Protocol inzake ontplofbare oorlogsresten

Type Verdrag
Publication 2006-11-12
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Hoge Verdragsluitende Partijen,

Erkennend de ernstige humanitaire problemen die door ontplofbare oorlogsresten worden veroorzaakt in post-conflictsituaties,

Zich bewust van de noodzaak een Protocol te sluiten inzake herstelmaatregelen van algemene aard in post-conflictsituaties teneinde de risico's en gevolgen van ontplofbare oorlogsresten tot een minimum te beperken,

En bereid algemene preventieve maatregelen te treffen door middel van best practices op vrijwillige basis vervat in een Technische Bijlage voor de verbetering van de betrouwbaarheid van munitie, en daarmee de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten tot een minimum beperkend,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Algemene bepaling en toepassingsgebied
1.

In overeenstemming met het Handvest van de Verenigde Naties en met de op hen van toepassing zijnde regels van het internationaal recht inzake gewapende conflicten, komen de Hoge Verdragsluitende Partijen overeen de in dit Protocol vervatte verplichtingen na te komen, zowel individueel als in samenwerking met andere Hoge Verdragsluitende Partijen, teneinde de risico's en gevolgen van ontplofbare oorlogsresten in post-conflictsituaties te minimaliseren.

2.

Dit Protocol is van toepassing op ontplofbare oorlogsresten te land, met inbegrip van de binnenwateren van de Hoge Verdragsluitende Partijen.

3.

Dit Protocol is van toepassing op situaties die voortvloeien uit conflicten als bedoeld in artikel 1, eerste tot en met zesde lid, van het Verdrag, zoals gewijzigd op 21 december 2001.

4.

De artikelen 3, 4, 5 en 8 van dit Protocol zijn van toepassing op andere ontplofbare oorlogsresten dan bestaande ontplofbare oorlogsresten als gedefinieerd in artikel 2, vijfde lid, van dit Protocol.

Artikel 2. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Protocol wordt verstaan onder:

Artikel 3. Ruiming, verwijdering of vernietiging van ontplofbare oorlogsresten
1.

Elke Hoge Verdragsluitende Partij en partij bij een gewapend conflict draagt de in dit artikel vervatte verantwoordelijkheden ten aanzien van alle ontplofbare oorlogsresten binnen het grondgebied dat onder haar gezag valt. In gevallen waarin een gebruiker van ontplofbare munitie die ontplofbare oorlogsresten is geworden, geen gezag uitoefent over het grondgebied, verstrekt waar haalbaar de gebruiker, na de beëindiging van de feitelijke vijandelijkheden onder andere technische, financiële, materiële of personele bijstand, bilateraal of via een onderling overeengekomen derde partij, onder andere via organen van de Verenigde Naties of andere relevante organisaties, ter vergemakkelijking van het markeren en ruimen, verwijderen of vernietigen van deze ontplofbare oorlogsresten.

2.

Na de beëindiging van de feitelijke vijandelijkheden en zo snel als haalbaar, markeert en ruimt, verwijdert of vernietigt elke Hoge Verdragsluitende Partij en partij bij een gewapend conflict de ontplofbare oorlogsresten in de getroffen gebieden die onder haar gezag staan. Aan gebieden die getroffen zijn door ontplofbare oorlogsresten die op grond van het derde lid van dit artikel worden beoordeeld als een ernstig humanitair gevaar opleverend, wordt prioriteit verleend op het gebied van ruiming, verwijdering of vernietiging.

3.

Na de beëindiging van de feitelijke vijandelijkheden en zo snel als haalbaar, neemt elke Hoge Verdragsluitende Partij en partij bij een gewapend conflict in de getroffen gebieden die onder haar gezag staan, de volgende maatregelen teneinde de door de ontplofbare oorlogsresten gevormde risico's te beperken:

4.

Bij de uitvoering van bovengenoemde activiteiten houden de Hoge Verdragsluitende Partijen en partijen bij een gewapend conflict rekening met internationale normen, waaronder de International Mine Action Standards.

5.

Waar dienstig werken de Hoge Verdragsluitende Partijen, zowel onderling als met andere staten, relevante regionale en internationale organisaties en niet-gouvernementele organisaties, samen bij het verlenen van bijstand in de vorm van, onder andere, technische, financiële, materiële en personele middelen, waaronder, in daarvoor in aanmerking komende omstandigheden, het ondernemen van gezamenlijke operaties ter nakoming van de bepalingen van dit artikel.

Artikel 4. Het registreren, bijhouden en overdragen van informatie
1.

De Hoge Verdragsluitende Partijen en partijen bij een gewapend conflict zullen, in zo groot mogelijke mate en voor zover praktisch uitvoerbaar, informatie inzake het gebruik van ontplofbare munitie of het achterlaten van ontplofbare munitie registreren en behouden, ter vergemakkelijking van de snelle markering en ruiming, verwijdering of vernietiging van ontplofbare oorlogsresten, gevarenvoorlichting en de verstrekking van relevante informatie aan de partij die het gezag heeft over het grondgebied en aan de burgerbevolking in dat grondgebied.

2.

De Hoge Verdragsluitende Partijen en partijen bij een gewapend conflict die ontplofbare munitie hebben gebruikt of achtergelaten, die ontplofbare oorlogsresten kunnen zijn geworden, stellen informatie hieromtrent na de beëindiging van de feitelijke vijandelijkheden en voor zover praktisch uitvoerbaar, met inachtneming van de legitieme veiligheidsbelangen van deze partijen, onverwijld beschikbaar aan de partij of partijen die het gezag hebben over het getroffen gebied, op bilaterale basis of via een onderling overeengekomen derde partij, met inbegrip van, onder andere de Verenigde Naties of, op verzoek, aan andere relevante organisaties die naar de overtuiging van de partij die de informatie verstrekt gevarenvoorlichting geven of zullen geven en de markering en de ruiming, verwijdering of vernietiging van ontplofbare oorlogsresten in het getroffen gebied uitvoeren of zullen uitvoeren.

3.

Bij het registreren, behouden en verzenden van deze informatie moeten de Hoge Verdragsluitende Partijen Deel 1 van de Technische Bijlage in acht nemen.

Artikel 5. Andere voorzorgsmaatregelen voor de bescherming van de burgerbevolking, individuele burgers en burgerobjecten tegen de risico's en gevolgen van ontplofbare oorlogsresten
1.

De Hoge Verdragsluitende Partijen en partijen bij een gewapend conflict treffen in het door ontplofbare oorlogsresten getroffen grondgebied dat onder hun gezag valt alle haalbare voorzorgsmaatregelen om de burgerbevolking, individuele burgers en burgerobjecten tegen de risico's en gevolgen van ontplofbare oorlogsresten te beschermen. Haalbare voorzorgsmaatregelen zijn die voorzorgsmaatregelen welke uitvoerbaar of praktisch mogelijk zijn, met inachtneming van alle omstandigheden die op dat tijdstip gelden, met inbegrip van humanitaire en militaire overwegingen. Deze voorzorgsmaatregelen kunnen bestaan uit waarschuwingen, gevarenvoorlichting aan de burgerbevolking en het markeren, met hekken afzetten en bewaken van het door ontplofbare oorlogsresten getroffen gebied, zoals vermeld in Deel 2 van de Technische Bijlage.

Artikel 6. Bepalingen voor de bescherming van humanitaire missies en organisaties tegen de gevolgen van ontplofbare oorlogsresten
1.

Elke Hoge Verdragsluitende Partij en partij bij een gewapend conflict zijn gehouden:

2.

De bepalingen van dit artikel doen geen afbreuk aan het geldende Internationaal Humanitair Recht of andere toepasselijke internationale instrumenten of aan besluiten van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties die voorzien in een hoger niveau van bescherming.

Artikel 7. Bijstand ten aanzien van bestaande ontplofbare oorlogsresten
1.

Elke Hoge Verdragsluitende Partij heeft het recht, desgewenst, te trachten bijstand te verkrijgen van andere Hoge Verdragsluitende Partijen, van staten die geen partij zijn en van relevante internationale organisaties en instellingen, en deze te ontvangen bij het aanpakken van de problemen die worden gevormd door bestaande ontplofbare oorlogsresten.

2.

Elke Hoge Verdragsluitende Partij die daartoe in staat is, verleent, waar nodig en haalbaar, bijstand bij het aanpakken van de problemen die worden gevormd door bestaande ontplofbare oorlogsresten. Hierbij houden de Hoge Verdragsluitende Partijen ook rekening met de humanitaire doeleinden van dit Protocol, alsmede met internationale normen, waaronder de International Mine Action Standards.

Artikel 8. Samenwerking en bijstand
1.

Elke Hoge Verdragsluitende Partij die daartoe in staat is, verleent bijstand ten behoeve van de markering en ruiming, verwijdering of vernietiging van ontplofbare oorlogsresten, en ten behoeve van gevarenvoorlichting aan de burgerbevolking en daaraan gerelateerde activiteiten, onder meer via organen van de Verenigde Naties, of andere relevante internationale, regionale of nationale organisaties of instellingen, het Internationaal Comité van het Rode Kruis, nationale afdelingen van het Rode Kruis en de Rode Halve Maan of de internationale federatie hiervan, niet-gouvernementele organisaties, of op bilaterale basis.

2.

Elke Hoge Verdragsluitende Partij die daartoe in staat is, verleent bijstand voor de zorg en rehabilitatie en de sociale en economische reïntegratie van slachtoffers van ontplofbare oorlogsresten. Deze bijstand kan onder meer worden verleend via organen van de Verenigde Naties, of andere relevante internationale, regionale of nationale organisaties of instellingen, het Internationaal Comité van het Rode Kruis, nationale afdelingen van het Rode Kruis en de Rode Halve Maan of de internationale federatie hiervan, niet-gouvernementele organisaties, of op bilaterale basis.

3.

Elke Hoge Verdragsluitende Partij die daartoe in staat is, levert, ter vergemakkelijking van het verstrekken van bijstand ingevolge dit Protocol, een financiële bijdrage aan fondsen van de Verenigde Naties alsmede andere relevante fondsen.

4.

Elke Hoge Verdragsluitende Partij heeft het recht deel te nemen aan een zo volledig mogelijke uitwisseling van apparatuur, materieel en wetenschappelijke en technologische informatie, anders dan wapengerelateerde technologie, benodigd voor de uitvoering van dit Protocol. De Hoge Verdragsluitende Partijen verplichten zich ertoe deze uitwisselingen in overeenstemming met de nationale wetgeving te vergemakkelijken en leggen geen onnodige beperkingen op ten aanzien van de verstrekking van ruimingsapparatuur en daaraan gerelateerde technologische informatie voor humanitaire doeleinden.

5.

Elke Hoge Verdragsluitende Partij verbindt zich ertoe informatie te verstrekken ten behoeve van de relevante databanken inzake mijnactie die in het kader van de Verenigde Naties zijn ingesteld, in het bijzonder informatie betreffende diverse middelen en technieken voor het ruimen van ontplofbare oorlogsresten, lijsten van deskundigen, gespecialiseerde instanties of nationale contactpunten inzake het ruimen van ontplofbare oorlogsresten en, op vrijwillige basis, technische informatie betreffende de relevante soorten ontplofbare munitie.

6.

De Hoge Verdragsluitende Partijen kunnen verzoeken om bijstand, onderbouwd met relevante informatie, richten tot de Verenigde Naties, tot andere daarvoor in aanmerking komende instellingen of tot andere staten. Deze verzoeken kunnen worden ingediend bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, die deze doorzendt naar alle Hoge Verdragsluitende Partijen en naar de bevoegde internationale organisaties en niet-gouvernementele organisaties.

7.

Wanneer verzoeken tot de Verenigde Naties worden gericht, kan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, binnen de hem ter beschikking staande mogelijkheden, de passende maatregelen nemen om de situatie te beoordelen en, in samenwerking met de verzoekende Hoge Verdragsluitende Partij en met andere Hoge Verdragsluitende Partijen met verantwoordelijkheid als vervat in artikel 3, de passende verlening van bijstand aanbevelen. De Secretaris-Generaal kan tevens verslag uitbrengen aan de Hoge Verdragsluitende Partijen over elk van deze beoordelingen en over de aard en de omvang van de verzochte bijstand, met inbegrip van eventuele bijdragen uit de fondsen die in het kader van de Verenigde Naties zijn ingesteld.

Artikel 9. Algemene preventieve maatregelen
1.

Indachtig de verschillende situaties en capaciteiten wordt elke Hoge Verdragsluitende Partij aangemoedigd algemene preventieve maatregelen te nemen gericht op het beperken van het vóórkomen van ontplofbare oorlogsresten, waaronder, doch niet beperkt tot, die welke worden genoemd in deel 3 van de Technische Bijlage.

2.

Elke Hoge Verdragsluitende Partij kan, op vrijwillige basis, informatie uitwisselen betreffende inspanningen ter bevordering en instelling van de best practices ten aanzien van het eerste lid van dit artikel.

Artikel 10. Overleg van de Hoge Verdragsluitende Partijen
1.

De Hoge Verdragsluitende Partijen verplichten zich ertoe onderling overleg te plegen en samen te werken inzake alle kwesties betreffende de werking van dit Protocol. Hiertoe wordt een conferentie van de Hoge Verdragsluitende Partijen gehouden, als een meerderheid, doch ten minste achttien Hoge Verdragsluitende Partijen, daartoe besluit.

2.

De werkzaamheden van de conferenties van de Hoge Verdragsluitende Partijen houden onder andere in:

3.

De kosten van de conferentie van de Hoge Verdragsluitende Partijen worden gedragen door de Hoge Verdragsluitende Partijen en door de staten die geen partij zijn en die deelnemen aan de conferentie, volgens de aan de op passende wijze aangepaste verdeelsleutel van de Verenigde Naties.

Artikel 11. Naleving

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.