Akkoord inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Québec
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden
en
de Regering van Québec,
verlangende hun onderscheiden onderdanen de voordelen te bieden van een afstemming van de wetgevingen inzake sociale zekerheid van Nederland en Québec,
zijn het volgende overeengekomen:
TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Tenzij uit de context anders blijkt, wordt in dit Akkoord verstaan onder:
- a. „bevoegde autoriteit”, ten aanzien van Québec, de minister die belast is met de uitvoering van de in artikel 2 bedoelde wetgeving; en ten aanzien van Nederland de minister die belast is met de in artikel 2 bedoelde wetgeving;
- b. „bevoegd orgaan”, ten aanzien van Québec, de minister of instantie die belast is met de uitvoering van de in artikel 2 bedoelde wetgeving; en ten aanzien van Nederland, het orgaan dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van de in artikel 2 bedoelde wetgeving;
- c. „verzekeringstijdvak”, ten aanzien van Québec, elk jaar waarin premies zijn betaald of een invaliditeitsuitkering is uitbetaald uit hoofde van de „Loi sur le régime de rentes" van Québec of elk ander jaar dat daaraan gelijk wordt gesteld; en ten aanzien van Nederland, een tijdvak van premiebetaling, verzekering, arbeid of wonen krachtens de in artikel 2 bedoelde wetgeving;
- d. „uitkering”, een pensioen, rente, forfaitair bedrag, of elke andere geldelijke uitkering voorzien in de wetgeving van elk der Partijen, met inbegrip van elke aanvulling, toeslag of opslag uit hoofde van de in artikel 2 bedoelde wetgeving;
- e. „onderdaan”, ten aanzien van Québec, een Canadees staatsburger die onderworpen is of is geweest aan de in artikel 2, eerste lid, sub a, bedoelde wetgeving; en ten aanzien van Nederland, een persoon met de Nederlandse nationaliteit;
- f. „grondgebied”, ten aanzien van Nederland, het grondgebied van het Koninkrijk in Europa;
- g. „wetgeving”, de in artikel 2 bedoelde wetgeving; en elk niet in het Akkoord omschreven begrip heeft de betekenis die daaraan wordt gegeven in de toepasselijke wetgeving.
Artikel 2. Materiële werkingssfeer
Het Akkoord is van toepassing:
- a. ten aanzien van Québec, op de „Loi sur le régime de rentes du Québec relative aux prestations de retraite, d'invalidité et de survivants” (Wet op het uitkeringsstelsel van Québec betreffende pensioenuitkeringen, invaliditeitsuitkeringen en nabestaandenuitkeringen) en de daaruit voortvloeiende regelingen;
- b. ten aanzien van Nederland, op de wetgeving betreffende:
- i. de algemene ouderdomsverzekering;
- ii. de algemene nabestaandenverzekering;
- iii. de invaliditeitsverzekering voor zelfstandigen;
- iv. de invaliditeitsverzekering voor werknemers; en voor de toepassing van artikel 8, het eerste en tweede lid van artikel 9 en het eerste en tweede lid van artikel 10;
- v. de wetgeving inzake ziekteverzekering, met inbegrip van de in het Burgerlijk Wetboek neergelegde verplichting van de werkgever tot doorbetaling van het dagloon in geval van ziekte;
- vi. de werkloosheidsverzekering; en
- vii. de kinderbijslagen.
Onverminderd het bepaalde in het derde en vierde lid, is het Akkoord eveneens van toepassing op elke wet- of regelgeving waarbij de in het eerste lid bedoelde wetgeving wordt gewijzigd, aangevuld of vervangen.
Het Akkoord is eveneens van toepassing op wet- of regelgeving van een Partij die het bestaande regime uitbreidt met nieuwe categorieën rechthebbenden; die Partij beschikt evenwel over een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de officiële publicatie van die wet- of regelgeving, om de andere Partij ervan in kennis te stellen dat het Akkoord niet van toepassing is.
Het Akkoord is niet van toepassing op wet- of regelgeving die van toepassing is op een niet in het eerste lid genoemde nieuwe tak van sociale zekerheid, tenzij het Akkoord daartoe wordt gewijzigd.
Ten aanzien van Nederland is het Akkoord niet van toepassing op regelingen inzake sociale en medische bijstand, noch op bijzondere regelingen voor ambtenaren of met hen gelijkgestelden, noch op regelingen betreffende prestaties aan slachtoffers van oorlogshandelingen of van de gevolgen daarvan.
Artikel 3. Personele werkingssfeer
Tenzij anders wordt bepaald, is het Akkoord van toepassing op onderdanen van de Partijen, op personen op wie de wetgeving van één van de Partijen van toepassing is dan wel is geweest, alsmede op andere personen voor zover zij rechten ontlenen aan vorenbedoelde personen.
Artikel 4. Gelijkheid van behandeling
Wat de wetgeving van Québec betreft zijn alle personen die in artikel 3 worden bedoeld, onderworpen aan de verplichtingen van die wetgeving en zijn zij, ongeacht hun nationaliteit, uitkeringsgerechtigd.
Wat de Nederlandse wetgeving betreft zijn, tenzij in dit Verdrag anders wordt bepaald:
- a. onderdanen van Québec,
- b. vluchtelingen, als bedoeld in het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951 en het Protocol van 31 januari 1967 bij genoemd Verdrag,
- c. staatlozen, als bedoeld in het Verdrag betreffende de status van staatlozen van 28 september 1954, en
- d. andere personen voor zover zij rechten ontlenen aan een onder a, b of c bedoeld persoon, onderworpen aan de verplichtingen van die wetgeving en zijn zij onder dezelfde voorwaarden als onderdanen van Nederland uitkeringsgerechtigd.
Artikel 5. Export van uitkeringen
Tenzij in het Akkoord anders wordt bepaald kunnen de in artikel 2, eerste lid, sub a en b, i, ii, iii en iv, bedoelde ouderdoms-, invaliditeits- of nabestaandenuitkeringen verkregen op grond van de wetgeving van een Partij, inclusief zodanige uitkeringen die verkregen zijn op grond van dit Verdrag, op generlei wijze worden verminderd, gewijzigd, geschorst, ingetrokken of verbeurd verklaard, uitsluitend op grond van het feit dat de rechthebbende op het grondgebied van de andere Partij woont of verblijft en deze uitkeringen betaalbaar worden gesteld op het grondgebied van de andere Partij.
Uitkeringen die op grond van het Akkoord door de ene Partij op het grondgebied van de andere Partij betaalbaar worden gesteld, worden ook betaalbaar gesteld buiten het grondgebied van beide Partijen, onder dezelfde voorwaarden die de eerste Partij uit hoofde van haar nationale wetgeving op haar onderdanen toepast.
TITEL II. BEPALINGEN INZAKE TOE TE PASSEN WETGEVING
Artikel 6. Algemene regel
Tenzij in het Akkoord anders wordt bepaald, en onder voorbehoud van de artikelen 7, 8, 9, 10 en 11, is op een persoon uitsluitend de wetgeving van de Partij op het grondgebied waarvan hij werkzaamheden verricht, van toepassing.
Artikel 7. Zelfstandige
Op een persoon die op het grondgebied van een Partij woont en als zelfstandige werkzaamheden verricht op het grondgebied van de andere Partij is, met betrekking tot die werkzaamheden, uitsluitend de wetgeving van zijn woonplaats van toepassing.
Artikel 8. Uitgezonden personen
Op een persoon op wie de wetgeving van de ene Partij van toepassing is en die voor zijn werkgever betaalde werkzaamheden verricht op het grondgebied van de andere Partij voor een periode van ten hoogste zestig maanden, blijft, met betrekking tot die werkzaamheden, gedurende zijn uitzending de wetgeving van de eerste Partij van toepassing.
Artikel 9. Leden van de bemanning van een zeeschip of luchtvaartuig in dienst van een internationale transportonderneming
Op een persoon die op het grondgebied van beide Partijen werkzaamheden verricht als lid van de bemanning van een zeeschip of luchtvaartuig voor een internationale transportonderneming die, voor derden of voor eigen rekening, per vliegtuig of per boot het vervoer van personen of goederen verricht, en waarvan de zetel is gevestigd op het grondgebied van één Partij, is, met betrekking tot die werkzaamheden, uitsluitend de wetgeving van die Partij van toepassing.
Echter, indien deze persoon in dienst is van een filiaal of permanente vertegenwoordiging die de onderneming heeft op het grondgebied van de Partij niet zijnde op het grondgebied waar zij haar zetel heeft, is op hem, met betrekking tot die werkzaamheden, uitsluitend de wetgeving van toepassing van de Partij op het grondgebied waarvan dit filiaal of deze permanente vertegenwoordiging zich bevindt.
Indien een persoon, onverminderd de twee voorgaande leden, uitsluitend of overwegend werkzaamheden verricht op het grondgebied van de Partij waar hij woont, is op hem, met betrekking tot die werkzaamheden, uitsluitend de wetgeving van die Partij van toepassing.
Artikel 10. Personeel in dienst van de overheid
Op elke persoon die in dienst is van de overheid van de ene Partij en die te werk wordt gesteld op het grondgebied van de andere Partij, is, met betrekking tot die werkzaamheden, uitsluitend de wetgeving van de eerste Partij van toepassing.
Op een persoon die woont op het grondgebied van de ene Partij en daar werkzaamheden verricht voor de overheid van de andere Partij, is, met betrekking tot die werkzaamheden, uitsluitend de wetgeving van toepassing die op dat grondgebied geldt.
Artikel 11. Afwijking van de bepalingen inzake toe te passen wetgeving
De bevoegde autoriteiten van beide Partijen of de door deze autoriteiten aangewezen organen kunnen, in onderlinge overeenstemming, met betrekking tot bepaalde personen of groepen van personen, afwijken van de bepalingen van de artikelen 6, 7, 8, 9 en 10.
Artikel 12. Toepassing van de Nederlandse wetgeving
Ten behoeve van de Nederlandse wetgeving wordt een persoon op wie overeenkomstig de bepalingen van deze Titel de Nederlandse wetgeving van toepassing is, geacht in Nederland te wonen.
TITEL III. BEPALINGEN MET BETREKKING TOT UITKERINGEN
Artikel 13. Beginsel van samentelling
Indien een persoon verzekeringstijdvakken heeft vervuld ingevolge de wetgeving van de ene en de andere Partij en geen recht heeft op uitkering uit hoofde van vervulde tijdvakken krachtens de wetgeving van een Partij, telt het bevoegde orgaan van die Partij, voor zover nodig voor de vaststelling van het recht op een uitkering krachtens de door haar toegepaste wetgeving, de tijdvakken vervuld uit hoofde van de wetgeving van elk der Partijen samen, mits deze tijdvakken niet samenvallen.
Indien een persoon geen recht heeft op een uitkering na de in het eerste lid bedoelde samentelling, wordt voor de vaststelling van het recht op uitkering rekening gehouden met de verzekeringstijdvakken, vervuld krachtens de wetgeving van een derde staat waarmee beide Partijen zijn verbonden door een internationaal sociaal zekerheidsinstrument waarin de samentelling van verzekeringstijdvakken is geregeld, op de in deze titel voorziene wijze.
Artikel 14. Uitkeringen krachtens de wetgeving van Québec
Indien een persoon op wie de wetgeving van de ene en de andere Partij van toepassing is geweest, voldoet aan de voorwaarden voor het recht op een uitkering, voor zichzelf of voor de hem ten laste komende personen, zijn nabestaanden of rechthebbenden, krachtens de wetgeving van Québec, zonder een beroep te doen op de samentelling zoals geregeld in artikel 13, stelt het bevoegde orgaan van Québec het bedrag van de uitkering vast overeenkomstig de door haar toegepaste wetgeving.
Indien de in het eerste lid bedoelde persoon niet aan de voorwaarden voldoet voor het recht op een uitkering zonder een beroep te doen op de samentelling, handelt het bevoegde orgaan van Québec als volgt:
- a. het kent een jaar premiebetaling toe wanneer het bevoegde orgaan van Nederland verklaart dat een verzekeringstijdvak van ten minste drie maanden in een bepaald kalenderjaar is vervuld krachtens de Nederlandse wetgeving, mits dat jaar valt binnen het premietijdvak zoals gedefinieerd in de wetgeving van Québec;
- b. de krachtens sub a toegekende jaren worden overeenkomstig artikel 13 samengeteld met de verzekeringstijdvakken vervuld krachtens de wetgeving van Québec.
Wanneer het recht op een uitkering is verkregen krachtens de in het tweede lid bedoelde samentelling, stelt het bevoegde orgaan van Québec het bedrag van de te betalen uitkering als volgt vast:
- a. het inkomensafhankelijke deel van de uitkering wordt berekend overeenkomstig de bepalingen van de wetgeving van Québec;
- b. het bedrag van het vaste deel van de uitkering wordt naar rato aangepast overeenkomstig de periode gedurende welke premies zijn afgedragen krachtens de wetgeving van Québec in relatie tot de in die wetgeving neergelegde definitie van premietijdvak.
Artikel 15. Uitkeringen krachtens de Nederlandse wetgeving
Indien een persoon op wie de wetgeving van de ene en de andere Partij van toepassing is geweest, voldoet aan de voorwaarden om krachtens de wetgeving van Nederland in aanmerking te komen voor een uitkering, voor zichzelf of voor de hem ten laste komende personen, zijn nabestaanden of rechthebbenden, zonder een beroep te doen op de samentelling zoals geregeld in artikel 13, stelt het bevoegde orgaan van Nederland het bedrag van de uitkering vast overeenkomstig de door haar toegepaste wetgeving.
Artikel 16. Uitkeringen krachtens de invaliditeitswetten
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.