Overeenkomst tussen de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden) en de Zwitserse Bondsstaat betreffende de overname van onregelmatig binnengekomen en verblijvende personen
Het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, die krachtens de bepalingen van de op 11 april 1960 gesloten Benelux-Overeenkomst gemeenschappelijk optreden, en de Zwitserse Bondsstaat,
hierna genoemd „de Overeenkomstsluitende Partijen",
ernaar strevend de overname van personen die zich illegaal op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij ophouden, dat wil zeggen die niet of niet meer voldoen aan de geldende voorwaarden voor binnenkomst en verblijf, en de doorgeleiding van te repatriëren personen in een geest van samenwerking en op basis van wederkerigheid te vergemakkelijken,
zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1. Definities en werkingssfeer
In deze Overeenkomst dient te worden verstaan onder grondgebied van:
- (1). de Benelux: het gezamenlijke grondgebied in Europa van het Koninkrijk België, van het Groothertogdom Luxemburg en van het Koninkrijk der Nederlanden;
- (2). Zwitserland: het grondgebied van Zwitserland, alsmede het grondgebied van het Vorstendom Liechtenstein, waarbij de Zwitserse Overeenkomstsluitende Partij tevens op grond van de tussen Zwitserland en het Vorstendom Liechtenstein van kracht zijnde bilaterale verdragen gemachtigd is om de ingevolge deze Overeenkomst aan de Overeenkomstsluitende Partijen opgedragen taken te vervullen.
In deze Overeenkomst dient te worden verstaan:
- (1). onder „eigen onderdanen": elke onderdaan van één der Benelux-Staten, van Zwitserland of van het Vorstendom Liechtenstein;
- (2). onder „derde Staat": elke Staat die geen Benelux-Staat en niet Zwitserland of het Vorstendom Liechtenstein is;
- (3). onder „onderdaan van een derde Staat": eenieder die geen onderdaan van één der Benelux-Staten, van Zwitserland of het Vorstendom Liechtenstein is;
- (4). onder „buitengrenzen":
- a). de eerst overschreden grens die niet een gemeenschappelijke grens van de Overeenkomstsluitende Partijen is;
- b). iedere binnen het Benelux-gebied of op het Zwitserse grondgebied gelegen lucht- of zeehaven, waar personenverkeer van of naar een derde Staat plaatsvindt.
Artikel 2. Overname van eigen onderdanen
Iedere Overeenkomstsluitende Partij neemt op verzoek van de andere Overeenkomstsluitende Partij, zonder formaliteiten de persoon over die niet of niet meer voldoet aan de op het grondgebied van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij geldende voorwaarden voor binnenkomst of verblijf, wanneer kan worden aangetoond of aannemelijk gemaakt dat hij de nationaliteit van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij heeft. Hetzelfde geldt voor personen wie na binnenkomst op het grondgebied van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij de nationaliteit van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij ontnomen is en die niet tenminste een naturalisatietoezegging van de kant van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij hebben ontvangen.
De aangezochte Overeenkomstsluitende Partij verstrekt op verzoek van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij en overeenkomstig de bepalingen van artikel 6, onverwijld de voor de teruggeleiding van de over te nemen persoon noodzakelijke reisdocumenten.
De verzoekende Overeenkomstsluitende Partij neemt deze persoon onder dezelfde voorwaarden terug, indien uit een later onderzoek blijkt dat deze op het moment van het verlaten van het grondgebied van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij niet de nationaliteit van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij had. Dit geldt niet wanneer de verplichting tot overname volgt uit het feit dat de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij deze persoon na binnenkomst op het grondgebied van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij de eigen nationaliteit heeft ontnomen, zonder tenminste een naturalisatietoezegging van de kant van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij te hebben ontvangen.
Artikel 3. Overname van onderdanen van een derde Staat
Iedere Overeenkomstsluitende Partij neemt op verzoek van de andere Overeenkomstsluitende Partij en zonder formaliteiten de onderdanen van een derde Staat over die niet of niet meer voldoen aan de op het grondgebied van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij geldende voorwaarden voor binnenkomst en verblijf, wanneer kan worden aangetoond of aannemelijk gemaakt dat deze onderdanen van een derde staat het grondgebied van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij zijn doorgereisd of aldaar hebben verbleven.
De verplichting tot overname als bedoeld in het eerste lid geldt niet ten aanzien van:
- –. een onderdaan van een derde Staat die door de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij in het bezit is gesteld van een visum, anders dan een transitvisum, of een verblijfstitel geldig op het ogenblik van zijn binnenkomst op het grondgebied van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij of die, na binnenkomst op het grondgebied van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij een door bedoelde verzoekende Overeenkomstsluitende Partij afgegeven verblijfstitel verkregen heeft, tenzij de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij een op een latere datum vervallend visum of vervallende verblijfstitel heeft afgegeven;
- –. een onderdaan van een derde Staat die daadwerkelijk door de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij naar zijn Staat van herkomst of naar een derde Staat is verwijderd tenzij hij op het grondgebied van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij is binnengekomen via het grondgebied van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij na de uitvoering van de verwijderingsmaatregel.
De Overeenkomstsluitende Partijen doen het nodige om onderdanen van een aangrenzende Staat met voorrang naar hun Staat van herkomst terug te geleiden.
De bepalingen van het bovenstaande eerste lid zijn evenwel niet van toepassing wanneer de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij een regeling van visumvrije binnenkomst toepast ten aanzien van een derde Staat waarvan de betrokkene onderdaan is.
De bewijsmiddelen voor het vaststellen of aannemelijk maken dat is voldaan aan de in dit artikel gestelde voorwaarden zijn beschreven in het Uitvoeringsprotocol.
Artikel 4. Overname van onderdanen van een derde Staat door de voor binnenkomst verantwoordelijke Overeenkomstsluitende Partij
Indien een op het grondgebied van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij aangekomen persoon niet voldoet of niet langer meer voldoet aan de geldende voorwaarden voor binnenkomst of verblijf en in het bezit is van een door de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij afgegeven geldig visum of geldige verblijfstitel, neemt die Overeenkomstsluitende Partij op verzoek van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij, zonder formaliteit, deze persoon over.
Indien beide Overeenkomstsluitende Partijen een visum of een verblijfstitel hebben afgegeven, is de Overeenkomstsluitende Partij van wie het visum of de verblijfstitel het laatst vervalt, verantwoordelijk.
De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing op de afgifte van een transitvisum.
Artikel 5. Verblijfstitels
Onder verblijfstitels als bedoeld in artikel 3, tweede lid, en artikel 4, wordt verstaan een door een Overeenkomstsluitende Partij afgegeven vergunning, ongeacht van welke aard, die recht geeft op verblijf op het grondgebied van die Overeenkomstsluitende Partij. Onder deze omschrijving valt niet de tijdelijke toelating tot verblijf op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij met het oog op de behandeling van een asielverzoek.
Artikel 6. Identiteit en nationaliteit
De identiteit en de nationaliteit van een overeenkomstig de in het eerste lid van artikel 2, en de artikelen 3 en 4, opgenomen procedures over te nemen persoon kunnen worden aangetoond door middel van de volgende documenten:
- –. een geldig nationaal identiteitsbewijs;
- –. een geldig paspoort of paspoortvervangend reisdocument met foto (laissez-passer);
- –. een geldig militair identiteitsbewijs of een ander identiteitsbewijs van het personeel van de strijdkrachten met een foto van de houder;
- –. een document, zoals hiervoor beschreven, waarvan de geldigheidsduur is verstreken op de dag van ontvangst van het verzoek om overname.
De identiteit en de nationaliteit kunnen aannemelijk worden gemaakt aan de hand van de volgende documenten:
- –. een officieel document anders dan zoals beschreven in het vorige lid, aan de hand waarvan de identiteit van de betrokkene kan worden vastgesteld (rijbewijs en dergelijke);
- –. een document waaruit een consulaire inschrijving blijkt, een nationaliteitsbewijs of een bewijs van de burgerlijke stand.
Het vermoeden van identiteit en nationaliteit kan tevens worden ondersteund door middel van één van de volgende elementen:
- –. een betrouwbare getuigenverklaring, opgesteld door de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij;
- –. andere documenten waaruit de identiteit van de betrokkene blijkt;
- –. afschriften van bovengenoemde documenten;
- –. de verklaring van de betrokkene zelf, behoorlijk opgesteld door de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij;
- –. de taal waarin de betrokkene zich uitdrukt.
Artikel 7. Indiening van het verzoek om overname
Een verzoek om overname vindt schriftelijk plaats en omvat:
- (1). de personalia van de betrokkene (naam, voornaam, eventueel vroegere naam, bijnaam en pseudoniem, alias, geboortedatum en -plaats, geslacht en laatste verblijfplaats);
- (2). de beschrijving van het paspoort of het paspoortvervangend reisdocument (onder meer serienummer, plaats en datum van afgifte, geldigheidsduur, afgevende autoriteit) en/of enig ander bewijs waaruit de nationaliteit van de betrokkene blijkt of door middel waarvan zijn nationaliteit kan worden aangetoond of vermoed;
- (3). indien het een verzoek uit hoofde van artikel 3, vijfde lid, betreft de bewijsmiddelen bedoeld in het Uitvoeringsprotocol;
- (4). indien het een verzoek uit hoofde van artikel 4, eerste lid, betreft een visum of een verblijfstitel.
De verzoekende Overeenkomstsluitende Partij kan elke andere voor de overnameprocedure dienstige inlichting aan de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij verstrekken.
Indien de betrokkene medisch gevolgd moet worden, zal de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij bovendien een beschrijving van de gezondheidstoestand doorgeven en in voorkomend geval aangeven of de betrokkene een bijzondere behandeling behoeft zoals medische of andere bijstand, toezicht of vervoer per ambulance (eventueel medisch attest).
Indien de over te nemen persoon zich in de internationale zone van één van de luchthavens van één der Overeenkomstsluitende Partijen bevindt, kunnen de bevoegde luchthavenautoriteiten een vereenvoudigde procedure overeenkomen.
Artikel 8. Termijnen
De aangezochte Overeenkomstsluitende Partij beantwoordt onverwijld, doch uiterlijk binnen een termijn van drie werkdagen, de tot haar gerichte verzoeken om overname.
De aangezochte Overeenkomstsluitende Partij neemt de persoon wiens overname werd aanvaard onverwijld, doch uiterlijk binnen een termijn van een maand, over. Deze termijn kan op verzoek van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij worden verlengd voor de tijd dat er nog juridische of praktische belemmeringen zijn.
Artikel 9. Verval van de verplichting tot overname
Het verzoek om overname van een onderdaan van één der Overeenkomstsluitende Partijen kan te allen tijde worden ingediend.
Het verzoek om overname van een onderdaan van een derde Staat dient uiterlijk binnen één jaar na vaststelling door de Overeenkomstsluitende Partij van de ongeoorloofde aanwezigheid van bedoelde onderdaan op haar grondgebied te worden ingediend.
Artikel 10. Doorgeleiding
Elk der Overeenkomstsluitende Partijen staat op verzoek van de andere de doorgeleiding toe over haar grondgebied van onderdanen van een derde Staat waartegen door de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij een besluit tot verwijdering of weigering van binnenkomst op haar grondgebied is genomen op voorwaarde dat de doorgeleiding langs eventuele derde Staten en de overname door de aangezochte Staat van bestemming verzekerd zijn. De doorreis geschiedt met elk vervoermiddel.
De verzoekende Overeenkomstsluitende Partij is volledig verantwoordelijk voor het verloop van de verdere reis van de onderdaan van een derde Staat naar zijn Staat van bestemming en neemt deze persoon opnieuw over indien
- –. een reden als bedoeld in het vierde lid, van dit artikel, zich voordoet of naderhand ontdekt wordt waardoor de doorgeleiding verhinderd wordt, of
- –. de rest van de doorgeleiding of de overname door de aangezochte Staat van bestemming niet meer verzekerd zijn, of
- –. om enigerlei andere reden het besluit tot verwijdering of weigering van binnenkomst op haar grondgebied niet kan worden uitgevoerd.
De Overeenkomstsluitende Partij die het besluit tot verwijdering of weigering van binnenkomst op haar grondgebied genomen heeft, moet de voor doorgeleiding aangezochte Overeenkomstsluitende Partij mededelen of de persoon tegen wie dit besluit is genomen dient te worden geëscorteerd. De voor doorgeleiding aangezochte Overeenkomstsluitende Partij kan:
- –. ofwel beslissen zelf voor begeleiding te zorgen, waarbij de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij zich tot de vergoeding van de hieruit voortvloeiende kosten verbindt;
- –. ofwel beslissen in samenwerking met de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij voor begeleiding te zorgen;
- –. ofwel de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij toestemming geven zelf voor begeleiding over haar grondgebied te zorgen.
In de twee laatstgenoemde gevallen staat de begeleiding door de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij onder het gezag van de bevoegde autoriteiten van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij.
De doorgeleiding voor verwijdering of de doorgeleiding ingevolge een weigering van binnenkomst op het grondgebied kan onder andere worden geweigerd:
- –. indien de onderdaan van een derde Staat in één van de Staten van doorreis of in de Staat van bestemming dreigt te worden vervolgd op grond van zijn ras, godsdienst, nationaliteit, lidmaatschap van een bepaalde maatschappelijke groepering of politieke overtuiging;
- –. indien de onderdaan van een derde Staat voor de strafrechter in de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij, een mogelijke derde Staat van doorreis of de Staat van bestemming dreigt te worden beschuldigd of veroordeeld voor aan de doorreis voorafgaande feiten.
De Overeenkomstsluitende Partijen stellen alles in het werk om de doorgeleiding te beperken tot onderdanen van een derde Staat die niet rechtstreeks aan de Staat van bestemming kunnen worden overgedragen.
Artikel 11. Geleden en veroorzaakte schade
Indien een met de begeleiding belaste ambtenaar van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij, die op het grondgebied van doorreis krachtens deze Overeenkomst een opdracht uitvoert, tijdens de uitvoering of ter gelegenheid van de opdracht schade lijdt, neemt de administratie van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij de betaling van de verschuldigde vergoedingen overeenkomstig het nationale recht voor haar rekening. De verzoekende Overeenkomstsluitende Partij verhaalt de door haar betaalde vergoedingen niet op de Staat van doorreis tenzij de schade met opzet of door grove schuld is veroorzaakt dan wel door een handelen of nalaten onder verantwoordelijkheid van de Staat van doorreis.
Indien een met de begeleiding belaste ambtenaar van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij, die op het grondgebied van doorreis krachtens deze Overeenkomst een opdracht uitvoert, tijdens de uitvoering of ter gelegenheid van de opdracht schade veroorzaakt, is de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij aansprakelijk voor de schade veroorzaakt aan goederen of aan elke andere persoon dan de begeleide vreemdeling, overeenkomstig het recht van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij als Staat van doorreis. Indien voorgenoemde ambtenaar schade veroorzaakt jegens de te begeleiden vreemdeling, is de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij aansprakelijk voor de veroorzaakte schade, overeenkomstig haar eigen recht.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.