Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Thailand inzake de overbrenging van gevonniste personen en de samenwerking bij de tenuitvoerlegging van strafvonnissen

Type Verdrag
Publication 2005-04-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

Het Koninkrijk Thailand,

Rekening houdende met de wet- en regelgeving van de Partijen over de tenuitvoerlegging van strafvonnissen;

Geleid door de wens bij de tenuitvoerlegging van strafvonnissen samen te werken;

Overwegende dat het belang van de rechtsbedeling met deze samenwerking gediend is;

Geleid door de wens succesvolle resocialisatie van gevonniste personen in de samenleving te bevorderen;

Overwegende dat deze doelstellingen het beste kunnen worden verwezenlijkt door vreemdelingen die ten gevolge van het plegen van een strafbaar feit de vrijheid is ontnomen, in de gelegenheid te stellen de hen opgelegde sanctie in hun eigen samenleving te ondergaan;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

Artikel 2. Algemene beginselen

Een op het grondgebied van een Partij gevonniste persoon kan, overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag, naar het grondgebied van de andere Partij worden overgebracht teneinde de aan hem opgelegde sanctie te ondergaan.

Artikel 3. Reikwijdte

Toepassing van het Verdrag gebeurt onder de volgende voorwaarden:

Artikel 4. Procedure van overbrenging
1.

Beide Partijen streven ernaar gevonniste personen die onder de reikwijdte van dit Verdrag kunnen vallen, in kennis te stellen van de strekking ervan.

2.

Elke overbrenging krachtens dit Verdrag begint met een schriftelijk verzoek van de ontvangende Staat aan de overdragende Staat dat langs diplomatieke weg wordt ingediend. De overdragende Staat stelt de ontvangende Staat eveneens langs diplomatieke weg onverwijld in kennis van zijn beslissing om met het verzoek tot overbrenging in te stemmen of het af te wijzen. Wanneer de overdragende Staat met het verzoek instemt, nemen beide Partijen alle maatregelen die noodzakelijk zijn voor de overbrenging van de gevonniste persoon.

3.

De bevoegde autoriteiten van de overdragende Staat verstrekken de ontvangende Staat de volgende inlichtingen:

4.

Elke Partij verstrekt, voor zover mogelijk, aan de andere Partij, op verzoek, inlichtingen, documenten of verklaringen, voor zover deze gegevens van belang zijn voor het verzoek tot overbrenging of de beslissing om al dan niet met de overbrenging in te stemmen.

5.

De overdragende Staat stelt de ontvangende Staat desgewenst in de gelegenheid voorafgaand aan de overbrenging te onderzoeken, met behulp van een door deze Staat aangewezen functionaris, of de gevonniste persoon of de persoon die namens hem mag optreden, vrijwillig en volledig bewust van de rechtsgevolgen de voor de overbrenging noodzakelijke toestemming, bedoeld in artikel 3, onderdeel g, van dit Verdrag, heeft gegeven.

6.

De overdracht van de gevonniste persoon door de autoriteiten van de overdragende Staat aan die van de ontvangende Staat vindt plaats op een door beide Partijen overeengekomen datum en plaats in de overdragende Staat.

Artikel 5. Behoud van rechtsmacht

Ten aanzien van sancties die ingevolge dit Verdrag ten uitvoer gelegd worden, behoudt de overdragende Staat exclusieve rechtsmacht ten aanzien van de vonnissen van zijn rechters, de door hen opgelegde sancties en alle procedures voor herziening, wijziging of herroeping van door zijn rechters opgelegde sancties. Na in kennis te zijn gesteld van een herziening, wijziging of herroeping van deze vonnissen of sancties, geeft de ontvangende Staat daaraan uitvoering.

Artikel 6. Procedure voor tenuitvoerlegging van veroordelingen
1.

Tenzij in dit Verdrag anders is bepaald, vindt de voortgezette tenuitvoerlegging van de aan de overgebrachte dader opgelegde sanctie plaats in overeenstemming met het recht en de administratieve of gerechtelijke procedures van de ontvangende Staat. De overdragende Staat behoudt daarnaast het recht de gevonniste persoon gratie te verlenen of diens sanctie te wijzigen, en de ontvangende Staat geeft, na door de overbrengende Staat van een gratie of strafvermindering in kennis te zijn gesteld, hieraan uitvoering.

2.

De ontvangende Staat kan ingevolge zijn wetgeving inzake jeugdige veroordeelden, een gevonniste persoon die als zodanig moet worden gekwalificeerd, overeenkomstig die wetgeving behandelen, ongeacht zijn status krachtens het recht van de overbrengende Staat.

3.

Geen vrijheidsbenemende sanctie wordt door de ontvangende Staat zodanig ten uitvoer gelegd dat daarbij de duur die door de rechter van de overdragende Staat is bepaald, wordt overschreden.

4.

De autoriteiten van beide Partijen verstrekken op verzoek van de andere Partij rapporten waarin de status van alle ingevolge dit Verdrag overgebrachte personen is aangegeven, met inbegrip van, met name de vervroegde invrijheidstelling of de invrijheidstelling. Een Partij kan te allen tijde om een rapport inzake de status van de tenuitvoerlegging van een afzonderlijke veroordeling verzoeken.

Artikel 7. Doortocht van gevonniste personen
1.

Indien een van de Partijen een gevonniste persoon overbrengt vanuit een derde Staat, verleent de andere Partij haar medewerking bij het vergemakkelijken van diens doortocht over haar grondgebied. De Partij die het voornemen heeft een dergelijke overbrenging uit te voeren, stelt de andere Partij daarvan vooraf op de hoogte.

2.

Een Partij kan weigeren doortocht toe te staan:

Artikel 8. Kosten

De kosten die voortvloeien uit de overbrenging van de dader of uit de tenuitvoerlegging van de sanctie na de overdracht, komen voor rekening van de ontvangende Staat.

Artikel 9. Taal

Verzoeken tot overbrenging worden gedaan in de Engelse taal en de documenten en verklaringen bedoeld in artikel 4, derde en vierde lid, en artikel 6, vierde lid, zijn gesteld in de taal van de overdragende Staat of gaan vergezeld van een vertaling in die taal.

Artikel 10. Toepassing in de tijd

Dit Verdrag is van toepassing op de tenuitvoerlegging van vonnissen die hetzij voorafgaand aan, hetzij na de inwerkingtreding van het Verdrag zijn uitgesproken.

Artikel 11. Slotbepalingen
1.

Het Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgend op de datum waarop de akten van bekrachtiging zijn uitgewisseld. De uitwisseling van akten vindt plaats overeenkomstig het nationale recht van de Partijen.

2.

Wat betreft het Koninkrijk der Nederlanden is dit Verdrag van toepassing op het deel van het Koninkrijk in Europa, de Nederlandse Antillen en Aruba, tenzij in de in het eerste lid genoemde akte van bekrachtiging anders is aangegeven. In het laatste geval kan het Koninkrijk der Nederlanden te allen tijde de toepassing van dit Verdrag uitbreiden tot een of meer afzonderlijke delen door middel van een kennisgeving aan het Koninkrijk Thailand.

Artikel 12. Beëindiging
1.

Elk van de Partijen kan dit Verdrag te allen tijde beëindigen door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de andere Partij. De beëindiging wordt van kracht een jaar na de datum van ontvangst van een zodanige kennisgeving.

2.

Met inachtneming van het in het eerste lid genoemde tijdvak, zijn het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Thailand gerechtigd de toepassing van dit Verdrag afzonderlijk te beëindigen ten aanzien van elk deel van het Koninkrijk der Nederlanden.

The negotiations on the draft Treaty on the Transfer of Offenders and on Co-operation in the Enforcement of Penal Sentences between the Kingdom of the Netherlands and the Kingdom of Thailand were held on 22 and 23 March 2004 in Bangkok. The Thai Delegation was led by Mr. Viraphand Vacharathit, Director-General of the Department of Treaties and Legal Affairs, Ministry of Foreign Affairs, and the Netherlands Delegation by H.E. Mr. Gerard J.H.C. Kramer, Ambassador of the Kingdom of the Netherlands to Thailand. The lists of delegates of both sides appear in Annexes II and III, respectively.

The negotiations were held in a friendly atmosphere and in a spirit of mutual understanding and cooperation. The agreed English text of the draft Treaty was initialed on 23 March 2004 and appears in Annex I.

The delegations reviewed the articles of the draft Treaty which were agreed upon at the first round of negotiations held in The Hague on 24-26 November 2003, and discussed the remaining articles. The two delegations agreed on all articles of the draft Treaty and on the following understanding:

De onderhandelingen over het ontwerpverdrag inzake de overbrenging van daders en de samenwerking bij de tenuitvoerlegging van strafvonnissen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Thailand hebben plaatsgevonden in Bangkok op 22 en 23 maart 2004. De Thaise delegatie werd geleid door de heer Viraphand Vacharathit, Directeur-Generaal van de Afdeling Verdragen en Juridische Zaken van het ministerie van Buitenlandse Zaken en de Nederlandse delegatie door Zijne Excellentie de heer Gerard J.H.C. Kramer, Ambassadeur van het Koninkrijk der Nederlanden in Thailand. De lijsten van de delegatieleden aan beide zijden zijn opgenomen in respectievelijk Bijlage II en III.

De onderhandelingen verliepen in een vriendschappelijke sfeer en in een geest van samenwerking en wederzijds begrip. De overeengekomen Engelse tekst van het ontwerpverdrag is geparafeerd op 23 maart 2004 en opgenomen in Bijlage I.

De delegaties hebben de artikelen van het ontwerpverdrag waarover overeenstemming was bereikt tijdens de eerste onderhandelingsronde, die van 24 tot en met 26 november 2003 plaatsvond te Den Haag, nagelopen en hebben de overige artikelen besproken. De twee delegaties hebben overeenstemming bereikt over alle artikelen van het ontwerpverdrag met inachtneming van het volgende:

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN te 's-Gravenhage, op 23 augustus 2004, in tweevoud, in de Thaise, de Nederlandse en de Engelse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek. In geval van verschillen in de uitlegging tussen de Nederlandse en de Thaise tekst, is de Engelse tekst doorslaggevend.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden

BERNARD R. BOT

Minister van Buitenlandse Zaken

Voor het Koninkrijk Thailand

THANA DUANGRATANA

Buitengewoon en gevolmachtigd Ambassadeur

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.