Europees landschapsverdrag

Type Verdrag
Publication 2005-11-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Preambule

De lidstaten van de Raad van Europa die dit Verdrag hebben ondertekend,

Overwegend dat het doel van de Raad van Europa het tot stand brengen van een grotere eenheid tussen zijn leden is, teneinde de idealen en beginselen die hun gemeenschappelijk erfgoed zijn te beschermen en dat de verwezenlijking van dit doel met name wordt nagestreefd middels overeenkomsten op economisch en sociaal gebied;

Strevend naar duurzame ontwikkeling die gebaseerd is op een evenwichtige balans tussen sociale behoeften, economische bedrijvigheid en het milieu;

Gelet op het feit dat het landschap van groot algemeen belang is op het gebied van cultuur, ecologie, milieu en de maatschappij en een hulpbron is die de economische bedrijvigheid bevordert, en dat de bescherming, het beheer en de inrichting van het landschap werkgelegenheid kan opleveren;

Zich ervan bewust dat het landschap een bijdrage levert aan de vorming van plaatselijke culturen en dat het een wezenlijk onderdeel vormt van het natuurlijk en cultureel erfgoed van Europa, dat bijdraagt aan het welzijn van de mens en de instandhouding van de Europese identiteit;

Erkennend dat het landschap een belangrijk element vormt van de kwaliteit van het leven van de bevolking: in zowel stedelijke gebieden als op het platteland, in aangetaste gebieden en in hoogwaardige gebieden, in gebieden met een grote landschappelijke waarde en in doorsnee gebieden;

Zich ervan bewust dat ontwikkelingen op het gebied van productiemethoden binnen de landbouw, bosbouw, industrie en mijnbouw alsmede wat betreft ruimtelijke ordening, stadsontwikkeling, transport, infrastructuur, toerisme en recreatie en meer algemeen, veranderingen binnen de wereldeconomie in veel gevallen de transformatie van het landschap versnellen;

Geleid door de wens in te spelen op de wens van het publiek om te kunnen genieten van hoogwaardige landschappen en een actieve rol te spelen bij de ontwikkeling van landschappen;

In de overtuiging dat het landschap een wezenlijk element is van het individueel en maatschappelijk welzijn en dat de bescherming, het beheer en de inrichting ervan voor eenieder rechten en verantwoordelijkheden met zich meebrengen;

Gelet op de juridische documenten die op internationaal niveau bestaan op het gebied van de bescherming en het beheer van natuurlijk en cultureel erfgoed, ruimtelijke ordening, lokaal zelfbestuur en grensoverschrijdende samenwerking, met name het Verdrag inzake het behoud van wilde dieren en planten en hun natuurlijk leefmilieu in Europa (Bern, 19 september 1979), de Overeenkomst inzake de bescherming van het architectonisch erfgoed van Europa (Granada, 3 oktober 1985), het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (herzien) (Valletta, 16 januari 1992), de Europese Kaderovereenkomst inzake grensoverschrijdende samenwerking tussen territoriale gemeenschappen of autoriteiten (Madrid, 21 mei 1980) en de aanvullende protocollen daarbij, het Europees Handvest inzake lokale autonomie (Straatsburg, 15 oktober 1985), het Verdrag inzake biologische diversiteit (Rio de Janeiro, 5 juni 1992), de Overeenkomst inzake de bescherming van het cultureel en natuurlijk erfgoed van de wereld (Parijs, 16 november 1972), en het Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden (Aarhus, 25 juni 1998);

Erkennend dat de kwaliteit en diversiteit van Europese landschappen een gezamenlijke hulpbron vormen en dat het van belang is samen te werken bij de bescherming, het beheer en de inrichting ervan;

Geleid door de wens te voorzien in een nieuw instrument dat uitsluitend gewijd is aan de bescherming, het beheer en de inrichting van alle landschappen in Europa;

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

Artikel 2. Reikwijdte

Het Verdrag is, met inachtneming van de bepalingen van artikel 15, van toepassing op het gehele grondgebied van de Partijen en heeft betrekking op natuurlijke, rurale, stedelijke en perifere stedelijke gebieden. Het omvat landgebieden, binnenwateren en mariene gebieden. Het betreft landschappen die als zeer waardevol beschouwd kunnen worden, maar ook doorsnee of aangetaste landschappen.

Artikel 3. Doelstellingen

Het doel van dit Verdrag is het bevorderen van de bescherming, het beheer en de inrichting van landschappen en het organiseren van Europese samenwerking op dit gebied.

HOOFDSTUK II. NATIONALE MAATREGELEN

Artikel 4. Verdeling van bevoegdheden

Elke Partij voert dit Verdrag, met name de artikelen 5 en 6, uit conform haar eigen verdeling van bevoegdheden, in overeenstemming met haar grondwettelijke beginselen en administratieve regelingen, en met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel, rekening houdend met het Europees Handvest inzake lokale autonomie. Elke Partij voert dit Verdrag uit in overeenstemming met haar eigen beleid, zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van dit Verdrag.

Artikel 5. Algemene maatregelen

Elke Partij verplicht zich ertoe:

Artikel 6. Specifieke maatregelen

Elke Partij verbindt zich ertoe het maatschappelijk middenveld, particuliere organisaties en publieke autoriteiten bewuster te maken van de waarde van landschappen, de rol ervan en de veranderingen die zij ondergaan.

Elke Partij verbindt zich ertoe het volgende te bevorderen:

1.

Met de actieve deelname van de betrokken partijen, zoals vermeld in artikel 5, onderdeel c, en met het oog op een betere kennis van haar landschappen, verbindt elke Partij zich ertoe:

2.

Deze procedures voor identificatie en beoordeling vinden plaats aan de hand van uitwisselingen van ervaringen en methoden, die door de Partijen op Europees niveau worden georganiseerd ingevolge artikel 8.

Elke Partij verbindt zich ertoe kwaliteitsdoelstellingen voor landschappen te omschrijven met betrekking tot de geïdentificeerde en beoordeelde landschappen, na inspraak van het publiek in overeenstemming met artikel 5, onderdeel c.

Teneinde uitvoering te geven aan het landschapsbeleid, verbindt elke Partij zich ertoe instrumenten in te voeren gericht op de bescherming, het beheer en/of de inrichting van het landschap.

HOOFDSTUK III. EUROPESE SAMENWERKING

Artikel 7. Beleid en programma's op internationaal niveau

Partijen verbinden zich ertoe samen te werken bij het integreren van het landschap als dimensie in internationaal beleid en internationale programma's, en waar relevant, de aanbeveling te doen daarin overwegingen van landschappelijke aard op te nemen.

Artikel 8. Wederzijdse bijstand en uitwisseling van informatie

De Partijen verbinden zich ertoe samen te werken om de doeltreffendheid te verbeteren van maatregelen genomen ingevolge andere artikelen van dit Verdrag, en met name;

Artikel 9. Grensoverschrijdende landschappen

De Partijen bevorderen grensoverschrijdende samenwerking op lokaal en regionaal niveau en stellen waar nodig gezamenlijke landschapsprogramma's op en implementeren deze.

Artikel 10. Toezicht op de uitvoering van het Verdrag
1.

Bestaande bevoegde Comités van deskundigen die zijn ingesteld ingevolge artikel 17 van het Statuut van de Raad van Europa worden door het Comité van Ministers van de Raad van Europa aangewezen om de uitvoering van dit Verdrag te controleren.

2.

Na elke bijeenkomst van de Comités van deskundigen zendt de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa een rapport over het uitgevoerde werk en over de werking van het Verdrag aan het Comité van Ministers.

3.

De Comités van deskundigen doen het Comité van Ministers een voorstel ten aanzien van de toekenningscriteria en het reglement met betrekking tot de Landschapsprijs van de Raad van Europa.

Artikel 11. Landschapsprijs van de Raad van Europa
1.

De Landschapsprijs van de Raad van Europa is een onderscheiding die kan worden toegekend aan lokale of regionale autoriteiten of groepen van lokale of regionale autoriteiten die, als onderdeel van het landschapsbeleid van een Partij bij dit Verdrag, beleid of maatregelen hebben ingevoerd voor de bescherming, het beheer en/of de inrichting van hun landschap waarvan de doeltreffendheid op langere termijn is bewezen en die derhalve andere autoriteiten tot voorbeeld kunnen strekken. De onderscheiding kan ook worden toegekend aan niet-gouvernementele organisaties die een zeer bijzondere bijdrage hebben geleverd aan de bescherming, het beheer of de inrichting van landschappen.

2.

Voordrachten voor de Landschapsprijs van de Raad van Europa dienen door de Partijen te worden gezonden naar de Comités van deskundigen genoemd in artikel 10. Grensoverschrijdende lokale en regionale autoriteiten en groepen van lokale en regionale autoriteiten mogen zich kandidaat stellen mits zij het landschap in kwestie gezamenlijk beheren.

3.

Na voorstellen van de Comités van deskundigen genoemd in artikel 10, stelt het Comité van Ministers de criteria vast voor de toekenning van de Landschapsprijs van de Raad van Europa, publiceert deze, neemt het desbetreffende reglement aan en kent de prijs toe.

4.

Met de toekenning van de Landschapsprijs van de Raad van Europa wordt beoogd de ontvangers van de prijs aan te moedigen een duurzame bescherming, beheer en/of inrichting te waarborgen van de desbetreffende landschapsgebieden.

HOOFDSTUK IV. SLOTBEPALINGEN

Artikel 12. Verhouding tot andere instrumenten

De bepalingen van dit Verdrag doen geen afbreuk aan strengere bepalingen inzake landschapsbescherming, -beheer en -inrichting vervat in andere bestaande of toekomstige bindende nationale of internationale instrumenten.

Artikel 13. Ondertekening, bekrachtiging en inwerkingtreding
1.

Dit Verdrag staat open voor ondertekening door de lidstaten van de Raad van Europa. Het dient te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd. De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

2.

Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum waarop tien lidstaten van de Raad van Europa hun instemming door het Verdrag te worden gebonden tot uitdrukking hebben gebracht overeenkomstig het bepaalde in het voorgaande lid.

3.

Met betrekking tot iedere lidstaat die later zijn instemming door het Verdrag te worden gebonden tot uitdrukking brengt, treedt het Verdrag in werking op de eerste dag van de maand na het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum van de nederlegging van de akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.

Artikel 14. Toetreding
1.

Na de inwerkingtreding van dit Verdrag, kan het Comité van Ministers van de Raad van Europa de Europese Gemeenschap en iedere Europese staat die geen lid is van de Raad van Europa uitnodigen toe te treden tot dit Verdrag, door een door de meerderheid als voorzien in artikel 20, onderdeel d, van het Statuut van de Raad van Europa genomen besluit en met algemene stemmen van de vertegenwoordigers van de Staten die Partij zijn die recht hebben op een zetel in het Comité van Ministers.

2.

Ten aanzien van iedere toetredende Staat, of de Europese Gemeenschap ingeval zij toetreedt, treedt dit Verdrag in werking op de eerste dag van de maand na het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum van nederlegging van de akte van toetreding bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

Artikel 15. Territoriale toepassing
1.

Elke staat of de Europese Gemeenschap kan, bij de ondertekening of bij de nederlegging van zijn of haar akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, het gebied of de gebieden waarop het Verdrag van toepassing is nader aanduiden.

2.

Elke Partij kan, op elk later tijdstip, door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte verklaring, de toepassing van dit Verdrag uitbreiden tot ieder ander in de verklaring aangewezen grondgebied. Ten aanzien van een dergelijk gebied treedt dit Verdrag in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum van ontvangst van de verklaring door de Secretaris-Generaal.

3.

Iedere overeenkomstig de twee voorgaande leden afgelegde verklaring kan, met betrekking tot elk in die verklaring aangewezen grondgebied, worden ingetrokken door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte kennisgeving. De intrekking wordt van kracht op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de Secretaris-Generaal.

Artikel 16. Opzegging
1.

Iedere Partij kan dit Verdrag te allen tijde opzeggen door middel van een kennisgeving gericht aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.