Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken

Type Verdrag
Publication 2006-08-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Preambule

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Republiek Suriname,

hierna te noemen de Verdragsluitende Partijen,

Gelet op het belang van een juiste vaststelling van de douanerechten en van het waarborgen van een juiste handhaving door hun douaneadministraties van verboden, beperkingen en controlemaatregelen met betrekking tot bepaalde goederen;

Overwegend dat inbreuken op de douanewetgeving schadelijk zijn voor de veiligheid en de economische, fiscale, sociale en culturele belangen en de belangen op het gebied van de volksgezondheid van de Verdragsluitende Partijen;

Overwegend dat de illegale grensoverschrijdende handel in wapens, explosieven, chemische, biologische en nucleaire stoffen alsmede in verdovende middelen, psychotrope stoffen en precursoren een gevaar voor de samenleving vormt;

Erkennend de noodzaak van internationale samenwerking ter zake van aangelegenheden die verband houden met de toepassing en handhaving van hun douanewetgeving;

Ervan overtuigd dat het optreden tegen inbreuken op de douanewetgeving doeltreffender kan worden door middel van nauwe samenwerking tussen hun douaneadministraties op basis van door de Verdragsluitende Partijen met elkaar overeengekomen internationaal rechtelijke bepalingen;

Gelet op de Aanbeveling inzake wederzijdse administratieve bijstand, de Verklaring inzake verbetering van douanesamenwerking en wederzijdse administratieve bijstand (Verklaring van Cyprus) en de Resolutie inzake veiligheid en facilitatie van de internationale logistieke keten, aangenomen door de Internationale Douaneraad, tegenwoordig bekend als de Wereld Douane Organisatie, in respectievelijk december 1953, juli 2000 en juni 2002;

Gelet op verdragen die verboden, beperkingen en bijzondere controlemaatregelen met betrekking tot bepaalde goederen bevatten;

Tevens gelet op de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties van 1948;

zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK I. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

Artikel 1

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

HOOFDSTUK II. REIKWIJDTE VAN HET VERDRAG

Artikel 2
1.

De Verdragsluitende Partijen verlenen elkaar door tussenkomst van hun douaneadministraties administratieve bijstand onder de in dit Verdrag genoemde voorwaarden ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving, met het oog op het voorkomen, onderzoeken en bestrijden van inbreuken op die wetgeving, alsmede om de veiligheid van de internationale logistieke keten te waarborgen.

2.

Alle bijstand uit hoofde van dit Verdrag door een Verdragsluitende Partij wordt verleend in overeenstemming met haar wettelijke en administratieve bepalingen en binnen de grenzen van de bevoegdheden en beschikbare middelen van haar douaneadministratie.

3.

Dit Verdrag laat onverlet de verplichtingen van het Koninkrijk der Nederlanden ingevolge de wetgeving van de Europese Unie inzake zijn huidige en toekomstige verplichtingen als lidstaat van de Europese Unie en alle wetgeving die is vastgesteld om die verplichtingen na te komen, alsmede zijn huidige en toekomstige verplichtingen die voortvloeien uit internationale overeenkomsten tussen de lidstaten van de Europese Unie.

4.

Dit Verdrag laat onverlet de huidige en toekomstige verplichtingen van de Republiek Suriname die voortvloeien uit het Verdrag tot oprichting van de Caribbean Community (CARICOM), gedaan te Chaguaramas op 4 juli 1973 als herzien op 5 juli 2001 te Nassau, Bahamas.

5.

Dit Verdrag heeft betrekking op de wederzijdse administratieve bijstand tussen de Verdragsluitende Partijen en laat onverlet de wederzijdse bijstand tussen hen in strafzaken. Indien wederzijdse bijstand moet worden verleend door andere autoriteiten van de aangezochte Verdragsluitende Partij zal de aangezochte administratie deze autoriteiten en waar bekend het desbetreffende verdrag of de toepasselijke regeling aangeven.

6.

Personen kunnen aan de bepalingen van dit Verdrag niet het recht ontlenen de uitvoering van een verzoek om bijstand te doen beletten.

HOOFDSTUK III. INFORMATIE

Artikel 3. Informatie voor de toepassing en handhaving van de douanewetgeving
1.

De douaneadministraties verstrekken elkaar, op verzoek of uit eigen beweging, informatie ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving, met het oog op het voorkomen, onderzoeken en bestrijden van inbreuken op die wetgeving, alsmede om de veiligheid van de internationale logistieke keten te waarborgen. Deze informatie kan betrekking hebben op:

2.

Op verzoek verstrekt de aangezochte administratie de verzoekende administratie informatie die betrekking heeft op gevallen waarin de laatste reden heeft te twijfelen aan de door een persoon verstrekte informatie voor de toepassing van de douanewetgeving te zijnen aanzien.

Artikel 4. Informatie met betrekking tot inbreuken op de douanewetgeving
1.

De douaneadministratie van een Verdragsluitende Partij verstrekt, op verzoek of uit eigen beweging, informatie aan de douaneadministratie van de andere Verdragsluitende Partij over voorgenomen, lopende of voltooide activiteiten die een inbreuk op de douanewetgeving van de andere Verdragsluitende Partij lijken te vormen.

2.

In gevallen die aanzienlijke schade voor de economie, volksgezondheid, openbare orde en veiligheid met inbegrip van de veiligheid van de internationale logistieke keten, of voor andere vitale belangen van een Verdragsluitende Partij met zich kunnen brengen, verstrekt de douaneadministratie van de andere Verdragsluitende Partij, waar mogelijk, uit eigen beweging en onverwijld zulke informatie.

Artikel 5. Informatie over de rechtmatigheid van het grensoverschrijdende goederenverkeer

Op verzoek stelt de aangezochte administratie de verzoekende administratie ervan op de hoogte:

Artikel 6. Systematisch verstrekken van informatie

De douaneadministraties kunnen elkaar, op voorwaarden die worden neergelegd in een nadere regeling overeenkomstig artikel 20, informatie die onder dit Verdrag valt op een systematische wijze verstrekken.

Artikel 7. Vooraf verstrekken van informatie

De douaneadministraties kunnen elkaar, op voorwaarden die worden neergelegd in een nadere regeling overeenkomstig artikel 20, specifieke informatie verstrekken voorafgaand aan de aankomst van zendingen op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.

HOOFDSTUK IV. BIJZONDERE VORMEN VAN BIJSTAND

Artikel 8. Invordering van douanevorderingen
1.

Op verzoek verlenen de douaneadministraties elkaar bijstand met het oog op de invordering van douanevorderingen in overeenstemming met de respectieve nationale wettelijke en administratieve bepalingen voor de invordering van hun eigen douanerechten.

2.

Bijstand bij de invordering van douanevorderingen wordt nader geregeld overeenkomstig artikel 20.

Artikel 9. Toezicht en informatie

Op verzoek houdt de aangezochte administratie toezicht op en verstrekt zij informatie over:

Artikel 10. Gecontroleerde aflevering

De douaneadministraties kunnen binnen het kader van hun nationale wettelijke en administratieve bepalingen, door middel van een wederzijdse regeling, toestemming verlenen voor de onder hun toezicht verrichte invoer in, uitvoer uit of doorvoer via het grondgebied van hun respectieve landen van goederen die betrokken zijn bij ongeoorloofde handel om deze ongeoorloofde handel tegen te gaan. Indien een douaneadministratie niet bevoegd is bedoelde toestemming te verlenen, tracht die administratie samenwerking te bewerkstelligen met de nationale autoriteiten die daartoe wel bevoegd zijn of draagt zij de zaak aan hen over.

Artikel 11. Deskundigen en getuigen

De aangezochte administratie kan, op verzoek, functionarissen machtigen om ter zake van de uitvoering van de douanewetgeving als deskundige of getuige te verschijnen voor een rechtscollege van de verzoekende Verdragsluitende Partij.

HOOFDSTUK V. TOEZENDING VAN VERZOEKEN

Artikel 12
1.

Verzoeken om bijstand uit hoofde van dit Verdrag worden rechtstreeks aan de douaneadministratie van de andere Verdragsluitende Partij gericht. Verzoeken worden schriftelijk of elektronisch gedaan en gaan vergezeld van alle informatie die voor de inwilliging van het verzoek nuttig wordt geacht. De aangezochte administratie kan schriftelijke bevestiging van elektronische verzoeken verlangen. Wanneer de omstandigheden dit vereisen, kunnen verzoeken mondeling worden gedaan. Dergelijke verzoeken worden zo spoedig mogelijk schriftelijk bevestigd.

2.

Verzoeken ingevolge het eerste lid van dit artikel bevatten de volgende gegevens:

3.

Aan een voorstel van de verzoekende administratie om een bepaalde procedure of methode te volgen, wordt door de aangezochte administratie tegemoetgekomen met inachtneming van haar nationale wettelijke en administratieve bepalingen.

4.

Om originele informatie wordt slechts verzocht in gevallen waarin niet met afschriften kan worden volstaan en deze wordt zo spoedig mogelijk teruggezonden. De rechten van de aangezochte administratie of van derden terzake blijven onverlet.

HOOFDSTUK VI. UITVOERING VAN VERZOEKEN

Artikel 13. Verkrijgen van informatie
1.

Indien de aangezochte administratie niet over de gevraagde informatie beschikt, stelt zij een onderzoek in om die informatie te verkrijgen.

2.

Als de aangezochte administratie niet de bevoegde autoriteit is om een onderzoek in te stellen om de verzochte informatie te verkrijgen, kan zij, naast het aanwijzen van de bevoegde autoriteit, het verzoek aan die autoriteit doorzenden.

Artikel 14. Aanwezigheid van functionarissen op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij

Door de verzoekende administratie speciaal hiertoe aangewezen functionarissen kunnen, met instemming van de aangezochte administratie en onder de door laatstgenoemde hieraan verbonden voorwaarden, ten behoeve van het onderzoek naar een inbreuk op de douanewetgeving, op verzoek:

Artikel 15. Aanwezigheid van functionarissen van de verzoekende Verdragsluitende Partij op uitnodiging van de aangezochte administratie

Indien de aangezochte administratie het wenselijk acht dat functionarissen van de verzoekende Verdragsluitende Partij aanwezig zijn wanneer, overeenkomstig een verzoek, bijstandsmaatregelen worden uitgevoerd, kan zij de verzoekende administratie uitnodigen daartoe functionarissen ter beschikking te stellen. Aan de aanwezigheid van deze functionarissen op het grondgebied van de aangezochte Verdragsluitende Partij kan de aangezochte administratie voorwaarden verbinden.

Artikel 16. Bezoeken van functionarissen
1.

Indien functionarissen aanwezig zijn op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij uit hoofde van dit Verdrag, moeten zij te allen tijde in staat zijn hun identiteit en officiële hoedanigheid aan te tonen.

2.

Functionarissen genieten, gedurende hun verblijf op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, de bescherming die wordt toegekend aan douaneambtenaren van de andere Verdragsluitende Partij voorzover dit uit hoofde van de wetgeving van die Verdragsluitende Partij mogelijk is. Zij zijn verantwoordelijk voor de strafbare feiten die zij eventueel begaan.

HOOFDSTUK VII. VERTROUWELIJKHEID EN BESCHERMING VAN INFORMATIE

Artikel 17
1.

Uit hoofde van dit Verdrag ontvangen informatie mag slechts door de douaneadministraties en uitsluitend voor de doeleinden van dit Verdrag worden gebruikt, behalve in gevallen waarin de douaneadministratie die de informatie heeft verstrekt, uitdrukkelijk haar goedkeuring hecht aan het gebruik daarvan door andere autoriteiten of voor andere doeleinden. Aan deze goedkeuring kunnen voorwaarden worden verbonden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.