Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Oezbekistan inzake internationaal vervoer over de weg

Type Verdrag
Publication 2003-10-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en

de Regering van de Republiek Oezbekistan,

hierna te noemen de Verdragsluitende Partijen,

Geleid door de wens, in het belang van hun economische betrekkingen, de ontwikkeling te bevorderen van het vervoer van goederen en personen over de weg in, naar en vanuit hun landen en in doorvoer over hun grondgebieden,

Zijn het volgende overeengekomen:

Deel I. Algemene bepalingen

Artikel 1. Werkingssfeer
1.

De bepalingen van dit Verdrag zijn van toepassing op het internationaal vervoer van goederen en personen over de weg tegen betaling of voor eigen rekening tussen de grondgebieden van Nederland en Oezbekistan, in doorvoer over hun grondgebieden, naar of van derde landen, en op cabotage, verricht door vervoerders die voertuigen gebruiken zoals omschreven in artikel 2 van dit Verdrag.

2.

Dit Verdrag laat de rechten en verplichtingen van de Verdragsluitende Partijen voortvloeiend uit andere verdragen onverlet.

3.

De toepassing van dit Verdrag doet geen afbreuk aan de toepassing door het Koninkrijk der Nederlanden, als lidstaat van de Europese Unie, van het recht van de Europese Unie.

Artikel 2. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing en uitvoering van dit Verdrag wordt verstaan onder:

Deel II. Vervoer van personen

Artikel 3. Geregelde passagiersdiensten
1.

Geregelde passagiersdiensten met gebruikmaking van bussen of autobussen zijn onderworpen aan een systeem van vergunningen afgegeven door de bevoegde autoriteiten in de landen van vertrek, bestemming en in transitolanden.

2.

De vergunningaanvraag wordt gedaan bij de bevoegde autoriteiten in het land van vestiging van de vervoersondernemer. Indien de autoriteiten de aanvraag goedkeuren, wordt de vergunning overhandigd aan de bevoegde autoriteiten van de andere Verdragsluitende Partij.

De ingevolge artikel 15 ingestelde Gemengde Commissie neemt een beslissing over de vorm van de vergunningaanvraag, de procedure over instemming en de vereiste ondersteunende documenten.

3.

De vergunningen worden afgegeven met de gezamenlijke instemming van de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen.

4.

Over wijzigingen van de exploitatievoorwaarden en opheffing van de dienst wordt besloten op basis van de in het tweede en derde lid vervatte procedure.

Indien er geen vraag meer bestaat naar de dienst kan de exploitant deze opheffen door middel van een drie weken van tevoren gedane kennisgeving aan de bevoegde autoriteiten die de vergunning hebben afgegeven en aan de klanten.

Artikel 4. Shuttle-diensten
1.

Shuttle-diensten met gebruikmaking van bussen of autobussen zonder accommodatie zijn onderworpen aan een systeem van vergunningen afgegeven door de bevoegde autoriteiten in de landen van vertrek, bestemming en in transitolanden.

2.

Shuttle-diensten met gebruikmaking van bussen of autobussen met accommodatie zijn niet onderworpen aan een systeem van vergunningen, maar hiervoor geldt een controledocument.

3.

De vergunningaanvraag voor een in het eerste lid bedoelde dienst wordt gedaan bij de bevoegde autoriteiten in het land van vestiging van de vervoersondernemer.

De ingevolge artikel 15 ingestelde Gemengde Commissie beslist over de vorm en inhoud van de vergunningaanvraag en de vereiste ondersteunende documenten.

4.

De Gemengde Commissie kan een vrijer stelsel voor shuttle-diensten instellen.

Artikel 5. Ongeregelde diensten
1.

De ongeregelde diensten met gebruikmaking van bussen of autobussen zijn niet onderworpen aan een systeem van vergunningen.

2.

Het aan boord nemen van personen tijdens een ongeregelde rit is niet toegestaan, tenzij een bijzondere vergunning wordt verleend.

3.

Ongeregelde diensten gaan vergezeld van een controledocument. De voorwaarden voor het gebruik en de inhoud van het controledocument worden vastgesteld door de in artikel 15 bedoelde Gemengde Commissie.

Artikel 6. Gemeenschappelijke bepalingen voor passagiersdiensten
1.

Vervoersvergunningen zijn persoonlijk en zijn niet overdraagbaar aan andere vervoersondernemers of aan derden.

2.

Cabotage is uitsluitend toegestaan met bijzondere toestemming van het gastheerland. Lokale ritten uitsluitend georganiseerd voor een groep personen die door een en dezelfde vervoersondernemer naar die plaats worden gebracht, worden niet aangemerkt als cabotagediensten, mits dezen op de passagierslijst worden vermeld.

3.

Aan ingezeten vervoersondernemers worden vervoersvergunningen afgegeven door de bevoegde autoriteiten of door een door die autoriteiten aangewezen instantie.

4.

Als uitzondering op de bepalingen van Deel II zijn de volgende categorieën vervoer vrijgesteld van vergunningsvereisten:

Deel III. Vervoer van goederen

Artikel 7. Vergunningensysteem
1.

Op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij gevestigde vervoersondernemers mogen, onder het vergunningenstelsel, vervoer verrichten tussen elke plaats op het grondgebied van deze Verdragsluitende Partij en elke plaats buiten dat grondgebied en in doorvoer over het grondgebied van deze Verdragsluitende Partij.

2.

Cabotage is uitsluitend toegestaan op basis van een bijzondere vergunning van het gastheerland.

Artikel 8. Vrijstelling van vergunningsvereisten
1.

Als uitzondering op artikel 7 zijn de volgende categorieën vervoer vrijgesteld van vergunningsvereisten:

2.

De in artikel 15 bedoelde Gemengde Commissie kan de in het voorgaande lid genoemde lijst van categorieën vervoer uitbreiden of wijzigen.

Artikel 9. Vergunningsvoorwaarden
1.

De bevoegde autoriteiten van beide Verdragsluitende Partijen wisselen jaarlijks een overeengekomen aantal blanco vergunningsformulieren uit. Aanvullende vergunningen worden op verzoek van de ene Verdragsluitende Partij afgegeven aan de andere Verdragsluitende Partij.

Aan ingezeten vervoersondernemers worden de vergunningen afgegeven door de bevoegde autoriteiten of door een door die autoriteiten aangewezen instantie.

2.

Vergunningen zijn persoonlijk en zijn niet overdraagbaar aan andere vervoersondernemers of aan derden.

3.

Vergunningen mogen slechts voor één voertuig tegelijk worden gebruikt. De vergunningen zijn geldig tot en met 31 januari van het daaropvolgende kalenderjaar. In geval van een combinatie van voertuigen is het motorvoertuig de bepalende factor bij de afgifte of vrijstelling van vergunningen.

Deel IV. Gemeenschappelijke bepalingen

Artikel 10. Belastingaangelegenheden

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.