Verdrag inzake sociale zekerheid tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Canada
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden
en
de Regering van Canada,
hierna te noemen „Partijen”,
vastbesloten de relaties tussen de beide landen op het terrein van de sociale zekerheid verder te versterken, en
in achtnemende de wijzigingen in hun onderscheiden sociale zekerheidswetgeving sedert de ondertekening van het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Canada te 's-Gravenhage op 26 februari 1987,
zijn het volgende overeengekomen:
TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel I. Definities
Voor de toepassing van dit Verdrag,
- –. wordt onder „uitkering” verstaan, met betrekking tot een Partij, elke uitkering, pensioen of bijslag ingevolge de wetgeving van die Partij met inbegrip van aanvullingen op en verhogingen van de uitkering, het pensioen of de bijslag krachtens de wetgeving zoals gedefinieerd in artikel II;
- –. wordt onder „bevoegde autoriteit” verstaan, met betrekking tot een Partij, de Minister of de Ministers onder wier verantwoordelijkheid de in artikel II vermelde wetgevingen vallen;
- –. wordt onder „bevoegd orgaan” verstaan, wat Canada betreft, de bevoegde autoriteit, en wat Nederland betreft het orgaan dat belast is met de uitvoering van de in artikel II vermelde wetgevingen en dat krachtens de van toepassing zijnde wetgeving bevoegd is;
- –. wordt onder „verzekeringstijdvak” verstaan, met betrekking tot een Partij, een tijdvak van premiebetaling, verzekering, arbeid of wonen dat in acht wordt genomen om recht te verkrijgen op uitkering krachtens de wetgeving van die Partij;
- –. wordt onder „werknemer” verstaan een persoon die in dienstbetrekking staat tot een werkgever alsmede ieder die krachtens de van toepassing zijnde wetgeving wordt aangemerkt als werknemer;
- –. wordt onder „wetgeving” verstaan, met betrekking tot een Partij, de in artikel II vermelde wetgevingen met betrekking tot die Partij;
- –. wordt onder „onderdaan” verstaan, wat Canada betreft, een Canadees staatsburger; en, wat Nederland betreft, een persoon met de Nederlandse nationaliteit;
- –. wordt onder „voorgaande Verdrag” verstaan, het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen Canada en het Koninkrijk der Nederlanden, ondertekend te 's-Gravenhage op 26 februari 1987, zoals aangepast door het Aanvullende Verdrag tot aanpassing van het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen Canada en het Koninkrijk der Nederlanden, ondertekend te Ottawa op 26 juli 1989;
- –. onder „zelfstandige” wordt verstaan een persoon die voor eigen rekening tegen beloning werkzaam is;
- –. wordt onder „grondgebied” verstaan, wat Canada betreft, het grondgebied van Canada; en, wat Nederland betreft, het grondgebied van het Koninkrijk in Europa.
Elke term die niet in dit Verdrag is omschreven heeft de betekenis welke daaraan wordt gegeven in de wetgeving welke wordt toegepast.
Artikel II. Materiële werkingssfeer
Dit Verdrag is van toepassing:
- a. wat Canada betreft, op:
- i. de „Old Age Security Act” (Wet op de Ouderdomsverzekering) en de krachtens deze wet getroffen regelingen; en
- ii. het „Canada Pension Plan” (Canada Pensioen Plan) en de krachtens deze wet getroffen regelingen;
- b. wat Nederland betreft, op de wetgevingen betreffende:
- i. de invaliditeitsverzekering voor werknemers;
- ii. de invaliditeitsverzekering voor zelfstandigen
- iii. de ouderdomsverzekering;
- iv. de nabestaandenverzekering;
- v. de kinderbijslagen; en voor de toepassing van artikel VI(2), (3) en (4):
- vi. de ziekteverzekering (uitkeringen en verstrekkingen), inclusief de verplichting van de werkgever tot doorbetaling van het loon gedurende de eerste tweeënvijftig weken van ziekte van de werknemer zoals bepaald in het Burgerlijk Wetboek;
- vii. de werkloosheidsverzekering.
Onverminderd het bepaalde in het derde lid, is dit Verdrag eveneens van toepassing op elke wetgeving, waarbij de in het eerste lid bedoelde wetgevingen worden gewijzigd, aangevuld, samengevoegd of vervangen.
Dit Verdrag is niet van toepassing op wetten of regelingen die de bestaande wetgeving van een Partij uitbreiden tot een nieuwe categorie rechthebbenden, indien de bevoegde autoriteit van die Partij binnen drie maanden na de officiële bekendmaking of afkondiging van die wetten of regelingen de bevoegde autoriteit van de andere Partij in kennis stelt dat zij een zodanige uitbreiding van het Verdrag niet wenst.
Dit Verdrag is niet van toepassing op regelingen inzake sociale en medische bijstand, noch op bijzondere regelingen voor ambtenaren of met hen gelijkgestelden, noch op regelingen betreffende prestaties aan slachtoffers van oorlogshandelingen of de gevolgen daarvan.
Artikel III. Personele werkingssfeer
Tenzij in dit Verdrag anders wordt bepaald, is dit Verdrag van toepassing op onderdanen van de Partijen, op personen op wie de wetgeving van één van de Partijen van toepassing is dan wel is geweest, alsmede op andere personen voor zover zij rechten ontlenen aan vorenbedoelde personen.
Artikel IV. Gelijkheid van behandeling
Wat de Canadese wetgeving betreft zijn alle personen die in artikel III worden bedoeld, onderworpen aan de verplichtingen van die wetgeving en zijn zij, ongeacht hun nationaliteit, uitkeringsgerechtigd.
Wat de Nederlandse wetgeving betreft zijn, tenzij in dit Verdrag anders wordt bepaald:
- a. onderdanen van Canada,
- b. vluchtelingen, als bedoeld in het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951 en het Protocol van 31 januari 1967 bij genoemd Verdrag,
- c. staatlozen, als bedoeld in het Verdrag betreffende de status van staatlozen van 28 september 1954, en
- d. andere personen voor zover zij rechten ontlenen aan een onder a, b of c bedoeld persoon, onderworpen aan de verplichtingen van die wetgeving en zijn zij onder dezelfde voorwaarden als onderdanen van Nederland uitkeringsgerechtigd.
Artikel V. Export van uitkeringen
Tenzij in dit Verdrag anders wordt bepaald kunnen invaliditeits-, ouderdoms- of nabestaandenuitkeringen die een in artikel III bedoeld persoon krachtens de wetgeving van een Partij heeft verkregen, inclusief zodanige uitkeringen die verkregen zijn op grond van dit Verdrag, op generlei wijze worden verminderd, gewijzigd, geschorst, ingetrokken of verbeurd verklaard, uitsluitend op grond van het feit dat de rechthebbende op het grondgebied van de andere Partij woont; zij worden betaalbaar gesteld op het grondgebied van de andere Partij.
Tenzij in dit Verdrag anders wordt bepaald, worden uitkeringen die op grond van dit Verdrag door de ene Partij aan een persoon op het grondgebied van de andere Partij betaalbaar worden gesteld, ook betaalbaar gesteld aan een persoon op het grondgebied van een derde Staat, onder dezelfde voorwaarden en in dezelfde omvang als aan onderdanen van de eerste Partij die op het grondgebied van die derde Staat wonen.
TITEL II. BEPALINGEN INZAKE TOE TE PASSEN WETGEVING
Artikel VI. Regels met betrekking tot de dekking
Onder voorbehoud van het bepaalde in de volgende leden van dit artikel:
- a. is op een werknemer die op het grondgebied van een Partij werkt met betrekking tot die werkzaamheden uitsluitend de wetgeving van die Partij van toepassing; en
- b. is op een zelfstandige die op het grondgebied van de ene Partij zijn normale woonplaats heeft en op het grondgebied van de andere Partij of op het grondgebied van beide Partijen werkt, met betrekking tot die werkzaamheden, uitsluitend de wetgeving van de eerste Partij van toepassing.
- a. Op een werknemer die verzekerd is krachtens de wetgeving van de ene Partij en die door zijn werkgever is aangewezen voor hem werkzaamheden te verrichten op het grondgebied van de andere Partij, is met betrekking tot die werkzaamheden, uitsluitend de wetgeving van de eerste Partij van toepassing alsof die werkzaamheden op het grondgebied van deze Partij werden verricht, mits de duur van de bedoelde tewerkstelling niet meer dan zestig maanden bedraagt en de betrokkene op het grondgebied van de andere Partij niet tevens in dienst is van een andere aldaar gevestigde werkgever.
- b. Voor de toepassing van het gestelde in dit lid, onder a, zal, met betrekking tot een persoon die op de datum van de inwerkingtreding van dit Verdrag reeds werkzaamheden verricht op het grondgebied van de andere Partij en onderworpen is aan de wetgeving van de eerste Partij op grond van artikel VI(2) van het voorgaande Verdrag, de periode van zestig maanden geacht worden betrekking te hebben op de totale periode waarover een persoon op het grondgebied van de andere Partij onderworpen mag blijven aan de wetgeving van de eerste Partij, met inbegrip van de periode voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit Verdrag die reeds vervuld is op basis van artikel VI(2) van het voorgaande Verdrag.
Op degene die zijn beroepswerkzaamheden uitoefent als lid van de bemanning van een zeeschip of luchtvaartuig is, met betrekking tot die werkzaamheden, uitsluitend van toepassing de wetgeving van de Partij op het grondgebied waarvan de zetel van de onderneming is gevestigd. Echter, indien de betreffende persoon gewoonlijk woont op het grondgebied van de andere Partij, en als de werkgever een vestiging heeft op het grondgebied van die Partij, zal die persoon uitsluitend onderworpen zijn aan de wetgeving van die andere Partij.
- a. Op degene die op het grondgebied van de ene Partij zijn beroepswerkzaamheden uitoefent in overheidsdienst van de andere Partij, is, met betrekking tot die werkzaamheden, uitsluitend van toepassing de wetgeving van eerstbedoelde Partij indien hij een onderdaan is van deze Partij of op het grondgebied van deze Partij zijn normale woonplaats heeft.
- b. Op de onderdanen van een Partij die in dienst zijn van de overheid van die Partij en die te werk worden gesteld op het grondgebied van de andere Partij blijven, met betrekking tot die beroepswerkzaamheden, uitsluitend onderworpen aan de wetgeving van de eerste Partij.
- c. Wanneer op een onder a bedoelde persoon de wetgeving van de eerste Partij van toepassing is, neemt de betrokken werkgever de verplichtingen welke die wetgeving aan werkgevers oplegt in acht.
De bevoegde autoriteiten van beide Partijen kunnen, in onderlinge overeenstemming, met betrekking tot bepaalde personen of groepen van personen, wijzigingen aanbrengen in de toepassing van de bepalingen van dit artikel.
Artikel VII. Definitie van bepaalde periodes van wonen met betrekking tot de Canadese wetgeving
Voor de berekening van de hoogte van uitkeringen krachtens de Wet op de Ouderdomsverzekering wordt,
- a. indien een persoon gedurende een tijdvak van verblijf of van wonen in Nederland verzekerd is krachtens het Canada Pensioen Plan of de algemene pensioenregeling van een provincie van Canada, dit tijdvak voor deze persoon alsmede voor zijn/haar echtgeno(o)t(e)/partner en de personen die bij hem/haar wonen en te zijner/harer laste komen en die niet op grond van (zelfstandige) beroepswerkzaamheden verzekerd zijn krachtens de Nederlandse wetgeving, aangemerkt als een tijdvak van wonen in Canada;
- b. indien een persoon gedurende een tijdvak van verblijf of van wonen op het grondgebied van Canada verplicht verzekerd is krachtens de Nederlandse wetgeving, dit tijdvak voor deze persoon alsmede voor zijn/haar echtgeno(o)t(e)/partner en de personen die bij hem/haar wonen en die te zijner/harer laste komen en die niet op grond van (zelfstandige) beroepswerkzaamheden verzekerd zijn krachtens het Canada Pensioen Plan of de algemene pensioenregeling van een provincie van Canada, niet aangemerkt als een tijdvak van wonen in Canada.
Voor de toepassing van lid 1 zal,
- a. een persoon uitsluitend geacht worden verzekerd te zijn krachtens het Canada Pensioen Plan of de algemene pensioenregeling van een provincie van Canada gedurende een periode van verblijf of van wonen op het grondgebied van Nederland indien die persoon bijdragen verricht tot de betreffende regeling gedurende die periode op basis van (zelfstandige) beroepswerkzaamheden; en
- b. een persoon uitsluitend geacht worden verplicht verzekerd te zijn krachtens de Nederlandse wetgeving gedurende de periode van verblijf of van wonen op het grondgebied van Canada indien die persoon verplichte bijdragen verricht tot die wetgeving gedurende de periode op basis van (zelfstandige) beroepswerkzaamheden.
Artikel VIII. Definitie van bepaalde periodes van wonen met betrekking tot de Nederlandse wetgeving
Voor de toepassing van de Nederlandse wetgeving wordt degene, op wie overeenkomstig de bepalingen van deze Titel de Nederlandse wetgeving van toepassing is, geacht in Nederland te wonen.
Het bepaalde in het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de echtgeno(o)t(e) en kinderen die de in het tweede of vierde lid, sub b, van artikel VI bedoelde persoon vergezellen van het grondgebied van de ene Partij naar het grondgebied van de andere Partij, tenzij zij zelf betaalde arbeid gaan verrichten of een pensioen of uitkering ontvangen krachtens de wetgeving van laatstbedoelde Partij.
TITEL III. BEPALINGEN BETREFFENDE UITKERINGEN
HOOFDSTUK 1. UITKERINGEN KRACHTENS DE CANADESE WETGEVING
Artikel IX. Samentellen van verzekeringstijdvakken
- a. Indien een persoon geen recht heeft op een uitkering op basis van de krachtens de Canadese wetgeving vervulde verzekeringstijdvakken, wordt het recht op deze uitkering voor deze persoon vastgesteld door samentelling van die tijdvakken en die welke worden genoemd onder b, mits deze tijdvakken niet samenvallen.
- b. Voor de toepassing van dit lid zal
- i. voor de vaststelling van het recht op een uitkering krachtens de Wet op de Ouderdomsverzekering een verzekeringstijdvak krachtens de Nederlandse wetgeving inzake ouderdomsverzekering worden beschouwd als een tijdvak van wonen op het grondgebied van Canada;
- ii. voor de vaststelling van het recht op een uitkering krachtens het Canada Pensioen Plan een kalenderjaar met tenminste 13 weken verzekeringstijdvakken krachtens de Nederlandse wetgeving inzake invaliditeitsverzekering of nabestaanden-verzekering worden beschouwd als een jaar van verzekering krachtens het Canada Pensioen Plan.
Indien een persoon geen recht heeft op een uitkering krachtens de Canadese wetgeving op basis van de krachtens de wetgevingen van beide Partijen vervulde verzekeringstijdvakken samengeteld, zoals geregeld in het eerste lid, wordt het recht op deze uitkering van deze persoon vastgesteld door samentelling van die tijdvakken en de verzekeringstijdvakken, vervuld krachtens de wetten van een derde Staat waarmee beide Partijen zijn verbonden door internationale sociaal zekerheidsinstrumenten waarin de samentelling van tijdvakken is geregeld.
Artikel X. Uitkeringen krachtens de Wet op de Ouderdomsverzekering
Indien een persoon uitsluitend op grond van de samentellingsbepalingen van artikel IX recht heeft op een pensioen of op een toelage krachtens de Wet op de ouderdomsverzekering, zal het bevoegde orgaan van Canada het bedrag van het pensioen of de toelage dat betaald wordt aan die persoon berekenen in overeenstemming met de bepalingen van de Wet op de Ouderdomsverzekering die betrekking hebben op de betaling van een gedeeltelijk pensioen of toelage uitsluitend op basis van de tijdvakken van wonen in Canada, die krachtens die wet in aanmerking kunnen worden genomen.
Lid 1 is eveneens van toepassing op een persoon buiten Canada die gerechtigd zou zijn op de betaling van een volledig pensioen in Canada, maar die niet gedurende het minimum tijdvak van wonen in Canada, dat ingevolge de Wet op de Ouderdomsverzekering vereist wordt voor de betaling van een pensioen of een huwelijkspartnerstoelage buiten Canada, in Canada gewoond heeft.
Niettegenstaande elke andere bepaling van dit Verdrag zal:
- a. een pensioen ingevolge de Wet op de Ouderdomsverzekering met toepassing van de samentellingsbepalingen van artikel IX worden betaald aan een persoon buiten Canada uitsluitend indien:
- i. die persoon in Canada heeft gewoond als bedoeld in de Wet op de Ouderdomsverzekering gedurende een periode van ten minste een jaar na 31 december 1956, en
- ii. het totaal der verzekeringstijdvakken, wanneer samengeteld zoals geregeld in artikel IX, ten minste gelijk is aan het minimum tijdvak van wonen in Canada dat ingevolge genoemde wet is vereist voor het recht op betaling van een pensioen buiten Canada;
- b. de toelage en een toeslag tot het gewaarborgd inkomen alleen aan een persoon buiten Canada worden betaald voor zover zulks ingevolge de Wet op de Ouderdomsverzekering is toegestaan.
Artikel XI. Uitkeringen krachtens het Canada Pensioen Plan
Indien een persoon uitsluitend door toepassing van de samentellingsbepalingen van artikel IX recht heeft op een uitkering, berekent het bevoegde Canadese orgaan het bedrag van die uitkering als volgt:
- a. het inkomensafhankelijk deel van de uitkering wordt overeenkomstig de bepalingen van het Canada Pensioen Plan uitsluitend bepaald op basis van het krachtens dat Plan voor de pensioenberekening in aanmerking te nemen inkomen; en
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.