Protocol inzake de voorkoming, bestrijding en bestraffing van mensenhandel, in het bijzonder vrouwenhandel en kinderhandel, tot aanvulling van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad
Preambule
De Staten die partij zijn bij dit Protocol,
Verklarend dat doeltreffende stappen ter voorkoming en bestrijding van mensenhandel, in het bijzonder vrouwenhandel en kinderhandel, een alomvattende internationale aanpak vereisen in de landen van herkomst, doorvoer en bestemming, met inbegrip van maatregelen ter voorkoming van deze handel, ter bestraffing van de handelaren en ter bescherming van slachtoffers van deze handel, met inbegrip van de bescherming van hun internationaal erkende mensenrechten,
Gelet op het feit dat er, ondanks het bestaan van uiteenlopende internationale instrumenten die regels en praktische maatregelen bevatten ter bestrijding van de uitbuiting van mensen, in het bijzonder van vrouwen en kinderen, geen universeel instrument bestaat dat alle aspecten van mensenhandel aanpakt,
Bezorgd over het feit dat, door het ontbreken van een dergelijk instrument, personen die kwetsbaar zijn voor mensenhandel, niet voldoende worden beschermd,
In herinnering roepend resolutie 53/111 van de Algemene Vergadering van 9 december 1998, waarin de Vergadering besloot een ``open-ended" intergouvernementele ad hoc-commissie in het leven te roepen ten behoeve van de opstelling van een alomvattend internationaal verdrag tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad en ter bespreking van de uitwerking van, onder andere, een internationaal instrument dat de handel in vrouwen en kinderen aanpakt,
Ervan overtuigd dat aanvulling van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad met een internationaal instrument ter voorkoming, bestrijding en bestraffing van mensenhandel, in het bijzonder vrouwenhandel en kinderhandel, zal bijdragen tot de voorkoming en bestrijding van die misdaad,
Zijn het volgende overeengekomen:
I. Algemene bepalingen
Artikel 1. Verhouding met het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad
Dit Protocol vult het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad aan. Het dient tezamen met het Verdrag te worden uitgelegd.
De bepalingen van het Verdrag zijn van overeenkomstige toepassing op dit Protocol, tenzij hierin anders wordt bepaald.
De overeenkomstig artikel 5 van dit Protocol strafbaar gestelde feiten worden beschouwd als overeenkomstig het Verdrag strafbaar gestelde feiten.
Artikel 2. Verklaring omtrent het doel
De doelen van dit Protocol zijn:
- a. voorkoming en bestrijding van mensenhandel, waarbij bijzondere aandacht wordt besteed aan vrouwen en kinderen;
- b. bescherming van en bijstand aan slachtoffers van deze handel, met volledige eerbiediging van hun mensenrechten; en
- c. bevordering van samenwerking tussen de Staten die partij zijn teneinde deze doelstellingen te verwezenlijken.
Artikel 3. Gebruikte termen
Voor de toepassing van dit Protocol wordt verstaan onder:
- a. „mensenhandel": het werven, vervoeren, overbrengen van en het bieden van onderdak aan of het opnemen van personen, door dreiging met of gebruik van geweld of andere vormen van dwang, ontvoering, bedrog, misleiding, machtsmisbruik of misbruik van een kwetsbare positie of het verstrekken of in ontvangst nemen van betalingen of voordelen teneinde de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap heeft over een andere persoon, ten behoeve van uitbuiting. Uitbuiting omvat mede: ten minste de uitbuiting van prostitutie van anderen of andere vormen van seksuele uitbuiting, gedwongen arbeid of diensten, slavernij of praktijken die vergelijkbaar zijn met slavernij, onderworpenheid of de verwijdering van organen;
- b. de instemming van een slachtoffer van mensenhandel met de beoogde uitbuiting, bedoeld in onderdeel a van dit artikel, is irrelevant indien een van de in onderdeel a bedoelde middelen zijn gebruikt;
- c. het werven, vervoeren en overbrengen van, het bieden van onderdak aan of het opnemen van een kind met het oogmerk van uitbuiting wordt beschouwd als „mensenhandel", ook indien hierbij geen van de in onderdeel a van dit artikel bedoelde middelen zijn gebruikt;
- d. „kind": iedere persoon jonger dan achttien jaar.
Artikel 4. Werkingssfeer
Dit Protocol is van toepassing, tenzij hierin anders is bepaald, op de voorkoming, opsporing en vervolging van de overeenkomstig artikel 5 van dit Protocol strafbaar gestelde feiten, indien deze een grensoverschrijdend karakter hebben en er een criminele organisatie bij betrokken is, alsmede op de bescherming van slachtoffers van deze strafbare feiten.
Artikel 5. Strafbaarstelling
Elke Staat die partij is, neemt de wettelijke en andere maatregelen die nodig kunnen zijn om de in artikel 3 van dit Protocol omschreven handelingen, indien zij opzettelijk zijn gepleegd, strafbaar te stellen.
Elke Staat die partij is, neemt tevens de wettelijke en andere maatregelen die nodig kunnen zijn om strafbaar te stellen:
- a. met inachtneming van de grondbeginselen van zijn rechtsstelsel, poging tot het plegen van een overeenkomstig het eerste lid van dit artikel strafbaar gesteld feit;
- b. het als medeplichtige deelnemen aan een overeenkomstig het eerste lid van dit artikel strafbaar gesteld feit; en
- c. het organiseren van of aan andere personen opdracht geven tot het plegen van een overeenkomstig het eerste lid van dit artikel strafbaar gesteld feit.
II. Bescherming van slachtoffers van mensenhandel
Artikel 6. Bijstand aan en bescherming van slachtoffers van mensenhandel
In voorkomende gevallen en voor zover mogelijk ingevolge zijn nationale recht beschermt iedere Staat die partij is de persoonlijke levenssfeer en identiteit van slachtoffers van mensenhandel, onder andere door juridische procedures inzake deze handel als vertrouwelijk aan te merken.
Elke Staat die partij is, verzekert dat zijn nationale rechtsstelsel of bestuursstelsel voorziet in maatregelen om slachtoffers van mensenhandel in de daarvoor in aanmerking komende gevallen te voorzien van:
- a. informatie over relevante gerechtelijke en bestuurlijke procedures;
- b. bijstand om mogelijk te maken dat hun meningen en zorgen naar voren worden gebracht en dat daarmee rekening wordt gehouden in de desbetreffende fasen van de strafrechtelijke procedure tegen de daders, op een wijze die de rechten van de verdediging niet schaadt.
Elke Staat die partij is, overweegt de uitvoering van maatregelen ten behoeve van het lichamelijke, geestelijke en sociale herstel van slachtoffers van mensenhandel, waaronder, in daarvoor in aanmerking komende gevallen, in samenwerking met niet-gouvernementele organisaties, andere relevante organisaties en andere geledingen uit de samenleving, en, in het bijzonder, het verzorgen van:
- a. passende huisvesting;
- b. advisering en informatie, in het bijzonder inzake hun wettelijke rechten, in een taal die slachtoffers van mensenhandel kunnen begrijpen;
- c. medische, geestelijke en materiële bijstand; en
- d. kansen op werk, onderwijs en scholing.
Elke Staat die partij is, houdt bij de toepassing van de bepalingen van dit artikel rekening met de leeftijd, het geslacht en de specifieke behoeften van slachtoffers van mensenhandel, in het bijzonder de specifieke behoeften van kinderen, met inbegrip van passende huisvesting, passend onderwijs en passende verzorging.
Elke Staat die partij is, spant zich in te voorzien in de fysieke veiligheid van slachtoffers van mensenhandel terwijl zij zich op zijn grondgebied bevinden.
Elke Staat die partij is, verzekert dat zijn nationale rechtsstelsel voorziet in maatregelen die slachtoffers van mensenhandel de mogelijkheid bieden schadeloosstelling te verkrijgen voor geleden schade.
Artikel 7. Status van slachtoffers van mensenhandel in ontvangende Staten
In aanvulling op het nemen van maatregelen krachtens artikel 6 van dit Protocol overweegt iedere Staat die partij is wettelijke of andere passende maatregelen te nemen die slachtoffers van mensenhandel in staat stellen in de daarvoor in aanmerking komende gevallen tijdelijk of permanent op zijn grondgebied te blijven.
Bij de uitvoering van de bepaling, vervat in het eerste lid van dit artikel, houdt iedere Staat die partij is op passende wijze rekening met humanitaire en persoonlijke factoren.
Artikel 8. Repatriëring van slachtoffers van mensenhandel
De Staat die partij is en waarvan een slachtoffer van mensenhandel onderdaan is of waarin de persoon recht had op permanent verblijf ten tijde van de binnenkomst op het grondgebied van de ontvangende Staat die partij is, vergemakkelijkt en aanvaardt, met zorgvuldige inachtneming van de veiligheid van die persoon, de terugkeer van die persoon zonder onnodige of onredelijke vertraging.
Wanneer een Staat die partij is een slachtoffer van mensenhandel terugzendt naar een Staat die partij is en waarvan die persoon onderdaan is of waarin hij of zij ten tijde van de binnenkomst op het grondgebied van de ontvangende Staat die partij is, recht op permanent verblijf had, geschiedt deze terugzending bij voorkeur vrijwillig en met zorgvuldige inachtneming van de veiligheid van die persoon en van de stand van eventuele juridische procedures in verband met het feit dat de persoon het slachtoffer is van mensenhandel.
Op verzoek van een ontvangende Staat die partij is, verifieert een aangezochte Staat die partij is zonder onnodige of onredelijke vertraging of een persoon die slachtoffer is van mensenhandel zijn onderdaan is of recht had op permanent verblijf op zijn grondgebied ten tijde van de binnenkomst op het grondgebied van de ontvangende Staat die partij is.
Teneinde de terugkeer van een slachtoffer van mensenhandel dat niet over de juiste documenten beschikt te vergemakkelijken, neemt de Staat die partij is en waarvan die persoon onderdaan is of waarin hij of zij recht op permanent verblijf had ten tijde van de binnenkomst op het grondgebied van de ontvangende Staat die partij is, op zich, op verzoek van de ontvangende Staat die partij is, de reisdocumenten of andere vergunningen af te geven die nodig kunnen zijn om die persoon in staat te stellen te reizen naar zijn grondgebied en dat opnieuw te betreden.
Dit artikel tast geen enkel door een nationale wet van de ontvangende Staat die partij is aan slachtoffers van mensenhandel verleend recht aan.
Dit artikel tast geen enkele toepasselijke bilaterale of multilaterale overeenkomst of regeling aan die de terugkeer van slachtoffers van mensenhandel geheel of gedeeltelijk regelt.
III. Voorkoming, samenwerking en andere maatregelen
Artikel 9. Voorkoming van mensenhandel
De Staten die partij zijn, stellen alomvattend beleid, programma's en andere maatregelen vast:
- a. teneinde mensenhandel te voorkomen en te bestrijden; en
- b. teneinde slachtoffers van mensenhandel, in het bijzonder vrouwen en kinderen, zodanig te beschermen dat zij niet opnieuw het slachtoffer worden.
De Staten die partij zijn, streven ernaar maatregelen te nemen als onderzoek, informatiecampagnes en campagnes in de massamedia alsmede sociale en economische initiatieven ter voorkoming en bestrijding van mensenhandel.
De overeenkomstig dit artikel vastgestelde beleidslijnen, programma's en andere maatregelen omvatten, naar gelang wat van toepassing is, samenwerking met niet-gouvernementele organisaties, andere relevante organisaties en andere geledingen uit de samenleving.
De Staten die partij zijn, nemen maatregelen, of scherpen deze aan, mede door bilaterale of multilaterale samenwerking, om de factoren die mensen, in het bijzonder vrouwen en kinderen, kwetsbaar maken voor mensenhandel, zoals armoede, onderontwikkeling en het ontbreken van gelijke kansen, te verlichten.
De Staten die partij zijn, nemen wetgevende of andere maatregelen, of scherpen deze aan, zoals educatieve, sociale of culturele maatregelen, mede door middel van bilaterale en multilaterale samenwerking, teneinde de vraag te ontmoedigen die alle vormen van uitbuiting van mensen, in het bijzonder van vrouwen en kinderen, die tot mensenhandel leidt, stimuleert.
Artikel 10. Uitwisseling van informatie en opleiding
De rechtshandhavings-, immigratie- of andere relevante autoriteiten van Staten die partij zijn werken, naar gelang van wat van toepassing is, met elkaar samen door het uitwisselen van informatie, overeenkomstig hun nationale recht, die hen in staat stelt vast te stellen:
- a. of personen die een internationale grens overschrijden of trachten te overschrijden zonder reisdocumenten of met reisdocumenten die toebehoren aan andere personen, daders of slachtoffers zijn van mensenhandel;
- b. de soorten reisdocumenten die personen hebben gebruikt of getracht hebben te gebruiken voor het overschrijden van een internationale grens ten behoeve van mensenhandel; en
- c. de door criminele organisaties gebruikte middelen en methoden ten behoeve van mensenhandel, met inbegrip van het werven en vervoeren van slachtoffers, routes en verbanden tussen en onder personen en groepen die betrokken zijn bij deze handel, en mogelijke maatregelen voor het opsporen ervan.
De Staten die partij zijn, verzorgen of verbeteren de opleiding van rechtshandhavings-, immigratie- en andere bevoegde functionarissen ten behoeve van de voorkoming van mensenhandel. De opleiding dient te worden gericht op methoden gehanteerd bij de voorkoming van deze handel, de vervolging van handelaren en de bescherming van de rechten van slachtoffers, met inbegrip van de bescherming van slachtoffers tegen de handelaren. Bij de opleiding dient ook rekening te worden gehouden met de noodzaak mensenrechten en de specifieke problemen van vrouwen en kinderen te behandelen en dient de samenwerking met niet-gouvernementele organisaties, andere relevante organisaties en andere geledingen uit de samenleving te worden aangemoedigd.
Een Staat die partij is die informatie ontvangt dient te voldoen aan ieder verzoek van de Staat die partij is die de informatie heeft verzonden, dat beperkingen stelt aan het gebruik ervan.
Artikel 11. Grensmaatregelen
Onverminderd internationale verplichtingen ten aanzien van het vrije verkeer van personen, scherpen de Staten die partij zijn, voor zover mogelijk, de grenscontroles aan die nodig kunnen zijn ter voorkoming en opsporing van mensenhandel.
Elke Staat die partij is, neemt de wettelijke of andere passende maatregelen ter voorkoming, voor zover mogelijk, van het gebruik van door commerciële vervoerders geëxploiteerde transportmiddelen bij het plegen van de overeenkomstig artikel 5 van dit Protocol strafbaar gestelde feiten.
Indien van toepassing en onverminderd toepasselijke verdragen omvatten dergelijke maatregelen het vaststellen van de verplichting van commerciële vervoerders, met inbegrip van elk transportbedrijf of elke eigenaar of exploitant van een transportmiddel, om te verifiëren of alle passagiers in het bezit zijn van de voor de toegang tot de ontvangende Staat benodigde reisdocumenten.
Elke Staat die partij is, neemt de nodige maatregelen, in overeenstemming met zijn nationale recht, om te voorzien in sancties in gevallen van schending van de in het derde lid van dit artikel bedoelde verplichting.
Elke Staat die partij is, overweegt maatregelen te nemen die, in overeenstemming met zijn nationale recht, het weigeren van de toegang of het intrekken van visa van personen die betrokken zijn bij het plegen van de overeenkomstig dit Protocol strafbaar gestelde feiten, mogelijk maken.
Onverminderd artikel 27 van het Verdrag overwegen de Staten die partij zijn de samenwerking tussen instellingen voor grenscontroles te versterken, onder andere door het creëren en onderhouden van rechtstreekse communicatiekanalen.
Artikel 12. Betrouwbaarheid en controle van documenten
Elke Staat die partij is, neemt de maatregelen die nodig kunnen zijn om, binnen de beschikbare middelen:
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.