Overeenkomst over de toepassing van de bepalingen van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee van 10 december 1982 die betrekking hebben op de instandhouding en het beheer van de grensoverschrijdende en de over grote afstanden trekkende visbestanden
De Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst;
Verwijzende naar de relevante bepalingen van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee van 10 december 1982;
Vastberaden om de instandhouding op lange termijn en een duurzaam gebruik van de grensoverschrijdende en de over grote afstanden trekkende visbestanden veilig te stellen;
Vastbesloten om daartoe de samenwerking tussen de Staten te verbeteren;
Een beroep doende op Vlaggestaten, Havenstaten en Kuststaten om te zorgen voor een efficiëntere rechtshandhaving wat betreft de voor bedoelde bestanden vastgestelde instandhoudings- en beheersmaatregelen;
Geleid door de wens met name de problemen aan te pakken die zijn aangegeven in hoofdstuk 17, programma C, van Agenda 21 zoals aangenomen door de Conferentie van de Verenigde Naties over milieu en ontwikkeling namelijk dat in vele gebieden de visserij op de volle zee niet adequaat wordt beheerd en dat er voor een aantal bestanden overbevissing is, en constaterende dat er problemen zijn zoals niet-gereglementeerde visserij, overkapitalisatie, overcapaciteit, omvlagging om aan controle te ontsnappen, onvoldoende selectief vistuig, onbetrouwbare gegevensbestanden en onvoldoende samenwerking tussen de Staten;
Zich verbindende tot een verantwoorde visserij:
Zich bewust van de noodzaak om negatieve effecten op het mariene milieu te voorkomen, de biodiversiteit te beschermen, de mariene ecosystemen ongeschonden te behouden en het gevaar van effecten op lange termijn of onomkeerbare effecten als gevolg van de visserij zoveel mogelijk te beperken;
Erkennende dat speciale bijstand, zowel financieel, wetenschappelijk als technisch, nodig is om de ontwikkelingslanden in staat te stellen efficiënt mee te werken aan de instandhouding, het beheer en het duurzame gebruik van de grensoverschrijdende en de over grote afstanden trekkende visbestanden;
Ervan overtuigd dat een overeenkomst over de toepassing van de betrokken bepalingen van het Zeerechtverdrag de beste manier is om deze doelstellingen te bereiken en bijdraagt tot het behoud van internationale vrede en veiligheid;
Bevestigende dat voor de aangelegenheden die niet door het Zeerechtverdrag of door deze Overeenkomst worden geregeld, de regels en de beginselen van het algemene internationale recht van toepassing blijven,
Zijn als volgt overeengekomen:
DEEL I. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1. Begrippen en toepassingsgebied van de Overeenkomst
In deze Overeenkomst wordt verstaan onder
- a. „Zeerechtverdrag": het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee van 10 december 1982,
- b. „instandhoudings- en beheersmaatregelen": maatregelen voor de instandhouding en het beheer van een of meer soorten van de levende rijkdommen van de zee, die worden vastgesteld en toegepast overeenkomstig de betrokken bepalingen van het internationale recht zoals dat is neergelegd in het Zeerechtverdrag en in deze Overeenkomst,
- c. „vis": ook weekdieren en schaaldieren, met uitzondering van die welke behoren tot de sedentaire soorten zoals omschreven in artikel 77 van het Zeerechtverdrag,
- d. „akkoord": een in het kader van het Zeerechtverdrag en deze Overeenkomst tussen twee of meer Staten overeengekomen samenwerkingsvorm onder andere met het oog op de vaststelling van instandhoudings- en beheersmaatregelen voor een subregio of regio voor een of meer grensoverschrijdende en over grote afstanden trekkende visbestanden.
- a. „Staten die partij zijn": Staten die ermee hebben ingestemd door deze Overeenkomst gebonden te zijn en waarvoor deze Overeenkomst in werking is getreden.
- b. Deze Overeenkomst is mutatis mutandis van toepassing op als zij partij worden bij deze Overeenkomst; in zoverre omvat het begrip „Staten die partij zijn" ook deze lichamen.
- i. lichamen als bedoeld in artikel 305, lid 1, onder c), d) en e), van het Zeerechtverdrag, en
- ii. onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 47, alle lichamen die een „internationale organisatie" zijn als bedoeld in bijlage IX, artikel 1, van het Zeerechtverdrag,
Deze Overeenkomst is mutatis mutandis van toepassing voor andere lichamen waarvan vaartuigen op de volle zee vissen.
Artikel 2. Doel
Het doel van deze Overeenkomst is, om via doeltreffende uitvoering van de betrokken bepalingen van het Zeerechtverdrag, instandhouding op lange termijn en duurzaam gebruik van de grensoverschrijdende en de over grote afstanden trekkende visbestanden te waarborgen.
Artikel 3. Toepassingsgebied
Deze Overeenkomst is, tenzij anders bepaald, van toepassing voor de instandhouding en het beheer van de grensoverschrijdende en de over grote afstanden trekkende visbestanden in gebieden die niet onder nationale jurisdictie vallen, met dien verstande evenwel dat de artikelen 6 en 7 ook van toepassing zijn voor dergelijke visbestanden in gebieden onder nationale jurisdictie, onverminderd de verschillende juridische stelsels die krachtens het Zeerechtverdrag van toepassing zijn in de gebieden onder nationale jurisdictie en de gebieden daarbuiten.
Wanneer de Kuststaat zijn soevereine rechten inzake exploratie, exploitatie, instandhouding en beheer van de grensoverschrijdende en de over grote afstanden trekkende visbestanden uitoefent in de gebieden onder nationale jurisdictie worden de in artikel 5 genoemde algemene beginselen mutatis mutandis toegepast.
De Staten houden, zoals bepaald in deze Overeenkomst, rekening met de individuele capaciteit van de ontwikkelingslanden om het bepaalde in de artikelen 5, 6 en 7 toe te passen in de gebieden onder hun nationale jurisdictie en met hun behoefte aan bijstand. Daartoe is deel VII mutatis mutandis van toepassing voor gebieden onder nationale jurisdictie.
Artikel 4. Verhouding tussen deze Overeenkomst en het Zeerechtverdrag
Deze Overeenkomst verandert niets in de rechten, de jurisdictie en de plichten van de Staten op grond van het Zeerechtverdrag. Deze Overeenkomst wordt uitgelegd en toegepast in samenhang met het Zeerechtverdrag en op een wijze die coherent is met dat Verdrag.
DEEL II. INSTANDHOUDING EN BEHEER VAN DE GRENSOVERSCHRIJDENDE EN DE OVER GROTE AFSTANDEN TREKKENDE VISBESTANDEN
Artikel 5. Algemene beginselen
Met het oog op de instandhouding en het beheer van de grensoverschrijdende en de over grote afstanden trekkende visbestanden dienen de Kuststaten en de Staten die op de volle zee vissen, bij het uitvoeren van de in het Zeerechtverdrag neergelegde plicht tot samenwerking
- a. maatregelen te nemen voor de instandhouding op lange termijn van de grensoverschrijdende en de over grote afstanden trekkende visbestanden, en voor een optimaal gebruik daarvan;
- b. die maatregelen te baseren op de beste beschikbare wetenschappelijke gegevens en af te stemmen op behoud van de visbestanden of op herstel daarvan tot een niveau waarbij de maximale duurzame opbrengst wordt verkregen, daarbij rekening houdende met relevante milieutechnische en economische factoren, waaronder de bijzondere omstandigheden van ontwikkelingslanden, en met de visserijpatronen, de onderlinge afhankelijkheid van de visbestanden en algemeen aanbevolen internationale minimumnormen die in subregionaal, regionaal of mondiaal verband zijn vastgesteld;
- c. de preventieve aanpak toe te passen overeenkomstig artikel 6;
- d. te evalueren welke effecten de visserij, andere menselijke activiteiten en milieufactoren hebben op de bestanden die het doel zijn van de visserij en op de soorten die tot hetzelfde ecosysteem behoren of die verwant zijn met of afhankelijk zijn van genoemde doelbestanden;
- e. zo nodig instandhoudings- en beheersmaatregelen vast te stellen om de bestanden van soorten die tot hetzelfde ecosysteem behoren als of die verwant zijn met of afhankelijk zijn van de doelbestanden boven een niveau te houden of weer boven een niveau te brengen waarbeneden de reproduktie ernstig in gevaar kan komen;
- f. vervuiling, afval, teruggooi, vangsten door verloren gegaan of opgegeven vistuig, vangsten van niet-doelsoorten, zowel vis als andere soorten (hierna „niet-doelsoorten" genoemd), en de effecten van een en ander op verwante of afhankelijke soorten, in het bijzonder bedreigde soorten, tot een minimum te beperken via maatregelen die, in de mate van het mogelijke, ontwikkeling en gebruik omvatten van vistuig en vismethoden die selectief en milieuveilig zijn en waarvan de kosten/baten-verhouding gunstig is;
- g. de biodiversiteit in het mariene milieu te beschermen;
- h. maatregelen te nemen om overbevissing en overcapaciteit te voorkomen of daaraan een einde te maken en ervoor te zorgen dat de visserijinspanning niet groter is dan een niveau dat verenigbaar is met een duurzaam gebruik van de visbestanden;
- i. rekening te houden met de belangen van de zelfvoorzieningsvissers;
- j. overeenkomstig het bepaalde in bijlage I tijdig volledige en nauwkeurige gegevens over de visserijactiviteiten te verzamelen, waaronder gegevens met betrekking tot de positie van de vaartuigen, de vangsten van doelsoorten en niet-doelsoorten en de visserij-inspanning, en die gegevens, alsmede de informatie uit nationale en internationale onderzoekprogramma's met andere te delen;
- k. wetenschappelijk onderzoek te bevorderen en te verrichten, en technieken te ontwikkelen die kunnen bijdragen tot instandhouding en het beheer van de visbestanden, en
- l. de instandhoudings- en beheersmaatregelen toe te passen en te doen naleven via doeltreffende monitoring-, controle- en toezichtregelingen.
Artikel 6. Preventieve aanpak
Ter bescherming van de levende rijkdommen van de zee en voor het behoud van het mariene milieu volgen de Staten voor de instandhouding, het beheer en de exploitatie van de grensoverschrijdende en de over grote afstanden trekkende visbestanden op ruime schaal de preventieve aanpak.
De Staten zijn extra voorzichtig wanneer de informatie twijfelachtig, onbetrouwbaar of niet adequaat is. Het ontbreken van adequate informatie is geen reden om instandhoudings- en beheersmaatregelen uit te stellen of achterwege te laten.
Bij het uitvoeren van de preventieve aanpak dienen de Staten
- a. de besluitvorming voor maatregelen voor de instandhouding en het beheer van de visbestanden te verbeteren door zich de beste beschikbare wetenschappelijke informatie te verschaffen en die informatie met elkaar te delen, en door verbeterde technieken toe te passen om risico's en onzekerheden te ondervangen;
- b. de in bijlage II vastgestelde richtlijnen toe te passen en, aan de hand van de beste beschikbare wetenschappelijke informatie, bestandspecifieke referentiewaarden te bepalen en de maatregelen vast te stellen voor het geval die waarden worden overschreden;
- c. onder andere rekening te houden met onzekerheden over de grootte en de produktiviteit van de bestanden, de referentiewaarden, de situatie van een bestand ten opzichte van die referentiewaarden, het niveau en de spreiding van de visserijmortaliteit en het effect van de visserijactiviteit op niet-doelsoorten en verwante of afhankelijke soorten, en voorts met de toestand van de oceaan en het milieu, met de sociaal-economische situatie, alsmede met de voorspellingen dienaangaande;
- d. het verzamelen van gegevens te ontwikkelen en onderzoekprogramma's op te stellen om te evalueren welk effect de visserij heeft op niet-doelsoorten en verwante of afhankelijke soorten, alsmede op hun milieu, en plannen vast te stellen voor het behoud van dergelijke soorten en voor de bescherming van ernstig bedreigde habitats.
De Staten nemen maatregelen om ervoor te zorgen dat, wanneer de referentiewaarden bijna zijn bereikt, die waarden niet worden overschreden. Wanneer dat toch het geval is, nemen de Staten onverwijld de in lid 3, onder b, bedoelde maatregelen voor het herstel van de visbestanden.
Als de situatie van bestanden van doelsoorten of niet-doelsoorten of verwante of afhankelijke soorten reden geeft tot bezorgdheid, zorgen de Staten voor verscherpte monitoring op dergelijke bestanden en soorten met het oog op evaluatie van de situatie daarvan, alsmede van de doeltreffendheid van de instandhoudings- en beheersmaatregelen. Laatstbedoelde maatregelen worden regelmatig aangepast in het licht van nieuwe informatie.
Voor nieuwe visserijtakken of voor verkennende visserij stellen de Staten zo spoedig mogelijk preventieve instandhoudings- en beheersmaatregelen vast, waaronder vangst- en visserij-inspanningsbeperkingen. Dergelijke maatregelen blijven van kracht tot er voldoende gegevens zijn voor evaluatie van het effect van de visserij op de duurzaamheid op lange termijn van de betrokken bestanden; vervolgens worden instandhoudings- en beheersmaatregelen toegepast die op grond van die evaluatie zijn vastgesteld. Deze maatregelen voorzien zo nodig in een geleidelijke ontwikkeling van de visserij.
Bij een natuurverschijnsel met aanzienlijke negatieve effecten op de situatie van de grensoverschrijdende en de over grote afstanden trekkende visbestanden nemen de Staten op korte termijn instandhoudings- en beheersmaatregelen om ervoor te zorgen dat die negatieve effecten niet door de visserij worden verergerd. Dergelijke spoedmaatregelen worden door de Staten ook vastgesteld wanneer de visserij een ernstige bedreiging vormt voor de duurzaamheid van genoemde visbestanden. Spoedmaatregelen zijn tijdelijk en worden gebaseerd op de beste beschikbare wetenschappelijke gegevens.
Artikel 7. Compatibiliteit van instandhoudings- en beheersmaatregelen
Onverminderd de in het Zeerechtverdrag vastgelegde soevereine rechten van de Kuststaten inzake exploratie, exploitatie, instandhouding en beheer van de levende rijkdommen van de zee in de gebieden onder hun nationale jurisdictie en het overeenkomstig het Zeerechtverdrag voor alle Staten geldende recht om hun onderdanen op de volle zee te laten vissen,
- a. dienen, voor de grensoverschrijdende visbestanden, de betrokken Kuststaten en de Staten waarvan de onderdanen op dergelijke bestanden in de aangrenzende wateren van de volle zee vissen ernaar te streven om rechtstreeks of via de geëigende samenwerkingsvormen als bedoeld in deel III tot overeenstemming te komen over de maatregelen die nodig zijn voor de instandhouding van de betrokken visbestanden in de aangrenzende wateren van de volle zee;
- b. dienen, voor de over grote afstanden trekkende visbestanden, de betrokken Kuststaten en de Staten waarvan de onderdanen in de regio op dergelijke bestanden vissen rechtstreeks of via de geëigende samenwerkingsvormen als bedoeld in deel III samen te werken om in de hele regio, zowel binnen als buiten de gebieden onder nationale jurisdictie, de betrokken bestanden te behouden en een optimaal gebruik daarvan te bevorderen.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.