Briefwisseling houdende een Protocol bij de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds, teneinde rekening te houden met de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie
Het Koninkrijk België
de Tsjechische Republiek,
het Koninkrijk Denemarken,
de Bondsrepubliek Duitsland,
de Republiek Estland,
de Helleense Republiek,
het Koninkrijk Spanje,
de Franse Republiek,
Ierland,
de Italiaanse Republiek,
de Republiek Cyprus,
de Republiek Letland,
de Republiek Litouwen,
het Groothertogdom Luxemburg,
de Republiek Hongarije,
de Republiek Malta,
het Koninkrijk der Nederlanden,
de Republiek Oostenrijk,
de Republiek Polen,
de Portugese Republiek,
de Republiek Slovenië,
de Slowaakse Republiek,
de Republiek Finland,
het Koninkrijk Zweden,
het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannie en Noord-Ierland,
hierna „de lidstaten" genoemd, vertegenwoordigd door de Raad van de Europese Unie, en
de Europese Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,
hierna de „Gemeenschappen" genoemd, vertegenwoordigd door de Raad van de Europese Unie en de Commissie van de Europese Gemeenschappen,
enerzijds, en
de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië,
anderzijds,
Gelet op de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie, en daarmee tot de Gemeenschap, op 1 mei 2004,
Overwegende hetgeen volgt:
De Stabilisatie- en Associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds, (hierna SAO) werd door middel van een briefwisseling op 9 april 2001 in Luxemburg ondertekend en trad op 1 april 2004 in werking.
Het Verdrag betreffende de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie (hierna het „Toetredingsverdrag" te noemen) werd op 16 april 2003 in Athene ondertekend.
Overeenkomstig artikel 6, lid 2, van de Toetredingsakte die aan het Toetredingsverdrag is gehecht, wordt over de toetreding van de nieuwe lidstaten tot de Stabilisatie- en Associatieovereenkomst overeenstemming bereikt door de sluiting van een protocol bij de SAO.
Overeenkomstig artikel 35, lid 3, van de SAO is overleg gevoerd tussen de partijen, teneinde de wederzijdse belangen van de Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, als omschreven in deze overeenkomst, in aanmerking te kunnen nemen.
De wijzigingen op de interimovereenkomst betreffende de handel en aanverwante zaken tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds, hierna de „IO", vastgesteld bij Besluit nr. 1/2002 van de Samenwerkingsraad Europese Gemeenschap/Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië van 30 januari 2002 betreffende het opnemen van twee Gemeenschappelijke Verklaringen betreffende het Prinsdom Andorra en de Republiek San Marino en betreffende wijzigingen op Protocol 4 betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong" en methoden van administratieve samenwerking, moeten eveneens worden aangebracht in de SAO.
De wijzigingen op de IO vastgesteld bij Besluit nr. 2/2003 van de Samenwerkingsraad Europese Gemeenschap/Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië van 22 december 2003 tot verdere liberalisering van de handel in landbouw- en visserijproducten, moeten eveneens worden aangebracht in de SAO,
Zijn het volgende overeengekomen:
AFDELING I. VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN
Artikel 1
De Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek (hierna de „nieuwe lidstaten") zijn Partij bij de Stabilisatie- en Associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds, die op 9 april 2001 in Luxemburg door middel van een briefwisseling werd ondertekend, en hechten hun goedkeuring aan en nemen respectievelijk nota van, op dezelfde wijze als andere lidstaten van de Gemeenschap, de teksten van de overeenkomst, evenals de gemeenschappelijke verklaringen en de unilaterale verklaringen die aan de op dezelfde datum ondertekende slotakte zijn gehecht.
Artikel 2
Teneinde rekening te houden met recente institutionele ontwikkelingen binnen de Europese Unie komen de Partijen overeen dat na het verstrijken van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal de bestaande bepalingen in de overeenkomst die verwijzen naar de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal geacht worden te verwijzen naar de Europese Gemeenschap, die alle rechten en verplichtingen van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal heeft overgenomen.
AANPASSINGEN VAN DE TEKST VAN DE SAO EN DE BIJLAGEN EN PROTOCOLLEN ERVAN
AFDELING II. LANDBOUWPRODUCTEN
Artikel 3. Landbouwproducten sensu stricto
Wijzigt de Stabilisatie- en Associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds; Luxemburg, 09-04-2001
Artikel 4. Visserijproducten
Wijzigt de Stabilisatie- en Associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds; Luxemburg, 09-04-2001
Artikel 5. Verwerkte landbouwproducten
Wijzigt de Stabilisatie- en Associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds; Luxemburg, 09-04-2001
Artikel 6. Wijnovereenkomst
De tabel in lid 1 van Bijlage I (Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië betreffende wederzijdse preferentiële handelsconcessies voor bepaalde wijnen, waarnaar wordt verwezen in artikel 27, lid 4 van de SAO) bij het Aanvullend Protocol tot aanpassing van de handelsaspecten van de Interimovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië om rekening te houden met de uitkomst van de onderhandelingen tussen de partijen over wederzijdse preferentiële concessies voor bepaalde wijnen en gedistilleerde dranken, de wederzijdse erkenning, bescherming en controle van wijnbenamingen en de wederzijdse erkenning, bescherming en controle van aanduidingen van gedistilleerde dranken en gearomatiseerde dranken wordt vervangen door de tabel in Bijlage VII van dit Protocol.
AFDELING III. REGELS VAN OORSPRONG
Artikel 7
Wijzigt de Stabilisatie- en Associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds; Luxemburg, 09-04-2001
Artikel 8
Wijzigt de Stabilisatie- en Associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds; Luxemburg, 09-04-2001
Artikel 9
Wijzigt de Stabilisatie- en Associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds; Luxemburg, 09-04-2001
AFDELING IV. OVERGANGSBEPALINGEN
Artikel 10. WTO
De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië zal geen vordering, verzoek of raadpleging doen noch enige concessie krachtens Artikelen XXIV.6 en XXVIII van de GATT 1994 aanpassen of intrekken in verband met deze uitbreiding van de Gemeenschap.
Artikel 11. Bewijs van oorsprong en administratieve samenwerking
Bewijzen van oorsprong die op de juiste wijze zijn afgegeven door de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië of een nieuwe lidstaat in het kader van preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen die tussen hen van toepassing zijn, worden in de respectieve landen aanvaard, op voorwaarde dat:
- a. aanvaarding van dergelijke oorsprong betekent dat een preferentieel tarief wordt gehanteerd op basis van de preferentiële tariefmaatregelen die in de SAO zijn opgenomen;
- b. het bewijs van oorsprong en de vervoersdocumenten uiterlijk de dag vóór de datum van toetreding zijn afgegeven;
- c. het bewijs van oorsprong binnen de periode van vier maanden na de toetredingsdatum bij de douaneautoriteiten is ingediend.
Indien goederen vóór de toetredingsdatum zijn aangegeven voor invoer in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië of in een nieuwe lidstaat krachtens in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië of die nieuwe lidstaat op dat moment geldende preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen, kunnen nadien krachtens deze overeenkomsten of regelingen afgegeven bewijzen van oorsprong ook worden aanvaard, op voorwaarde dat ze binnen de periode van vier maanden na de toetredingsdatum bij de douane-autoriteiten zijn ingediend.
De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en de nieuwe lidstaten mogen de vergunningen waarmee de status van „erkend exporteur" is toegekend in het kader van tussen hen toegepaste preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen handhaven, mits:
- a. een dergelijke bepaling ook is opgenomen in de vóór de toetredingsdatum gesloten overeenkomst tussen de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en de Gemeenschap; en
- b. de erkende exporteurs de krachtens die overeenkomst geldende regels van oorsprong toepassen.
Deze vergunningen worden uiterlijk een jaar na de toetredingsdatum vervangen door nieuwe vergunningen die volgens de SAO-voorwaarden zijn afgegeven.
Verzoeken om controle achteraf van bewijzen van oorsprong die zijn afgegeven krachtens de preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen als bedoeld in bovenstaande leden 1 en 2 worden gedurende een periode van drie jaar na de afgifte van het betrokken bewijs van oorsprong aanvaard door de bevoegde douane-autoriteiten van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië of de nieuwe lidstaten, en kunnen gedurende een periode van drie jaar vanaf de aanvaarding van het bewijs van oorsprong nog worden gedaan door die autoriteiten ter rechtvaardiging van een invoeraangifte.
Artikel 12. Goederen in doorvoer
De bepalingen van de SAO kunnen worden toegepast op goederen die worden uitgevoerd uit de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië naar een van de nieuwe lidstaten of van een van de nieuwe lidstaten naar de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, die voldoen aan de voorwaarden van Protocol 4 bij de SAO en die op de toetredingsdatum „en route" dan wel in tijdelijke opslag zijn in een douane-entrepot of een vrije zone in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië of in die nieuwe lidstaat.
In die gevallen kan preferentiële behandeling worden toegekend, mits binnen vier maanden na de toetredingsdatum een door de douaneautoriteiten van het land van uitvoer achteraf afgegeven bewijs van oorsprong wordt ingediend bij de douaneautoriteiten van het land van invoer.
Artikel 13. Contingenten in 2004
Voor het jaar 2004 worden de hoeveelheden van de nieuwe tariefcontingenten en de verhoging van de omvang van de bestaande tariefcontingenten berekend naar verhouding van de basishoeveelheden rekening houdend met het gedeelte van de termijn dat voor 1 mei 2004 is verstreken.
AFDELING V. ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 14
Dit protocol en zijn bijlagen vormen een integrerend onderdeel van de SAO.
Artikel 15
Dit protocol wordt goedgekeurd door de Gemeenschap, door de Raad van de Europese Unie namens de lidstaten en door de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië volgens hun eigen procedures.
De partijen stellen elkaar in kennis van de voltooiing van de desbetreffende procedures bedoeld in voorgaand lid. De akten van goedkeuring worden neergelegd bij het Secretariaat-Generaal van de Raad van de Europese Unie.
Artikel 16
Dit protocol treedt in werking op dezelfde dag als het Toetredingsverdrag, mits alle akten van goedkeuring van dit protocol voor die datum zijn neergelegd.
Indien niet alle akten van goedkeuring van dit protocol voor die datum zijn neergelegd, treedt dit protocol in werking op de eerste dag van de eerste maand na de datum van de nederlegging van de laatste akte van goedkeuring.
Indien niet alle akten van goedkeuring van dit protocol voor 1 mei 2004 zijn neergelegd, is dit protocol voorlopig van toepassing met ingang van 1 mei 2004.
Artikel 17
Dit protocol is opgesteld in tweevoud in elk van de officiële talen van de partijen, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.
Artikel 18
De tekst van de SAO, met inbegrip van de bijlagen en de protocollen die daarvan een integrerend onderdeel vormen, de slotakte en de daaraan gehechte verklaringen worden opgemaakt in de Estse, de Hongaarse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Poolse, de Sloveense, de Slowaakse en de Tsjechische taal, zijnde die teksten evenzeer authentiek als de oorspronkelijke teksten. De Stabilisatie- en Associatieraad stelt deze teksten vast.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.