Overeenkomst inzake politieke dialoog en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republieken Costa Rica, El Salvador, Guatemala, Honduras, Nicaragua en Panama, anderzijds
Het Koninkrijk België,
Het Koninkrijk Denemarken,
De Bondsrepubliek Duitsland,
De Helleense Republiek,
Het Koninkrijk Spanje,
De Franse Republiek,
Ierland,
De Italiaanse Republiek,
Het Groothertogdom Luxemburg,
Het Koninkrijk der Nederlanden,
De Republiek Oostenrijk,
De Portugese Republiek,
De Republiek Finland,
Het Koninkrijk Zweden,
Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
Verdragsluitende partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag betreffende de Europese Unie, hierna „de lidstaten" genoemd, en
De Europese Gemeenschap, hierna „de Gemeenschap” genoemd,
enerzijds, en
De Republiek Costa Rica,
De Republiek El Salvador,
De Republiek Guatemala,
De Republiek Honduras,
De Republiek Nicaragua,
De Republiek Panama,
anderzijds,
Gelet op de traditionele historische en culturele banden tussen beide partijen en de wens deze betrekkingen te intensiveren door voort te bouwen op de bestaande mechanismen waardoor deze betrekkingen worden geregeld;
Gelet op de positieve ontwikkelingen in beide regio's gedurende de afgelopen tien jaar, waardoor de bevordering van gemeenschappelijke doelstellingen en belangen een nieuwe fase inging en de betrekkingen intensiever, moderner en duurzaam werden, om adequaat te kunnen reageren op de huidige interne problemen en internationale gebeurtenissen;
Bevestigende hun eerbied voor de democratische beginselen en de fundamentele rechten van de mens, zoals vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens;
Wijzende op hun gehechtheid aan de beginselen van de rechtsstaat en van goed bestuur;
Wijzende op het beginsel van gedeelde verantwoordelijkheid en overtuigd van het belang om het gebruik van illegale drugs te voorkomen en de schadelijke effecten daarvan terug te dringen, en de illegale teelt, productie en bewerking van en handel in drugs en precursoren te bestrijden;
Onderstrepende hun verbintenis om samen te werken aan het verwezenlijken van armoedebestrijding, rechtvaardige en duurzame ontwikkeling met inachtneming van de kwetsbaarheid voor natuurrampen, milieubehoud en biologische diversiteit, en geleidelijke integratie van de Midden-Amerikaanse landen in de wereldeconomie;
Benadrukkende het belang dat beide partijen hechten aan de consolidatie van het proces van politieke dialoog en economische samenwerking dat tot stand is gebracht in het kader van de dialoog van San José, die in 1984 werd ingesteld en in Florence in 1996 en in Madrid in 2002 is gecontinueerd;
Wijzende op de noodzaak van versterking van het samenwerkingsprogramma dat is ingesteld bij de Raamovereenkomst van 1993 tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek Costa Rica, de Republiek El Salvador, de Republiek Guatemala, de Republiek Honduras, de Republiek Nicaragua en de Republiek Panama, die in 1993 ondertekend werd (hierna de „Raamovereenkomst inzake samenwerking van 1993" genoemd);
Erkennende dat vooruitgang is geboekt in het proces van economische integratie in Midden-Amerika, bijvoorbeeld door de snelle totstandkoming van de Midden-Amerikaanse douane-unie, de inwerkingtreding van het mechanisme voor geschillenbeslechting in handelskwesties, de ondertekening van de Midden-Amerikaanse samenwerkingsovereenkomst inzake investeringen en de handel in diensten, en erkennende dat het noodzakelijk is de regionale integratie in Midden-Amerika te intensiveren, de regionale handel te liberaliseren en de economie te hervormen;
Zich bewust van de noodzaak duurzame ontwikkeling in beide regio's te bevorderen door middel van een ontwikkelingspartnerschap met alle betrokkenen, waaronder maatschappelijke organisaties en de particuliere sector, overeenkomstig de beginselen van de consensus van Monterrey en de verklaring van Johannesburg met het bijbehorende uitvoeringsplan;
Indachtig de noodzaak tot samenwerking met betrekking tot migratiekwesties;
Erkennende dat de bepalingen van deze overeenkomst op geen enkele wijze verwijzen naar of geïnterpreteerd of uitgelegd mogen worden als een bepaling van het standpunt van de partijen in lopende of toekomstige bilaterale of multilaterale handelsonderhandelingen;
Wijzende op de bereidheid samen te werken in internationale fora inzake kwesties van wederzijds belang;
Gelet op het strategische partnerschap dat tussen de Europese Unie en Latijns-Amerika en het Caribisch gebied in het kader van de topontmoeting van Rio in 1999 tot stand is gekomen en op de top van Madrid in 2002 is bevestigd; en
Gezien de verklaring van Madrid van mei 2002;
Hebben besloten deze overeenkomst te sluiten:
TITEL I. BEGINSELEN, DOELSTELLINGEN EN TOEPASSINGSGEBIED VAN DE OVEREENKOMST
Artikel 1. Beginselen
De eerbiediging van de democratische beginselen en de fundamentele rechten van de mens, zoals deze zijn vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, en van het beginsel van de rechtsstaat, ligt ten grondslag aan het binnenlandse en het buitenlandse beleid van de contractsluitende partijen en is een essentieel element van deze overeenkomst.
De partijen bevestigen hun verbintenis om duurzame ontwikkeling te bevorderen en bij te dragen tot de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling.
De partijen bevestigen opnieuw het belang dat zij hechten aan de beginselen van goed bestuur en de bestrijding van corruptie.
Artikel 2. Doelstellingen en reikwijdte
De partijen bevestigen hun gemeenschappelijke doelstelling om hun betrekkingen te versterken door de politieke dialoog en de samenwerking te intensiveren.
De partijen bevestigen eveneens hun besluit om de samenwerking inzake handel, investeringen en economische betrekkingen te intensiveren.
De partijen bevestigen hun gemeenschappelijke doelstelling om te werken aan de totstandkoming van voorwaarden om, op basis van de resultaten van het werkprogramma van Doha, dat zij volgens hun verbintenis uiterlijk einde 2004 zullen afronden, een haalbare en wederzijds tot voordeel strekkende associatieovereenkomst tot stand te brengen, die tevens een vrijhandelsovereenkomst omvat.
De uitvoering van de overeenkomst moet bijdragen tot de totstandkoming van deze voorwaarden door een streven naar politieke en maatschappelijke stabiliteit, intensivering van het proces van regionale integratie en het bestrijden van armoede in Midden-Amerika in het kader van duurzame ontwikkeling.
De overeenkomst bevat bepalingen inzake politieke dialoog en samenwerking tussen de partijen en de nodige institutionele regelingen voor de toepassing daarvan. De bepalingen van deze overeenkomst definiëren op geen enkele wijze het standpunt van de partijen in lopende of toekomstige bilaterale of multilaterale handelsonderhandelingen.
De partijen komen overeen geregeld de vorderingen te toetsen, rekening houdend met hetgeen voor de inwerkingtreding van de overeenkomst reeds is bereikt.
TITEL II. POLITIEKE DIALOOG
Artikel 3. Doelstellingen
De partijen komen overeen hun regelmatige politieke dialoog te intensiveren, op basis van de beginselen die zijn neergelegd in de gemeenschappelijke verklaringen van het proces van de dialoog van San José, met name de verklaringen van San José (28/29 september 1984), Florence (21 maart 1996) en Madrid (18 mei 2002).
De partijen komen overeen dat in het kader van de politieke dialoog alle onderwerpen van gemeenschappelijk belang en alle internationale vraagstukken besproken zullen worden en nieuwe initiatieven zullen worden genomen om gemeenschappelijke doelstellingen na te streven en gemeenschappelijke standpunten vast te stellen op terreinen als regionale integratie, armoedebestrijding en sociale cohesie, duurzame ontwikkeling, regionale veiligheid en stabiliteit, voorkoming en oplossing van conflicten, mensenrechten, democratie, bestuur, migratie, en de bestrijding van corruptie, terrorisme, drugs en handvuurwapens en lichte wapens. De dialoog vormt ook een basis voor initiatieven en ondersteunt de inspanningen om initiatieven op het gebied van samenwerking en maatregelen te ontwikkelen in geheel Latijns-Amerika.
De partijen komen overeen dat een intensievere politieke dialoog de gelegenheid biedt tot het uitwisselen van informatie op een groot aantal gebieden en als forum fungeert voor gemeenschappelijke initiatieven op internationaal vlak.
Artikel 4. Mechanismen
De partijen komen overeen dat de politieke dialoog wordt gevoerd:
- a. indien nodig en met wederzijds goedvinden op het niveau van de staatshoofden en regeringsleiders;
- b. op ministerieel niveau, met name in het kader van de ministeriële bijeenkomsten van de dialoog van San José;
- c. op het niveau van hoge ambtenaren;
- d. op werkgroepniveau;
en dat hierbij zo veel mogelijk gebruik maakt van de diplomatieke kanalen.
Artikel 5. Samenwerking op het gebied van het buitenlands en veiligheidsbeleid
De partijen coördineren zo veel mogelijk overeenkomstig hun belangen hun standpunten en ondernemen gezamenlijke initiatieven in toepasselijke internationale fora, en werken samen op het gebied van het buitenlands en veiligheidsbeleid.
TITEL III. SAMENWERKING
Artikel 6. Doelstellingen
De partijen komen overeen dat de samenwerking uit hoofde van de Raamovereenkomst voor samenwerking van 1993 wordt versterkt en tot andere terreinen wordt uitgebreid. De samenwerking concentreert zich met name op:
- a. bevordering van politieke en sociale stabiliteit door middel van democratie, eerbiediging van de mensenrechten en goed bestuur;
- b. intensivering van het proces van regionale integratie in Midden-Amerika, teneinde tot sterkere groei van de economie bij te dragen en de levensomstandigheden van de bevolking geleidelijk te verbeteren;
- c. bestrijding van armoede en bevordering van rechtvaardiger toegang tot sociale dienstverlening en de vruchten van economische groei, waarbij wordt gezorgd voor een passend evenwicht van economische, sociale en milieuaspecten in een context van duurzame ontwikkeling.
De partijen komen overeen dat bij de samenwerking tevens rekening wordt gehouden met horizontale aspecten die met economische en sociale ontwikkeling verband houden, zoals man-/vrouwvraagstukken, eerbiediging van de rechten van de inheemse bevolking en andere etnische minderheden in Midden-Amerika, voorkoming van en optreden bij natuurrampen, milieubehoud en -bescherming, biologische diversiteit, culturele diversiteit, onderzoek en technologische ontwikkeling. Ook regionale integratie wordt beschouwd als een horizontaal element. Samenwerkingsmaatregelen die op nationaal niveau worden genomen, moeten dan ook verenigbaar zijn met het proces van regionale integratie.
De partijen komen overeen dat maatregelen om de regionale integratie in Midden-Amerika te bevorderen en de interregionale betrekkingen tussen de partijen te versterken, worden aangemoedigd.
Artikel 7. Methode
De partijen komen overeen dat de samenwerking wordt uitgevoerd door middel van technische en financiële bijstand, studies, opleiding, uitwisseling van informatie en deskundigheid, bijeenkomsten, seminars, onderzoeksprojecten en alle andere door de partijen overeen te komen middelen, afhankelijk van het samenwerkingsterrein, de nagestreefde doeleinden en de beschikbare middelen, overeenkomstig de normen en voorschriften die op deze samenwerking van toepassing zijn. Alle bij de samenwerking betrokken partijen moeten de middelen op transparante wijze beheren en hierover verantwoording afleggen.
Artikel 8. Samenwerking inzake mensenrechten, democratie en goed bestuur
De partijen komen overeen dat in het kader van de samenwerking de overheid en vertegenwoordigers van de civiele samenleving actief gesteund zullen worden, door middel van maatregelen op met name de volgende terreinen:
- a. bevordering en bescherming van de mensenrechten en consolidering van het democratiseringsproces, met inbegrip van het verkiezingsproces;
- b. versterking van de rechtsstaat en goed, transparant beheer van het openbaar bestuur, met inbegrip van de bestrijding van corruptie op lokaal, regionaal en nationaal niveau; en
- c. versterking van de onafhankelijkheid en de doelmatigheid van de rechterlijke macht.
Artikel 9. Samenwerking inzake conflictpreventie
De partijen komen overeen dat in het kader van de samenwerking op dit gebied een breed vredesbeleid bevorderd en ondersteund wordt dat de dialoog stimuleert tussen democratische naties die voor taken staan als preventie en oplossing van conflicten, het herstel van de vrede justitie in het kader van de mensenrechten. Dit beleid wordt gebaseerd op het beginsel van eigen inbreng en is met name gericht op de opbouw van regionale, sub-regionale en nationale capaciteit. Om conflicten te voorkomen, en verder waar nodig zal ernaar gestreefd worden alle segmenten van de samenleving gelijke politieke, economische, sociale en culturele kansen te geven, de democratische legitimiteit te versterken, de sociale samenhang te bevorderen, het openbaar bestuur effectiever te maken, doeltreffende mechanismen te creëren om de belangen van verschillende groepen op vreedzame wijze te verzoenen, en een actief, goed georganiseerd maatschappelijk middenveld te bevorderen.
De samenwerking kan onder andere omvatten: steun voor bemiddeling tussen specifieke landen, onderhandelingen en verzoeningsprocessen, inspanningen om kinderen, vrouwen en ouderen te helpen en de bestrijding van antipersoneelsmijnen.
De partijen zullen ook samen proberen de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens te voorkomen en te bestrijden en onder andere de samenwerking binnen justitie en politie en op institutioneel niveau beter op elkaar afstemmen, evenals de inbeslagname en vernietiging van illegale handvuurwapens en lichte wapens die in handen zijn van burgers.
Artikel 10. Samenwerking inzake modernisering van het staatsbestuur en andere overheden
De partijen komen overeen dat in het kader van de samenwerking op dit gebied het openbaar bestuur in de Midden-Amerikaanse landen verder gemoderniseerd en geprofessionaliseerd wordt, onder meer door steun voor het decentralisatieproces en de organisatorische veranderingen die uit het integratieproces in Midden-Amerika voortvloeien. In het algemeen moet de samenwerking de doelmatigheid van de organisatie verbeteren teneinde ervoor te zorgen dat de openbare middelen transparant worden beheerd en daarover verantwoording wordt afgelegd, en moeten het juridische en het institutionele kader worden verbeterd, waarbij ondermeer wordt uitgegaan van de beste praktijken van beide partijen en gebruik gemaakt van de ervaring die is opgedaan bij het ontwikkelen van beleid en instrumenten in de Europese Unie.
De samenwerking kan onder meer omvatten: programma's voor het opbouwen van capaciteit met betrekking tot de formulering en uitvoering van beleid op alle terreinen die van wederzijds belang zijn, onder andere openbare dienstverlening, opstelling en uitvoering van de begroting, voorkoming en bestrijding van corruptie en versterking van de rechterlijke macht.
Artikel 11. Samenwerking inzake regionale integratie
De partijen komen overeen dat in het kader van de samenwerking op dit gebied het proces van regionale integratie in Midden-Amerika wordt versterkt, in het bijzonder door de ontwikkeling en invoering van een gemeenschappelijke markt.
De samenwerking steunt de ontwikkeling en versterking van gemeenschappelijke instellingen in Midden-Amerika en bevordert nauwere samenwerking tussen de betrokken instellingen.
De samenwerking bevordert ook de ontwikkeling van gezamenlijk beleid en de harmonisering van de wetgeving, uitsluitend voor zoverre deze verband houden met de instrumenten met betrekking tot de regionale integratie in Midden-Amerika en zoals overeengekomen door de partijen. Dit geldt voor sectoraal beleid, zoals handel, douane, energie, vervoer, verkeer en verbindingen, milieu en mededinging, maar ook voor de coördinatie van het macro-economisch beleid, zoals het monetaire en fiscale beleid en de overheidsfinanciën.
Meer bepaald kan de samenwerking inhouden (bijvoorbeeld door middel van handelsgerelateerde technische bijstand):
- a. verlening van bijstand ten behoeve van de versterking en uitvoering van een goed functionerende douane-unie in Midden-Amerika;
- b. verlening van bijstand om hindernissen voor de ontwikkeling van de intraregionale handel te reduceren en elimineren;
- c. samenwerking ten behoeve van de vereenvoudiging, modernisering, harmonisatie en integratie van de douane- en douanevervoerregelingen; verlening van steun voor de ontwikkeling van wetgeving en normen en beroepsopleiding; en
- d. verlening van bijstand ter versterking en totstandbrenging van een intra-regionale gemeenschappelijke markt.
Artikel 12. Regionale samenwerking
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.