Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationale luchtvervoer

Type Verdrag
Publication 2009-12-30
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Staten die Partij zijn bij dit Verdrag

Erkennend de belangrijke bijdrage van het Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationale luchtvervoer ondertekend te Warschau op 12 oktober 1929, hierna aangeduid als het „Verdrag van Warschau", en andere bijbehorende instrumenten ter harmonisering van het internationale privaatrechtelijke luchtrecht;

Erkennend de noodzaak het Verdrag van Warschau en bijbehorende instrumenten te moderniseren en te herzien;

Erkennend het belang van het waarborgen van bescherming van de belangen van consumenten in het internationale luchtvervoer en de noodzaak van billijke schadevergoeding gegrond op het beginsel van restitutie;

Opnieuw bevestigend de wenselijkheid van een ordelijke ontwikkeling van de afhandeling van het internationale luchtvervoer en de vlotte doorstroom van passagiers, bagage en goederen overeenkomstig de beginselen en doelstellingen van het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, gesloten te Chicago op 7 december 1944;

Ervan overtuigd dat een gezamenlijk optreden van de Staten ter verdere harmonisatie en codificatie van enige bepalingen tot regeling van het internationale luchtvervoer door middel van een nieuw Verdrag het beste middel is om een billijk evenwicht van de belangen te bereiken;

Zijn overeengekomen als volgt:

HOOFDSTUK I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Toepassingsgebied
1.

Dit Verdrag is van toepassing op al het internationale vervoer van personen, bagage of goederen dat met luchtvaartuigen tegen betaling plaats heeft. Het is eveneens van toepassing op kosteloos vervoer per luchtvaartuig door een luchtvervoeronderneming verricht.

2.

Onder internationaal vervoer in de zin van dit Verdrag wordt verstaan alle vervoer waarbij, volgens overeenkomst tussen Partijen, de plaats van vertrek en de plaats van bestemming, zij er al dan niet onderbreking van het vervoer of overlading, zijn gelegen hetzij op het grondgebied van twee Staten die Partij zijn bij dit Verdrag, hetzij op het grondgebied van een enkele Staat die Partij is bij dit Verdrag indien een tussenlanding wordt voorzien binnen het grondgebied van een andere Staat, zelfs indien die Staat geen Partij is bij het Verdrag. Het vervoer zonder een zodanige tussenlanding tussen twee punten binnen het grondgebied van een enkele Staat die Partij is bij dit Verdrag wordt niet beschouwd als internationaal in de zin van dit Verdrag.

3.

Het vervoer, te verrichten door verschillende opeenvolgende luchtvervoerders, wordt voor de toepassing van dit Verdrag geacht een enkel vervoer te vormen, wanneer het door de partijen als een enkele handeling is beschouwd, of het nu in de vorm van een enkele overeenkomst dan wel in de vorm van een reeks van overeenkomsten is gesloten, en het verliest zijn internationaal karakter niet door de omstandigheid dat een enkele overeenkomst of een reeks van overeenkomsten ten volle moet worden uitgevoerd binnen het grondgebied van dezelfde Staat.

4.

Dit Verdrag is tevens van toepassing op het vervoer bedoeld in Hoofdstuk V, behoudens de bepalingen van dat hoofdstuk.

Artikel 2. Vervoer verricht door de Staat en vervoer van postzendingen
1.

Dit Verdrag is op vervoer verricht door de Staat of door andere openbare lichamen van toepassing onder de voorwaarden genoemd in artikel 1.

2.

Bij het vervoer van postzendingen is de vervoerder slechts aansprakelijk tegenover de betrokken postadministratie overeenkomstig de regels die van toepassing zijn op de verhouding tussen de vervoerders en de postadministraties.

3.

Behoudens het bepaalde in het tweede lid van dit artikel zijn de bepalingen van dit Verdrag niet van toepassing op het vervoer van postzendingen.

HOOFDSTUK II. DOCUMENTEN EN VERPLICHTINGEN VAN DE PARTIJEN BETREFFENDE HET VERVOER VAN PASSAGIERS, BAGAGE EN GOEDEREN

Artikel 3. Passagiers en bagage
1.

Bij het vervoer van passagiers dient een individueel of collectief vervoersdocument te worden afgegeven, bevattende:

2.

De afgifte van het in het eerste lid bedoelde vervoersdocument kan worden vervangen door het gebruik van ieder ander middel waardoor de in dat lid vermelde gegevens worden vastgelegd. Indien een dergelijk ander middel wordt gebruikt biedt de vervoerder aan, de passagier een schriftelijke verklaring te verstrekken van de aldus vastgelegde gegevens.

3.

De vervoerder verstrekt aan de passagier een identificatielabel voor elk stuk aangegeven bagage.

4.

Aan de passagier wordt een schriftelijke mededeling verstrekt vermeldend dat, wanneer dit Verdrag van toepassing is, het de aansprakelijkheid van de vervoerders regelt en kan beperken ter zake van dood of letsel en in geval van vernieling, verlies of beschadiging van de bagage, alsmede in geval van vertraging.

5.

Niet-inachtneming van het bepaalde in de voorgaande leden doet niet af aan het bestaan of de geldigheid van de vervoerovereenkomst, die desondanks onderworpen zal zijn aan de regels van dit Verdrag, met inbegrip van die betreffende de beperking van de aansprakelijkheid.

Artikel 4. Goederen
1.

Bij het vervoer van goederen moet een luchtvrachtbrief worden afgegeven.

2.

De afgifte van een luchtvrachtbrief kan worden vervangen door het gebruik van ieder ander middel waardoor de gegevens betreffende het te verrichten vervoer worden vastgelegd. Indien van zodanig ander middel gebruik wordt gemaakt, verstrekt de vervoerder aan de afzender, op diens verzoek, een goederenontvangstbewijs dat de identificatie van de zending mogelijk maakt en toegang geeft tot de door die andere middelen vastgelegde gegevens.

Artikel 5. Inhoud van de luchtvrachtbrief of van het goederenontvangstbewijs

De luchtvrachtbrief of het goederenontvangstbewijs moet bevatten:

Artikel 6. Document inzake de aard van de goederen

Indien nodig ter vervulling van de formaliteiten van douane, politie en andere overheidsinstanties, kan van de afzender worden verlangd dat hij een document afgeeft dat de aard van de goederen aanduidt. Deze bepaling schept voor de vervoerder geen enkele verplichting, verbintenis of aansprakelijkheid.

Artikel 7. Beschrijving van de luchtvrachtbrief
1.

De luchtvrachtbrief wordt door de afzender opgemaakt in drie oorspronkelijke exemplaren.

2.

Het eerste exemplaar bevat de vermelding „voor de vervoerder"; het wordt getekend door de afzender. Het tweede exemplaar bevat de vermelding „voor de geadresseerde"; het wordt getekend door de afzender en de vervoerder. Het derde exemplaar wordt getekend door de vervoerder en door hem, na ontvangst van de goederen, overhandigd aan de afzender.

3.

De handtekening van de vervoerder en die van de afzender kunnen worden gedrukt of vervangen door een stempel.

4.

Indien, op verzoek van de afzender, de vervoerder de luchtvrachtbrief opmaakt, wordt deze laatste, behoudens tegenbewijs, geacht te handelen namens de afzender.

Artikel 8. Documenten betreffende verscheidene colli

Wanneer er verscheidene colli zijn

Artikel 9. Het niet naleven van bepalingen betreffende voorgeschreven documenten

Niet-inachtneming van het bepaalde in de artikelen 4 tot en met 8 doet niet af aan het bestaan of de geldigheid van de vervoerovereenkomst, die desondanks onderworpen zal zijn aan de regels van dit Verdrag, met inbegrip van die betreffende de beperking van de aansprakelijkheid.

Artikel 10. Aansprakelijkheid voor de op de documenten geplaatste bijzonderheden
1.

De afzender is verantwoordelijk voor de juistheid van de bijzonderheden en verklaringen betreffende de goederen die door of namens hem in de luchtvrachtbrief zijn opgenomen, of die door of namens hem zijn verstrekt aan de vervoerder voor opneming in het goederenontvangstbewijs of in de gegevens vastgelegd door de andere middelen bedoeld in artikel 4, tweede lid. Het voorgaande is eveneens van toepassing in het geval waarin de namens de afzender handelende persoon tevens namens de vervoerder handelt.

2.

De afzender is aansprakelijk voor alle schade die door de vervoerder of door enige andere persoon jegens wie de vervoerder aansprakelijk is, wordt geleden als gevolg van de onnauwkeurigheid, onjuistheid of onvolledigheid van de bijzonderheden en verklaringen die door of namens de afzender zijn verstrekt.

3.

Behoudens het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel is de vervoerder aansprakelijk voor alle schade die door de afzender of door enige andere persoon jegens wie de afzender aansprakelijk is, wordt geleden als gevolg van de onnauwkeurigheid, onjuistheid of onvolledigheid van de bijzonderheden en verklaringen die door of namens de vervoerder zijn opgenomen in het goederenontvangstbewijs of in de gegevens vastgelegd door de andere middelen bedoeld in artikel 4, tweede lid.

Artikel 11. Bewijskracht van de documenten
1.

De luchtvrachtbrief en het goederenontvangstbewijs strekken, behoudens tegenbewijs, tot bewijs van het sluiten van de overeenkomst, van de ontvangst van de goederen en van de vervoervoorwaarden die erin worden vermeld.

2.

De opgaven in de luchtvrachtbrief en het goederenontvangstbewijs betreffende het gewicht, de afmetingen en de verpakking van de goederen, alsmede betreffende het aantal colli, hebben kracht van bewijs, behoudens tegenbewijs; die betreffende de hoeveelheid, de omvang en de toestand van de goederen leveren slechts bewijs op jegens de vervoerder voorzover zij door hem zijn geverifieerd in tegenwoordigheid van de afzender en daarvan melding is gemaakt in de luchtvrachtbrief, of indien het opgaven betreft die betrekking hebben op de uiterlijke staat van de goederen.

Artikel 12. Recht om over de goederen te beschikken
1.

Onder voorwaarde dat hij alle uit de vervoerovereenkomst voortvloeiende verplichtingen nakomt, heeft de afzender het recht over de goederen te beschikken, hetzij door deze op de luchthaven van vertrek of van bestemming terug te nemen, hetzij door deze tijdens de reis bij een landing op te houden, hetzij door deze te doen afleveren op de plaats van bestemming of tijdens de reis aan een ander dan de oorspronkelijk aangewezen geadresseerde, hetzij door terugzending te vragen naar de luchthaven van vertrek, voor zover de uitoefening van dat recht geen nadeel toebrengt aan de vervoerder of aan de andere afzenders en met de verplichting de daaruit voortvloeiende kosten te vergoeden.

2.

Indien uitvoering van de opdrachten van de afzender onmogelijk is, moet de vervoerder hem daarvan onmiddellijk in kennis stellen.

3.

Indien de vervoerder de opdrachten van de afzender betreffende de beschikking over de goederen uitvoert, zonder overlegging te vorderen van het aan deze afgegeven exemplaar van de luchtvrachtbrief of van het goederenontvangstbewijs, is hij, behoudens zijn recht van verhaal op de afzender, aansprakelijk voor de schade die daardoor veroorzaakt mocht worden aan de regelmatige houder van de luchtvrachtbrief of van het goederenontvangstbewijs.

4.

Het recht van de afzender eindigt op het moment, waarop dat van de geadresseerde begint, overeenkomstig artikel 13. Indien evenwel de geadresseerde de goederen weigert, of indien hij niet bereikt kan worden, herkrijgt de afzender zijn beschikkingsrecht.

Artikel 13. Aflevering van de goederen
1.

Tenzij de afzender het hem ingevolge artikel 12 toekomende recht heeft uitgeoefend, heeft de geadresseerde het recht om, na aankomst van de goederen op de plaats van bestemming, van de vervoerder aflevering van de goederen te vorderen tegen betaling van de verschuldigde bedragen en onder naleving van de vervoervoorwaarden.

2.

Tenzij anders is bedongen moet de vervoerder de geadresseerde onmiddellijk van de aankomst van de goederen in kennis stellen.

3.

Indien het verlies van de goederen door de vervoerder wordt erkend, of indien de goederen na afloop van een termijn van zeven dagen, nadat zij hadden moeten aankomen, niet zijn aangekomen, is de geadresseerde gerechtigd de rechten die uit de vervoerovereenkomst voortvloeien jegens de vervoerder geldend te maken.

Artikel 14. Geldend maken van de rechten van de afzender en de geadresseerde

De afzender en de geadresseerde kunnen alle rechten doen gelden die hun respectievelijk in de artikelen 12 en 13 zijn toegekend, ieder op zijn eigen naam, onverschillig of zij handelen in hun eigen belang of in dat van een ander, onder voorwaarde dat zij de door de vervoerovereenkomst opgelegde verplichtingen nakomen.

Artikel 15. Verhouding tussen de afzender en de geadresseerde of verhouding tussen derde partijen
1.

De artikelen 12, 13 en 14 laten onverlet zowel de verhouding tussen de afzender en de geadresseerde onderling als de verhouding tussen derden die hun rechten ontlenen aan de afzender of de geadresseerde.

2.

Van de artikelen 12, 13 en 14 kan alleen worden afgeweken door een uitdrukkelijke bepaling in de luchtvrachtbrief of in het goederenontvangstbewijs.

Artikel 16. Formaliteiten van douane, politie of andere overheidsinstanties

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.