Europees-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Democratische Republiek Algerije, anderzijds

Type Verdrag
Publication 2017-02-01
Laatst bijgewerkt 2010-08-03
State In force
Source BWB
artikelen 233
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
  • k. bevordering van de ontwikkeling van de huisvestingssector, met name wat betreft sociale huisvesting;
  • l. verzachting van de negatieve gevolgen van aanpassing van de economische en sociale structuren;
  • m. verbetering van het stelsel voor beroepsonderwijs.

Artikel 75

De samenwerkingsactiviteiten kunnen worden uitgevoerd in samenwerking met de lidstaten en bevoegde internationale organisaties.

Artikel 76

De Associatieraad richt vóór het einde van het eerste jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst een werkgroep op. Deze wordt belast met de permanente en regelmatige evaluatie van de tenuitvoerlegging van de bepalingen van de hoofdstukken 1 tot en met 3.

HOOFDSTUK 4. SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN CULTUUR EN ONDERWIJS

Artikel 77

De overeenkomst is gericht op bevordering van de uitwisseling van informatie en samenwerking op het gebied van cultuur, rekening houdend met de bilaterale activiteiten van de lidstaten. Deze samenwerking beoogt ondermeer een beter begrip en respect voor elkaars cultuur. Bijzondere aandacht wordt geschonken aan bevordering van gezamenlijke activiteiten op allerlei gebieden, zoals de pers en de audiovisuele sector, en aan stimulering van de uitwisseling van jongeren. De samenwerking kan de volgende terreinen bestrijken:

  • –. vertalingen van literaire werken;
  • –. behoud en herstel van historische en culturele monumenten;
  • –. opleiding van personen die in de cultuursector werkzaam zijn;
  • –. uitwisseling van kunstenaars en kunstwerken;
  • –. organisatie van culturele evenementen;
  • –. voorlichting en informatie over belangrijke culturele evenementen;
  • –. bevordering van de samenwerking op audiovisueel gebied, met name wat betreft opleiding en coproductie;
  • –. verspreiding van literaire, technische en wetenschappelijke periodieken en werken.

Artikel 78

De samenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding is gericht op:

  • a. het verbeteren van het onderwijs- en opleidingsstelsel, waaronder de beroepsopleiding;
  • b. het bevorderen van met name de toegang van vrouwen tot het onderwijs, met inbegrip van het technisch en hoger onderwijs en beroepsopleidingen;
  • c. het ontwikkelen van het deskundigheidsniveau van leidinggevend personeel in de openbare en de particuliere sector;
  • d. het bevorderen van duurzame banden tussen gespecialiseerde instellingen van de partijen met het oog op de uitwisseling van ervaring en methoden.

TITEL VII. FINANCIËLE SAMENWERKING

Artikel 79

Ter verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst wordt Algerije financiële samenwerking geboden volgens de passende procedures en met de vereiste financiële middelen. De procedures worden vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst in overleg tussen de partijen vastgesteld met behulp van de meest geschikte instrumenten. Naast de in titel V en titel VI genoemde terreinen heeft deze samenwerking in het bijzonder betrekking op:

  • –. bevordering van hervormingen ter modernisering van de economie, mede inhoudende rurale ontwikkeling;
  • –. modernisering van de economische infrastructuur;
  • –. bevordering van particuliere investeringen en activiteiten die werkgelegenheid scheppen;
  • –. verwerking van de gevolgen voor de Algerijnse economie van de geleidelijke instelling van een vrijhandelszone, met name vanuit het oogpunt van de modernisering en omschakeling van de industrie;
  • –. begeleiding van het beleid in de sociale sectoren.

Artikel 80

In het kader van de communautaire instrumenten ter ondersteuning van de programma's voor structurele aanpassing in de landen van het Middellandse-Zeegebied streven de Gemeenschap en Algerije, met het oog op het herstellen van het algemene financiële evenwicht en het scheppen van een economisch klimaat dat gunstig is voor versnelling van de groei en verbetering van het welzijn van de Algerijnse bevolking, in nauwe samenwerking met de andere donoren, in het bijzonder de internationale financiële instellingen, naar aanpassing van de instrumenten ter begeleiding van het ontwikkelingsbeleid en het beleid om de Algerijnse economie te liberaliseren.

Artikel 81

Met het oog op een gecoördineerde benadering van uitzonderlijke macro-economische en financiële problemen die uit de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst zouden kunnen voortvloeien, schenken de partijen bijzondere aandacht aan de ontwikkelingen in het handelsverkeer en de financiële betrekkingen tussen de Gemeenschap en Algerije in het kader van de krachtens titel V ingestelde regelmatige economische dialoog.

TITEL VIII. SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN JUSTITIE EN BINNENLANDSE ZAKEN

Artikel 82. Institutionele opbouw en versterking van de rechtsstaat

In het kader van de samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken schenken de partijen bijzondere aandacht aan institutionele versterking met betrekking tot de toepassing van het recht en het functioneren van de justitie. Dit omvat mede de consolidatie van de rechtsstaat.

In dit kader zien de partijen er tevens op toe dat de rechten van de onderdanen van de twee partijen zonder enige vorm van discriminatie op het gebied van de andere partij worden geëerbiedigd.

De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op verschillen in behandeling op grond van nationaliteit.

Artikel 83. Verkeer van personen

Teneinde het verkeer van personen tussen de partijen te vergemakkelijken, zien deze overeenkomstig de geldende communautaire en nationale wetgeving toe op welwillende toepassing en afhandeling van de formaliteiten voor de afgifte van visa, en komen zij overeen binnen het kader van hun bevoegdheden te onderzoeken of de procedures voor de afgifte van visa aan personen die aan de uitvoering van de overeenkomst deelnemen, kunnen worden vereenvoudigd en versneld. Het Associatiecomité onderzoekt periodiek de tenuitvoerlegging van dit artikel.

Artikel 84. Samenwerking op het gebied van de voorkoming en beheersing van illegale immigratie; overname

1.

De partijen bevestigen opnieuw het belang dat zij hechten aan de totstandkoming van samenwerking tot wederzijds voordeel met betrekking tot de uitwisseling van informatie over illegale migratiestromen en besluiten samen te werken teneinde illegale immigratie te voorkomen en controleren. Daartoe komen zij het volgende overeen:

  • –. Algerije enerzijds en alle lidstaten van de Europese Gemeenschap anderzijds verbinden zich ertoe hun onderdanen die illegaal op het grondgebied van de andere partij verblijven over te nemen nadat de noodzakelijke identificatieprocedures zijn afgehandeld;
  • –. voor dergelijke doeleinden verstrekken Algerije en de lidstaten hun onderdanen de noodzakelijke identiteitsdocumenten.
2.

De partijen streven naar vereenvoudiging van het legale verkeer en verblijf van hun onderdanen, en komen daartoe overeen op verzoek van een partij onderhandelingen te openen over overeenkomsten inzake bestrijding van illegale immigratie en overnameovereenkomsten. De laatstgenoemde overeenkomsten betreffen tevens, indien een der partijen dat nodig acht, de overname van onderdanen van derde landen die rechtstreeks van het grondgebied van een der partijen afkomstig zijn. De uitvoeringsmaatregelen voor de overeenkomsten worden in voorkomend geval door de partijen vastgesteld in de overeenkomsten zelf of in protocollen betreffende de tenuitvoerlegging van de overeenkomsten.

3.

De Associatieraad onderzoekt welke andere gezamenlijke inspanningen kunnen worden verricht voor de voorkoming van en de controle op illegale immigratie en de opsporing van valse documenten.

Artikel 85. Samenwerking op juridisch en justitieel gebied

1.

De partijen komen overeen dat samenwerking op juridisch en justitieel gebied van essentieel belang is en een noodzakelijke aanvulling vormt op de andere vormen van samenwerking waarin deze overeenkomst voorziet.

2.

De samenwerking kan in voorkomend geval de sluiting van overeenkomsten op deze gebieden inhouden.

3.

De samenwerking op civielrechtelijk gebied betreft in het bijzonder:

  • –. versterking van de wederzijdse bijstand ten behoeve van de samenwerking bij de beslechting van geschillen of zaken van civielrechtelijke, handelsrechtelijke of familierechtelijke aard;
  • –. uitwisseling van ervaringen met betrekking tot beheer en verbetering van de civiele rechtspraak.
4.

De samenwerking op strafrechtelijk gebied betreft:

  • –. versterking van de bestaande regelingen voor wederzijdse bijstand en uitlevering;
  • –. ontwikkeling van uitwisseling op het gebied van met name de samenwerking op strafrechtelijk gebied, de bescherming van individuele rechten en vrijheden, de bestrijding van georganiseerde criminaliteit en de verbetering van de efficiency van het strafrecht.
5.

De samenwerking omvat onder meer de instelling van gespecialiseerde opleidingsfaciliteiten.

Artikel 86. Voorkoming en bestrijding van georganiseerde criminaliteit

1.

De partijen werken samen bij de preventie en bestrijding van georganiseerde criminaliteit, met name op de volgende gebieden: mensenhandel, exploitatie voor seksuele doeleinden, illegale handel in verboden, vervalste of illegaal gekopieerde producten, illegale transacties van met name industrieel afval of radioactief materiaal, corruptie, handel in gestolen auto's, handel in vuurwapens en explosieven, computercriminaliteit en de smokkel van cultuurgoederen.

De partijen werken nauw samen om passende mechanismen en normen tot stand te brengen.

2.

De technische en administratieve samenwerking op dit gebied omvat opleiding en de versterking van de doeltreffendheid van de autoriteiten en structuren die belast zijn met bestrijding en preventie van criminaliteit en vaststelling van maatregelen op het gebied van misdaadpreventie.

Artikel 87. Bestrijding van het witwassen van geld

1.

De partijen zijn het eens over de noodzaak van samenwerking om te voorkomen dat hun financiële systemen worden gebruikt voor het witwassen van de opbrengst van criminele activiteiten in het algemeen en drugsmisdrijven in het bijzonder.

2.

De samenwerking op dit gebied omvat administratieve en technische bijstand met het oog op de vaststelling en implementatie van geschikte normen ter bestrijding van het witwassen van geld, die gelijkwaardig zijn aan die van de Gemeenschap en internationale fora op dit gebied, met name de Financial Action Task Force (FATF).

3.

De samenwerking heeft als doel:

  • a. de opleiding van medewerkers van de diensten die belast zijn met voorkoming, opsporing en bestrijding van het witwassen van geld en medewerkers van het justitieel apparaat;
  • b. steunverlening voor de oprichting van gespecialiseerde instellingen op dit gebied en versterking van de bestaande instellingen.

Artikel 88. Bestrijding van racisme en vreemdelingenhaat

De partijen komen overeen passende maatregelen te nemen ter voorkoming en bestrijding van alle vormen en verschijningen van discriminatie op grond van ras, etnische origine en godsdienst, met name op het gebied van onderwijs en opleiding, werkgelegenheid en huisvesting.

Met het oog hierop zullen maatregelen op het gebied van voorlichting en educatie worden opgezet.

De partijen zien er in dit verband met name op toe dat juridische en/of administratieve procedures toegankelijk zijn voor iedereen die het slachtoffer meent te zijn van de hierboven bedoelde discriminatie.

De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op verschillen in behandeling op grond van nationaliteit.

Artikel 89. Bestrijding van drugs en drugsverslaving

1.

De samenwerking is gericht op:

  • a. verbetering van de effectiviteit van beleid en maatregelen ter voorkoming en bestrijding van de teelt, de productie, het aanbod en de consumptie van en de illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen;
  • b. het terugdringen van het misbruik van die producten.
2.

De partijen bepalen gezamenlijk, in overeenstemming met hun respectieve wetgeving, welke strategieën en samenwerkingsmethoden geboden zijn om deze doelstellingen te bereiken. Hun optreden, voor zover niet gemeenschappelijk, wordt gebaseerd op overleg en nauwe coördinatie.

Aan dit optreden kunnen bevoegde openbare en particuliere instellingen en internationale organisaties deelnemen in samenwerking met de regering van Algerije en de betrokken instellingen van de Gemeenschap en haar lidstaten.

3.

De samenwerking wordt met name verwezenlijkt door middel van:

  • a. oprichting of uitbreiding van instellingen voor sociale gezondheidszorg en informatiecentra voor de behandeling en sociale reïntegratie van drugsverslaafden;
  • b. uitvoering van projecten op het gebied van preventie, voorlichting, opleiding en epidemiologisch onderzoek;
  • c. het opstellen van normen voor de voorkoming van het onrechtmatig gebruik van precursoren en andere essentiële stoffen die worden gebruikt voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen, gelijkwaardig met de normen van de Gemeenschap en van de betrokken internationale organen;
  • d. ondersteuning van de oprichting van gespecialiseerde diensten voor de bestrijding van de illegale handel in drugs.
4.

De partijen stimuleren regionale en subregionale samenwerking.

Artikel 90. Bestrijding van terrorisme

De partijen komen overeen, met inachtneming van de internationale overeenkomsten waarbij zij partij zijn en van hun respectieve wet- en regelgeving, met het oog op de voorkoming en bestraffing van terroristische daden samen te werken:

  • –. in het kader van de volledige tenuitvoerlegging van Resolutie 1373 van de Veiligheidsraad en andere relevante resoluties;
  • –. door uitwisseling van informatie over terroristische groeperingen en hen ondersteunende netwerken, in overeenstemming met het nationale en internationale recht;
  • –. door uitwisseling van ervaringen met middelen en methoden voor de bestrijding van het terrorisme en op het gebied van techniek en opleiding.

Artikel 91. Bestrijding van corruptie

1.

De partijen komen overeen te zullen samenwerken, op basis van de op dit gebied bestaande internationale instrumenten, bij het bestrijden van corruptie in internationale handelstransacties:

  • –. door effectieve, concrete maatregelen te nemen tegen alle vormen van corruptie, omkoping en andere illegale praktijken bij internationale handelstransacties, ongeacht of deze door natuurlijke personen of door rechtspersonen worden gepleegd;
  • –. door wederzijdse bijstand bij strafrechtelijke onderzoeken naar gevallen van corruptie.
2.

De samenwerking omvat tevens technische bijstand op het gebied van de opleiding van medewerkers en rechterlijke ambtenaren die belast zijn met bestrijding en preventie van corruptie, alsmede ondersteuning van initiatieven om de bestrijding van deze vorm van criminaliteit te organiseren.

TITEL IX. INSTITUTIONELE, ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 92

Er wordt een Associatieraad opgericht, die indien mogelijk éénmaal per jaar op ministerieel niveau bijeenkomt op initiatief van zijn voorzitter, overeenkomstig het reglement van orde.

De Associatieraad behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van de overeenkomst voordoen en alle andere bilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang.

Artikel 93

1.

De Associatieraad bestaat uit enerzijds leden van de Raad van de Europese Unie en leden van de Commissie van de Europese Gemeenschappen en anderzijds leden van de regering van Algerije.

2.

De leden van de Associatieraad mogen regelingen treffen om zich te doen vertegenwoordigen, overeenkomstig de daartoe in het reglement van orde van deze Associatieraad vast te stellen voorwaarden.

3.

De Associatieraad stelt zijn reglement van orde vast.

4.

De Associatieraad wordt beurtelings voorgezeten door een lid van de Raad van de Europese Unie en een lid van de regering van Algerije, zulks overeenkomstig het bepaalde in het reglement van orde van de Associatieraad.

Artikel 94

De Associatieraad heeft, voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de overeenkomst, in de in deze overeenkomst genoemde gevallen beslissingsbevoegdheid.

Deze besluiten zijn bindend voor de partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan. De Associatieraad kan ook alle nuttige aanbevelingen doen.

De besluiten en aanbevelingen van de Associatieraad worden vastgesteld in onderlinge overeenstemming tussen partijen.

Artikel 95

1.

Er wordt een Associatiecomité opgericht, dat toezicht houdt op het beheer van deze overeenkomst, onder voorbehoud van de aan de Associatieraad toegekende bevoegdheden.

2.

De Associatieraad kan zijn bevoegdheden geheel of gedeeltelijk aan het Associatiecomité delegeren.

Artikel 96

1.

Het Associatiecomité vergadert op het niveau van hoge ambtenaren en bestaat uit enerzijds vertegenwoordigers van de leden van de Raad van de Europese Unie en van leden van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, en anderzijds vertegenwoordigers van de regering van Algerije.

2.

Het Associatiecomité stelt zijn reglement van orde vast.

3.

Het Associatiecomité vergadert in de Gemeenschap of in Algerije.

4.

Het Associatiecomité wordt beurtelings voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Commissie en een vertegenwoordiger van de regering van de Democratische Volksrepubliek Algerije.

Artikel 97

Het Associatiecomité heeft beslissingsbevoegdheid inzake het beheer van deze overeenkomst en op de terreinen waarop de Associatieraad bevoegdheden aan het Associatiecomité heeft gedelegeerd.

Besluiten worden in overleg tussen de partijen genomen en zijn bindend voor de partijen, die gehouden zijn de maatregelen te nemen die voor de uitvoering ervan nodig zijn.

Artikel 98

De Associatieraad kan besluiten werkgroepen of lichamen in te stellen die voor de uitvoering van de overeenkomst nodig zijn.

Artikel 99

De Associatieraad kan alle nuttige maatregelen nemen ter bevordering van de samenwerking en de contacten tussen het Europees Parlement en de parlementaire instellingen van Algerije en tussen het Economisch en Sociaal Comité van de Gemeenschap en de gelijkwaardige instelling van Algerije.

Artikel 100

1.

Elke partij kan ieder geschil dat verband houdt met de toepassing of de interpretatie van deze overeenkomst aan de Associatieraad voorleggen.

2.

De Associatieraad kan het geschil bij besluit beslechten.

3.

Elke partij is verplicht de voor de uitvoering van het in lid 2 bedoelde besluit vereiste maatregelen te treffen.

4.

Indien het geschil niet overeenkomstig lid 2 kan worden beslecht, kan elk van beide partijen de andere ervan in kennis stellen dat zij een scheidsrechter heeft aangewezen, waarop de andere partij binnen twee maanden een tweede scheidsrechter moet aanwijzen. Voor de toepassing van deze procedure worden de Gemeenschap en de lidstaten geacht één partij bij het geschil te zijn.

De Associatieraad wijst een derde scheidsrechter aan.

De scheidsrechters beslissen bij meerderheid van stemmen.

Elke partij bij het geschil is verplicht de voor de uitvoering van het besluit van de scheidsrechters vereiste maatregelen te treffen.

Artikel 101

Niets in de overeenkomst belet een overeenkomstsluitende partij maatregelen te nemen:

  • a. die zij nodig acht om de onthulling van informatie die tegen haar vitale veiligheidsbelangen indruist, te beletten;
  • b. die verband houden met de productie van of de handel in wapens, munitie of oorlogsmaterieel of met onderzoek, ontwikkeling of productie die vereist zijn voor defensiedoeleinden, mits deze maatregelen geen afbreuk doen aan de concurrentievoorwaarden voor producten die niet voor specifiek militaire doeleinden bestemd zijn;
  • c. die zij van vitaal belang acht voor haar veiligheid in geval van ernstige binnenlandse problemen die de openbare orde bedreigen, in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen die een oorlogsdreiging inhouden, of om verplichtingen na te komen die zij voor de bewaring van de vrede en de internationale veiligheid is aangegaan.

Artikel 102

Op de door deze overeenkomst bestreken terreinen en onverminderd eventueel daarin neergelegde bijzondere bepalingen, geldt het volgende:

  • –. de regelingen die Algerije ten opzichte van de Gemeenschap toepast, mogen geen aanleiding geven tot onderlinge discriminatie van de lidstaten, hun onderdanen of hun vennootschappen;
  • –. de regelingen die de Gemeenschap ten opzichte van Algerije toepast mogen geen aanleiding geven tot onderlinge discriminatie van Algerijnse onderdanen of vennootschappen.

Artikel 103

Geen van de bepalingen van de overeenkomst heeft tot gevolg dat:

  • –. de door een partij toegekende voordelen op fiscaal gebied in enige internationale overeenkomst of regeling waardoor deze partij gebonden is, worden uitgebreid;
  • –. de vaststelling of toepassing door een partij van maatregelen ter voorkoming van fraude of belastingontduiking wordt verhinderd;
  • –. afbreuk wordt gedaan aan het recht van een partij om de terzake doende bepalingen van haar fiscale wetgeving toe te passen op belastingplichtigen die zich niet in dezelfde situatie bevinden, onder andere ten aanzien van hun woonplaats.

Artikel 104

1.

De partijen treffen alle algemene en bijzondere maatregelen die vereist zijn om aan hun verplichtingen krachtens deze overeenkomst te voldoen. Zij zien erop toe dat de in de overeenkomst aangegeven doelstellingen worden bereikt.

2.

Indien een van de partijen van mening is dat de andere partij een verplichting van de overeenkomst niet is nagekomen, kan zij passende maatregelen treffen. Alvorens dit te doen, behalve in bijzonder dringende gevallen, verstrekt zij de Associatieraad alle terzake doende informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, om een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden.

Bij voorrang moeten die maatregelen worden gekozen die de goede werking van de overeenkomst het minst verstoren. Deze maatregelen worden onmiddellijk ter kennis van de Associatieraad gebracht, en op verzoek van de andere partij wordt in de Associatieraad overleg gepleegd.

Artikel 105

De protocollen 1 tot en met 7 en de bijlagen 1 tot en met 6 vormen een integrerend onderdeel van de overeenkomst.

Artikel 106

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt onder „partijen" verstaan: enerzijds de Gemeenschap, dan wel de lidstaten, dan wel de Gemeenschap en de lidstaten, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden, en anderzijds Algerije.

Artikel 107

De overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten.

Elk der partijen kan de overeenkomst door kennisgeving aan de andere partij opzeggen. Zes maanden na de datum van die kennisgeving houdt de overeenkomst op van toepassing te zijn.

Artikel 108

Deze overeenkomst is van toepassing op enerzijds het grondgebied waar het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap van toepassing is, onder de voorwaarden waarin dat verdrag voorziet, en anderzijds het grondgebied van Algerije.

Artikel 109

Deze overeenkomst is opgesteld in tweevoud in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese, de Spaanse, de Zweedse en de Arabische taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Artikel 110

1.

Deze overeenkomst wordt door de partijen volgens hun eigen procedures goedgekeurd.

De overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum waarop de partijen elkaar kennisgeving doen van de voltooiing van de in de eerste alinea bedoelde procedures.

2.

Bij haar inwerkingtreding vervangt deze overeenkomst de samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Democratische Volksrepubliek Algerije en de overeenkomst tussen de lidstaten van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en de Democratische Volksrepubliek Algerije, die op 26 april 1976 te Algiers werden ondertekend.

Artikel 1

1.

De in de bijlage bij dit protocol genoemde producten van oorsprong uit Algerije mogen in de Gemeenschap worden ingevoerd onder de voorwaarden die hierna en in die bijlage zijn vermeld.

2.

De douanerechten bij invoer worden afgeschaft of verlaagd volgens de percentages die voor de betrokken producten in kolom a zijn vermeld. Voor bepaalde producten waarvoor het gemeenschappelijk douanetarief in een douanerecht ad valorem en in een specifiek douanerecht voorziet, zijn de in de kolommen a en c vermelde verlagingspercentages uitsluitend van toepassing op de douanerechten ad valorem.

3.

Voor bepaalde producten worden de douanerechten afgeschaft binnen de grenzen van de tariefcontingenten die voor elk van deze producten in kolom b zijn vermeld. Voor ingevoerde hoeveelheden die de contingenten overschrijden, worden de douanerechten volledig toegepast.

4.

Voor bepaalde andere van douanerechten vrijgestelde producten zijn referentiehoeveelheden vastgesteld, vermeld in kolom d. Indien de invoer van een bepaald product in een referentiejaar de referentiehoeveelheid overschrijdt, kan de Gemeenschap, op basis van een balans van het handelsverkeer die zij jaarlijks opstelt, voor het volgende referentiejaar voor het betrokken product een communautair tariefcontingent openen voor een hoeveelheid die gelijk is aan deze referentiehoeveelheid. In een dergelijk geval wordt het recht van het gemeenschappelijk douanetarief volledig toegepast voor ingevoerde hoeveelheden die het contingent overschrijden.

Artikel 2

Voor het eerste toepassingsjaar wordt de omvang van de tariefcontingenten berekend in verhouding tot het basisvolume, rekening houdend met het gedeelte van de periode dat op de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst reeds is verstreken.

Artikel 3

1.

Onder voorbehoud van het bepaalde in lid 2 wordt het preferentiële recht naar beneden afgerond op de eerste decimaal.

2.

Wanneer de berekening van het preferentiële recht volgens lid 1 tot een van de onderstaande percentages leidt, wordt het betrokken preferentiële recht gelijkgesteld met vrijstelling van rechten:

  • a. voor rechten ad valorem: 1% of minder;
  • b. voor specifieke rechten: 1 euro of minder per bedrag.

Artikel 4

1.

Wijn van verse druiven van oorsprong uit Algerije, die is aangeduid als wijn met gecontroleerde benaming van oorsprong, dient vergezeld te gaan van een certificaat van oorsprong volgens het model dat in bijlage 2 bij dit protocol is opgenomen, of van een document V I 1 of V I 2, ingevuld overeenkomstig het bepaalde in artikel 25 van Verordening (EG) nr. 883/2001 van de Commissie van 24 april 2001 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad met betrekking tot het handelsverkeer van producten van de wijnbouwsector met derde landen.

2.

Overeenkomstig de Algerijnse wetgeving dragen de in lid 1 bedoelde wijnen de volgende benamingen: Aïn Bessem-Bouira, Médéa, Coteaux du Zaccar, Dahra, Coteaux de Mascara, Monts du Tessalah, Coteaux de Tlemcen.

Enig artikel

De hieronder vermelde producten van oorsprong uit Algerije kunnen vrij van douanerechten in de Gemeenschap worden ingevoerd.

GN-code 2002 Omschrijving
Hoofdstuk 3 Vis, schaaldieren, weekdieren en andere ongewervelde waterdieren
– – producten van vis, van schaaldieren, van weekdieren of van andere ongewervelde waterdieren; dode dieren van de soorten bedoeld bij hoofdstuk 3:
0511 91 10 – – – visafvallen
0511 91 90 – – – andere
Bereidingen en conserven van vis; kaviaar en kaviaarsurrogaten bereid uit kuit:
– vis, geheel of in stukken, doch niet fijngemaakt:
1604 11 00 – – zalm
1604 12 – – haring
– – sardines, sardinella's en sprot:
1604 13 90 – – – andere
1604 14 – – tonijn, boniet en bonito (Sarda spp.)
1604 15 – – makreel
1604 16 00 – – ansjovis
1604 19 – – andere
– andere bereidingen en conserven van vis:
1604 20 05 – – bereidingen van surimi
– – andere:
1604 20 10 – – – van zalm
1604 20 30 – – – van andere zalmvissen
1604 20 40 – – – van ansjovis
ex 1604 20 50 – – – van bonito (Sarda spp.), van makreel van de soorten Scomber scombrus en Scomber japonicus en van vis van de soort Orcynopsis unicolor
1604 20 70 – – – van tonijn, van boniet en van andere vis van het geslacht Euthynnus
1604 20 90 – – – van andere vissoorten
1604 30 – kaviaar en kaviaarsurrogaten:
1605 Bereidingen en conserven van schaaldieren, van weekdieren of van andere ongewervelde waterdieren:
Deegwaren, ook indien gekookt of gevuld (met vlees of andere zelfstandigheden) dan wel op andere wijze bereid, zoals spaghetti, macaroni, noedels, lasagne, gnocchi, ravioli en cannelloni; koeskoes, ook indien bereid:
– gevulde deegwaren (ook indien gekookt of op andere wijze bereid):
1902 20 10 – – bevattende meer dan 20 gewichtspercenten vis, schaal- of weekdieren of andere ongewervelde waterdieren
Meel, poeder en pellets van vlees, van slachtafvallen, van vis, van schaaldieren, van weekdieren of van andere ongewervelde waterdieren, ongeschikt voor menselijke consumptie; kanen:
2301 20 00 – meel, poeder en pellets, van vis, van schaaldieren, van weekdieren of van andere ongewervelde waterdieren

Enig artikel

De hieronder vermelde producten van oorsprong uit de Gemeenschap kunnen in Algerije worden ingevoerd op de aangegeven voorwaarden.

Algerijnse code Omschrijving Recht (overeenkomstig art. 18) Verlaagd recht
(1) (2) (3) (4)
0301 Vis, levend
0301 99 10 – pootvis 5% 100%
0301 99 90 – andere 30% 100%
0302 Vis, vers of gekoeld, andere dan visfilets en ander visvlees bedoeld bij post 0304:
– zalmachtigen (Salmonidae), met uitzondering van levers, hom en kuit:
0302 11 00 – – forel (Salmo trutta, Oncorhynchus mykiss, Oncorhynchus clarki, Oncorhynchus aguabonita, Oncorhynchus gilae, Oncorhynchus apache en Oncorhynchus chrysogaster): 30% 100%
0302 12 00 – – Pacifische zalm (Oncorhynchus nerka, Oncorhynchus gorbuscha, Oncorhynchus keta, Oncorhynchus tschawytscha, Oncorhynchus kisutch, Oncorhynchus masou en Oncorhynchus rhodurus),Atlantische zalm (Salmo salar) en Donauzalm (Hucho hucho) 30% 100%
0302 19 00 – – andere 30% 100%
– platvis (Pleuronectidae, Bothidae, Cynoglossidae, Soleidae, Scophthalmidae en Citharidae),metuitzondering van levers, hom en kuit:
0302 21 00 – – heilbot (Reinhardtius hippoglossoides, Hippoglossus hippoglossus, Hippoglossus stenolepis): 30% 100%
0302 22 00 – – schol (Pleuronectes platessa) 30% 100%
0302 23 00 – – tong (Soleaspp.) 30% 25%
0302 29 00 – – andere 30% 100%
– tonijn (van het geslacht Thunnus)en boniet (Euthynnus (Katsuwonus) pelamis),met uitzondering van levers, hom en kuit:
0302 31 00 – – witte tonijn (Thunnus alalunga): 30% 25%
0302 32 00 – – geelvintonijn (Thunnus albacares): 30% 25%
0302 33 00 – – boniet: 30% 25%
0302 34 00 – – grootoogtonijn (Thunnus obesus) 30% 25%
0302 35 00 – – gewone of blauwvin tonijn (Thunnus thynnus) 30% 25%
0302 36 00 – – zuidelijke blauwvintonijn (Thunnus maccoyii) 30% 100%
0302 39 00 – – andere 30% 25%
0302 40 00 – haring (Clupea harengus, Clupea pallasii),met uitzondering van levers, hom en kuit 30% 100%
0302 50 00 – kabeljauw (Gadus morhua, Gadus ogac, Gadus macrocephalus),met uitzondering van levers, hom en kuit 30% 100%
– andere vis, met uitzondering van levers, hom en kuit
0302 61 00 – – sardines (Sardina pilchardus, Sardinopsspp.), sardinella's (Sardinellaspp.) en sprot (Sprattus sprattus) 30% 25%
0302 62 00 – – schelvis (Melanogrammus aeglefinus) 30% 100%
0302 63 00 – – koolvis (Pollachius virens) 30% 100%
0302 64 00 – – makreel (Scomber scombrus, Scomber australasicus, Scomber japonicus) 30% 25%
0302 65 00 – – haai 30% 25%
0302 69 00 – – andere 30% 25%
0302 70 00 – levers, hom en kuit 30% 25%
0303 Bevroren vis, andere dan visfilets en ander visvlees bedoeld bij post 0304:
– Pacifische zalm (Oncorhynchus nerka, Oncorhynchus gorbuscha, Oncorhynchus keta, Oncorhynchus tschawytscha, Oncorhynchus kisutch, Oncorhynchus masou en Oncorhynchus rhodurus),met uitzondering van levers, hom en kuit
0303 11 00 – – rode zalm (Oncorhynchus nerka) 30% 100%
0303 19 00 – – andere 30% 100%
– andere zalmachtigen (Salmonidae), met uitzondering van levers, hom en kuit:
0303 21 00 – – forel (Salmo trutta, Oncorhynchus mykiss, Oncorhynchus clarki, Oncorhynchus aguabonita, Oncorhynchus gilae, Oncorhynchus apache en Oncorhynchus chrysogaster) 30% 100%
0303 22 00 – – Atlantische zalm (Salmo salar) en Donauzalm (Hucho hucho) 30% 100%
0303 29 00 – – andere 30% 100%
– platvis (Pleuronectidae, Bothidae, Cynoglossidae, Soleidae, Scophthalmidae en Citharidae),met uitzondering van levers, hom en kuit:
0303 31 00 – – heilbot (Reinhardtius hippoglossoides, Hippoglossus hippoglossus, Hippoglossus stenolepis): 30% 100%
0303 32 00 – – schol (Pleuronectes platessa) 30% 100%
0303 33 00 – – tong (Solea spp.) 30% 25%
0303 39 00 – – andere 30% 100%
– tonijn (van het geslacht Thunnus)en boniet (Euthynnus (Katsuwonus) pelamis),met uitzondering van levers, hom en kuit:
0303 41 00 – – witte tonijn (Thunnus alalunga): 30% 25%
0303 42 00 – – geelvintonijn (Thunnus albacares): 30% 25%
0303 43 00 – – boniet: 30% 25%
0303 44 00 – – grootoogtonijn (Thunnus obesus) 30% 25%
0303 45 00 – – gewone of blauwvin tonijn (Thunnus thynnus) 30% 25%
0303 46 00 – – zuidelijke blauwvintonijn (Thunnus maccoyii) 30% 100%
0303 49 00 – – andere 30% 25%
0303 50 00 – haring (Clupea harengus, Clupea pallasii),met uitzondering van levers, hom en kuit 30% 100%
0303 60 00 – kabeljauw (Gadus morhua, Gadus ogac, Gadus macrocephalus), met uitzondering van levers, hom en kuit 30% 100%
– andere vis, met uitzondering van levers, hom en kuit
0303 71 00 – – sardines (Sardina pilchardus, Sardinops spp.), sardinella's (Sardinellaspp.) en sprot (Sprattus sprattus) 30% 25%
0303 72 00 – – schelvis (Melanogrammus aeglefinus) 30% 100%
0303 73 00 – – koolvis (Pollachius virens) 30% 100%
0303 74 00 – – makreel (Scomber scombrus, Scomber australasicus, Scomber japonicus) 30% 25%
0303 75 00 – – haai 30% 25%
0303 77 00 – – zeebaars (Dicentrarchus labrax, Dicentrarchus punctatus) 30% 25%
0303 78 00 – – heek (Merlucciusspp., Urophycis spp.) 30% 25%
0303 79 00 – – andere 30% 25%
– levers, hom en kuit:
0303 80 10 – – van tonijn 30% 25%
0303 80 90 – – andere 30% 25%
0304 Visfilets en ander visvlees (ook indien fijngemaakt), vers, gekoeld of bevroren
– vers of gekoeld:
0304 10 10 – – van tonijn 30% 25%
0304 10 90 – – andere 30% 25%
– filets, bevroren:
0304 20 10 – – van tonijn 30% 25%
0304 20 90 – – andere 30% 25%
0304 90 00 – andere 30% 25%
0305 Vis, gedroogd, gezouten of gepekeld; gerookte vis, ook indien voor of tijdens het roken gekookt; meel, poeder en pellets, van vis, geschikt voor menselijke consumptie
0305 10 00 – meel, poeder en pellets, van vis, geschikt voor menselijke consumptie 30% 100%
0305 20 00 – vislevers, hom en kuit, gedroogd, gerookt, gezouten of gepekeld 30% 100%
0305 30 00 – visfilets, gedroogd, gezouten of gepekeld, doch ongerookt 30% 25%
– gerookte vis, filets daaronder begrepen:
0305 41 00 – – Pacifische zalm (Oncorhynchus nerka, Oncorhynchus gorbuscha, Oncorhynchus keta, Oncorhynchus tschawytscha, Oncorhynchus kisutch, Oncorhynchus masou en Oncorhynchus rhodurus),Atlantische zalm (Salmo salar) en Donauzalm (Hucho hucho) 30% 100%
0305 42 00 – – haring (Clupea harengus, Clupea pallasii) 30% 100%
0305 49 00 – – andere 30% 25%
– gedroogde vis, ook indien gezouten, doch niet gerookt:
0305 51 00 – – kabeljauw (Gadus morhua, Gadus ogac, Gadus macrocephalus) 30% 100%
0305 59 00 – – andere 30% 25%
– vis, gezouten, doch niet gedroogdof gerookt, alsmede gepekelde vis:
0305 61 00 – – haring (Clupea harengus, Clupea pallasii) 30% 100%
0305 62 00 – – kabeljauw (Gadus morhua, Gadus ogac, Gadus macrocephalus) 30% 100%
0305 69 00 – – andere 30% 25%
0306 Schaaldieren, ook indien ontdaan van de schaal, levend, vers, gekoeld, bevroren, gedroogd, gezouten of gepekeld; schaaldieren in de schaal, gestoomd of in water gekookt, ook indien gekoeld, bevroren, gedroogd, gezouten of gepekeld; meel, poeder en pellets, van schaaldieren, geschikt voor menselijke consumptie
– bevroren:
0306 11 00 – – langoesten (Palinurus spp., Panulirus spp., Jasus spp.) 30% 25%
0306 12 00 – – zeekreeften (Homarus spp.) 30% 25%
0306 13 00 – – garnalen 30% 25%
0306 14 00 – – krab 30% 25%
0306 19 00 – – andere, daaronder begrepen meel, poeder en pellets, van schaaldieren, geschikt voor menselijke consumptie 30% 100%
0307 Weekdieren, ook indien ontdaan van de schelp, levend, vers, gekoeld, bevroren, gedroogd, gezouten of gepekeld; ongewervelde waterdieren, andere dan schaal- en weekdieren, levend, vers, gekoeld, bevroren, gedroogd, gezouten of gepekeld; meel, poeder en pellets, van ongewervelde waterdieren, andere dan schaaldieren, geschikt voor menselijke consumptie
– oesters:
0307 10 10 – – oesterzaad 5% 100%
0307 10 90 – – andere 30% 100%
– mosselen (Mytilus spp., Perna spp.):
0307 31 10 – – mosselzaad 5% 100%
0307 31 90 – – andere 30% 100%
– inktvissen (Sepia officinalis, Rossia macrosoma, Sepiolaspp.); pijlinktvissen (Ommastrephes spp., Loligospp., Nototodarus spp., Sepioteuthis spp.):
0307 41 00 – – levend, vers of gekoeld 30% 25%
0307 49 00 – – andere 30% 25%
– achtarmige inktvissen (Octopus spp.):
0307 51 00 – – levend, vers of gekoeld 30% 25%
0307 59 00 – – andere 30% 25%
0307 60 00 – eetbare slakken, andere dan zeeslakken 30% 25%
– andere, daaronder begrepen meel, poeder en pellets, van ongewervelde waterdieren, andere dan schaaldieren, geschikt voor menselijke consumptie:
0307 91 00 – – levend, vers of gekoeld 30% 25%
0307 99 00 – – andere 30% 25%
0511 Producten van dierlijke oorsprong, elders genoemd noch elders onder begrepen; dode dieren van de soorten bedoeld bij hoofdstuk 1 of 3, niet geschikt voor menselijke consumptie:
0511 91 00 – – producten van vis, van schaaldieren, van weekdieren of van andere ongewervelde waterdieren; dode dieren van de soorten bedoeld bij hoofdstuk 3: 30% 25%
2301 Meel, poeder en pellets van vlees, van slachtafvallen, van vis, van schaaldieren, van weekdieren of van andere ongewervelde waterdieren, ongeschikt voor menselijke consumptie; kanen:
2301 10 00 – meel, poeder en pellets, van vlees of van slachtafvallen; kanen 30% 25%

Artikel 1

Bij de invoer in de Gemeenschap van bewerkte landbouwproducten van oorsprong uit Algerije worden de in bijlage 1 vermelde douanerechten en heffingen met gelijke werking geheven.

Artikel 2

Bij de invoer in Algerije van bewerkte landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap worden de in bijlage 2 vermelde douanerechten en heffingen met gelijke werking geheven.

Artikel 3

De in de bijlagen 1 en 2 vermelde rechtenverlagingen worden vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst toegepast op het basisrecht zoals dat is vastgesteld in artikel 18 van de overeenkomst.

Artikel 4

De overeenkomstig de leden 1 en 2 toegepaste douanerechten kunnen worden verlaagd wanneer in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Algerije de heffingen op basislandbouwproducten verlaagd worden of wanneer deze verlagingen het gevolg zijn van wederzijdse concessies op het gebied van bewerkte landbouwproducten. De in lid 1 bedoelde verlaging, de lijst van betrokken producten en in voorkomend geval de tariefcontingenten waarvoor de verlagingen gelden, worden door de Associatieraad vastgesteld.

Artikel 5

De Europese Gemeenschap en Algerije stellen elkaar in kennis van de administratieve regelingen die zijn vastgesteld voor de onder dit protocol vallende producten.

Deze regelingen dienen een gelijke behandeling van alle betrokken partijen te waarborgen en dienen zo eenvoudig en flexibel mogelijk te zijn.

Artikel 1. Definities

Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:

  • a. „vervaardiging": elke soort be- of verwerking, met inbegrip van assemblage of speciale behandelingen;
  • b. „materiaal": alle ingrediënten, grondstoffen, componenten, delen en dergelijke die bij de vervaardiging van het product worden gebruikt;
  • c. „product": het verkregen product, ook indien het bestemd is om later bij de vervaardiging van een ander product te worden gebruikt;
  • d. „goederen": zowel materialen als producten;
  • e. „douanewaarde": de waarde zoals bepaald volgens de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel van 1994 (Overeenkomst inzake de douanewaarde van de WTO);
  • f. „prijs af fabriek": de prijs die voor het product af fabriek is betaald aan de fabrikant in de Gemeenschap of in Algerije in wiens onderneming de laatste be- of verwerking is verricht, mits in die prijs de waarde van alle gebruikte materialen is inbegrepen, verminderd met alle binnenlandse belastingen die worden of kunnen worden terugbetaald wanneer het verkregen product wordt uitgevoerd;
  • g. „waarde van de materialen": de douanewaarde ten tijde van de invoer van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn, of, indien deze niet bekend is en niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die voor de materialen in de Gemeenschap of in Algerije is betaald;
  • h. „waarde van de materialen van oorsprong": de waarde van deze materialen als omschreven onder g), welke omschrijving van dienovereenkomstige toepassing is;
  • i. „toegevoegde waarde": de prijs af fabriek van de producten, verminderd met de douanewaarde van alle gebruikte materialen van oorsprong uit andere landen dan die waarin die producten zijn verkregen;
  • j. „hoofdstukken" en „posten": de hoofdstukken en posten (viercijfercodes) van de nomenclatuur die het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en codering van goederen vormt, in dit protocol „geharmoniseerd systeem" of „GS" genoemd;
  • k. „ingedeeld": de indeling van een product of materiaal onder een bepaalde post;
  • l. „zending": producten die gelijktijdig door een exporteur naar dezelfde geadresseerde worden verzonden of die vergezeld gaan van één vervoersdocument dat de verzending van de exporteur naar de geadresseerde dekt, of bij gebreke daarvan, één factuur;
  • m. „gebieden": ook de territoriale wateren.

TITEL II. OMSCHRIJVING VAN HET BEGRIP „PRODUCTEN VAN OORSPRONG"

Artikel 2. Algemene voorwaarden

1.

Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de volgende producten beschouwd als van oorsprong uit de Gemeenschap:

  • a. geheel en al in de Gemeenschap verkregen producten in de zin van artikel 6;
  • b. in de Gemeenschap verkregen producten waarin materialen zijn verwerkt die daar niet geheel en al zijn verkregen, mits deze materialen in de Gemeenschap een be- of verwerking hebben ondergaan die toereikend is in de zin van artikel 7.
2.

Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de volgende producten beschouwd als van oorsprong uit Algerije:

  • a. geheel en al in Algerije verkregen producten in de zin van artikel 6;
  • b. in Algerije verkregen producten waarin materialen zijn verwerkt die daar niet geheel en al zijn verkregen, mits deze materialen in Algerije een be- of verwerking hebben ondergaan die toereikend is in de zin van artikel 7.

Artikel 3. Bilaterale cumulatie van de oorsprong

1.

Materialen van oorsprong uit de Gemeenschap worden beschouwd als materialen van oorsprong uit Algerije, indien ze in een aldaar verkregen product zijn opgenomen. Het is niet noodzakelijk dat deze materialen een toereikende be- of verwerking hebben ondergaan, mits zij een be- of verwerking hebben ondergaan die meer omvat dan de in artikel 8, lid 1, van dit protocol genoemde be- of verwerkingen.

2.

Materialen van oorsprong uit Algerije worden beschouwd als materialen van oorsprong uit de Gemeenschap, indien ze in een aldaar verkregen product zijn opgenomen. Het is niet noodzakelijk dat deze materialen een toereikende be- of verwerking hebben ondergaan, mits zij een be- of verwerking hebben ondergaan die meer omvat dan de in artikel 8, lid 1, van dit protocol genoemde be- of verwerkingen.

Artikel 4. Cumulatie met materialen van oorsprong uit Marokko of Tunesië

1.

In afwijking van artikel 2, lid 1, onder b), en onder voorbehoud van de leden 3 en 4 worden materialen van oorsprong uit Marokko en Tunesië in de zin van protocol 4 bij de overeenkomsten tussen de Gemeenschap en deze landen beschouwd als materialen van oorsprong uit de Gemeenschap en is het niet noodzakelijk dat deze in de Gemeenschap een toereikende be- of verwerking hebben ondergaan, mits zij evenwel een be- of verwerking hebben ondergaan die meer omvat dan de in artikel 8 genoemde be- of verwerkingen.

2.

In afwijking van artikel 2, lid 1, onder b), en onder voorbehoud van de leden 3 en 4 worden materialen van oorsprong uit Marokko en Tunesië in de zin van protocol 4 bij de overeenkomsten tussen de Gemeenschap en deze landen beschouwd als materialen van oorsprong uit Algerije en is het niet noodzakelijk dat deze in Algerije een toereikende be- of verwerking hebben ondergaan, mits zij evenwel een be- of verwerking hebben ondergaan die meer omvat dan de in artikel 8 genoemde be- of verwerkingen.

3.

De bepalingen van de leden 1 en 2 betreffende materialen van oorsprong uit Tunesië zijn uitsluitend van toepassing indien in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Tunesië en tussen Algerije en Tunesië dezelfde oorsprongsregels gelden.

4.

De bepalingen van de leden 1 en 2 betreffende materialen van oorsprong uit Marokko zijn uitsluitend van toepassing indien in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Marokko en tussen Algerije en Marokko dezelfde oorsprongsregels gelden.

Artikel 5. Cumulatie van be- of verwerkingen

1.

Voor de toepassing van artikel 2, lid 1, onder b), worden in Algerije uitgevoerde be- en verwerkingen en, indien aan de voorwaarden van artikel 4, lid 3 of lid 4, is voldaan, in Marokko of Tunesië uitgevoerde be- en verwerkingen geacht in de Gemeenschap te hebben plaatsgevonden, wanneer de daarbij verkregen producten later in de Gemeenschap worden be- of verwerkt.

2.

Voor de toepassing van artikel 2, lid 2, onder b), worden in de Gemeenschap uitgevoerde be- en verwerkingen en, indien aan de voorwaarden van artikel 4, lid 3 of lid 4, is voldaan, in Marokko of Tunesië uitgevoerde be- en verwerkingen geacht in Algerije te hebben plaatsgevonden, wanneer de daarbij verkregen producten later in Algerije worden be- of verwerkt.

3.

Wanneer bij toepassing van de leden 1 en 2 producten van oorsprong in twee of meer van de in deze leden bedoelde landen of in de Gemeenschap zijn verkregen, worden ze geacht van oorsprong te zijn uit de staat of de Gemeenschap waar de laatste be- of verwerking heeft plaatsgevonden, voorzover deze meer inhoudt dan de in artikel 8 genoemde be- of verwerkingen.

Artikel 6. Geheel en al verkregen producten

1.

Als geheel en al in de Gemeenschap of in Algerije verkregen producten worden beschouwd:

  • a. aldaar uit de bodem of zeebodem gewonnen minerale producten;
  • b. aldaar geoogste producten van het plantenrijk;
  • c. aldaar geboren en opgefokte levende dieren;
  • d. producten afkomstig van aldaar opgefokte levende dieren;
  • e. voortbrengselen van de aldaar bedreven jacht en visserij;
  • f. producten van de zeevisserij en andere buiten de territoriale wateren van de Gemeenschap of van Algerije door hun schepen uit de zee gewonnen producten;
  • g. producten die uitsluitend uit de onder f) bedoelde producten aan boord van hun fabrieksschepen zijn vervaardigd;
  • h. aldaar verzamelde gebruikte artikelen die slechts voor de terugwinning van grondstoffen kunnen dienen, met inbegrip van gebruikte banden die uitsluitend geschikt zijn om van een nieuw loopvlak te worden voorzien of slechts als afval kunnen worden gebruikt;
  • i. afval en schroot afkomstig van aldaar verrichte fabrieksbewerkingen;
  • j. producten, gewonnen uit de zeebodem of -ondergrond buiten de territoriale wateren, mits zij alleen het recht hebben op ontginning van deze bodem of ondergrond;
  • k. goederen die aldaar uitsluitend uit de onder a) tot en met j) bedoelde producten zijn vervaardigd.
2.

De termen „hun schepen" en „hun fabrieksschepen" in lid 1, onder f) en g), zijn slechts van toepassing op schepen en fabrieksschepen:

  • a. die in een lidstaat van de Gemeenschap of in Algerije zijn ingeschreven of geregistreerd;
  • b. die de vlag van een lidstaat van de Gemeenschap of van Algerije voeren;
  • c. die voor ten minste 50 percent toebehoren aan onderdanen van lidstaten van de Gemeenschap of van Algerije of aan een onderneming die haar hoofdkantoor in een van deze staten heeft en waarvan de bedrijfsvoerder(s), de voorzitter van de raad van bestuur of van toezicht en de meerderheid van de leden van deze raden onderdanen zijn van een lidstaat van de Gemeenschap of van Algerije, en waarvan bovendien, in het geval van personenvennootschappen of vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, ten minste de helft van het kapitaal aan deze staten of aan openbare lichamen of onderdanen van deze staten toebehoort;
  • d. waarvan de kapitein en de officieren onderdaan zijn van een lidstaat van de Gemeenschap of van Algerije; en
  • e. waarvan de bemanning voor ten minste 75% bestaat uit onderdanen van lidstaten of van Algerije.

Artikel 7. Toereikende bewerking of verwerking

1.

Niet geheel en al verkregen producten worden geacht een toereikende bewerking of verwerking te hebben ondergaan in de zin van artikel 2, indien aan de voorwaarden van de lijst in bijlage II is voldaan.

Deze voorwaarden geven voor alle onder de overeenkomst vallende producten aan welke be- of verwerkingen niet van oorsprong zijnde materialen bij de vervaardiging van deze producten moeten ondergaan en zijn slechts op deze materialen van toepassing. Dit betekent dat indien een product dat de oorsprong heeft verkregen doordat het aan de voorwaarden in die lijst voor dat product heeft voldaan, als materiaal gebruikt wordt bij de vervaardiging van een ander product, de voorwaarden die van toepassing zijn op het product waarin het wordt verwerkt daarvoor niet gelden. Er wordt dan geen rekening gehouden met niet van oorsprong zijnde materialen die bij de vervaardiging ervan zijn gebruikt.

2.

In afwijking van het bepaalde in lid 1 kunnen niet van oorsprong zijnde materialen die volgens de voorwaarden in de lijst bij de vervaardiging van een bepaald product niet mogen worden gebruikt, in de volgende gevallen toch worden gebruikt:

  • a. wanneer de totale waarde ervan niet meer dan 10% bedraagt van de prijs af fabriek van het product;
  • b. wanneer een in de lijst vermelde maximumwaarde voor niet van oorsprong zijnde materialen door de toepassing van dit lid niet wordt overschreden.

Dit lid is niet van toepassing op producten die zijn ingedeeld onder de hoofdstukken 50 tot en met 63 van het geharmoniseerd systeem.

3.

De leden 1 en 2 zijn van toepassing behoudens het bepaalde in artikel 8.

Artikel 8. Ontoereikende bewerking of verwerking

1.

Behoudens het bepaalde in lid 2 worden de volgende be- of verwerkingen beschouwd als ontoereikend om de oorsprong te verlenen, ongeacht of aan de voorwaarden van artikel 7 is voldaan:

  • a. behandelingen om de producten tijdens vervoer en opslag in goede staat te bewaren (luchten, uitspreiden, drogen, koelen, in water zetten waaraan zout, zwaveldioxide of andere producten zijn toegevoegd, verwijderen van beschadigde gedeelten en soortgelijke behandelingen);
  • b. eenvoudige behandelingen zoals stofvrij maken, zeven, sorteren, classificeren, assorteren (daaronder begrepen het samenstellen van stellen en assortimenten van artikelen), wassen, verven en snijden; c. i. veranderen van verpakkingen, splitsen en samenvoegen van colli; ii. eenvoudig verpakken in flessen, zakken, etuis, dozen of blikken, bevestigen op kaartjes of plankjes en dergelijke, en alle andere handelingen in verband met de opmaak;
  • d. het aanbrengen van merken, etiketten en soortgelijke onderscheidingstekens op de producten zelf of op hun verpakkingen;
  • e. eenvoudig mengen van producten, ook van verschillende soorten, indien een of meer bestanddelen van het mengsel niet voldoen aan de voorwaarden van dit protocol om als producten van oorsprong uit de Gemeenschap of uit Algerije te worden beschouwd;
  • f. eenvoudig samenvoegen van delen tot een volledig product;
  • g. twee of meer van de onder a) tot en met f) vermelde behandelingen tezamen;
  • h. het slachten van dieren.
2.

Om te bepalen of de be- of verwerkingen die een bepaald product heeft ondergaan ontoereikend zijn in de zin van lid 1 worden alle be- en verwerkingen die dit product in de Gemeenschap of in Algerije heeft ondergaan tezamen genomen.

Artikel 9. Determinerende eenheid

1.

De determinerende eenheid voor de toepassing van de bepalingen van dit protocol is het product dat volgens de nomenclatuur van het geharmoniseerde systeem als de basiseenheid wordt beschouwd.

Hieruit volgt:

  • a. wanneer een product dat uit een groep of verzameling van artikelen bestaat onder één post van het geharmoniseerde systeem wordt ingedeeld, is het geheel de determinerende eenheid;
  • b. wanneer een zending bestaat uit een aantal identieke producten die onder dezelfde post van het geharmoniseerde systeem worden ingedeeld, moet elk product voor de toepassing van de bepalingen van dit protocol afzonderlijk worden genomen.
2.

Wanneer volgens algemene regel 5 voor de interpretatie van het geharmoniseerde systeem de verpakking meetelt voor het vaststellen van de indeling, telt deze ook mee voor het vaststellen van de oorsprong.

Artikel 10. Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen

Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen die samen met materieel, machines, apparaten of voertuigen worden geleverd en deel uitmaken van de normale uitrusting daarvan en in de prijs daarvan zijn inbegrepen of niet afzonderlijk in rekening worden gebracht, worden geacht één geheel te vormen met het materieel en de machines, apparaten of voertuigen in kwestie.

Artikel 11. Stellen en assortimenten

Stellen en assortimenten in de zin van algemene regel 3 voor de interpretatie van het geharmoniseerde systeem worden als van oorsprong beschouwd indien alle samenstellende delen van oorsprong zijn. Een stel of assortiment bestaande uit producten van oorsprong en producten die niet van oorsprong zijn, wordt evenwel als van oorsprong beschouwd indien de waarde van de producten die niet van oorsprong zijn niet meer dan 15 procent van de prijs af fabriek van het stel of assortiment bedraagt.

Artikel 12. Neutrale elementen

Om de oorsprong van een product te bepalen behoeft niet te worden nagegaan wat de oorsprong is van bij de vervaardiging van dat product gebruikte:

  • a. energie en brandstof;
  • b. fabrieksuitrusting;
  • c. machines en werktuigen;
  • d. goederen die in de uiteindelijke samenstelling van het product niet voorkomen en ook niet bedoeld waren daarin voor te komen.

TITEL III. TERRITORIALE VOORWAARDEN

Artikel 13. Territorialiteitsbeginsel

1.

Aan de in titel II genoemde voorwaarden met betrekking tot het verkrijgen van het karakter van product van oorsprong moet zonder onderbreking in de Gemeenschap of in Algerije zijn voldaan, behoudens het bepaalde in de artikelen 4 en 5.

2.

Behoudens het bepaalde in de artikelen 4 en 5 worden producten van oorsprong uit de Gemeenschap of Algerije die naar een ander land worden uitgevoerd en teruggezonden, niet als van oorsprong beschouwd tenzij ten genoegen van de douaneautoriteiten kan worden aangetoond dat:

  • a. de terugkerende goederen dezelfde zijn als de eerder uitgevoerde goederen; en
  • b. de goederen tijdens de periode dat ze waren uitgevoerd geen andere be- of verwerkingen hebben ondergaan dan die welke noodzakelijk waren om ze in goede staat te bewaren.

Artikel 14. Rechtstreeks vervoer

1.

De bij deze overeenkomst vastgestelde preferentiële regeling is uitsluitend van toepassing op producten die aan de voorwaarden van dit protocol voldoen en die rechtstreeks tussen de Gemeenschap en Algerije of over het grondgebied van een in de artikelen 4 en 5 genoemd ander land zijn vervoerd. Producten die één enkele zending vormen, kunnen evenwel via een ander grondgebied worden vervoerd, eventueel met overslag of tijdelijke opslag op dit grondgebied, mits zij in het land van doorvoer of opslag onder toezicht van de douane blijven en aldaar geen andere behandelingen ondergaan dan lossen en opnieuw laden of behandelingen om ze in goede staat te bewaren.

Producten van oorsprong mogen via een pijpleiding door een ander grondgebied dan dat van de Gemeenschap of van Algerije worden vervoerd.

2.

Het bewijs dat aan de in lid 1 bedoelde voorwaarden is voldaan, wordt geleverd door overlegging van de volgende stukken aan de douaneautoriteiten van het land van invoer:

  • a. hetzij een enkel vervoersdocument onder dekking waarvan het vervoer vanuit het land of gebied van uitvoer of via het land van doorvoer heeft plaatsgevonden;
  • b. hetzij een door de douaneautoriteiten van het land van doorvoer afgegeven certificaat dat de volgende gegevens bevat:
  • i. een nauwkeurige omschrijving van de goederen;
  • ii. de data waarop de producten gelost en opnieuw geladen zijn, in voorkomend geval onder vermelding van de gebruikte schepen of andere vervoermiddelen; en
  • iii. een verklaring betreffende de voorwaarden waarop de producten in het land van doorvoer verbleven; of
  • c. hetzij, bij gebreke van bovengenoemde stukken, enig ander bewijsstuk.

Artikel 15. Tentoonstellingen

1.

De overeenkomst is van toepassing op producten van oorsprong die naar een tentoonstelling in een ander dan de in de artikelen 4 en 5 genoemd landen zijn verzonden en die na de tentoonstelling zijn verkocht en in de Gemeenschap of in Algerije worden ingevoerd, mits ten genoegen van de douaneautoriteiten wordt aangetoond dat:

  • a. een exporteur deze producten vanuit de Gemeenschap of Algerije naar het land van de tentoonstelling heeft verzonden en ze daar heeft tentoongesteld;
  • b. deze exporteur de producten heeft verkocht of overgedragen aan een geadresseerde in de Gemeenschap of in Algerije;
  • c. de producten tijdens of onmiddellijk na de tentoonstelling in dezelfde staat als waarin zij naar de tentoonstelling zijn gegaan zijn verzonden; en
  • d. dat de goederen vanaf het moment dat zij naar de tentoonstelling werden verzonden, niet voor andere doeleinden zijn gebruikt dan om op die tentoonstelling te worden vertoond.
2.

Een bewijs van de oorsprong wordt overeenkomstig de bepalingen van titel V afgegeven of opgesteld en op de normale wijze bij de douaneautoriteiten van het land van invoer ingediend. Op dit bewijs zijn de naam en het adres van de tentoonstelling vermeld. Zo nodig kunnen aanvullende bewijsstukken worden gevraagd betreffende de aard van de goederen en de omstandigheden waaronder zij zijn tentoongesteld.

3.

Lid 1 is van toepassing op alle tentoonstellingen, beurzen of soortgelijke openbare evenementen met een commercieel, industrieel, agrarisch of ambachtelijk karakter die niet voor particuliere doeleinden in winkels of bedrijfsruimten met het oog op de verkoop van buitenlandse producten worden gehouden, en gedurende welke de producten onder douanetoezicht zijn gebleven.

TITEL IV. TERUGGAVE EN VRIJSTELLING VAN RECHTEN

Artikel 16. Verbod op teruggave of vrijstelling van douanerechten

1.

Niet van oorsprong zijnde materialen die gebruikt zijn bij de vervaardiging van producten van oorsprong uit de Gemeenschap, Algerije of een van de andere in de artikelen 4 en 5 genoemde landen waarvoor overeenkomstig titel V een bewijs van oorsprong is afgegeven of opgesteld, komen in de Gemeenschap of in Algerije niet in aanmerking voor teruggave of vrijstelling van douanerechten in welke vorm dan ook.

2.

Het verbod in lid 1 is van toepassing op elke regeling voor terugbetaling of algehele of gedeeltelijke vrijstelling van douanerechten of heffingen van gelijke werking die in de Gemeenschap of in Algerije van toepassing is op materialen die bij de vervaardiging worden gebruikt, indien een dergelijke terugbetaling of vrijstelling uitdrukkelijk of feitelijk wordt toegekend indien de producten die uit genoemde materialen zijn verkregen worden uitgevoerd, doch niet van toepassing is indien deze producten voor binnenlands gebruik zijn bestemd.

3.

De exporteur van producten die door een bewijs van oorsprong zijn gedekt, dient steeds bereid te zijn op verzoek van de douaneautoriteiten alle stukken over te leggen waaruit blijkt dat geen teruggave of vrijstelling van rechten is verkregen ten aanzien van de bij de vervaardiging van de betrokken producten gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn en dat alle douanerechten en heffingen van gelijke werking die op deze materialen van toepassing zijn, daadwerkelijk zijn betaald.

4.

De leden 1, 2 en 3 zijn ook van toepassing op de verpakking in de zin van artikel 9, lid 2, op accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen in de zin van artikel 10 en op artikelen die deel uitmaken van een stel of assortiment in de zin van artikel 11, wanneer dergelijke artikelen niet van oorsprong zijn.

5.

De leden 1 tot en met 4 zijn uitsluitend van toepassing op materialen van de soort waarop de overeenkomst van toepassing is. Zij doen geen afbreuk aan het stelsel van restituties bij de uitvoer van landbouwproducten overeenkomstig de bepalingen van de overeenkomst.

6.

Het bepaalde in dit artikel is niet van toepassing gedurende de zes jaar die volgen op de inwerkingtreding van de overeenkomst.

7.

Na de inwerkingtreding van de bepalingen van dit artikel mag Algerije, in afwijking van lid 1, regelingen toepassen voor de vrijstelling of teruggave van douanerechten en heffingen van gelijke werking op materialen die bij de vervaardiging van producten van oorsprong zijn gebruikt, onder het volgende voorbehoud:

  • a. een douanerecht van 5%, of een lager recht indien dit in Algerije van toepassing is, wordt geheven op producten die onder de hoofdstukken 25 tot en met 49 en 64 tot en met 97 van het geharmoniseerd systeem zijn ingedeeld;
  • b. een douanerecht van 10%, of een lager recht indien dit in Algerije van toepassing is, wordt geheven op producten die onder de hoofdstukken 50 tot en met 63 van het geharmoniseerd systeem zijn ingedeeld.

Voor het einde van de overgangsperiode bedoeld in artikel 6 van de overeenkomst wordt de toepassing van de bepalingen van dit artikel geevalueerd.

TITEL V. BEWIJS VAN OORSPRONG

Artikel 17. Algemene voorwaarden

1.

Deze overeenkomst is van toepassing op producten van oorsprong uit de Gemeenschap die in Algerije worden ingevoerd en op producten van oorsprong uit Algerije die in de Gemeenschap worden ingevoerd, op vertoon van:

  • a. een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1, waarvan het model in bijlage III is opgenomen; of
  • b. in de in artikel 22, lid 1, bedoelde gevallen, een verklaring van de exporteur (hierna „factuurverklaring" genoemd) op een factuur, pakbon of een ander handelsdocument, waarin de producten duidelijk genoeg zijn omschreven om geïdentificeerd te kunnen worden. De tekst van deze factuurverklaring is opgenomen in bijlage IV.
2.

In afwijking van lid 1 vallen producten van oorsprong in de zin van dit protocol in de in artikel 27 bedoelde gevallen onder de toepassing van deze overeenkomst zonder dat een van de hierboven genoemde documenten behoeft te worden overgelegd.

Artikel 18. Procedure voor de afgifte van certificaten inzake goederenverkeer EUR.1

1.

Certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 worden afgegeven door de douaneautoriteiten van het land of gebied overzee van uitvoer op schriftelijke aanvraag van de exporteur of, onder diens verantwoordelijkheid, van zijn gemachtigde vertegenwoordiger.

2.

Hiervoor vult de exporteur of diens gemachtigde vertegenwoordiger zowel het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 als het aanvraagformulier in. Modellen van beide formulieren zijn in bijlage III opgenomen. De formulieren worden ingevuld in een van de talen waarin de overeenkomst is opgesteld, overeenkomstig de bepalingen van het nationale recht van het land van uitvoer. Indien de formulieren met de hand worden ingevuld, dient dit met inkt en in blokletters te gebeuren. De goederen moeten worden omschreven in het daartoe bestemde vak en er mogen geen regels worden opengelaten. Indien dit vak niet geheel is ingevuld, wordt onder de laatste regel een horizontale lijn getrokken en wordt het niet ingevulde gedeelte doorgekruist.

3.

Exporteurs die om afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 verzoeken, moeten op verzoek van de douaneautoriteiten van het land van uitvoer waar het certificaat wordt afgegeven, te allen tijde alle vereiste documenten over kunnen leggen waaruit blijkt dat de betrokken producten van oorsprong zijn en dat aan alle andere voorwaarden van dit protocol is voldaan.

4.

Certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 worden afgegeven door de douaneautoriteiten van een lidstaat van de Europese Gemeenschap of van Algerije, indien de uit te voeren goederen kunnen worden beschouwd als producten van oorsprong uit de Gemeenschap, uit Algerije of uit een van de andere in artikel 4 of artikel 5 genoemde landen, en tevens aan de andere voorwaarden van dit protocol is voldaan.

5.

De met de afgifte van certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 belaste douaneautoriteiten nemen alle nodige maatregelen om te controleren of de producten daadwerkelijk van oorsprong zijn, en gaan na of aan alle andere voorwaarden van dit protocol is voldaan. Zij kunnen daarvoor bewijsmateriaal opvragen, de administratie van de exporteur inzien en elke andere controle verrichten die zij dienstig achten. Zij zien er ook op toe dat de in lid 2 bedoelde formulieren correct zijn ingevuld. Met name wordt nagegaan of het voor de omschrijving van de goederen bestemde vak zodanig is ingevuld dat frauduleuze toevoegingen niet mogelijk zijn.

6.

De datum van afgifte van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 wordt vermeld in vak 11 van het certificaat.

7.

Een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 wordt door de douaneautoriteiten afgegeven en ter beschikking van de exporteur gesteld zodra de goederen daadwerkelijk worden uitgevoerd of wanneer het zeker is dat ze zullen worden uitgevoerd.

Artikel 19. Afgifte achteraf van certificaten inzake goederenverkeer EUR.1

1.

In afwijking van artikel 18, lid 7, kan een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 bij wijze van uitzondering worden afgegeven na de uitvoer van de goederen waarop het betrekking heeft, indien

  • a. dit door een vergissing, onopzettelijk verzuim of bijzondere omstandigheden niet bij de uitvoer is gebeurd; of
  • b. ten genoegen van de douaneautoriteiten is aangetoond dat het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 wel is afgegeven, maar bij invoer om technische redenen niet is aanvaard.
2.

Bij toepassing van lid 1 dient de exporteur in zijn aanvraag de plaats en de datum van uitvoer te vermelden van de goederen waarop het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 betrekking heeft, alsmede de reden van zijn aanvraag.

3.

Vóór de douaneautoriteiten tot afgifte achteraf van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 overgaan, dienen zij te hebben vastgesteld dat de gegevens in de aanvraag van de exporteur overeenstemmen met die in het desbetreffende dossier.

4.

Op achteraf afgegeven certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 wordt een van de volgende aantekeningen aangebracht:

ES „EXPEDIDO A POSTERIORI"

DA „UDSTEDT EFTERFØLGENDE"

DE „NACHTRÄGLICH AUSGESTELLT"

EL „ΕΚΔΩΓΘΕΝ ΕΚ ΤΟΝ ϒΣΤΕΡΟΝ"

EN „ISSUED RETROSPECTIVELY"

FR „DÉLIVRÉ A POSTERIORI"

IT „RILASCIATO A POSTERIORI"

NL „AFGEGEVEN A POSTERIORI"

PT „EMITIDO A POSTERIORI"

FI „ANNETTU JÄLKIKÄTEEN"

SV „UTFÄRDAT I EFTERHAND"

DZ „ "

5.

De in lid 4 bedoelde aantekening wordt aangebracht in het vak „Opmerkingen" van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1.

Artikel 20. Afgifte van duplicaten van certificaten inzake goederenverkeer EUR.1

1.

In geval van diefstal, verlies of vernietiging van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 kan de exporteur de douaneautoriteiten die dit certificaat hebben afgegeven, verzoeken een duplicaat op te maken aan de hand van de uitvoerdocumenten die in hun bezit zijn.

2.

Op het aldus afgegeven duplicaat wordt een van de volgende aantekeningen aangebracht:

ES „DUPLICADO"

DA „DUPLIKAT"

DE „DUPLIKAT"

EL „ΑΝΤΙΓΡΑΦΩ'

EN „DUPLICATE"

FR „DUPLICATA"

IT „DUPLICATO"

NL „DUPLICAAT"

PT „SEGUNDA VIA"

FI „KAKSOISKAPPALE"

SV „DUPLIKAT"

DZ „ "

3.

De in lid 2 bedoelde aantekening wordt aangebracht in het vak „Opmerkingen" van het duplicaat van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1.

4.

Het duplicaat, dat dezelfde datum van afgifte draagt als het oorspronkelijke certificaat inzake goederenverkeer EUR.1, is vanaf die datum geldig.

Artikel 21. Afgifte van certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 aan de hand van eerder opgestelde of afgegeven bewijzen van oorsprong

Voor producten van oorsprong die in de Gemeenschap of in Algerije onder toezicht van een douanekantoor zijn geplaatst, kan het oorspronkelijke bewijs van oorsprong door een of meer certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 worden vervangen bij verzending van deze producten of een gedeelte daarvan naar een andere plaats in de Gemeenschap of in Algerije. Deze vervangingscertificaten worden afgegeven door het douanekantoor dat toezicht houdt op de goederen.

Artikel 22. Voorwaarden voor het opstellen van factuurverklaringen

1.

Factuurverklaringen als bedoeld in artikel 17, lid 1, onder b), kunnen worden opgesteld door:

  • a. toegelaten exporteurs in de zin van artikel 23;
  • b. alle exporteurs, voor zendingen bestaande uit een of meer colli die producten van oorsprong bevatten waarvan de totale waarde niet meer dan 6000 euro bedraagt.
2.

Een factuurverklaring kan worden opgesteld indien de producten kunnen worden beschouwd als van oorsprong uit de Gemeenschap, uit Algerije of uit een van de in de artikelen 4 en 5 genoemde landen, en tevens aan de andere voorwaarden van dit protocol voldoen.

3.

De exporteur die de factuurverklaring opstelt moet op verzoek van de douaneautoriteiten van het land van uitvoer steeds de nodige documenten kunnen overleggen waaruit blijkt dat de betrokken producten van oorsprong zijn en dat aan de andere voorwaarden van dit protocol is voldaan.

4.

Deze factuurverklaring, waarvan de tekst in bijlage IV is opgenomen, wordt door de exporteur op de factuur, de pakbon of een ander handelsdocument getypt, gestempeld of gedrukt in een van de in die bijlage opgenomen taalversies, overeenkomstig de bepalingen van het nationale recht van het land van uitvoer. Indien de factuurverklaring met de hand wordt opgesteld, moet dit met inkt en in blokletters geschieden.

5.

De factuurverklaring wordt door de exporteur eigenhandig ondertekend. Toegelaten exporteurs als bedoeld in artikel 23 behoeven deze verklaring echter niet te ondertekenen, mits zij de douaneautoriteiten een schriftelijke verklaring doen toekomen waarin zij de volle verantwoordelijkheid op zich nemen voor alle op hun naam opgestelde factuurverklaringen, alsof zij deze eigenhandig hadden ondertekend.

6.

Een factuurverklaring kan door de exporteur worden opgesteld bij of na de uitvoer van de goederen waarop zij betrekking heeft, doch dient binnen twee jaar na de invoer van deze producten in het land van invoer te worden aangeboden.

Artikel 23. Toegelaten exporteurs

1.

Aan exporteurs die veelvuldig goederen verzenden waarop de overeenkomst van toepassing is en die naar het oordeel van de douaneautoriteiten de nodige garanties bieden in verband met de controle op de oorsprong van de goederen en de naleving van de andere voorwaarden van dit protocol, kan door de douaneautoriteiten van het land van uitvoer vergunning worden verleend factuurverklaringen op te stellen, ongeacht de waarde van de betrokken goederen; deze exporteurs worden „toegelaten exporteurs" genoemd.

2.

De douaneautoriteiten kunnen het verlenen van de status van toegelaten exporteur afhankelijk stellen van door hen noodzakelijk geachte voorwaarden.

3.

De douaneautoriteiten kennen de toegelaten exporteur een nummer toe, dat in de factuurverklaringen wordt vermeld.

4.

De douaneautoriteiten houden toezicht op het gebruik van de vergunning door de toegelaten exporteur.

5.

De douaneautoriteiten kunnen de vergunning te allen tijde intrekken. Zij zijn verplicht dit te doen wanneer de toegelaten exporteur niet meer de in lid 1 bedoelde garanties biedt, niet meer aan de in lid 2 bedoelde voorwaarden voldoet, of de vergunning oneigenlijk gebruikt.

Artikel 24. Geldigheid van bewijzen van oorsprong

1.

Bewijzen van oorsprong zijn vier maanden geldig vanaf de datum van afgifte in het land van uitvoer en moeten binnen deze periode worden ingediend bij de douaneautoriteiten van het land van invoer.

2.

Bewijzen van oorsprong die na het verstrijken van de in lid 1 genoemde termijn bij de douaneautoriteiten van het land van invoer worden ingediend, kunnen met het oog op de toepassing van de preferentiële behandeling worden aanvaard wanneer de verlate indiening het gevolg is van overmacht of buitengewone omstandigheden.

3.

In andere gevallen van verlate indiening kunnen de douaneautoriteiten van het land van invoer de bewijzen van oorsprong aanvaarden indien de producten vóór het verstrijken van genoemde termijn bij hen zijn aangebracht.

Artikel 25. Overlegging van bewijzen van oorsprong

Bewijzen van oorsprong worden bij de douaneautoriteiten van het land van invoer ingediend overeenkomstig de aldaar geldende procedures. Deze autoriteiten kunnen eisen dat het bewijs van oorsprong wordt vertaald. Zij kunnen voorts eisen dat de aangifte ten invoer vergezeld gaat van een verklaring van de importeur dat de producten aan de voorwaarden voor de toepassing van de overeenkomst voldoen.

Artikel 26. Invoer in deelzendingen

Wanneer, op verzoek van de importeur en op de door de douaneautoriteiten van het land van invoer vastgestelde voorwaarden, gedemonteerde of niet-gemonteerde producten als bedoeld in algemene regel 2 a) voor de interpretatie van het geharmoniseerd systeem, vallende onder de afdelingen XVI en XVII of de posten 7308 en 9406 van het geharmoniseerd systeem, in deelzendingen worden ingevoerd, wordt één enkel bewijs van oorsprong bij de douaneautoriteiten ingediend bij de invoer van de eerste deelzending.

Artikel 27. Vrijstelling van bewijs van oorsprong

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)