Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Zweden betreffende het afzien van de vergoeding van de uitkeringen aan werklozen

Type Verdrag
Publication 2004-02-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

het Koninkrijk Zweden,

Hierna te noemen de Verdragsluitende Partijen,

Geleid door de wens de administratieve procedures inzake de werkloosheidsuitkeringen te vereenvoudigen;

Overwegende dat deze doelstelling kan worden verwezenlijkt door wederzijds afstand te doen van de vergoeding van de kosten van werkloosheidsuitkeringen die namens de organen van de ene Staat worden verstrekt door die van de andere staat zoals voorzien in artikel 69, eerste lid, en artikel 70, eerste lid, van Hoofdstuk 6 van Titel III van Verordening (EEG) 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de sociale-zekerheidsregelingen op loontrekkenden en hun gezinnen, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (hierna te noemen „de Verordening");

Zijn op grond van artikel 70, derde lid, van de Verordening het volgende overeengekomen:

Artikel 1

Op grond van het bepaalde in artikel 70, derde lid, van de Verordening wordt wederzijds afstand gedaan van de vergoeding van de kosten van werkloosheidsuitkeringen die namens de organen van de ene staat worden verstrekt door die van de andere staat zoals voorzien in artikel 69, eerste lid, en artikel 70, eerste lid, van de Verordening.

Artikel 2
1.

Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgend op de datum waarop het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Zweden elkaar schriftelijk in kennis hebben gesteld van de voltooiing van hun onderscheiden wettelijke of constitutionele procedures die vereist zijn voor de inwerkingtreding van dit Verdrag.

2.

De bepalingen van dit Verdrag worden toegepast op werkloosheidsuitkeringen betaald overeenkomstig E 303-verklaringen met een datum van vertrek op of na 1 januari 2002.

Artikel 3

Dit Verdrag wordt gesloten voor onbepaalde tijd. Elk van de Verdragsluitende Partijen kan dit Verdrag uiterlijk drie maanden voor het einde van een kalenderjaar opzeggen door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de andere Verdragsluitende Partij, waarna het Verdrag van kracht blijft tot het einde van dat kalenderjaar.

IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Agreement.

DONE in duplicate at Stockholm, on this 8th day of May 2003, in the English language.

For the Kingdom of the Netherlands

(sd.) R.S. BEKINK

For the Kingdom of Sweden

(sd.) HANS KARLSSON

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.