worden ontvangen van Donoren en verstrekt deze, tezamen met alle ondersteunende documentatie, op gezette tijden aan de betrokken Donor of Donoren, zoals omschreven in de desbetreffende Uitvoeringsovereenkomst of zoals anderszins overeengekomen.

2.

Op verzoek hebben vertegenwoordigers van een Donor het recht binnen zestig dagen na de indiening van het verzoek het gebruik van de door die Donor verschafte bijstand in overeenstemming met dit Verdrag te inspecteren, indien mogelijk op de plaats waar deze zich bevindt of gebruikt wordt, en hebben zij gedurende een termijn van zeven jaar na de afronding of voortijdige beëindiging van het desbetreffende project het recht alle aanverwante stukken en documentatie te controleren, tenzij in de Uitvoeringsovereenkomst een andere termijn is vastgesteld. De praktische aspecten van dergelijke controles en inspecties worden vastgelegd in de Uitvoeringsovereenkomsten.

Artikel 11. Intellectueel eigendom

De Partijen regelen in de Uitvoeringsovereenkomsten wanneer nodig de doeltreffende bescherming en toewijzing van intellectuele eigendomsrechten die uit hoofde van dit Verdrag worden overgedragen of gecreëerd.

Artikel 12. Rechtspositie, binnenkomst en vertrek van medewerkers
1.

De Russische Partij vergemakkelijkt de binnenkomst en het vertrek van functionarissen van de Donoren die partij zijn bij dit Verdrag alsmede van hun medewerkers en van aannemers, onderaannemers, adviseurs, leveranciers en toeleveranciers en hun medewerkers op en vanuit het grondgebied van de Russische Federatie ten behoeve van de uitvoering van activiteiten in overeenstemming met dit Verdrag.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.