Bilateraal verdrag inzake luchtdiensten tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Islamitische Republiek Iran
Preambule
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden
en
de Regering van de Islamitische Republiek Iran,
hierna te noemen de Verdragsluitende Partijen;
Partij zijnde bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, op 7 december 1944 (16/09/1323) te Chicago voor ondertekening opengesteld;
geleid door de wens een bijdrage te leveren aan de vooruitgang van de internationale burgerluchtvaart;
geleid door de wens de Overeenkomst van 31 oktober 1949 (09/08/1328), zoals gewijzigd bij briefwisseling van 12 februari/13 maart 1968, te vervangen teneinde de bestaande luchtdiensten tussen en via hun respectieve grondgebieden te verbeteren;
zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit Verdrag betekenen de onderstaande begrippen het volgende:
- a. onder het „Verdrag van Chicago" wordt verstaan: het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, op 7 december 1944 (16/09/1323) te Chicago voor ondertekening opengesteld, met inbegrip van alle overeenkomstig artikel 90 van dat Verdrag aangenomen Bijlagen en alle wijzigingen van de Bijlagen of van dat Verdrag ingevolge de artikelen 90 en 94 van dat Verdrag, voor zover deze Bijlagen en wijzigingen in werking zijn getreden voor of zijn bekrachtigd door beide Verdragsluitende Partijen;
- b. onder „luchtvaartautoriteiten" wordt verstaan: wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, de Minister van Verkeer en Waterstaat; wat de Islamitische Republiek Iran betreft, de Burgerluchtvaartorganisatie of in beide gevallen elke persoon of instantie die bevoegd is een functie te vervullen die thans wordt vervuld door genoemde instanties;
- c. onder „aangewezen luchtvaartmaatschappij" wordt verstaan: de luchtvaartmaatschappij die is aangewezen en gemachtigd overeenkomstig artikel 3 van dit Verdrag;
- d. onder ``grondgebied" wordt met betrekking tot een Verdragsluitende Partij verstaan: gebieden die onder de soevereiniteit van die partij vallen;
- e. de begrippen „luchtdienst", „internationale luchtdienst", „luchtvaartmaatschappij" en „landing anders dan voor verkeersdoeleinden" hebben de betekenis die daaraan in artikel 96 van het Verdrag van Chicago respectievelijk wordt toegekend;
- f. onder „overeengekomen dienst" en „omschreven route" wordt respectievelijk verstaan: een internationale luchtdienst ingevolge artikel 2 van dit Verdrag en de in de Bijlage bij dit Verdrag omschreven route;
- g. onder „boordproviand" wordt verstaan: consumptiegoederen bestemd voor gebruik of verkoop aan boord van een luchtvaartuig tijdens de vlucht;
- h. onder „Verdrag" wordt verstaan: dit Verdrag, de in toepassing daarvan opgestelde Bijlage, en alle wijzigingen van het Verdrag of van de Bijlage;
- i. onder „tarief" wordt verstaan: elk bedrag dat door de luchtvaartmaatschappijen, rechtstreeks of via hun agenten, in rekening wordt gebracht of zal worden gebracht aan alle natuurlijke personen of rechtspersonen voor het vervoer door de lucht van passagiers (en hun bagage) en vracht (post uitgezonderd), daarbij inbegrepen:
- I. de voorwaarden betreffende het beschikbaar zijn en het van toepassing zijn van een tarief, en
- II. de heffingen en voorwaarden voor alle bij zulk vervoer bijkomende diensten die door de luchtvaartmaatschappij worden aangeboden;
- j. onder „verandering van luchtvaartuig" wordt verstaan: zodanige exploitatie van de overeengekomen diensten door een aangewezen luchtvaartmaatschappij dat een of meer sectoren van een route worden gevlogen door luchtvaartuigen met een andere capaciteit dan die welke in een andere sector worden gebruikt;
- k. onder de term „capaciteit" wordt verstaan: de combinatie van de frequentie per week en de configuratie van het type luchtvaartuig dat wordt gebruikt op de route of deel van de route die door de aangewezen luchtvaartmaatschappij aan het publiek wordt geboden.
Artikel 2. Verlening van rechten
Elke Verdragsluitende Partij verleent de andere Verdragsluitende Partij, behoudens waar in de Bijlage anders wordt bepaald, de onderstaande rechten voor de uitvoering van geregeld internationaal luchtvervoer door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Verdragsluitende Partij:
- a. het recht om zonder landen over haar grondgebied te vliegen;
- b. het recht om op haar grondgebied te landen anders dan voor verkeersdoeleinden; en
- c. bij de exploitatie van een overeengekomen dienst op een omschreven route, het recht op haar grondgebied te landen voor het separaat of in combinatie opnemen en afzetten van passagiers, vracht en post in internationaal verkeer.
Geen enkele bepaling in het eerste lid van dit artikel wordt geacht de luchtvaartmaatschappij van de ene Verdragsluitende Partij het recht te verlenen deel te nemen in luchtvervoer tussen punten op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.
Behoudens de goedkeuring van de luchtvaartautoriteiten van de andere Verdragsluitende Partij, en rekening houdend met artikel 8 van dit Verdrag, kan elke Verdragsluitende Partij eveneens voorzien in de rechten voor de verkeersbehoefte tussen de grondgebieden van derde landen bij de exploitatie van de routetabel, die als Bijlage bij dit Verdrag is gevoegd, en het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.
In geval van oorlog, vijandelijkheden of ongeregeldheden waarbij de veilige uitvoering van burgerluchtvaartexploitatie gevaar loopt, kunnen de bevoegde autoriteiten van beide Verdragsluitende Partijen een aanvullende vergunning verlangen voor de exploitatie van de eerder goedgekeurde route op of boven hun grondgebied.
Artikel 3. Aanwijzing en vergunning
Elke Verdragsluitende Partij heeft het recht, door middel van een schriftelijke kennisgeving langs diplomatieke weg aan de andere Verdragsluitende Partij, één luchtvaartmaatschappij aan te wijzen voor de exploitatie van luchtdiensten op de in de Bijlage omschreven routes en een eerder aangewezen luchtvaartmaatschappij te vervangen door een andere luchtvaartmaatschappij.
Na ontvangst van bedoelde kennisgeving verleent elke Verdragsluitende Partij, met inachtneming van het bepaalde in dit artikel, onverwijld de desbetreffende exploitatievergunningen aan de door de andere Verdragsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij.
Zodra de in het tweede lid van dit artikel bedoelde exploitatievergunning is ontvangen, kan de aangewezen luchtvaartmaatschappij op elk moment, geheel of ten dele, een aanvang maken met de exploitatie van de overeengekomen diensten, mits zij de bepalingen van dit Verdrag naleeft en ten aanzien van die diensten een in overeenstemming met de bepalingen van artikel 5 van dit Verdrag vastgesteld tarief van kracht is en daadwerkelijk wordt toegepast.
Elke Verdragsluitende Partij heeft het recht de in het tweede lid van dit artikel bedoelde exploitatievergunning te weigeren of deze vergunning te verlenen onder noodzakelijk geachte voorwaarden voor de uitoefening van de in artikel 2 van dit Verdrag omschreven rechten door een aangewezen luchtvaartmaatschappij, indien niet te haren genoegen is aangetoond dat een aanmerkelijk deel van de eigendom van, en het daadwerkelijke toezicht op die luchtvaartmaatschappij berusten bij de Verdragsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen en/of bij haar onderdanen, of bij beide.
Artikel 4. Intrekking en opschorting van vergunningen
Elke Verdragsluitende Partij heeft het recht de in artikel 3 van dit Verdrag bedoelde vergunningen van een door de andere Verdragsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij te weigeren, in te trekken of op te schorten, of daaraan voorwaarden te verbinden:
- a. indien een zodanige luchtvaartmaatschappij nalaat ten genoegen van de luchtvaartautoriteiten van die Verdragsluitende Partij aan te tonen dat zij voldoet aan de door die autoriteiten gewoonlijk en redelijkerwijze in overeenstemming met het Verdrag van Chicago ten aanzien van de exploitatie van internationale luchtdiensten toegepaste wetten en voorschriften;
- b. indien een zodanige luchtvaartmaatschappij nalaat de wetten en voorschriften van die Verdragsluitende Partij na te leven;
- c. ingeval niet te haren genoegen is aangetoond dat een aanmerkelijk deel van de eigendom van, en het daadwerkelijk toezicht op de luchtvaartmaatschappij berusten bij de Verdragsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen of bij haar onderdanen, of bij beide;
- d. indien de luchtvaartmaatschappij anderszins nalaat de exploitatie uit te voeren in overeenstemming met de ingevolge dit Verdrag gestelde voorwaarden.
Tenzij onmiddellijk ingrijpen van wezenlijk belang is ter voorkoming van verdere inbreuken op de hierboven bedoelde wetten en voorschriften, worden de in het eerste lid van dit artikel opgesomde rechten slechts uitgeoefend na overleg met de luchtvaartautoriteiten van de andere Verdragsluitende Partij. Tenzij anders door de Verdragsluitende Partijen is overeengekomen, vangt het overleg aan binnen een termijn van zestig (60) dagen na de datum van ontvangst van het verzoek ter zake.
Artikel 5. Tarieven
Elk der Verdragsluitende Partijen staat toe dat elke aangewezen luchtvaartmaatschappij prijzen vaststelt voor het luchtvervoer op basis van commerciële overwegingen in de markt. Het ingrijpen door de Partijen beperkt zich tot:
- a. voorkoming van onredelijke prijsdiscriminatie of onredelijke praktijken;
- b. bescherming van klanten tegen onredelijk hoge of onredelijk beperkende prijzen als gevolg van misbruik van een dominante positie.
Elk der Verdragsluitende Partijen kan verlangen dat bij haar luchtvaartautoriteiten kennisgeving wordt gedaan of registratie plaatsvindt van de prijzen die door luchtvaartmaatschappijen van de andere Partij worden berekend van of naar haar grondgebied. Kennisgeving of registratie door de luchtvaartmaatschappijen van beide Partijen kan worden verlangd uiterlijk dertig (30) dagen voor de voorgestelde datum van ingang. In individuele gevallen kan kennisgeving of registratie worden toegestaan binnen een kortere termijn dan die welke normaliter vereist is. Geen der Partijen verlangt de kennisgeving of registratie door luchtvaartmaatschappijen van de andere Partij van prijzen die door charteraars aan het publiek worden berekend, behoudens voor zover dit op non-discriminatoire basis vereist is voor informatieve doeleinden.
Geen der Verdragsluitende Partijen grijpt op unilaterale basis in ter voorkoming van de invoering of handhaving van een prijs die wordt voorgesteld of berekend door (a) een luchtvaartmaatschappij van een van beide Partijen voor internationaal luchtvervoer tussen de grondgebieden van de Partijen, of (b) een luchtvaartmaatschappij van de ene Partij voor internationaal luchtvervoer tussen het grondgebied van de andere Partij en elk ander land, in beide gevallen met inbegrip van vervoer op interline- of intraline-basis. Indien een der Partijen van mening is dat een dergelijke prijs strijdig is met het bepaalde in het eerste lid van dit artikel, verzoekt zij om overleg en geeft zij de andere Partij onverwijld kennis van de redenen van haar ongenoegen. Dit overleg vindt plaats uiterlijk dertig (30) dagen na de ontvangst van het verzoek, en de Partijen werken samen bij de verkrijging van gegevens benodigd voor een redelijke oplossing van de zaak. Indien de Partijen een overeenkomst bereiken ten aanzien van een prijs waarover een kennisgeving van ongenoegen is gedaan, stelt elke Partij al het mogelijke in het werk om deze overeenkomst daadwerkelijk na te leven. Bij gebreke van een dergelijke overeenkomst, gaat of blijft de desbetreffende prijs gelden.
Artikel 6. Commerciële activiteiten
Het is de aangewezen luchtvaartmaatschappij van beide Verdragsluitende Partijen toegestaan om:
- a. op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij kantoren te vestigen ten behoeve van de bevordering van het luchtvervoer en de verkoop van vliegbiljetten (met inbegrip van het recht van verkoop en uitgifte van vliegbiljetten en/of luchtvrachtbrieven, zowel de eigen vliegbiljetten/vrachtbrieven als die van alle andere vervoerders), alsook andere voor het verzorgen van luchtvervoer vereiste voorzieningen;
- b. zich op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij rechtstreeks en, naar goeddunken van die luchtvaartmaatschappij, via haar agenten, bezig te houden met de verkoop van luchtvervoer.
Het is de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de ene Verdragsluitende Partij toegestaan om haar in verband met het verzorgen van luchtvervoer benodigde leidinggevend, commercieel, operationeel en technisch personeel te zenden naar en te doen verblijven op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.
In deze behoeften aan personeel kan naar keuze van de aangewezen luchtvaartmaatschappij worden voorzien door haar eigen personeel of door gebruikmaking van de diensten van een andere organisatie, onderneming of luchtvaartmaatschappij die werkzaam is op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij en die gemachtigd is dergelijke diensten te verlenen op het grondgebied van die Verdragsluitende Partij.
De bovengenoemde activiteiten worden verricht in overeenstemming met de wetten en voorschriften van de andere Verdragsluitende Partij.
Artikel 7. Verandering van luchtvaartuig
Elke aangewezen luchtvaartmaatschappij mag naar haar keuze op een of meerdere vluchten van de overeengekomen diensten op het grondgebied van de andere Partij of op elk punt op de omschreven route van luchtvaartuig veranderen, met dien verstande dat:
- a. luchtvaartuigen die worden gebruikt na het punt van luchtvaartuig-verandering gelijktijdig worden ingepland met het inkomende of uitgaande luchtvaartuig, naar gelang van het geval;
- b. in geval van verandering van luchtvaartuig op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij en indien meer dan één luchtvaartuig wordt geëxploiteerd na het punt van verandering, niet meer dan één dergelijk luchtvaartuig van dezelfde omvang mag zijn als de in de sectoren van de derde en vierde vrijheid gebruikte luchtvaartuigen en geen enkele groter.
Voor de verandering van de exploitatie van luchtvaartuigen mag een aangewezen luchtvaartmaatschappij haar eigen materieel en, afhankelijk van nationale voorschriften, geleast materieel gebruiken, en op basis van handelsregelingen met een andere luchtvaartmaatschappij samenwerken.
Een aangewezen luchtvaartmaatschappij mag voor de sectoren van verandering van luchtvaartuigexploitatie dezelfde of verschillende vluchtnummers gebruiken.
Artikel 8. Eerlijke concurrentie, capaciteit en dienstregeling
De aangewezen luchtvaartmaatschappijen van beide Verdrag-sluitende Partijen worden op eerlijke en gelijke wijze in de gelegenheid gesteld deel te nemen aan het internationale luchtvervoer waarop dit Verdrag betrekking heeft.
Bij de exploitatie van de overeengekomen diensten houdt de aangewezen luchtvaartmaatschappij van elke Verdragsluitende Partij rekening met de belangen van de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Verdragsluitende Partij teneinde de diensten die deze laatste op het geheel of een gedeelte van dezelfde routes biedt, niet onnodig te hinderen.
Met betrekking tot het tweede lid dienen de belangen van de aangewezen luchtvaartmaatschappij van elke Verdragsluitende Partij het voornaamste doel te hebben het bieden van toereikende capaciteit om te voorzien in de behoefte met betrekking tot het vervoer van passagiers, bagage en post op de overeengekomen routes, op een commercieel verantwoorde wijze.
Elke Verdragsluitende Partij treft alle passende maatregelen binnen haar rechtsmacht ter bestrijding van alle vormen van discriminatie of oneerlijke concurrentiepraktijken die de concurrentiepositie van de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Verdragsluitende Partij nadelig beïnvloeden.
Met betrekking tot de door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van elke Verdragsluitende Partij te verschaffen capaciteit, wordt door de luchtvaartautoriteiten van beide Verdragsluitende Partijen een overeenkomst gesloten.
Zolang hiertoe tussen de luchtvaartautoriteiten van beide Verdragsluitende Partijen geen overeenkomst is gesloten, blijft de voordien goedgekeurde capaciteit van toepassing.
De door de ene Verdragsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij stelt de luchtvaartautoriteiten van de andere Verdragsluitende Partij dertig (30) dagen van tevoren in kennis van de dienstregeling van haar voorgenomen diensten aan, en vermeldt daarbij de route, de frequentie, de exploitatietijden, het type luchtvaartuig, de configuratie en het aantal zitplaatsen dat beschikbaar zal zijn voor het publiek. In bijzondere gevallen kan deze termijn van dertig (30) dagen worden bekort, mits de autoriteiten van beide Verdragsluitende Partijen daarmee instemmen.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.