Verdrag tussen het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, Ierland, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Portugese Republiek, de Republiek Finland, het Koninkrijk Zweden, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (lidstaten van de Europese Unie) en de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek betreffende de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie
Zijne Majesteit de Koning der Belgen,
de President van de Tsjechische Republiek,
Hare Majesteit de Koningin van Denemarken,
de President van de Bondsrepubliek Duitsland,
de President van de Republiek Estland,
de President van de Helleense Republiek,
Zijne Majesteit de Koning van Spanje,
de President van de Franse Republiek,
de President van Ierland,
de President van de Italiaanse Republiek,
de President van de Republiek Cyprus,
de President van de Republiek Letland,
de President van de Republiek Litouwen,
Zijne Koninklijke Hoogheid de Groothertog van Luxemburg,
de President van de Republiek Hongarije,
de President van Malta,
Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden,
de Federale President van de Republiek Oostenrijk,
de President van de Republiek Polen,
de President van de Portugese Republiek,
de President van de Republiek Slovenië,
de President van de Slowaakse Republiek,
de President van de Republiek Finland,
de Regering van het Koninkrijk Zweden,
Hare Majesteit de Koningin van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
Verenigd in de wil de verwezenlijking van de doelstellingen van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrondvest voort te zetten,
Vastbesloten, in de geest van deze Verdragen, op de reeds gelegde grondslagen een steeds hechtere eenheid tussen de Europese volkeren tot stand te brengen,
Overwegende dat artikel 49 van het Verdrag betreffende de Europese Unie aan de Europese Staten de mogelijkheid biedt lid van de Unie te worden,
Overwegende dat de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek hebben verzocht lid te worden van de Europese Unie,
Overwegende dat de Raad van de Europese Unie, na advies van de Commissie te hebben ingewonnen en na de instemming van het Europees Parlement te hebben verkregen, zich heeft uitgesproken voor toelating van deze Staten,
Hebben besloten in gemeenschappelijk overleg de voorwaarden voor deze toelating en de in de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrondvest aan te brengen aanpassingen vast te stellen, en hebben daartoe als gevolmachtigden aangewezen:
Zijne Majesteit de Koning der Belgen,
Guy Verhofstadt
Eerste Minister
Louis Michel
Vice-Eerste Minister en Minister van Buitenlandse Zaken
De President van de Tsjechische Republiek,
Václav Klaus
President
Vladimír Špidla
Minister-President
Cyril Svoboda
Vice-Eerste Minister en Minister van Buitenlandse Zaken
Pavel Telička
Hoofd van de delegatie van de Tsjechische Republiek voor de onderhandelingen over de toetreding tot de Europese Unie en Ambassadeur en Hoofd van de Missie van de Tsjechische Republiek bij de Europese Gemeenschappen
Hare Majesteit de Koningin van Denemarken,
Anders Fogh Rasmussen
Minister-President
Dr. Per Stig Møller
Minister van Buitenlandse Zaken
De President van de Bondsrepubliek Duitsland,
Gerhard Schröder
Bondskanselier
Joseph Fischer
Minister van Buitenlandse Zaken en Plaatsvervanger van de Bondskanselier
De President van de Republiek Estland,
Arnold Rüütel
President
Kristiina Ojuland
Minister van Buitenlandse Zaken
De President van de Helleense Republiek,
Konstantinos Simitis
Eerste minister
Giorgos Papandreou
Minister van Buitenlandse Zaken
Tassos Giannitsis
Onderminister van Buitenlandse Zaken
Zijne Majesteit de Koning van Spanje,
José Maria Aznar López
Minister-President
Ana Palacio Vallerersundi
Minister van Buitenlandse Zaken
De President van de Franse Republiek,
Jean-Pierre Raffarin
Eerste minister
Dominique Galouzeau de Villepin
Minister van Buitenlandse Zaken
Noëlle Lenoir
Minister, toegevoegd aan de minister van Buitenlandse Zaken, belast met Europese Zaken
De President van Ierland,
Bertie Ahern
Eerste minister (Taoiseach)
Brian Cowen
Minister van Buitenlandse Zaken
De President van de Italiaanse Republiek,
Silvio Berlusconi
Minister-President
Franco Frattini
Minister van Buitenlandse Zaken
De President van de Republiek Cyprus,
Tassos Papadopoulos
President
George Iacovou
Minister van Buitenlandse Zaken
De President van de Republiek Letland,
Vaira Vīķe-Freiberga
President
Einars Repše
Eerste minister
Sandra Kalniete
Minister van Buitenlandse Zaken
Andris Ķesteris
Hoofdonderhandelaar voor de toetreding van de Republiek Estland tot de Europese Unie, Ondersecretaris van Staat bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken
De President van de Republiek Litouwen,
Algirdas Mykolas Brazauskas
Eerste minister
Antanas Valionis
Minister van Buitenlandse Zaken
Zijne Koninklijke Hoogheid de Groothertog van Luxemburg,
Jean-Claude Juncker
Minister-President, Minister van Staat
Lydie Polfer
Minister van Buitenlandse Zaken en van Buitenlandse Handel
De President van de Republiek Hongarije,
Dr. Péter Medgyessy
Eerste minister
László Kovács
Minister van Buitenlandse Zaken
Dr. Endre Juhász
Ambassadeur van de Republiek Hongarije,
Hoofdonderhandelaar voor de toetreding van de Republiek Hongarije tot de Europese Unie
De President van Malta,
The Hon Edward Fenech Adami
Eerste minister
The Hon Joe Borg
Minister van Buitenlandse Zaken
Richard Cachia Caruana
Hoofd van de Onderhandelingsdelegatie
Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden,
Jan Pieter Balkenende
Minister-President
Jakob Gijsbert de Hoop Scheffer
Minister van Buitenlandse Zaken
De Federale President van de Republiek Oostenrijk,
Dr. Wolfgang Schüssel
Bondskanselier
Dr. Benita Ferrero-Waldner
Minister van Buitenlandse Zaken
De President van de Republiek Polen,
Leszek Miller
Eerste minister
Włodzimierz Cimoszewicz
Minister van Buitenlandse Zaken
Dr. Danuta Hübner
Staatssecretaris, Ministerie van Buitenlandse Zaken
De President van de Portugese Republiek,
José Manuel Durão Barroso
Minister-President
António Martins da Cruz
Minister van Buitenlandse Zaken
De President van de Republiek Slovenië,
Dr. Janez Drnovšek
President
Anton Rop
Eerste minister
Dr. Dimitrij Rupel
Minister van Buitenlandse Zaken
De President van de Slowaakse Republiek,
Rudolf Schuster
President
Mikuláš Dzurinda
Eerste minister
Eduard Kukan
Minister van Buitenlandse Zaken
Ján Figel'
Hoofdonderhandelaar voor de toetreding van de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie
De President van de Republiek Finland,
Paavo Lipponen
Minister-President
Jari Vilén
Minister van Buitenlandse Handel
De Regering van het Koninkrijk Zweden,
Göran Persson
Minister-President
Anna Lindh
Minister van Buitenlandse Handel
Hare Majesteit de Koningin van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
The Rt. Hon Tony Blair
Eerste minister
The Rt. Hon Jack Straw
Minister van Buitenlandse Zaken en Gemenebestzaken
Die, na overlegging van hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten, omtrent de volgende bepalingen
Overeenstemming hebben bereikt:
Artikel 1
De Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek worden lid van de Europese Unie en worden Partij bij de Verdragen waarop de Unie is gegrondvest, zoals deze Verdragen zijn gewijzigd of aangevuld.
De voorwaarden voor de toelating en de daaruit voortvloeiende aanpassingen van de Verdragen waarop de Unie is gegrondvest, zijn neergelegd in de bij dit Verdrag gevoegde Akte. De bepalingen van deze Akte maken een integrerend deel van dit Verdrag uit.
De in de in lid 1 genoemde Verdragen voorkomende bepalingen betreffende de rechten en verplichtingen van de lidstaten, alsmede de algemene en bijzondere bevoegdheden van de Instellingen van de Unie, zijn van toepassing ten aanzien van dit Verdrag.
Artikel 2
Dit Verdrag zal door de Hoge Verdragsluitende Partijen worden bekrachtigd overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke bepalingen. De akten van bekrachtiging zullen uiterlijk op 30 april 2004 worden neergelegd bij de Regering van de Italiaanse Republiek.
Dit Verdrag treedt in werking op 1 mei 2004, mits alle akten van bekrachtiging voor die datum zijn neergelegd.
Indien echter niet alle in artikel 1, lid 1, genoemde Staten tijdig hun akten van bekrachtiging hebben neergelegd, treedt het Verdrag in werking voor de Staten die tot de nederlegging zijn overgegaan. In dit geval besluit de Raad van de Europese Unie, met eenparigheid van stemmen, onmiddellijk over de hierdoor noodzakelijk geworden aanpassingen van artikel 3 van het onderhavige Verdrag en van de artikelen 1, 6, lid 6, 11 tot en met 15, 18, 19, 25, 26, 29, 30, 31, 33, 34, 35, 46 tot en met 49, 58 en 61 van de Toetredingsakte, van de bijlagen II tot en met XV van de aanhangsels bij die Akten en van de Protocollen nr. 1 tot en met 10 die daaraan zijn gehecht; de Raad kan eveneens, met eenparigheid van stemmen, de bepalingen van voornoemde Akte, met inbegrip van de daaraan gehechte bijlagen, aanhangsels en Protocollen, waarin een Staat die zijn akte van bekrachtiging niet heeft neergelegd, met name wordt genoemd, vervallen verklaren of aanpassen.
In afwijking van lid 2 kunnen de Instellingen van de Unie voor de toetreding de maatregelen vaststellen bedoeld in de artikelen 6, lid 2, tweede alinea, 6, lid 6, tweede alinea, 6, lid 7, tweede en derde alinea, 6, lid 8, tweede en derde alinea, 6, lid 9, derde alinea, 21, 23, 28, lid 1, 32, lid 5, 33, lid 1, 33, lid 4, 33, lid 5, 38, 39, 41, 42, 55, 56 en 57 van de Toetredingsakte, de bijlagen III tot en met XIV van de Akte, en Protocol 2, artikel 6 van Protocol 3, artikel 2, lid 2, van Protocol 4, Protocol 8 en de artikelen 1, 2, 4 van Protocol 10. Deze maatregelen treden slechts in werking onder voorbehoud en op de datum van inwerkingtreding van het onderhavige Verdrag.
Artikel 3
Dit Verdrag, opgesteld in één enkel exemplaar, in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Ierse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, zijnde de teksten in elk van deze talen gelijkelijk authentiek, zal worden neergelegd in het archief van de Regering van de Italiaanse Republiek, die een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan toezendt aan de Regeringen der andere ondertekenende Staten.
DEEL EERSTE. BEGINSELEN
Artikel 1
In de zin van deze Akte:
- –. worden met de uitdrukking „oorspronkelijke Verdragen” bedoeld:
- a. het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (EG-Verdrag), en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom-Verdrag), zoals deze Verdragen zijn aangevuld of gewijzigd bij verdragen of andere rechtshandelingen die vóór de onderhavige toetreding in werking zijn getreden,
- b. het Verdrag betreffende de Europese Unie (EU-Verdrag), zoals aangevuld of gewijzigd bij verdragen of andere rechtshandelingen die vóór de onderhavige toetreding in werking zijn getreden;
- –. worden met de uitdrukking „huidige lidstaten” bedoeld het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, Ierland, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Portugese Republiek, de Republiek Finland, het Koninkrijk Zweden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland;
- –. wordt met de uitdrukking „de Unie” bedoeld de Unie zoals tot stand gebracht bij het EU-Verdrag;
- –. wordt met de uitdrukking „de Gemeenschap” bedoeld één of beide van de in het eerste streepje vermelde Gemeenschappen, naargelang van het geval;
- –. worden met de uitdrukking „nieuwe lidstaten” bedoeld de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek;
- –. worden met de uitdrukking „Instellingen” bedoeld de bij de oorspronkelijke Verdragen opgerichte Instellingen.
Artikel 2
Onmiddellijk bij de toetreding zijn de oorspronkelijke Verdragen en de door de Instellingen en de Europese Centrale Bank vóór de toetreding genomen besluiten verbindend voor de nieuwe lidstaten en in deze staten toepasselijk onder de voorwaarden waarin wordt voorzien door die Verdragen en door deze Akte.
Artikel 3
De bepalingen van het Schengenacquis zoals dat in het kader van de Europese Unie is opgenomen door middel van het Protocol dat is gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (hierna het „Schengenprotocol” genoemd), en de daarop voortbouwende of op een andere wijze daaraan gerelateerde rechtsbesluiten zoals zij zijn opgesomd in bijlage I bij deze Akte, evenals alle andere dergelijke rechtsbesluiten die eventueel worden aangenomen vóór de toetredingsdatum, zijn vanaf de datum van toetreding verbindend voor en toepasselijk in de nieuwe lidstaten.
De bepalingen van het Schengenacquis zoals dat in het kader van de Europese Unie is opgenomen, en de daarop voortbouwende of op een andere wijze daaraan gerelateerde rechtsbesluiten welke niet in lid 1 bedoeld worden, zijn vanaf de datum van toetreding verbindend voor de nieuwe lidstaten, maar zijn in een nieuwe lidstaat slechts toepasselijk op grond van een daartoe strekkend besluit van de Raad, nadat overeenkomstig de toepasselijke Schengenevaluatieprocedures is geconstateerd dat in die nieuwe lidstaat aan de nodige voorwaarden voor de toepassing van alle onderdelen van het betreffende acquis is voldaan en na raadpleging van het Europees Parlement.
De Raad besluit met eenparigheid van stemmen van de leden die de regeringen vertegenwoordigen van de lidstaten ten aanzien waarvan de bepalingen van dit lid reeds van kracht zijn en van de vertegenwoordiger van de regering van de lidstaat ten aanzien waarvan die bepalingen van kracht moeten worden. De leden van de Raad die de regeringen van Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland vertegenwoordigen, nemen aan dit besluit deel voor zover het verband houdt met de bepalingen van het Schengenacquis en de daarop voortbouwende of op een andere wijze daaraan gerelateerde rechtsbesluiten waaraan deze lidstaten deelnemen.
De door de Raad uit hoofde van artikel 6 van het Schengenprotocol gesloten overeenkomsten zijn vanaf de datum van toetreding verbindend voor de nieuwe lidstaten.
De nieuwe lidstaten verbinden zich ertoe met betrekking tot die overeenkomsten of instrumenten op het gebied van Justitie en Binnenlandse zaken welke onlosmakelijk zijn verbonden met de doelstellingen van het EU-Verdrag:
- –. toe te treden tot de overeenkomsten of instrumenten die vóór de datum van toetreding zijn opengesteld voor ondertekening door de huidige lidstaten, alsmede tot de overeenkomsten of instrumenten die door de Raad overeenkomstig Titel VI van het EU-Verdrag zijn opgesteld en waarvan hij de aanneming aan de lidstaten heeft aanbevolen;
- –. administratieve en andere regelingen in te voeren in de trant van de regelingen die de huidige lidstaten of de Raad voor de datum van toetreding hebben aangenomen ter vergemakkelijking van de praktische samenwerking tussen de instellingen en organisaties van de lidstaten die actief zijn op het gebied van Justitie en Binnenlandse Zaken.
Artikel 4
Vanaf de datum van toetreding neemt elke nieuwe lidstaat aan de Economische en Monetaire Unie deel als lidstaat met een derogatie in de zin van artikel 122 van het EG-Verdrag.
Artikel 5
Bij deze Akte treden de nieuwe lidstaten toe tot de door de Vertegenwoordigers van de Regeringen der lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, genomen besluiten en gesloten overeenkomsten. Zij verbinden zich ertoe op het tijdstip van de toetreding ook toe te treden tot elke andere door de huidige lidstaten gesloten overeenkomst die de werking van de Unie betreft of in nauw verband staat met het optreden van deze Unie.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.