Protocol tegen de illegale vervaardiging van en handel in vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie, tot aanvulling van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad

Type Verdrag
Publication 2005-07-03
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Preambule

De Staten die Partij zijn bij dit Protocol,

Bewust van de dringende noodzaak van het voorkomen, bestrijden en uitbannen van de illegale vervaardiging van en handel in vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie, aangezien deze activiteiten schadelijke gevolgen hebben voor de veiligheid van elke Staat, elke regio en de wereld in haar geheel, en een bedreiging vormen voor het welzijn van volkeren, voor hun sociale en economische ontwikkeling en hun recht in vrede te leven,

Derhalve overtuigd van de noodzaak voor alle Staten hiertoe alle passende maatregelen te nemen, met inbegrip van internationale samenwerking en andere maatregelen op regionaal en mondiaal niveau,

In herinnering roepend resolutie 53/111 van de Algemene Vergadering van 9 december 1998, waarin de Vergadering heeft besloten ad hoc een speciaal open intergouvernementeel comité in te stellen teneinde een allesomvattend internationaal verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad op te stellen en, het opstellen van, onder meer, een internationaal instrument te bespreken ter bestrijding van de illegale vervaardiging van en handel in vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie,

Indachtig het beginsel van gelijke rechten en zelfbeschikking van volkeren, zoals vastgelegd in het Handvest van de Verenigde Naties en de Verklaring inzake de beginselen van internationaal recht inzake vriendschappelijke betrekkingen en samenwerking tussen Staten in overeenstemming met het Handvest van de Verenigde Naties,

Ervan overtuigd dat aanvulling van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen transnationale georganiseerde misdaad met een internationaal instrument tegen de illegale vervaardiging van en handel in vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie nuttig zal zijn bij de preventie en bestrijding van deze vorm van misdaad,

Zijn het volgende overeengekomen:

Algemene bepalingen I

Artikel 1. Relatie tot het Verdrag van de Verenigde Naties tegen transnationale georganiseerde misdaad
1.

Dit Protocol vormt een aanvulling op het Verdrag van de Verenigde Naties tegen transnationale georganiseerde misdaad. Het Protocol wordt tezamen met het Verdrag uitgelegd.

2.

De bepalingen van het Verdrag zijn, mutatis mutandis, van toepassing op dit Protocol, tenzij in dit Protocol anders wordt bepaald.

3.

De in overeenstemming met artikel 5 van dit Protocol strafbaar gestelde feiten worden beschouwd als in overeenstemming met het Verdrag strafbaar gestelde feiten.

Artikel 2. Doel

Het doel van het Protocol is de samenwerking tussen de Staten die Partij zijn te bevorderen, te vergemakkelijken en te intensiveren ten behoeve van de preventie, bestrijding en uitbanning van de illegale vervaardiging van en handel in vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie.

Artikel 3. Gebruikte termen

Voor de toepassing van dit Protocol wordt verstaan onder:

Artikel 4. Reikwijdte
1.

Behoudens waar in dit Protocol anders wordt bepaald, is dit Protocol van toepassing op de voorkoming van de illegale vervaardiging van en handel in vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie en op de opsporing en de vervolging van de overeenkomstig artikel 5 van dit Protocol strafbaar gestelde feiten, wanneer deze strafbaar gestelde feiten transnationaal van aard zijn en een georganiseerde criminele groep daarbij betrokken is.

2.

Dit Protocol is niet van toepassing op transacties tussen Staten onderling of op de overdracht tussen Staten in de gevallen waarin de toepassing van het Protocol het recht zou aantasten van een Staat die Partij is om, in het belang van de nationale veiligheid, met het Handvest van de Verenigde Naties verenigbare maatregelen te nemen.

Artikel 5. Strafbaarstelling
1.

Elke Staat die Partij is, neemt de wettelijke en andere maatregelen die nodig kunnen zijn om het navolgende gedrag als strafbare feiten aan te merken, indien zij opzettelijk zijn gepleegd:

2.

Elke Staat die Partij is, neemt de wettelijke en andere maatregelen die nodig kunnen zijn om het navolgende gedrag als strafbare feiten aan te merken:

Artikel 6. Confiscatie, inbeslagneming en vervreemding
1.

Onverminderd het bepaalde in artikel 12 van het Verdrag nemen de Staten die Partij zijn in de ruimst mogelijke mate binnen hun nationale rechtsstelsels de maatregelen die nodig kunnen zijn om de confiscatie mogelijk te maken van vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie die illegaal zijn vervaardigd of verhandeld.

2.

De Staten die Partij zijn, nemen, binnen hun nationale rechtsstelsels, de maatregelen die nodig kunnen zijn om te voorkomen dat illegaal vervaardigde en verhandelde vuurwapens, onderdelen, componenten en munitie in handen van onbevoegden vallen, door deze vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie in beslag te nemen en te vernietigen, tenzij officieel toestemming is gegeven voor een andere wijze van vervreemding ervan, mits de vuurwapens zijn gemarkeerd en de methoden voor de vervreemding van deze vuurwapens en munitie zijn vastgelegd.

Preventie II

Artikel 7. Documentbeheer

Elke Staat die Partij is, ziet erop toe op dat informatie met betrekking tot vuurwapens en, waar passend en praktisch uitvoerbaar, hun onderdelen, componenten en munitie, benodigd voor het traceren en identificeren van die vuurwapens en, waar passend en praktisch haalbaar, hun onderdelen, componenten en munitie die illegaal zijn vervaardigd of verhandeld en ten behoeve van het voorkomen en opsporen van deze activiteiten gedurende ten minste tien jaar bewaard wordt. Deze informatie omvat in ieder geval:

Artikel 8. Markering van vuurwapens
1.

Ten behoeve van de identificatie en tracering van elk vuurwapen:

2.

De Staten die Partij zijn, stimuleren de vuurwapenvervaardigende industrie maatregelen te ontwikkelen tegen de verwijdering of wijziging van markeringen.

Artikel 9. Voor gebruik ongeschikt maken van vuurwapens

Een Staat die Partij is die een voor gebruik ongeschikt gemaakt vuurwapen overeenkomstig zijn nationale recht niet aanmerkt als een vuurwapen, neemt de nodige maatregelen, indien van toepassing met inbegrip van de instelling van specifieke strafbare feiten, om het illegaal opnieuw gebruiksklaar maken van voor gebruik ongeschikt gemaakte vuurwapens te voorkomen, overeenkomstig de volgende algemene beginselen voor het voor gebruik ongeschikt maken:

Artikel 10. Algemene vereisten voor vergunning- of autorisatiestelsels met betrekking tot uitvoer, invoer en doorvoer
1.

Elke Staat die Partij is, creëert of handhaaft een effectief vergunning- of autorisatiestelsel voor uitvoer en invoer, alsmede voor maatregelen betreffende de internationale doorvoer, voor de overdracht van vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie.

2.

Voordat wordt overgegaan tot de afgifte van uitvoervergunningen of autorisaties voor zendingen vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie, verifieert elke Staat die Partij is:

3.

De invoer- en uitvoervergunning of autorisatie en de begeleidende documentatie omvatten tezamen ten minste gegevens met betrekking tot de plaats en datum van afgifte, de vervaldatum, het land van uitvoer, het land van invoer, de uiteindelijke ontvanger, een omschrijving van en de hoeveelheid vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie en, wanneer sprake is van doorvoer, de landen van doorvoer. De in de invoervergunning vervatte gegevens moeten van tevoren aan de Staten van doorvoer worden verstrekt.

4.

De invoerende Staat die Partij is, stelt de uitvoerende Staat die Partij is, op diens verzoek, op de hoogte van de ontvangst van de verzonden zending vuurwapens, hun onderdelen, componenten of munitie.

5.

Elke Staat die Partij is neemt, binnen de beschikbare middelen, de maatregelen die nodig kunnen zijn om te garanderen dat de procedures voor vergunningverlening en autorisatie veilig zijn en dat de echtheid van vergunnings- of autorisatiedocumenten kan worden geverifieerd of bevestigd.

6.

De Staten die Partij zijn, kunnen vereenvoudigde procedures aannemen voor de tijdelijke invoer, uitvoer en doorvoer van vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie, ten behoeve van verifieerbaar legale doeleinden zoals de jacht, schietsport, onderzoek, tentoonstellingen of reparaties.

Artikel 11. Beveiligingsmaatregelen en preventieve maatregelen

Teneinde diefstal, verlies of verduistering van, alsmede de illegale vervaardiging van en handel in vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie op te sporen, te voorkomen en uit te bannen, neemt elke Staat die Partij is passende maatregelen:

Artikel 12. Informatie
1.

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 27 en 28 van het Verdrag wisselen de Staten die Partij zijn, in overeenstemming met hun respectieve nationale rechtsstelsels en administratieve systemen, per individueel geval onderling relevante informatie uit betreffende geautoriseerde fabrikanten, handelaren, importeurs, exporteurs en, telkens wanneer dat mogelijk is, vervoerders van vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie.

2.

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 27 en 28 van het Verdrag wisselen de Staten die Partij zijn, in overeenstemming met hun respectieve nationale rechtsstelsels en administratieve systemen, onderling relevante informatie uit betreffende:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.