Verdrag inzake sociale zekerheid tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Canada

Type Verdrag
Publication 2004-04-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van Canada,

hierna te noemen „Partijen”,

vastbesloten de relaties tussen de beide landen op het terrein van de sociale zekerheid verder te versterken, en

in achtnemende de wijzigingen in hun onderscheiden sociale zekerheidswetgeving sedert de ondertekening van het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Canada te 's-Gravenhage op 26 februari 1987,

zijn het volgende overeengekomen:

TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel I. Definities
1.

Voor de toepassing van dit Verdrag,

2.

Elke term die niet in dit Verdrag is omschreven heeft de betekenis welke daaraan wordt gegeven in de wetgeving welke wordt toegepast.

Artikel II. Materiële werkingssfeer
1.

Dit Verdrag is van toepassing:

2.

Onverminderd het bepaalde in het derde lid, is dit Verdrag eveneens van toepassing op elke wetgeving, waarbij de in het eerste lid bedoelde wetgevingen worden gewijzigd, aangevuld, samengevoegd of vervangen.

3.

Dit Verdrag is niet van toepassing op wetten of regelingen die de bestaande wetgeving van een Partij uitbreiden tot een nieuwe categorie rechthebbenden, indien de bevoegde autoriteit van die Partij binnen drie maanden na de officiële bekendmaking of afkondiging van die wetten of regelingen de bevoegde autoriteit van de andere Partij in kennis stelt dat zij een zodanige uitbreiding van het Verdrag niet wenst.

4.

Dit Verdrag is niet van toepassing op regelingen inzake sociale en medische bijstand, noch op bijzondere regelingen voor ambtenaren of met hen gelijkgestelden, noch op regelingen betreffende prestaties aan slachtoffers van oorlogshandelingen of de gevolgen daarvan.

Artikel III. Personele werkingssfeer

Tenzij in dit Verdrag anders wordt bepaald, is dit Verdrag van toepassing op onderdanen van de Partijen, op personen op wie de wetgeving van één van de Partijen van toepassing is dan wel is geweest, alsmede op andere personen voor zover zij rechten ontlenen aan vorenbedoelde personen.

Artikel IV. Gelijkheid van behandeling
1.

Wat de Canadese wetgeving betreft zijn alle personen die in artikel III worden bedoeld, onderworpen aan de verplichtingen van die wetgeving en zijn zij, ongeacht hun nationaliteit, uitkeringsgerechtigd.

2.

Wat de Nederlandse wetgeving betreft zijn, tenzij in dit Verdrag anders wordt bepaald:

Artikel V. Export van uitkeringen
1.

Tenzij in dit Verdrag anders wordt bepaald kunnen invaliditeits-, ouderdoms- of nabestaandenuitkeringen die een in artikel III bedoeld persoon krachtens de wetgeving van een Partij heeft verkregen, inclusief zodanige uitkeringen die verkregen zijn op grond van dit Verdrag, op generlei wijze worden verminderd, gewijzigd, geschorst, ingetrokken of verbeurd verklaard, uitsluitend op grond van het feit dat de rechthebbende op het grondgebied van de andere Partij woont; zij worden betaalbaar gesteld op het grondgebied van de andere Partij.

2.

Tenzij in dit Verdrag anders wordt bepaald, worden uitkeringen die op grond van dit Verdrag door de ene Partij aan een persoon op het grondgebied van de andere Partij betaalbaar worden gesteld, ook betaalbaar gesteld aan een persoon op het grondgebied van een derde Staat, onder dezelfde voorwaarden en in dezelfde omvang als aan onderdanen van de eerste Partij die op het grondgebied van die derde Staat wonen.

TITEL II. BEPALINGEN INZAKE TOE TE PASSEN WETGEVING

Artikel VI. Regels met betrekking tot de dekking
1.

Onder voorbehoud van het bepaalde in de volgende leden van dit artikel:

3.

Op degene die zijn beroepswerkzaamheden uitoefent als lid van de bemanning van een zeeschip of luchtvaartuig is, met betrekking tot die werkzaamheden, uitsluitend van toepassing de wetgeving van de Partij op het grondgebied waarvan de zetel van de onderneming is gevestigd. Echter, indien de betreffende persoon gewoonlijk woont op het grondgebied van de andere Partij, en als de werkgever een vestiging heeft op het grondgebied van die Partij, zal die persoon uitsluitend onderworpen zijn aan de wetgeving van die andere Partij.

5.

De bevoegde autoriteiten van beide Partijen kunnen, in onderlinge overeenstemming, met betrekking tot bepaalde personen of groepen van personen, wijzigingen aanbrengen in de toepassing van de bepalingen van dit artikel.

Artikel VII. Definitie van bepaalde periodes van wonen met betrekking tot de Canadese wetgeving
1.

Voor de berekening van de hoogte van uitkeringen krachtens de Wet op de Ouderdomsverzekering wordt,

2.

Voor de toepassing van lid 1 zal,

Artikel VIII. Definitie van bepaalde periodes van wonen met betrekking tot de Nederlandse wetgeving
1.

Voor de toepassing van de Nederlandse wetgeving wordt degene, op wie overeenkomstig de bepalingen van deze Titel de Nederlandse wetgeving van toepassing is, geacht in Nederland te wonen.

2.

Het bepaalde in het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de echtgeno(o)t(e) en kinderen die de in het tweede of vierde lid, sub b, van artikel VI bedoelde persoon vergezellen van het grondgebied van de ene Partij naar het grondgebied van de andere Partij, tenzij zij zelf betaalde arbeid gaan verrichten of een pensioen of uitkering ontvangen krachtens de wetgeving van laatstbedoelde Partij.

TITEL III. BEPALINGEN BETREFFENDE UITKERINGEN

HOOFDSTUK 1. UITKERINGEN KRACHTENS DE CANADESE WETGEVING

Artikel IX. Samentellen van verzekeringstijdvakken
2.

Indien een persoon geen recht heeft op een uitkering krachtens de Canadese wetgeving op basis van de krachtens de wetgevingen van beide Partijen vervulde verzekeringstijdvakken samengeteld, zoals geregeld in het eerste lid, wordt het recht op deze uitkering van deze persoon vastgesteld door samentelling van die tijdvakken en de verzekeringstijdvakken, vervuld krachtens de wetten van een derde Staat waarmee beide Partijen zijn verbonden door internationale sociaal zekerheidsinstrumenten waarin de samentelling van tijdvakken is geregeld.

Artikel X. Uitkeringen krachtens de Wet op de Ouderdomsverzekering
1.

Indien een persoon uitsluitend op grond van de samentellingsbepalingen van artikel IX recht heeft op een pensioen of op een toelage krachtens de Wet op de ouderdomsverzekering, zal het bevoegde orgaan van Canada het bedrag van het pensioen of de toelage dat betaald wordt aan die persoon berekenen in overeenstemming met de bepalingen van de Wet op de Ouderdomsverzekering die betrekking hebben op de betaling van een gedeeltelijk pensioen of toelage uitsluitend op basis van de tijdvakken van wonen in Canada, die krachtens die wet in aanmerking kunnen worden genomen.

2.

Lid 1 is eveneens van toepassing op een persoon buiten Canada die gerechtigd zou zijn op de betaling van een volledig pensioen in Canada, maar die niet gedurende het minimum tijdvak van wonen in Canada, dat ingevolge de Wet op de Ouderdomsverzekering vereist wordt voor de betaling van een pensioen of een huwelijkspartnerstoelage buiten Canada, in Canada gewoond heeft.

3.

Niettegenstaande elke andere bepaling van dit Verdrag zal:

Artikel XI. Uitkeringen krachtens het Canada Pensioen Plan

Indien een persoon uitsluitend door toepassing van de samentellingsbepalingen van artikel IX recht heeft op een uitkering, berekent het bevoegde Canadese orgaan het bedrag van die uitkering als volgt:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.