Briefwisseling houdende een overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Turks- en Caicoseilanden betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden
Overwegende hetgeen volgt:
Artikel 17 van Richtlijn 2003/48/EG (hierna genoemd „de richtlijn”) van de Raad van de Europese Unie (hierna genoemd „de Raad”) betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden bepaalt dat de lidstaten voor 1 januari 2004 de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vaststellen en bekendmaken die nodig zijn om te voldoen aan deze richtlijn, welke bepalingen vanaf 1 januari 2005 worden toegepast, mits:
de Zwitserse Bondsstaat, het Vorstendom Liechtenstein, de Republiek San Marino, het Vorstendom Monaco en het Vorstendom Andorra vanaf diezelfde datum maatregelen toepassen die gelijkwaardig zijn aan de maatregelen waarin deze richtlijn voorziet, zulks overeenkomstig de overeenkomsten die zij met de Europese Gemeenschap hebben gesloten, na met eenparigheid van stemmen genomen besluiten van de Raad;
alle overeenkomsten of andere regelingen van kracht zijn waarin wordt bepaald dat alle betrokken afhankelijke of geassocieerde gebieden vanaf die datum automatische gegevensuitwisseling toepassen zoals voorgeschreven in hoofdstuk II van deze richtlijn (of tijdens de in artikel 10 bepaalde overgangsperiode een bronbelasting toepassen die strookt met de in artikelen 11 en 12 vervatte voorwaarden)”.
De Turks- en Caicoseilanden merken op dat de Raad in overeenstemming met de conclusies van de Ecofin-Raad van 3 juni 2003, gedurende de in artikel 10 van de richtlijn bedoelde overgangsperiode, de Commissie oproept gesprekken aan te gaan met andere belangrijke financiële centra teneinde te bewerkstelligen dat in de desbetreffende rechtsgebieden maatregelen worden aangenomen die vergelijkbaar zijn met die in de richtlijn.
De betrekkingen tussen de Turks- en Caicoseilanden en de EU zijn vervat in het vierde deel van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap. De Turks- en Caicoseilanden liggen niet in het belastinggebied van de Europese Unie.
De Turks- en Caicoseilanden merken op dat het uiteindelijke doel van de EU-lidstaten weliswaar is het mogelijk maken van een effectieve belastingheffing op rentebetalingen in de fiscale woonstaat van de uiteindelijk gerechtigde door de uitwisseling van informatie over rentebetalingen tussen de lidstaten onderling, maar dat drie lidstaten, namelijk Oostenrijk, België en Luxemburg gedurende een overgangsperiode niet gehouden zijn tot het automatisch uitwisselen van informatie maar een bronbelasting zullen heffen op de onder de richtlijn vallende inkomsten uit spaargelden.
De „bronbelasting” als bedoeld in de richtlijn wordt aangeduid als de „retention tax” in de binnenlandse wetgeving van de Turks- en Caicoseilanden. Voor de toepassing van deze Overeenkomst dienen bronbelasting en retention tax te worden opgevat als elkaar dekkende begrippen die dezelfde betekenis hebben.
De Turks- en Caicoseilanden hebben ermee ingestemd met ingang van 1 januari 2005 bronbelasting te heffen ter uitvoering van met de lidstaten gesloten Overeenkomsten, mits de EU-lidstaten de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen hebben vastgesteld die nodig zijn om te voldoen aan de richtlijn, en algemeen aan de voorschriften van artikel 17 van de richtlijn is voldaan.
De Turks- en Caicoseilanden hebben ermee ingestemd om, na afloop van de overgangsperiode zoals omschreven in artikel 10, tweede lid, van de richtlijn automatische uitwisseling van informatie toe te passen zoals voorgeschreven in hoofdstuk II van de richtlijn, ter uitvoering van met de lidstaten gesloten Overeenkomsten.
De Turks- en Caicoseilanden beschikken over wetgeving betreffende instellingen voor collectieve belegging die qua gevolgen gelijkwaardig wordt geacht aan de EG-wetgeving bedoeld in artikel 2 en 6 van de richtlijn.
De Turks- en Caicoseilanden en het Koninkrijk der Nederlanden, hierna te noemen „Overeenkomstsluitende Partij” of „Overeenkomstsluitende Partijen”, tenzij de context anders vereist,
Zijn overeengekomen de volgende Overeenkomst te sluiten die uitsluitend verplichtingen voor de Overeenkomstsluitende Partijen bevat en voorziet in:
de automatische verschaffing van informatie door de bevoegde autoriteit van het Koninkrijk der Nederlanden aan de bevoegde autoriteit van de Turks- en Caicoseilanden op dezelfde wijze als aan de bevoegde autoriteit van een lidstaat;
de toepassing door de Turks- en Caicoseilanden, tijdens de in artikel 10 van de richtlijn bepaalde overgangsperiode, van een bronbelasting vanaf dezelfde datum en onder dezelfde voorwaarden als vervat in artikel 11 en 12 van die richtlijn;
de automatische verschaffing van informatie door de bevoegde autoriteit van de Turks- en Caicoseilanden aan de bevoegde autoriteit van het Koninkrijk der Nederlanden overeenkomstig artikel 13 van de richtlijn;
de overdracht van de bevoegde autoriteit van de Turks- en Caicoseilanden aan de bevoegde autoriteit van het Koninkrijk der Nederlanden van 75% van de opbrengsten van de bronbelasting,
ter zake van rentebetalingen verricht door een uitbetalende instantie gevestigd in een Overeenkomstsluitende Partij aan een natuurlijke persoon die zijn woonplaats in de andere Overeenkomstsluitende Partij heeft.
Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt onder „bevoegde autoriteit”, indien gebezigd ten aanzien van de Overeenkomstsluitende Partijen, met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden verstaan de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst-Economische Controledienst en met betrekking tot de Turks- en Caicoseilanden de Financial Services Commission.
Opgeschort per 4 april 2016 (Trb. 2017/89).
Opgeschort per 4 april 2016 (Trb. 2017/89).
Artikel 1. Inhouding van belasting door uitbetalende instanties
Over de rentebetalingen die worden omschreven in artikel 8 van deze Overeenkomst en die worden verricht door een uitbetalende instantie gevestigd op de Turks- en Caicoseilanden aan uiteindelijk gerechtigden in de zin van artikel 5 van deze Overeenkomst die hun woonplaats in het Koninkrijk der Nederlanden hebben, is, onverminderd het bepaalde in artikel 3 van deze Overeenkomst, bronbelasting verschuldigd, gedurende de in artikel 14 van deze Overeenkomst bedoelde overgangsperiode die begint op de in artikel 15 van deze Overeenkomst vermelde datum. Het tarief van de bronbelasting bedraagt 15% gedurende de eerste drie jaar van de overgangsperiode, 20% gedurende de volgende drie jaar en 35% daarna.
Artikel 2. Informatieverschaffıng door uitbetalende instanties
Indien rentebetalingen, zoals omschreven in artikel 8 van deze Overeenkomst, worden verricht door een uitbetalende instantie gevestigd in het Koninkrijk der Nederlanden aan uiteindelijk gerechtigden, zoals omschreven in artikel 5 van deze Overeenkomst, die hun woonplaats op de Turks- en Caicoseilanden hebben, of indien de bepalingen van artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van deze Overeenkomst van toepassing zijn, meldt de uitbetalende instantie aan haar bevoegde autoriteit:
- a. de identiteit en woonplaats van de uiteindelijk gerechtigde zoals die overeenkomstig het bepaalde in artikel 6 van deze Overeenkomst zijn vastgesteld;
- b. naam en het adres van de uitbetalende instantie;
- c. het rekeningnummer van de uiteindelijk gerechtigde of, bij ontstentenis daarvan, een eenduidige omschrijving van de rentedragende schuldvordering;
- d. gegevens over de rentebetaling zoals omschreven in artikel 4, eerste lid, van deze Overeenkomst. Beide Overeenkomstsluitende Partijen kunnen evenwel de minimale inhoud van de gegevens die de uitbetalende instantie gehouden is over de rentebetaling te verstrekken, beperken tot het totaalbedrag van de rente of van de inkomsten en tot het totaalbedrag van de opbrengst van de verkoop, terugbetaling of aflossing;
en het Koninkrijk der Nederlanden dient te voldoen aan het tweede lid van dit artikel.
Binnen zes maanden na het einde van het belastingjaar, verstrekt de bevoegde autoriteit van het Koninkrijk der Nederlanden automatisch aan de bevoegde autoriteit van de Turks- en Caicoseilanden de in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, van dit artikel bedoelde gegevens van alle gedurende dat jaar verrichte rentebetalingen.
Artikel 3. Uitzonderingen op de procedure van bronbelasting
Bij het heffen van bronbelasting overeenkomstig artikel 1 van deze Overeenkomst voorzien de Turks- en Caicoseilanden in een van beide of beide volgende procedures teneinde te waarborgen dat de uiteindelijk gerechtigden een verzoek kunnen indienen dat geen bronbelasting wordt ingehouden:
- a. een procedure waarbij het de uiteindelijk gerechtigde als omschreven in artikel 5 van deze Overeenkomst is toegestaan de bronbelasting als omschreven in artikel 1 van deze Overeenkomst te vermijden door de uitbetalende instantie uitdrukkelijk te machtigen de rentebetalingen te melden aan de bevoegde autoriteit van de Overeenkomstsluitende Partij waar de uitbetalende instantie is gevestigd. Een dergelijke machtiging bestrijkt alle ten gunste van de uiteindelijk gerechtigde door die uitbetalende instantie uitbetaalde rente;
- b. een procedure die garandeert dat geen bronbelasting wordt geheven indien de uiteindelijk gerechtigde aan zijn uitbetalende instantie een overeenkomstig het tweede lid van dit artikel door de bevoegde autoriteit van zijn fiscale woonstaat op zijn naam gestelde verklaring overlegt.
Op verzoek van de uiteindelijk gerechtigde geeft de bevoegde autoriteit van de Overeenkomstsluitende Partij van zijn fiscale woonstaat een verklaring af met daarin de volgende gegevens:
- i. naam, adres en fiscaal of ander identificatienummer of, bij ontstentenis daarvan, de geboorteplaats en -datum van de uiteindelijk gerechtigde;
- ii. naam en het adres van de uitbetalende instantie;
- iii. het rekeningnummer van de uiteindelijk gerechtigde of, bij ontstentenis daarvan, een eenduidige omschrijving van het schuldinstrument.
Een dergelijke verklaring is geldig voor ten hoogste drie jaar. Zij wordt afgegeven aan elke uiteindelijk gerechtigde die daarom vraagt, binnen twee maanden nadat het desbetreffende verzoek is ingediend.
Indien het eerste lid, onderdeel a, van dit artikel van toepassing is, zendt de bevoegde autoriteit van de Turks- en Caicoseilanden waar de uitbetalende instantie is gevestigd, de in artikel 2, eerste lid, van deze Overeenkomst bedoelde informatie aan de bevoegde autoriteit van het Koninkrijk der Nederlanden als woonstaat van de uiteindelijk gerechtigde. Deze informatie wordt automatisch en ten minste eenmaal per jaar verstrekt, binnen zes maanden na afloop van het overeenkomstig de wetgeving van een Overeenkomstsluitende Partij vastgestelde belastingjaar, voor alle gedurende dat jaar verrichte rentebetalingen.
Artikel 4. Grondslag voor vaststelling van bronbelasting
Een uitbetalende instantie gevestigd op de Turks- en Caicoseilanden heft op de volgende wijze bronbelasting in overeenstemming met artikel 1 van deze Overeenkomst:
- a. in het geval van een rentebetaling in de zin van artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van deze Overeenkomst: op de totaal uitbetaalde of bijgeschreven rente;
- b. in het geval van een rentebetaling in de zin van artikel 8, eerste lid, onderdeel b of d, van deze Overeenkomst: op het bedrag van de rente of inkomsten als bedoeld in die onderdelen of door een heffing van vergelijkbare omvang, ten laste van de ontvanger, op het totaalbedrag van de opbrengst van de verkoop, terugbetaling of aflossing;
- c. in het geval van een rentebetaling in de zin van artikel 8, eerste lid, onderdeel c, van deze Overeenkomst: op het aldaar bedoelde rentebedrag;
- d. in het geval van een rentebetaling in de zin van artikel 8, vierde lid, van deze Overeenkomst: op het rentebedrag dat toevalt aan elk van de leden van in artikel 7, tweede lid, van deze Overeenkomst bedoelde entiteit die voldoen aan de voorwaarden van artikel 5, eerste lid, van deze Overeenkomst;
- e. wanneer de Turks- en Caicoseilanden van de keuzemogelijkheid van artikel 8, vijfde lid, van deze Overeenkomst gebruik maken: op het bedrag van de op jaarbasis berekende rente.
Voor de toepassing van het bepaalde in het eerste lid, onderdelen a en b, van dit artikel, wordt de bronbelasting geheven naar rata van de periode waarin de uiteindelijk gerechtigde houder van de schuldvordering was. Ingeval de uitbetalende instantie die periode niet kan vaststellen met de informatie waarover zij beschikt, behandelt zij de uiteindelijk gerechtigde als ware hij de houder van de schuldvordering over de gehele periode waarin die heeft bestaan, tenzij hij de datum van verkrijging aantoont.
Het opleggen van bronbelasting door de Turks- en Caicoseilanden belet de andere Overeenkomstsluitende Partij die de fiscale woonstaat van de uiteindelijk gerechtigde is, niet de inkomsten te belasten overeenkomstig zijn nationale recht.
Tijdens de overgangsperiode kunnen de Turks- en Caicoseilanden bepalen dat een marktdeelnemer die rente uitbetaalt aan of een rentebetaling bewerkstelligt voor, een in de andere Overeenkomstsluitende Partij gevestigde entiteit als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van deze Overeenkomst, wordt aangemerkt als de uitbetalende instantie in plaats van de entiteit, en de bronbelasting op die rente heft, tenzij de entiteit formeel heeft aanvaard dat haar naam en adres alsmede het totale bedrag van de rentebetaling die aan haar is verricht of voor haar is bewerkstelligd, worden meegedeeld overeenkomstig de laatste alinea van artikel 7, tweede lid, van deze Overeenkomst.
Artikel 5. Definitie van uiteindelijk gerechtigde
Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt onder „uiteindelijk gerechtigde” verstaan elke natuurlijke persoon die een rentebetaling ontvangt, of ten gunste van wie een rentebetaling wordt bewerkstelligd, tenzij deze aantoont dat de rentebetaling niet te zijner gunste is ontvangen of bewerkstelligd is. Een natuurlijke persoon wordt niet aangemerkt als de uiteindelijk gerechtigde indien:
- a. hij handelt als uitbetalende instantie in de zin van artikel 7, eerste lid, van deze Overeenkomst;
- b. hij handelt namens een rechtspersoon, een entiteit waarvan de winst wordt belast volgens de algemene belastingregels voor ondernemingen, een ICBE waaraan vergunning is verleend overeenkomstig Richtlijn 85/611/EEG of een daarmee vergelijkbare instelling voor collectieve belegging gevestigd op de Turks- en Caicoseilanden, of een entiteit als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van deze Overeenkomst, en hij, in het laatstgenoemde geval, aan de marktdeelnemer die de rentebetaling verricht de naam en het adres van die entiteit bekendmaakt en de marktdeelnemer deze informatie op zijn beurt doorgeeft aan de bevoegde autoriteit van de Overeenkomstsluitende Partij waar hij is gevestigd;
- c. hij handelt namens een andere natuurlijke persoon die de uiteindelijk gerechtigde is en hij aan de uitbetalende instantie de identiteit van die uiteindelijk gerechtigde bekendmaakt.
Indien de uitbetalende instantie beschikt over gegevens die doen vermoeden dat de natuurlijke persoon die een rentebetaling ontvangt of ten gunste van wie een rentebetaling wordt bewerkstelligd, niet de uiteindelijk gerechtigde is, en die persoon noch onder onderdeel a, noch onder onderdeel b van het eerste lid van dit artikel valt, moet zij redelijke maatregelen nemen om de identiteit van de uiteindelijk gerechtigde vast te stellen. Indien de uitbetalende instantie de uiteindelijk gerechtigde niet kan identificeren, behandelt zij de natuurlijke persoon in kwestie als de uiteindelijk gerechtigde.
Artikel 6. Identiteit en woonplaats van de uiteindelijk gerechtigde
Voor de toepassing van deze Overeenkomst stelt elke Partij, binnen haar grondgebied, de procedures vast die nodig zijn om de uitbetalende instantie in staat te stellen de identiteit en woonplaats van de uiteindelijk gerechtigden vast te stellen en draagt de Partij zorg voor de toepassing van deze procedures. Deze procedures voldoen aan de minimumnormen als vastgesteld in het tweede en derde lid.
De uitbetalende instantie stelt de identiteit van de uiteindelijk gerechtigde vast op basis van minimumnormen die verschillen naar gelang van de aanvang van de betrekkingen tussen de uitbetalende instantie en de ontvanger van de rente, en wel als volgt:
- a. voor contractuele betrekkingen die zijn aangegaan vóór 1 januari 2004 stelt de uitbetalende instantie de identiteit vast van de uiteindelijk gerechtigde, bestaande uit diens naam en adres, aan de hand van de informatie waarover zij beschikt, met name ter uitvoering van de geldende voorschriften in het land van vestiging en van Richtlijn 91/308/ EEG van de Raad van 10 juni 1991 in het geval van het Koninkrijk der Nederlanden of in het geval van de Turks- en Caicoseilanden ter uitvoering van de relevante wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de Turks- en Caicoseilanden tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld;
- b. voor contractuele betrekkingen die zijn aangegaan, of transacties die bij ontstentenis van contractuele betrekkingen zijn verricht, op of na 1 januari 2004, stelt de uitbetalende instantie de identiteit vast van de uiteindelijk gerechtigde, bestaande uit naam, adres, en, indien dat bestaat, het hem door de fiscale woonstaat toegekende fiscaal identificatienummer. Deze elementen worden vastgesteld op basis van het paspoort of de officiële identiteitskaart die door de uiteindelijk gerechtigde wordt overgelegd. Indien het niet vermeld is in dat paspoort of op die officiële identiteitskaart, wordt het adres vastgesteld op basis van enig ander document dat door de uiteindelijk gerechtigde wordt overgelegd en dat zijn identiteit bewijst. Indien het fiscaal identificatienummer niet vermeld wordt in het paspoort, op de officiële identiteitskaart of in enig ander document dat door de uiteindelijk gerechtigde wordt overgelegd dat zijn identiteit bewijst, waaronder eventueel een fiscalewoonplaatsverklaring, wordt de identiteit aangevuld met de vermelding van diens geboorteplaats en -datum zoals vermeld in het paspoort of op de officiële identiteitskaart.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.